direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Heiakker e.o. / Noordrand
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0762.BV201503-C001

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Voorliggend rapport betreft de beheersverordening "Heiakker e.o. / Noordrand" van de gemeente Deurne.

1.1.1 Aanleiding

Het vigerende bestemmingsplan 'Heiakker e.o - Noordrand' is op 10 april 2005 vastgesteld, en op 4 oktober 2006 onherroepelijk geworden. Artikel 3.1, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) schrijft voor dat binnen tien jaar een nieuw bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Op grond van artikel 3.38 Wro kan de gemeente bepalen om, in plaats van een bestemmingsplan, een beheersverordening op te stellen. Voorwaarde daarvoor is dat in het gebied geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien, met andere woorden weinig of geen planologische veranderingen zullen plaatsvinden. Het instrument beheersverordening is bedoeld om voor planologisch weinig dynamische gebieden het bestaande gebruik en de bestaande bouwmogelijkheden vast te leggen. Omdat het gebied Heiakker e.o. / Noordrand aan deze voorwaarde voldoet, heeft het college van B&W d.d.10 maart 2015 besloten voor het gebied, besluitgebied geheten, een beheersverordening op te stellen.

Het opstellen van een beheersverordening vraagt minder proceduretijd en is kostenefficiënter dan de herziening van een bestemmingsplan, terwijl toch de volgens de wet vereiste actualisering naar de huidige (planologische) situatie en de huidige regelgeving en inzichten kan plaatsvinden. Bovendien wordt voldaan aan het recht van de gemeente tot het heffen van leges voor een aanvraag van een omgevingsvergunning.

Een beheersverordening is wettelijk gezien 'vormvrij'. Dat betekent dat er geen eisen zijn gesteld aan de opzet ervan. Voor voorliggende beheersverordening "Heiakker e.o. / Noordrand" is de "Handreiking Beheersverordening Wro 2011" van de VNG als leidraad gehanteerd.

1.1.2 Doel

Het doel van deze beheersverordening is het bieden van een actuele planologisch-juridische regeling op basis van de Wet ruimtelijke ordening. De beheersverordening legt het gebruik en de bouwmogelijkheden vast die op dit moment planologisch-juridisch reeds zijn toegestaan.

1.2 Ligging en kadastrale begrenzing

Onderstaande afbeelding geeft de topografische ligging weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0001.jpg"

TOPOGRAFISCHE SITUATIE

Het plangebied ligt ten noorden en oosten van het centrumgebied Deurne. De provinciale weg N270 vormt de noordgrens en het buitengebied de oostgrens.

De kadastrale situatie is op onderstaande afbeelding weergegeven. Tevens is de plangrens van het besluitgebied ingetekend. Deze plangrens komt geheel overeen met de plangrens van het bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0002.jpg"

KADASTRALE SITUATIE

De oppervlakte van het besluitgebied bedraagt circa 213 ha.

1.3 Vigerende bestemmingsplannen

Binnen het besluitgebied van de beheersverordening Heiakker e.o. / Noordrand gelden thans de volgende bestemmingsplannen.

  • 1. Bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand

De plankaart van het vigerende bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand

is onderstaand afgebeeld. Het bestemmingsplan is:

  • vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 10 april 2005;
  • onherroepelijk door uitspraak Raad van State d.d. 4 oktober 2006.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0003.jpg"

BESTEMMINGSPLAN HEIAKKER E.O. / NOORDRAND

NB. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State is in de bestemming Woongebied 2 (Wg2) de wijzigingsbevoegdheid voor het realiseren van 10 woningen op het 'landgoed Wolfsberg' vervallen.

  • 2. Bestemmingsplan De Weijst
  • vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 26 juni 2007;
  • onherroepelijk d.d. 4 april 2008.

Dit bestemmingsplan betreft project ruimte-voor-ruimte woningen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0004.jpg"

BESTEMMINGSPLAN DE WEIJST 2007

  • 3.  Bestemmingsplan De Weijst, wijziging 1
  • vastgesteld door het college van B&W d.d. 10 april 2012;
  • onherroepelijk d.d. 8 juni 2012.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0005.jpg"

DE WEIJST, WIJZIGING 1

  • 4. Bestemmingsplan Kulertseweg 14
  • vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 6 maart 2012;
  • onherroepelijk d.d. 28 april 2012.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0006.jpg"

KULERTSEWEG 14

In het bestemmingsplan Kulertseweg 14 is de wijzigingsbevoegdheid uit de bestemming 'Agrarisch bouwblok' deels overgenomen/verwerkt.

  • 5. Bestemmingsplan Zonnedauw
  • vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 9 april 2013;
  • onherroepelijk d.d. 23 april 2014.

In dit bestemmingsplan zijn vervat:

  • de toepassing van de wijziging in de bestemming Woongebied artikel 3.2.11 voor het 'gebied met de wijzigingsbevoegdheid C' (Zeilbergsestraat tussen 102 en 106);
  • een deel van de bestemming 'Woondoeleinden nader uit te werken Wu' (artikel 5), zoals opgenomen in het bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0007.jpg"

BESTEMMINGSPLAN ZONNEDAUW

Vrijstellingen

Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand zijn alleen binnenplanse vrijstellingen verleend.

Wijzigingen

Vigerende wijzigingsbevoegdheden zijn overgenomen in het hiervoor genoemde bestemmingsplan Kulertseweg 14 en bestemmingsplan Zonnedauw.

1.4 De beheersverordening

1.4.1 Gebied Heiakker e.o. / Noordrand

Het college van B&W heeft op 10 maart 2015 besloten tot het opstellen van een beheersverordening voor het gebied Heiakker e.o. / Noordrand, en daarbij uit te gaan van 'gebruik in brede ruime zin'.

De reden dat voor het gebied Heiakker e.o. / Noordrand het instrument van de beheersverordening is gekozen, is dat voor het gebied geen nieuwe ontwikkelingen voorzien worden. Het vigerende bestemmingsplan is grotendeels een conserverend plan, met alleen voor de locatie Poort van Deurne nieuwbouwmogelijkheden. De stand van de ontwikkelingen wordt in paragraaf 2.4 toegelicht, met de conclusies dat in het gebied sprake is van een lage ruimtelijke dynamiek.

Uit het gemeentelijke, regionale en provinciale beleid, zoals beschreven in hoofdstuk 4,blijkt ook dat in de toekomst weinig of geen planologische veranderingen aan de orde zijn.

Vanwege de feitelijke situatie en het beleid komt het gebied Heiakker e.o. / Noordrand in aanmerking voor toepassing van het instrument beheersverordening.

1.4.2 Juridische status

De beheersverordening behoort tot de wettelijke categorie van de verordeningen. Een verordening is wetgeving in materiële zin, maar niet afkomstig van de formele wetgever. De beheersverordening wordt dan ook niet opgesteld door de formele wetgever, maar door de gemeenteraad. De bevoegdheid hiertoe wordt gegeven in artikel 3.38, eerste lid Wro. De gemeenteraad heeft (veel, maar) geen volledige vrijheid over hoe de beheersverordening er uitziet. Het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) schrijft namelijk in artikel 1.2.3 voor dat de beheersverordening langs elektronische weg wordt vastgelegd en vastgesteld. De verplichting hiertoe geldt vanaf 1 januari 2010. Tevens moet er een volledige verbeelding op papier zijn, zij het dat de elektronische versie juridisch gezien beslissend is. Ten behoeve van de digitalisering bepaalt artikel 1.2.1, tweede lid Bro ook dat een beheersverordening digitaal beschikbaar moet worden gesteld en volledig, toegankelijk en begrijpelijk moet worden verbeeld. Deze vereisten komen overeen met de vereisten die gelden voor een bestemmingsplan. Afgezien van deze wettelijke vereisten heeft de gemeenteraad de vrijheid om de inhoud van de beheersverordening naar eigen inzicht vast te stellen.

