| Plan: | Dongen Buitengebied - herziening Eindsestraat 24 |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0766.BP2020000064-VG01 |
De gemeenteraad van Dongen heeft op 5 november 2009 het bestemmingsplan 'Dongen Buitengebied' vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op 3 juni 2010 in werking getreden en op 7 december 2011 onherroepelijk geworden. In dit bestemmingsplan heeft het perceel Eindsestraat 24 (kadastraal bekend gemeente Dongen, nummer DGN01-H-1900 ) grotendeels de bestemming Agrarisch waarop geen gebouwen en geen overkappingen zijn toegestaan. Het gedeelte dat direct grenst aan de Eindsestraat heeft over een diepte van circa 63 meter de bestemming Bedrijf. Binnen deze bestemming mogen wel bedrijfsgebouwen, waaronder een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, en overkappingen worden gebouwd.
Op het perceel is een bedrijfsloods aanwezig waarvan het achterste gedeelte (over een diepte van circa 5 meter) abusievelijk valt binnen de bestemming Agrarisch. In figuur 1 is dit gedeelte aangeduid, dat feitelijk is ‘wegbestemd’.
Figuur 1 Fragment bestemmingsplan 'Dongen Buitengebied ' (2009) ter plaatse van Eindsestraat 24 Dongen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De huidige loods stond op de kaart ten tijde van het bestemmingsplan “Buitengebied Dongen” (vastgesteld op 6 oktober 1997). De bebouwing valt onder het overgangsrecht dat is geregeld in artikel 43.1 van de regels van het bestemmingsplan 'Dongen Buitengebied' (2009) .
In het voorgaande bestemmingsplan 'Buitengebied Dongen' (vastgesteld op 16 oktober 1997) hadden de betreffende gronden een agrarische bestemming waarop wel mocht worden gebouwd. In figuur 2 is een fragment van de plankaart van dat bestemmingsplan opgenomen. Hieruit blijkt dat het bouwvlak ten opzichte van het bouwvlak van het naastgelegen perceel Eindsestraat 26 iets verder naar achteren steekt.
Figuur 2 Fragment bestemmingsplan 'Buitengebied Dongen' (1997) met aanduiding perceel Eindsestraat 24 Dongen.
Naar aanleiding van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Dongen heeft de eigenaar van het perceel bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen (hierna: het college) een aanvraag ingediend voor tegemoetkoming in planschade op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De eigenaar is namelijk van mening dat hij als gevolg van de wijziging van het planologische regime in een nadeliger positie is komen te verkeren, ten gevolge waarvan hij schade lijdt of zal lijden.
Bij besluit van 8 februari 2016 heeft het college het verzoek om tegemoetkoming in planschade toegewezen. Voor zover het gaat om het wegbestemmen van een deel van de bestaande loods heeft het college aangegeven dat een 'uitsterfregeling' niet de bedoeling is geweest. Het college heeft aangegeven deze omissie te willen herstellen. In eerste instantie bij een eerstvolgende planherziening en in tweede instantie met een planologisch herstelbesluit dat uiterlijk op 3 juni 2020, 10 jaar na het in werking treden van het bestemmingsplan 'Dongen Buitengebied', onherroepelijk moet zijn.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de Rechtbank Zeeland - West-Brabant. De Rechtbank heeft op 21 april 2017 uitspraak gedaan en het beroep toegewezen voor zover het gaat om het wegbestemmen van dit deel van de loods. In de uitspraak is bevestigd dat het planologisch herstelbesluit op 3 juni 2020 onherroepelijk moet zijn.
Omdat het gaat om een zeer beperkte aanpassing van het bestemmingsplan, waarbij geen regels worden gewijzigd, is voor het planologisch herstelbesluit gekozen voor een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Voorliggend plan bevat deze herziening.
In deze herziening van het bestemmingsplan 'Dongen Buitengebied' wordt de volledige loods op het perceel Eindsestraat 24 binnen de bestemming Bedrijf opgenomen. Uit praktische overwegingen (samenhang en raadpleegbaarheid) is het gehele bestemmingsvlak met de geldende bestemming Bedrijf op dit perceel opgenomen en ruim 7,5 meter vergroot. Met deze vergroting wordt aangesloten op het bouwvlak uit het bestemmingsplan Dongen Buitengebied” uit 1997.
De uitbreiding van de bestemming is in deze herziening voorzien van dezelfde aanduidingen als de bestaande bestemming Bedrijf. Het uitbreiden van de bestemming Bedrijf noodzaakt niet tot aanpassing van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied.
Doordat alleen de verbeelding (in 2009 nog plangebied plankaart genoemd) wordt herzien, blijven de relevante regels van het basisplan onverkort van toepassing op het plangebied van deze herziening. Voor de duidelijkheid is dit in Artikel 1 Bestaande regels van toepassing van de regels van deze herziening expliciet aangegeven. Er is dus niet gekozen voor een herziening in de vorm van een zogenoemd 'postzegelbestemmingsplan' met een volledige set eigen regels.
Vanwege de wettelijke eisen ten aanzien van de digitale raadpleegbaarheid is het wel noodzakelijk om ook een artikel op te nemen waarmee de verbeelding van deze herziening wordt verankerd in het basisplan. Die verankering is geregeld in Artikel 2 lid 2.1 Aanvulling lid 1.2 regels bestemmingsplan Buitengebied
In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze voorgeschreven regels zijn opgenomen in Artikel 3 en Artikel 4 en gelden uitsluitend voor het plangebied van de herziening. In Artikel 5 is de citeertitel van de regels van deze herziening opgenomen.
Geen sectorale onderzoeken
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) dient in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. Dit geldt ook voor een partiële herziening van een bestemmingsplan. Dat betekent doorgaans dat onderzoek moet worden gedaan naar diverse sectorale aspecten zoals verkeer en parkeren, milieuzonering, bodem, ecologie en luchtkwaliteit. Aangezien dit een reparatieherziening is als gevolg van een uitspraak van de Rechtbank Zeeland - West-Brabant wordt afgezien van deze onderzoeken.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van het hiervoor genoemde artikel moet in de toelichting op het bestemmingsplan ook een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Omdat dit een reparatieherziening en de herziening van zeer geringe omvang is, wordt volstaan met het informeren van instanties als de provincie en het waterschap. Burgers en andere belanghebbenden krijgen gelegenheid om over het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze uit te brengen (zie hierna onder 'Zienswijzenprocedure').
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal door de gemeente is niet aan de orde, omdat er geen nieuw bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening mogelijk wordt gemaakt. In dit geval gaat het namelijk om het herstellen van eerdere planologische rechten.
Zienswijzenprocedure
Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Na voorafgaande bekendmaking wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het plan in te dienen. De resultaten van deze procedure worden in de besluitvorming omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan betrokken.