1.4.3 Procedure

Op de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen zijn de wettelijke inspraak- en bezwaar- en beroepsprocedures van toepassing.

Het vaststellen van een beheersverordening is een besluit tot vaststelling van een algemeen verbindend voorschrift, zoals elke verordening die door de raad wordt vastgesteld. Het instrument van de beheersverordening is uiteindelijk in de wet gekomen omdat er bij het vastleggen van de bestaande situatie nauwelijks een nieuwe belangenafweging hoeft plaats te vinden. Omdat de beheersverordening in beginsel regelt wat er nu al is danwel wat nu al mogelijk is werd het in de Wro niet noodzakelijk geacht bezwaar / beroep open te stellen. Daarom is er geen verplichting tot inspraak voorafgaand aan de vaststelling van een beheersverordening. Omwille van zorgvuldigheid van beleid zal echter voor de ter visie legging van de ontwerpbeheersverordening wel gelegenheid tot inspraak worden geboden.

1.4.4 Overige planologische instrumenten

De beheersverordening gaat uit van het vastleggen van het 'bestaand gebruik in ruime zin'. De bouw- en gebruiksmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan worden zoveel mogelijk overgenomen. Hierdoor bestaan nog mogelijkheden voor het beperkt toevoegen van bebouwing (bijvoorbeeld bijgebouwen op woonpercelen en het invullen van een aantal bestaande bouwtitels), en voor functiewisseling (met name op de gronden waarvoor een gemengde bestemming geldt).

Hoewel binnen de planperiode van tien jaar geen grootschalige ontwikkelingen zijn voorzien, is het niet uitgesloten dat zich binnen deze periode een initiatief aandient dat een grotere ruimtelijke ingreep tot gevolg heeft. De Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bieden in dat geval verschillende manieren om het initiatief mogelijk te maken. In een beheersverordening kunnen dergelijke initiatieven niet worden opgenomen.

De instrumenten die naast de beheersverordening kunnen worden ingezet om een (grootschaliger) ontwikkeling mogelijk te maken zijn:

  • het vergunningvrij bouwen;
  • de planologische kruimelgevallen;
  • de omgevingsvergunning voor het afwijken van de beheersverordening (te voorzien van een ruimtelijke onderbouwing), ook wel de planologische omgevingsvergunning genoemd;
  • een (postzegel)bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer

Deze beheersverordening is voorts als volgt opgebouwd.

  • In hoofdstuk 2 wordt de ruimtelijke en functionele situatie van het besluitgebied beschreven. Daarbij worden ook kort de ontwikkelingen sinds 2005 bezien. Hieruit volgt het beeld van de aanwezige lage dynamiek in het besluitgebied.
  • Hoofdstuk 3 beschrijft het plan zoals in de beheersverordening is vervat. Dit is het meest concrete hoofdstuk voor de eigenaren en gebruikers van de gronden en gebouwen.
  • Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het relevante provinciale en gemeentelijke beleid behandeld. In het bijzonder komt daarbij naar voren dat de provinciale Verordening ruimte nieuwe belangen bevat die in het vigerende bestemmingsplan niet zijn opgenomen. Dit is een relatief uitvoerig hoofdstuk, maar biedt daarmee het gehele planologische kader dat voor onderhavig besluitgebied van toepassing is.
  • Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van de omgevingsaspecten milieu, waarden en water. Omdat de beheersverordening geen nieuwe ontwikkelingen bevat, is afweging van c.q. toetsing aan omgevingsaspecten in principe niet aan de orde. Sinds 2005 is er wel nieuwe regelgeving. Daarom worden voor de volledigheid de reguliere omgevingsaspecten toch kort bezien.
  • In hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.
  • Hoofdstuk 7 bevat de juridische regeling van de beheersverordening.
  • Hoofdstuk 8 tot slot geeft het verloop van de procedure weer.

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse

Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het besluitgebied. Achtereenvolgens:

  • geschiedenis
  • ruimtelijke structuur
  • functies
  • ontwikkelingen sinds 2005

Deze aspecten zijn deels overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan, maar geactualiseerd naar 2015.

Nieuw in de gebiedsanalyse is de paragraaf:

  • juridisch-planologische situatie.

2.1 Geschiedenis

Onderstaande afbeelding geeft de situatie omstreeks 1850 weer. Het besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0008.jpg"

TOPOGRAFISCHE SITUATIE OMSTREEKS 1850

Om een gebied goed te begrijpen moet je de geschiedenis kennen. Deurne heeft van oudsher een spinragstructuur: vanuit het centrum liepen radialen (de oude linten) naar het buitengebied. Deze spelen nog altijd een belangrijke rol in de ruimtelijke structuur van Deurne. Het Haageind in het besluitgebied is één van deze oude radialen die het kasteel met het dorp verbond. Tot ca. 1970 was onderhavig plangebied (besluitgebied) overigens nog overwegend in agrarisch gebruik. Daarna volgen de stedelijke uitbreidingen die thans in een fase van afronding verkeren. Onderstaande afbeeldingen illustreren de transformatie van overwegend onbebouwd gebied naar een deel van de kern Deurne.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0009.jpg"

TOPOGRAFISCHE SITUATIE OMSTREEKS 1975 TOPOGRAFISCHE SITUATIE OMSTREEKS 2010

2.2 Ruimtelijke structuur

Onderstaande afbeelding geeft de ruimtelijke structuur van het besluitgebied weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0010.jpg"

RUIMTELIJKE STRUCTUUR (BRON: VIGEREND BESTEMMINGSPLAN)

Algemeen

Het besluitgebied is aangehaakt op de uitlopers van de historische lintenstructuur van Deurne. Voorts is bij de aanvang van de naoorlogse stedelijke ontwikkeling van het gebied de oorspronkelijke landschappelijke structuur in de wijk opgenomen. Tezamen met het handhaven en inpassen van de historische bebouwing heeft dit structuur en herkenbaarheid in de wijk gebracht en ervoor gezorgd dat de wijk bijzondere plekken heeft.

De meeste woningen binnen het besluitgebied zijn gebouwd in de jaren '80. Kenmerkend binnen de Heiakker is de duidelijke langzaamverkeersverbindingen in de wijk. In het noorden stroomt de Vlier door de Heiakker. De langzaamverkeersverbindingen die van west naar oost zijn gericht zijn gelegen op het oorspronkelijke (veld)wegenpatroon, gevormd door de Appeldijk, Veldweg en Nieuwe Wittedijk. De langzaamverkeersverbinding van noord naar zuid, Heiakkerpad, volgt de Peelrandbreuk. Door deze historisch bepaalde oost-west en nieuwe noord-zuid langzaamverkeersverbindingen met daaraan gelegen groenstructuren is de wijk Heiakker opgedeeld in 8 woonbuurten: Vogelweide, Meitmortel, Veengroes, Peelhof, Witteveld, Vlindertuin, Bloemgaarde, Kastelenerve (waarvan enkelen verwijzen naar de historische oorsprong en toponiem(en). Aan de oostzijde ligt de wijk Heiakker direct aan het buitengebied. Dit gebied staat van oudsher bekend als 't Riet en valt eveneens binnen onderhavige beheersverordening.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0011.jpg"

AFBEELDING WONEN OP HEIAKKER

Water

De beek de Vlier, de sloten en een grote vijver zijn van groot belang voor het watersysteem en de afwatering in het gebied. Doelstelling van beleid is en blijft versterking van de totale waarde van het watersysteem, waaronder de ecologische waarde. De vijver in het wijkpark en de grachten bij het Groot en Klein Kasteel zijn samen met de historische gebouwen en groenstructuur zeer beeldbepalend.

Groen

Het gebied heeft een heldere hoofdgroenstructuur die is ingegeven door landschappelijke kenmerken. Beeldbepalend is met name het Kasteelpark door de monumentale bomen en cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De Peelrandbreuk die in het gebied is gemarkeerd door middel van een dubbele bomenrij heeft een grote invloed gehad op het ontstaan van de wijk. Door de “symbolische” waarde is de breuklijn een identiteitsbepalende factor in de wijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0012.jpg"

GROENE ZONE PEELRANDBREUK

Verkeersstructuur

Het plangebied heeft een goede verbinding met zowel het centrum als de externe ontsluiting Helmondsingel. De langzaamverkeersstructuur is door de afstemming ervan op de groenstructuur aantrekkelijk en verkeersveilig. De interne auto-ontsluiting van de buurten is minder duidelijk;een beetje de zogenaamde bloemkoolstructuur.

Bebouwing

In de structuur en de bebouwing van de verschillende buurten van het besluitgebied is duidelijk de volgorde van ontwikkeling in de tijd te zien. De oudste buurten worden gekenmerkt door veel rijwoningen met een vrij eenduidige architectuur en relatief veel huurwoningen. In de loop der tijd zijn er veel twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen gebouwd, waarvan veel voor de vrije sector. Met name na 2000 is sprake van een grotere variatie in architectuur.

Bijzondere bebouwing (ziekenhuis, kantoren en voormalige verpleegstersflat) is te vinden in de Poort van Deurne.

Cultuurhistorie

Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is vooral te vinden langs de oudere linten, met name het Haageind, de Kulertseweg, de Molenstraat / Zeilbergsestraat en de Veldstraat. De kasteeltuin met de ruïne en het gebied met het kleine kasteel aan de andere zijde van Haageind vormen bijzonder waardevolle ensembles. Het gebied 't Riet is aardkundig waardevol.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0013.jpg"

HAAGEIND MET KASTEELRUÏNE

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0014.jpg"

KULERTSEWEG

Monumenten
Onderstaande afbeelding toont de ligging van de monumenten in het gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0015.jpg"

MONUMENTEN (BRON: VIGEREND BESTEMMINGSPLAN)

Holtens molen aan de Veldstraat is een monument en nog in bedrijf, waarvoor een molenbiotoop geldt. De molenbiotoop van de molen Marie Antoinette in Zeilberg ligt deels over het besluitgebied.

In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de archeologie, cultuurhistorie en monumenten.

Kabels en leidingen

In het plangebied liggen geen kabels en leidingen waarvoor een planologische bescherming nodig is.

2.3 Functies

In het besluitgebied overheerst de woonfunctie. In de woonbuurten zijn nauwelijks niet-woonfuncties aanwezig. Een aantal voorzieningen is gesitueerd in de centrale groenzone. Overige niet-woonfuncties zijn met name gesitueerd in De Poort van Deurne en langs de historische linten.

Wonen

In het besluitgebied staan ca. 2.300 woningen.

Bedrijvigheid

De grootste concentratie bedrijvigheid vormt De Poort van Deurne met onder meer kantoren en het Elkerliek Ziekenhuis.

Overigens is sprake van verspreide bedrijvigheid in het besluitgebied:

  • een houthandel aan de Veldstraat 37;
  • de vestiging van een tuinbouwvereniging, thans leegstaand, aan de Randweg 5.
  • aan de Molenstraat 69 is een administratiekantoor gevestigd.
  • agrarische bedrijven aan de oostelijke rand van het plangebied langs het Hornveld en aan de Kulertseweg.

Voorts was aan het Haageind 46 een kantoor van een voederbedrijf gevestigd, maar dat is inmiddels beëindigd.

Detailhandel en horeca

Detailhandel en horeca zijn zeer beperkt aanwezig in het besluitgebied.

Er is een bloemist op het adres Veldstraat 5. De voormalige versmarkt De Meent 24 is vervangen door twee vestigingen: een makelaarskantoor en een kapsalon. De aan de Veldstraat 37 gevestigde houthandel verkoopt ook aan particulieren hout, plaatmateriaal en aanverwante artikelen (doe-het-zelf).

Er zijn twee cafetaria’s in het plangebied: Eén aan de Molenstraat 67 en één aan De Meent 26/28. Aan het Haageind 29 ligt het restaurant Hof van Deurne, gevestigd in een oude boerderij, thans leegstaand.

Maatschappelijke en onderwijsvoorzieningen

Een groot aantal van de maatschappelijke voorzieningen is geconcentreerd in de gebouwen van het Elkerliek Ziekenhuis. Het betreft hier functies als poliklinieken, ambulancepost, rouwcentrum, huisartsenpraktijk, apotheek en fysiotherapeut. Het ziekenhuis is een dependance van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond. In deze situatie wordt geen verandering voorzien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0016.jpg"

ELKERLIEK ZIEKENHUIS MET LINKS DE VERPLEEGSTERSFLAT

In het besluitgebied staan twee basisscholen, D’n Heiakker en de Hasselbraam, beide gelegen in de centrale groenzone. Wijkcentrum D'n Heiakker is gehuisvest annex sporthal de Kubus, die ook in de centrale groenzone ligt.

Aan de Zeilbergsestraat zijn gevestigd: een tandarts op no.120A, een huisarts op no. 120C en een dierenartspraktijk, op no. 142.

Ook aan de Kulertseweg 11 is een tandartsenpraktijk gevestigd.

Dinghuis

In het Dinghuis bij het Groot Kasteel was de Vrije academie gevestigd.

Voor het Dinghuis geldt, binnen het geldende bestemmingsplan Heiakker, de   bestemming 'maatschappelijke doeleinden' met de mogelijkheid tot een aan deze  doeleinden ondergeschikte horecafunctie. Overigens is het bouwvlak voor dit pand aangepast, zoals nader beschreven in paragraaf 5.2.1.3.

Overige maatschappelijke voorzieningen zijn:

  • Jongerencentrum Sociëteit Walhalla, gevestigd in het Groot Kasteel.
  • Het Natuur en Milieu Educatie Centrum Deurne en een dierenparkje zijn beide gelegen op een perceel naast de kasteeltuin, binnen de bestemming Groenvoorzieningen.

Sport en recreatie

Sportvoorzieningen in het gebied zijn de tennisvelden in de kasteeltuin (Tennisvereniging Deurne), sporthal de Kubus, gelegen in de centrale groenzone.

In de laagbouw aan de voormalige zustersflat op het adres Dunantweg 12/14 is fitness center 'One life RX Sports, Wellness for you' gevestigd.

De locatie Wittedijk 2 is niet langer in gebruik door Jong Nederland. Daarmee is de bestemming 'Maatschappelijk' komen te vervallen.

Conclusies

Wonen is de belangrijkste functie in het besluitgebied. Specifieke werklocaties zijn de Poort van Deurne en het agrarisch gebied aan de oostkant van het plangebied (Hornveld). Andere functies (detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen etc.) zijn beperkt en verspreid te vinden langs de oude linten en in de centrale groenzone. Een bijzonder gegeven is houthandel Holten aan de Veldstraat als afwijkende functie in de woonwijk.

De vigerende niet-woonfuncties behouden de vigerende bestemming.

2.4 Ontwikkelingen sinds 2005

In het bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand waren ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen. De feitelijke ontwikkelingen sinds 2005 worden hierna worden kort toegelicht. Dit geeft inzicht in de mate van stedelijke dynamiek.

2.4.1 Wonen

In het bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand zijn de in 2005 bestaande woningen als zodanig bestemd. Voorts bevatten verschillende bestemmingen mogelijkheden voor de bouw van nieuwe woningen.

Ad bestemming Woongebied 2

In deze bestemming was een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van 10 grotere woningen op ruime percelen en 1 woning op een kleiner perceel. De Raad van State heeft de wijzigingsbevoegdheid vernietigd, omdat de natuurbelangen niet voldoende beschermd waren.

In de beheersverordening zijn voor dit gebied geen mogelijkheden voor woningbouw meer opgenomen. Het bedoelde gebied krijgt de bestemming Groen.

Ad bestemming Woongebied

De bestemming Woongebied Wg geeft diverse mogelijkheden voor nieuw te bouwen woningen:

  • 1. rechtstreeks, voorzover ter plaatse de aanduiding 'W extra toegestane woning' geldt;
  • 2. op basis van vrijstelling in geval van voormalige boerderijen;
  • 3. op basis van wijziging; voorzover op de plankaart aangeduid als 'gebied met wijzigingsbevoegdheid C' voor maximaal 2 woningen;
  • 4. op basis van de bestemming Woondoeleinden nader uit te werken.

De mogelijkheden 3 en 4 zijn opgenomen in het bestemmingsplan Zonnedauw, waarin totaal 18 woningen zijn toegestaan.

Ad andere bestemmingen

Voorts zijn in de volgende vigerende bestemmingen wijzigingsbevoegdheden voor wonen opgenomen.

  • In de bestemming Bedrijfsdoeleinden voor de locatie Veldweg/Veldstraat, Houthandel Holten, zonder concreet aantal woningen. Deze wijzigingsbevoegdheid is niet benut, en vervalt omdat in een beheersverordening geen wijzigingsbevoegdheid past.
  • In de bestemming 'Agrarisch bouwblok' is voor het perceel Kulertseweg 14 een wijzigingsbevoegdheid voor één nieuwe woning opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheid is vervat in het bestemmingsplan Kulertseweg 14, waarin een boerderijsplitsing en één extra woning is opgenomen.

Bestemmingsplan De Weijst en De Weijst, 1e wijziging

Sinds 2005 zijn ook bestemmingsplan De Weijst en De Weijst, 1e wijziging vastgesteld. Dit is binnen het besluitgebied een bijzondere ontwikkeling sinds 2005, die gebaseerd is op de provinciale regeling 'Ruimte voor Ruimte' woningen.

Bestemmingsplan De Weijst en De Weijst, 1e wijziging bieden ruimte aan 33 woningen. Tot eind 2015 zijn er 32 gerealiseerd of in aanbouw, met nog één te realiseren woning ter plaatse van De Eeuwsels 2.

Bovenstaande toelichting op de planontwikkeling sinds 2005 leidt tot de volgende stand van de woningbouw in het besluitgebied

adres   toegestaan   gerealiseerd   op te nemen in
beheersverordening  
De Burcht nrs. 1, 2, 14, 16,   3   3   0  
De Burcht nr. 18   1   1   0  
Diepenbroek (onderdeel project De Weijst)   11   11   0  
De Eeuwsels, resteert nr. 2 (onderdeel project De Weijst)   18   17   1  
bp De Weijst 1e wijziging   4   4   0  
Haageind tussen nrs. 52 en 54   2   0   2  
Hofstede naast nr. 39   1   0   1  
Kleine Vos naast nr. 7   2   0   2  
Kulertseweg nr. 13   1   1   0  
Kulertseweg nr. 14   2   2   0  
Kulertseweg nr. 16   1   1   0  
Kulertseweg nr. 27   1   1   0  
Randweg tussen nrs. 6 en 8   1   0   1  
Rode Wouw tussen nrs. 1 en 5   1   0   1  
Peelslenk nr. 14   1   0   1  
Wittedijk   2   2   0  
Zeilbergsestraat tussen nrs. 102 en 106   2   0   2  
Zeilbergsestraat nr. 120B   1   0   1  
Zeilbergsestraat nr. 120D   1   1   0  
Zonnedauw   16   9   7  
totaal aantal woningen   72   53   19  

Er resteren anno 2015 nog 19 nieuwbouwmogelijkheden op basis van de geldende bestemmingsplannen. Dit aantal past in het geleidelijke realiseringsproces van een bestemmingsplan. De te bouwen woningen worden dan ook niet als een 'nieuwe ontwikkeling' beschouwd. In de beheersverordening zijn de nog te realiseren woningen met het besluitsubvlak 'maximum aantal wooneenheden' opgenomen.

2.4.2 Bedrijvigheid

In het vigerende bestemmingsplan Heiakker e.o. / Noordrand zijn alle in 2005 bestaande bedrijven positief bestemd, onder een van de bestemmingen:

  • Bedrijfsdoeleinden
  • Dienstverlening
  • Gemengde doeleinden.

Thans in 2015 is de situatie als volgt.

Ad bestemming Bedrijfsdoeleinden

Deze bestemming is alleen van toepassing voor houthandel Holten Van de Wal, Veldstraat 37.

Dit bedrijf is onveranderd aanwezig.

Ad bestemming Dienstverlening

  • 1. Op de locatie Poort van Deurne / Dunantweg is de Rabobank uitgebreid en is het nieuwe kantoor van Bergopwaarts gebouwd. Er resteert nog een bouwzone langs de noordrand van de bestemming. Deze nog aanwezige mogelijkheid past in het geleidelijke realiseringsproces van een bestemmingsplan. Deze mogelijkheid wordt niet gezien als een nieuwe ontwikkeling en is ongewijzigd opgenomen in de beheersverordening.
  • 2. De 'verpleegstersflat' is in de afgelopen jaren gebruikt als kamers voor de studenten van het hippisch centrum. Dit centrum sluit in 2016. De verpleegstersflat heeft tot nu toe altijd een woonfunctie voor bijzondere doelgroepen gehad. Thans is sprake van tussentijds gebruik. In de beheersverordening wordt een dergelijke bijzondere functie gecontinueerd.

Sinds 2005 heeft een uitbreiding van kantoren plaatsgevonden binnen de vigerende bestemmingen die overigens onveranderd blijven.

Ad bestemming Gemengde doeleinden

Hieronder vallen detailhandel, horeca, kantoren en artsenpraktijken:

  • 1. Detailhandel:
    • a. tuincentrum, Veldstraat 5; in bedrijf.
    • b. versmarkt aan De Meent; veranderd in een makelaarskantoor en kapsalon.
    • c. 'doe het zelf' bij houthandel Holten Van de Wal, Veldstraat 37; in bedrijf.

  • 2. Horeca
    • a. cafétaria, De Meent 26; in bedrijf.
    • b. restaurant, Haageind 29; thans leegstaand.
    • c. cafétaria, Molenstraat 67; in bedrijf.

  • 3. Kantoren
    • a. handelsbedrijf Haageind 46; thans niet in bedrijf.
    • b. kantoor, Molenstraat 69; in bedrijf.
    • c. kantoor Zeilbergsestraat 142, in bedrijf.

  • 4. Artsenpraktijken
    • a. Artsenpraktijk (huis- en tandarts) Zeilbergsestraat 120 A en 120C; in bedrijf.
    • b. Voorts is op Kulertseweg 11, een nieuwe tandarts gevestigd. Dit is passend, zijnde een beroep aan huis binnen de bestemming 'Woongebied'.

De veranderingen zijn mogelijk binnen de vigerende bestemmingen. Betreffende bestemmingen blijven onveranderd.

2.4.3 Maatschappelijke doeleinden

Hieronder vallen algemeen maatschappelijke en onderwijsvoorzieningen.

  • 1. Het Elkerliek Ziekenhuis, Henri Dunantweg 16, is een dependance van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond. Aanwezig zijn een polikliniek, ambulancepost, rouwcentrum, huisartsenpraktijk, apotheek, fysiotherapeut. Vanuit Deurne wordt in het bijzonder zorg geboden aan de regio's De Peel en Limburg. In het algemeen beleidsplan van het Elkerliek Ziekenhuis als geheel wordt hierin geen verandering verwacht. De bestemming voor het ziekenhuis is onveranderd in de beheersverordening overgenomen.
  • 2. De onderwijsvoorzieningen in het besluitgebied zijn de basisscholen D'n Heiakker, Patrijs 33 en de Hasselbraam, Torteltuin 2.
  • 3. Wijkcentrum D'n Heiakker, gehuisvest in sporthal De Kubus, De Meent 3.
  • 4. Natuur en Milieu Educatiecentrum De Ossenbeemd, Haageind 31.
  • 5. Jongerencentrum Sociëteit Walhalla, Groot Kasteel, Haageind 37.
  • 6. De functie Vrije Academie, Dinghuis, Haageind 39 is vervallen. Het is wenselijk dat dit gebouw een functie behoudt. De status van monument blijft behouden.

Binnen de bestemming Maatschappelijke doeleinden is één verandering opgetreden. De bestemming voor het Dinghuis en het Groot Kasteel blijft Maatschappelijk, maar met op de bestaande bebouwing afgestemde bouwvlakken.

2.4.4 Sport en recreatie

De voorzieningen voor sport en recreatie in het besluitgebied zijn:

  • 1. het tennispark, Kasteeltuin, Haageind 61 (vigerende bestemming 'Sport en recreatie');
  • 2. sporthal De Kubus, De Meent 1 (vigerende bestemming 'Maatschappelijke doeleinden');
  • 3. sport en gezondheidscentrum One life RX Sports, Wellness for you, Dunantweg 12/14 (vigerende bestemming 'Dienstverlening').

Sinds 2005 is het tennispaviljoen gebouwd. Voorts is de locatie Wittedijk 2 niet langer in gebruik door Jong Nederland. Hier is de maatschappelijke bestemming gewijzigd in Agrarisch. Overigens zijn er geen veranderingen met betrekking tot de sport en recreatie. De betreffende bestemmingen blijven onveranderd.

2.4.5 Agrarische bouwblok
  • 1. Het agrarische bedrijf Kulertseweg 12 is onveranderd als akkerbouwbedrijf in bedrijf.
  • 2. Het agrarisch bedrijf Kulertseweg 14 is veranderd, zoals vervat in het bestemmingsplan Kulertseweg 14. Gebruik is gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid naar wonen, in combinatie met een verkleining van het agrarisch bouwblok en een functionele beperking tot tuinbouw. Ontsluiting agrarisch bouwblok is via de Vaarweg.
  • 3. Het agrarisch bedrijf Hornveld 30 is onveranderd, met in de voorbije jaren de SVR Camping De Koehorn als nevenfunctie.
  • 4. Agrarisch bedrijf Hornveld 4 was tot voor kort een glastuinbouwbedrijf. De kas staat thans leeg.
  • 5. Op het adres Randweg 5 lag tot voor kort de bedrijfslocatie voor een tuinbouwvereniging met een bouwvlak binnen de bestemming Agrarisch gebied. Thans is sprake van leegstand.

Sinds 2005 zijn veranderingen op een paar agrarische bouwblokken opgetreden. Voorzover sprake kan zijn van tijdelijke bedrijfsbeëindiging wordt de agrarische bestemming gehandhaafd, zodat continuering van een agrarisch bedrijf mogelijk blijft. De bestemming Agrarisch bouwblok wordt vervangen door de bestemming Agrarisch met een bouwvlak.

2.5 Conclusies gebiedsanalyse

Samenvattend wordt geconcludeerd dat in het besluitgebied Heiakker e.o. / Noordrand sinds de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan de volgende veranderingen zijn opgetreden:

  • Bergopwaarts heeft nieuw kantoor gebouwd;
  • de Rabobank is uitgebreid;
  • er zijn 53 nieuwe woningen gebouwd, waarvan 32 in het project De Weijst en 9 in het project Zonnedauw;
  • de versmarkt De Meent 24 A/B is veranderd in een makelaarskantoor en een kapsalon;
  • een tandartsenpraktijk is gevestigd op Kulertseweg 11 als een beroep aan huis
  • binnen de bestemming Gemengd zijn thans niet in bedrijf Haageind 29 (restaurant) en Haageind 46 (handelskantoor).
  • binnen de bestemming Maatschappelijk is het Dinghuis bij het Groot Kasteel thans niet in gebruik.

Een en ander leidt tot de algemene conclusies dat:

  • 1. het centrale gebied van Heiakker e.o. / Noordrand stabiel is, met zelfs een afname van de activiteiten binnen de bestemming Gemengde doeleinden;
  • 2. de Poort van Deurne een geleidelijke ontwikkeling doormaakt conform de vigerende bestemmingen;
  • 3. aan de oostkant een bijzonder project - Ruimte voor Ruimte woningen De Weijst - is gerealiseerd, behoudens nog 1 te bouwen woning.

Het project De Weijst is eenmalig en zo goed als afgerond. De mogelijke ontwikkelingen in De Poort van Deurne zijn bijna gerealiseerd conform de vigerende bestemmingen. Er zijn daar geen nieuwe initiatieven aan de orde.

Als geheel kan het besluitgebied gekenmerkt worden als een gebied waar weinig veranderingen te verwachten zijn, behoudens de ruimte binnen de vigerende bestemmingen in De Poort van Deurne. Het besluitgebied als geheel gaat een stedenbouwkundige fase in met lage dynamiek.

Hoofdstuk 3 Plan

Na voorgaande inventarisatie en analyse volgt in dit hoofdstuk de beschrijving van het feitelijke plan.

3.1 Algemeen

In de beheersverordening wordt in principe de bestaande planologische situatie vastgelegd die bepaald wordt door het feitelijke gebruik en de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan.

Gekozen is voor variant 2b, uit de in de VNG-handreiking genoemde opties: een gebruik in brede ruime zin. De motivering hiervoor is dat in het besluitgebied geen nieuwe ontwikkelingen voorzien zijn en een periode met een lage ruimtelijke dynamiek aanbreekt.

Omwille van de levendigheid c.q. leefbaarheid is het echter wenselijk, dat de nog resterende mogelijkheden voor lokale dynamiek in het vigerende bestemmingsplan van toepassing blijven.

3.2 Uitgangspunten

Aansluitend op de wenselijkheid van het behoud van de bestaande planologische mogelijkheden wordt bij het bepalen van de nieuwe bestemmingen (in de beheersverordening besluitvlakken genoemd) zoveel mogelijk uitgegaan van de vigerende bestemmingen. Deze worden hierna bezien op hun actualiteit.

3.2.1 Agrarisch gebied

Dit zijn agrarische gronden waarop alleen grondgebonden agrarische bedrijfsuitoefening inclusief tuinbouw is toegestaan.

Aan deze bestemming wordt toegevoegd het besluitvlak 'reservering waterberging', zoals opgenomen in de provinciale Verordening ruimte 2014.

De thans vigerende agrarische bouwblokken, waaronder het verkleinde bouwblok Kulertseweg 14, zijn met een apart bouwvlak aangegeven.

Het vigerende bouwvlak Randweg 5 van de voormalige tuinbouwvereniging wordt onveranderd overgenomen.

Voorts krijgen de volkstuinen aan de Kulertseweg het besluitsubvlak 'volkstuin'.

3.2.2 Bedrijfsdoeleinden

De bestemming wordt 'Bedrijf'. Houthandel Holten Van de Wal krijgt deze bestemming, met uitzondering van de vigerende wijzigingsbevoegdheid naar wonen, die vervalt.

3.2.3 Dienstverlening

Deze bestemming wordt overgenomen met:

  • behoud van de resterende bouwmogelijkheden voor kantoren;
  • gebruik van de verpleegstersflat als hotel en/of huisvesting van studenten of daarmee vergelijkbare groepen.
3.2.4 Gemengde doeleinden

Deze bestemming wordt 'Gemengd'. Vanwege de gewenste planologische flexibiliteit en behoud van levendigheid blijft deze bestemming van kracht op alle percelen waar deze thans vigeert.

Binnen deze bestemming zijn de functies detailhandel (dh) en horeca (h) op de verbeelding aangeduid. Ook deze aanduidingen blijven gehandhaafd.

Functieveranderingen

In het vigerende bestemmingsplan is onderstaand schema voor functieveranderingen opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0017.png"

nt = niet toegestaan

t = toegestaan

v = alleen toegestaan na vrijstelling

Dit schema wordt niet opgenomen in de beheersverordening. De mogelijkheid van functiewisseling wordt in de regels vastgelegd. De regeling ziet er anders uit, maar blijft inhoudelijk ongewijzigd:

  • 1. Detailhandel en horeca zijn toegestaan op locaties waar deze nu uitgeoefend worden, zoals met besluitsubvlakken is aangeduid. Nieuwe vestigingen zijn uitgesloten. Een functiewijziging van horeca naar detailhandel is (blijft) mogelijk.
  • 2. De toegestane bedrijven worden beperkt tot de categorie aan huis verbonden beroep (rechtstreeks) en aan huis verbonden bedrijf (na afwijkingsprocedure), overeenkomstig de bij het plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijvenlijst is dezelfde als die is opgenomen in de beheersverordening Zeilberg.

Overigens blijft omschakeling naar een andere, binnen het besluitvlak 'Gemengd' toegestane functie mogelijk.

3.2.5 Groen

De vigerende bestemming Groenvoorzieningen wordt 'Groen'. Hiertoe behoren de kasteeltuin, het park achter het klein-kasteel met de Maria vredeskapel, en de aansluitende centrale groenzone door Heiakker. De functie van deze gebieden verandert niet. Wel wordt aan de omschrijving besluitvlak toegevoegd: het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden'.

Deze functie was impliciet in de vigerende bestemming vervat, maar wordt nu expliciet genoemd overeenkomstig de hedendaagse zorgvuldigheid met betrekking tot de natuurwaarden.

3.2.6 Maatschappelijk

De vigerende bestemming Maatschappelijke doeleinden wordt 'Maatschappelijk'. Hiertoe behoren de voorzieningen, zoals in paragraaf 2.3 genoemd.

3.2.7 Molen

Deze bestemming betreft Holten's Molen en wordt opgenomen in de bestemming Gemengd, met handhaving van de vigerende bouw- en gebruiksregels. De molen is in bedrijf. Voor de bijbehorende molenbiotoop is dezelfde regeling gekozen zoals van toepassing voor de molen Marie Antoinette in Zeilberg. Een deel van de molenbiotoop Marie Antoinette ligt binnen het besluitgebied van voorliggende beheersverordening.

3.2.8 Sport en recreatieve doeleinden

De vigerende bestemming Sport en recreatieve doeleinden wordt 'Sport' en geldt voor het tennispark. De enige verandering betreft de bouw van het tennispaviljoen conform de bouwregels.

3.2.9 Verkeer

Alleen Haageind, Molenstraat en Zeilbergseweg hebben deze bestemming. Het zijn de dorpsontsluitingswegen. Deze regeling verandert niet.

3.2.10 Water

Onder de vigerende bestemming Waterdoeleinden - in de beheersverordening 'Water' geheten - valt de Vlier, alsmede de A-watergangen. Het watersysteem verandert niet. Wel wordt aan de omschrijving besluitvlak 'behoud en ontwikkeling van natuurwaarden' toegevoegd. Deze functie was impliciet in de vigerende bestemming vervat, maar wordt nu expliciet opgenomen overeenkomstig de hedendaagse zorgvuldigheid met betrekking tot natuurwaarden.

3.2.11 Watermolen/wonen

De rijksmonumenten Watermolen en Klein Kasteel hebben deze specifieke bestemming. Vanwege de hoge ruimtelijke kwaliteit van dit ensemble blijft de aparte bestemming voor dit gebied gehandhaafd, met als functies wonen en logies. In het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor ondergeschikte horeca. Deze wijzigingsbevoegdheid is niet benut en vervalt.

Voor de reeds toegestane functie logies is een nieuw paviljoen getekend. Daartoe is op de verbeelding een nieuw bouwvlak op maat opgenomen.

3.2.12 Woongebied

Deze bestemming blijft van toepassing voor de gronden waar deze bestemming sinds 2005 geldt, aangevuld met de nieuwe bestemmingsplannen Kulertseweg 14, De Weijst, De Weijst,1e wijziging en Zonnedauw. Er resteren nog 19 rechtstreeks nieuw te bouwen woningen. Deze worden in de bestemming 'Woongebied' opgenomen.

Er worden geen nieuwe woonbouwlocaties opgenomen. Het plan bevat ook geen wijzigingsbevoegdheid of andere flexibiliteitsbepaling voor extra woningen.

Derhalve zijn in de beheersverordening totaal 19 nieuwe woningen mogelijk, die op basis van de vigerende bestemmingen reeds mogelijk zijn.

3.3 Keuzen inzake discrepanties tussen het vigerende bestemmingsplan 2005 en het huidige gebruik

In deze paragraaf worden de mogelijke discrepanties toegelicht, onderscheiden in vier soorten:

  • 1. Legale afwijkingen
  • 2. Fout in het vigerende bestemmingsplan
  • 3. Leegstand
  • 4. Overige discrepanties

Ad 1. Legale afwijkingen

Na vaststelling bestemmingsplan 2005 hebben wijzigingen in de woonbestemming plaats gevonden. op basis van vrijstellingen voor boerderijsplitsing en nieuwe bestemmingsplannen.

Deze locaties liggen in de beheersverordening in het besluitvlak 'Woongebied'.

Voorts is binnen de bestemming Gemengde doeleinden sprake van functieverandering op de adressen De Meent 24A en 24B: van versmarkt (detailhandel) naar makelaarskantoor en kapsalon. Dit is rechtstreeks gebeurd op basis van het vigerende schema functiewisseling.

Vanwege de functie buurtcentrum blijft de functie detailhandel van kracht.

Ad 2. Correctie plangrens

Er zijn geen echte fouten geconstateerd. Wel is sprake van kleine (meet)verschillen ten aanzien van de ligging van de plangrens met aangrenzende bestemmingsplannen / beheersverordeningen. De plangrens in deze beheersverordening is het meest recent en wordt bepalend.

Ad 3. Leegstand

In geval van leegstand wordt uitgegaan van het laatst bestaande legale gebruik en een meest toepasselijke bestemming. Dit is van toepassing voor de volgende situaties.

Bestemming agrarisch

  • Randweg 5, voormalige vestiging tuinbouwvereniging.

Deze bestemming blijft gehandhaafd omdat sprake is van bestaande bebouwing in goede staat en een continuering van een zelfde type bedrijvigheid de omgeving niet schaadt.

Bestemming Gemengde doeleinden

Hiertoe zijn te rekenen de beëindiging van:

  • Haageind 29, horeca Hof van Deurne;
  • Haageind 46, handelskantoor voor veevoeder.

De bestemming 'Gemengd' blijft gehandhaafd, vooral ook omdat dit goed past in het karakter van het oude lint.

Ad 4. Overige discrepanties

Criteria voor het legaliseren van de overige discrepanties zijn:

  • 1. het bestaande gebruik is mogelijk binnen de in de beheersverordening opgenomen besluitvlakken;
  • 2. het bestaande gebruik bestaat al langere tijd;
  • 3. de nieuwe bestemming (besluitvlak) is planologisch aanvaardbaar op de betreffende locatie;
  • 4. er is gedurende de periode van het afwijkende gebruik geen klacht of verzoek tot handhaving ingediend met betrekking tot de betreffende locatie en handhavend optreden is ook niet wenselijk.

Tot deze categorie kan het gebruik van de verpleegstersflat gerekend worden, waar thans sprake is van tussentijds gebruik.

3.4 Flexibiliteitsregels

In het bijzonder is met betrekking tot de flexibiliteitsregels in de beheersverordening voor het volgende gekozen.

  • 1. De vrijstellingsmogelijkheden (thans afwijkingen geheten) van de bouw- en gebruiksvoorschriften zoals opgenomen in de vigerende bestemmingen blijven onveranderd van kracht.
  • 2. De wijzigingsbevoegdheden binnen de vigerende bestemmingen 'Agrarisch bouwblok' en 'Woongebied' zijn reeds benut en vervallen.
  • 3. De wijzigingsbevoegdheid in de vigerende bestemmingen 'Bedrijfsdoeleinden' en 'Watermolen/Woondoeleinden' zijn niet benut, maar vervallen ook, omdat in een beheersverordening geen wijzigingen passen.
  • 4. In de bestemming 'Gemengd' blijven functieveranderingen mogelijk. Het schema functieveranderingen wordt vervangen door de afwijkingsregels.

3.5 Beheer en onderhoud gebouwen, erven en openbare ruimten

De beheersverordening kent een dusdanig regeling, dat regulier onderhoud, woningverbetering en herinrichting openbare ruimten (straten, pleinen, plantsoenen) mogelijk blijven.

Eventuele herstructurering met aanpassingen van de ruimtelijke en/of bebouwingsstructuur vereist een bestemmingsplanprocedure of een uitgebreide procedure omgevingsvergunning.

3.6 Vergunningvrij bouwen

Vergunningvrij bouwen is geregeld in artikel 2.1 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in combinatie met artikel 2.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Deze regeling blijft in gebieden met een beheersverordening onverminderd van kracht.

3.7 Samenvattend overzicht plan

Uitgangspunt is de bestaande planologische situatie respecteren binnen wettelijke kaders. De volgende mogelijkheden vervallen in de beheersverordening

Locatie   Bestemmingsplan Heiakker   Beheersverordening Heiakker  
Locatie Veldweg/Veldstraat   Bedrijfsdoeleinden met wijzigingsbevoegdheid woningbouw   Bedrijfsdoeleinden (wijzigingsbevoegdheid vervalt)  

OVERZICHTSCHEMA VERVALLEN MOGELIJKHEDEN

Voorts zijn samenvattend naar aanleiding van de inventarisatie zoals in de vorige paragrafen beschreven de gebruiksmogelijkheden in onderstaand schema en afbeelding weergegeven.

Vigerend bestemmingsplan 'Heiakker e.o. - Noordrand' (2006)  
adres   aanwezige functies   Bestemmingsplan   Beheersverordening Heiakker  
De Meent 24 A/B   makelaarskantoor en kapsalon   Gemengde doeleinden - detailhandel   Gemengd, detailhandel  
Haageind 29   leegstaand   Gemengde doeleinden, horeca   Gemengd met specificatie horeca  
Haageind 39
(Dinghuis)  
leegstaand   Maatschappelijk   Maatschappelijk  
Haageind 46   wonen   Gemengde doeleinden   Gemengd, zonder specificatie  
Randweg 5   leegstaand   Agrarisch bouwblok   Agrarisch met aanduiding bouwvlak  

OVERZICHTSCHEMA ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0018.jpg"

OVERZICHTSKAART WONINGBOUWMOGELIJKHEDEN

Hoofdstuk 4 Beleid

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:

  • nationaal niveau;
  • provinciaal niveau;
  • gemeentelijk niveau.

4.1 Nationaal niveau

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uitgebracht. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Voor onderhavig plan zijn geen van de nationale belangen aan de orde. Het meest nabij gelegen belang betreft het obstakelbeheergebied van de Vliegbasis De Peel dat over het noordoostelijke deel van Deurne valt, maar niet tot het besluitgebied reikt.

Conclusie
Het Barro is niet van toepassing op het plan.

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is van toepassing op het plan. Specifiek aandachtspunt is het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2, waarin de verplichting is opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren; de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking.

De essentie van een beheersverordening is dat geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden toegelaten.

Conclusie
Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening en aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.1.3 Overig nationaal beleid

Het overige nationale beleid is niet specifiek van toepassing op onderhavig plan.

4.2 Provinciaal niveau

Het provinciale ruimtelijk beleid is in het bijzonder vastgelegd in de nota's:

  • Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014;
  • Verordening ruimte 2014.

Het plan wordt aan deze twee nota's getoetst.

4.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het provinciale bestuur op de ontwikkeling van Noord-Brabant.

Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. Onderhavig besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0019.jpg"

UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ORDENING

Analyse

Het besluitgebied ligt grotendeels binnen de kern Deurne, die als een 'kern in het landelijk gebied' is aangeduid.

Voorts zijn er twee aanduidingen.

De zuidoostelijke rand van het besluitgebied is aangeduid als 'zoekgebied verstedelijking'. Conform het structuurvisiebeleid moeten deze kernen in dit zoekgebied voorzien in de lokale verstedelijkingsbehoefte voor wonen, werken en voorzieningen. Hierbij moet zoveel mogelijk gezocht worden naar locaties binnen het bestaande ruimtebeslag van de betreffende kern.

Onderhavige beheersverordening betreft een consolidatie van de bestaande planologische situatie. Er is weliswaar nieuwe bebouwing mogelijk - waaronder nieuwe woningen - maar die is reeds in het vigerende bestemmingsplan mogelijk.

In de noordoostelijke rand is een 'waterbergingsgebied' aangeduid. Dit is in de beheersverordening verwerkt als besluitsubvlak 'reservering waterberging'.

Conclusie

De beheersverordening is in overeenstemming met de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening.

4.2.2 Verordening ruimte 2014

De Verordening ruimte stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken.

Onderhavige beheersverordening wordt hieraan getoetst. De Verordening maakt onderscheid in structuren en aanduidingen .

Ad structuren

Het besluitgebied ligt:

  • grotendeels in 'Bestaand stedelijk gebied', artikel 4;
  • en deels in 'Gemengd landelijk gebied, artikel 7.

Ad 'Bestaand stedelijk gebied'

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de themakaart 'Stedelijke ontwikkeling'. Het besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0020.jpg"

VERORDENING RUIMTE 2014 UITSNEDE THEMAKAART - STEDELIJKE ONTWIKKELING

Voor de bouwmogelijkheden in de beheersverordening is artikel 4.2 van toepassing.

"Artikel 4.2 - Stedelijke ontwikkeling

Een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling is uitsluitend gelegen in bestaand stedelijk gebied."

Voor zover in het besluitgebied stedelijke ontwikkelingen zijn toelaten, zijn deze gelegen binnen bestaand stedelijk gebied zoals vervat in de bestemmingsplannen Heiakker e.o. / Noordrand en De Weijst.

"Artikel 4.3 - Nieuwbouw van woningen

De toelichting bij een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwbouw van woningen bevat een verantwoording [...]"

Voor zover nieuwbouw van woningen is toegestaan betreft dit reeds rechtstreeks positief bestemde woningen in het vigerende bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan.

Ad 'Gemengd landelijk gebied'

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de themakaart 'Agrarische ontwikkeling'. Het besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0021.jpg"

VERORDENING RUIMTE 2014 UITSNEDE THEMAKAART - AGRARISCHE ONTWIKKELING

Van toepassing is artikel 7.1 lid 2.

"7.1. Beschrijving gemengd landelijk gebied lid 2.

De toelichting van het bestemmingsplan bevat een verantwoording [...]"

De oostrand van het besluitgebied valt binnen de structuur 'Gemengd landelijk gebied' Stedenbouwkundig bezien is het een kernrandgebied, overwegend in agrarisch gebruik, maar kent ook verspreide niet-agrarische bebouwing en functies. In het vigerende bestemmingsplan zijn 6 agrarische bouwvlakken opgenomen.

De bestaande situatie met de erbij behorende bestemmingen is overigens onveranderd in de beheersverordening opgenomen.

Ad aanduidingen

Daarnaast zijn de volgende aanduidingen aan de orde:

  • Integratie stad - land, artikel 9;
  • Reservering waterberging, artikel 14;
  • Aardkundig waardevol, artikel 21;
  • Beperking veehouderijen, artikel 25;

Ad 'Integratie stad - land'

9.1 Gebieden Integratie stad - land

  • 1. In afwijking van artikel 4.2 (stedelijke ontwikkeling) kan een bestemmingsplan, ter plaatse van de aanduiding 'Integratie stad-land' voorzien in een stedelijke ontwikkeling mits:
    • a. deze in samenhang en in evenredigheid geschiedt met een groene en blauwe landschapsontwikkeling binnen de aanduiding 'Integratie stad-land' of de naaste omgeving;

Op basis van dit artikel is in 2007 het bestemmingsplan De Weijst c.q. De Weijst 1e wijziging vastgesteld. Het betrof een project Ruimte voor Ruimte woningen. Dit was een bijzonder eenmalig project dat goeddeels voltooid is. De enige resterende nog te bouwen woning is in deze beheersverordening overgenomen.

Ad 'Reservering waterberging'

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de themakaart 'Water'. Het besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0022.jpg"

VERORDENING RUIMTE 2014 UITSNEDE THEMAKAART - WATER

"14.1 Reservering waterberging

  • 1. In aanvulling op hoofdstuk 3 'Structuren' strekt een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'Reservering waterberging' mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.
  • 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling."

De aanduiding 'reservering waterberging', waarvan de begrenzing overeenkomt met die van het provinciaal Waterplan 2010-2015, ligt binnen de vigerende bestemming Agrarisch gebied. Binnen deze bestemming (uit 2005) is het belang van de waterreservering niet opgenomen. In voorliggende beheersverordening geschiedt dat wel door een besluitsubvlak op te nemen met een regeling, zoals opgenomen in de provinciale Verordening ruimte (artikel 20.3 Reservering waterberging). In deze regeling is een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor werkzaamheden ter bescherming van dit provinciale belang.

Ad Aardkundig waardevol

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de themakaart 'Cultuurhistorie'. Het besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0023.jpg"

VERORDENING RUIMTE 2014 UITSNEDE THEMAKAART - CULTUURHISTORIE

Deze aanduiding geldt voor de oostrand van het besluitgebied ten noorden van de Wittedijk.

  • 1. "In aanvulling op hoofdstuk 3 'Structuren' geldt ter plaatse van de aanduiding 'Aardkundig waardevol' dat een bestemmingsplan:
    • a. mede is gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden;
    • b. regels stelt ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden."

Volgens de provinciale aardkundig Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant betreft het gebied Peelrandbreuk. De Peelrandbreuk in het algemeen, en meer specifiek bij Uden-Bedaf, vormt een unieke locatie voor demonstratie en studie van tektonische bodembewegingen en breukwerking in losse gesteenten, en de invloed daarvan op de geologische opbouw, de geohydrologie en ecologie van het gebied (o.a. wijstgronden). Ook bij andere breuken die dit gebied doorkruisen komen gelijkaardige verschijnselen voor, zij het wat minder uitgesproken of duidelijk zichtbaar.

 

De aanduiding 'aardkundig waardevol' ligt binnen de vigerende bestemming Agrarisch gebied. Binnen deze bestemming uit 2005 is het aardkundige belang niet opgenomen. In voorliggende beheersverordening geschiedt dat wel door een besluitsubvlak op te nemen met een regeling, zoals opgenomen in de provinciale Verordening ruimte (artikel 20.1 Aardkundig waardevol). In deze regeling is een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor werkzaamheden ter bescherming van dit provinciale belang.

Ad beperkingen veehouderij

Deze aanduiding geldt voor de gehele oostrand van het besluitgebied.

"25.1 Beperkingen veehouderij

  • 1. In afwijking van artikel 5.1, eerste lid onder c (bescherming ecologische hoofdstructuur), artikel 6.3 en artikel 7.3 (veehouderij) bepaalt een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' dat:
    • a. uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij niet zijn toegestaan;
    • b. toename van de bestaande bebouwing, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), niet is toegestaan."

In het vigerende bestemmingsplan zijn 4 agrarische bedrijven positief bestemd met een agrarisch bouwblok, met name Hornveld 4, Hornveld 30, Kulertseweg 12 en Wittedijk 5.

De beperking veehouderij is niet van toepassing voor deze bedrijven.

De vigerende bestemmingsregeling is grondgebonden c.q. tuinbouw zonder intensieve veehouderij. De regeling van deze bedrijven is onveranderd in de beheersverordening overgenomen.

Conclusie

De beheersverordening voldoet aan de Verordening ruimte:

  • 1. er worden geen nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van de vigerende bestemmingen mogelijk gemaakt;
  • 2. de belangen van 'reservering waterberging' en 'aardkundig waardevol gebied' worden in de beheersverordening opgenomen. Dit is niet in strijd met een beheersverordening, omdat die geen nieuwe ontwikkelingen inhoudt, maar onderdeel vormt van het beheer en onderhoud.
4.2.3 Provinciaal Waterplan 2010 tot 2015

Het waterplan bevat het strategische waterbeleid van de provincie voor de periode 2010-2015. Het waterplan heeft de status van structuurvisie.

Analyse

Het gebied 'reservering waterberging' komt overeen met de aanduiding in de provinciale Verordening ruimte. De bescherming van dit belang geschiedt door de opname van het besluitvlak 'reservering waterberging', zoals hiervoor ook vermeld.

Conclusie
De beheersverordening is in overeenstemming met het Provinciaal Waterplan 2010 tot 2015.

4.2.4 Overig provinciaal beleid

Het overige provinciale beleid is niet specifiek van toepassing op onderhavig plan.

4.3 Gemeentelijk niveau

4.3.1 Structuurvisie Deurne 2011

De structuurvisie (2011) bevat de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid voor de komende jaren. Goede initiatieven wil de gemeente ondersteunen en stimuleren of zelf opstarten, ongewenste ontwikkelingen wil ze graag voorkomen. Dat betekent dat de gemeente keuzes moet maken. Dat is in deze structuurvisie uiteengezet aan de hand van vijf thema's: 'Samenleven', 'Wonen', 'Werken', 'Vrije tijd' en 'Omgeving'.

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de plankaart Structuurvisie kern Deurne. Het besluitgebied is hierop aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0024.jpg"

UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE KERN DEURNE

Voor het besluitgebied zijn de volgende aanduidingen van toepassing.

  • De Poort van Deurne als kantorenlocatie.
  • De kasteelerven als cultuurhistorisch waardevol.
  • De Peelrandbreuk als geomorfologische basislijn.
  • De zone Peelrandbreuk en kasteelerven als versterking en verbinding landschaps- en natuurwaarden.
  • De Vlier als waterstructuur / ecologische verbindingszone nat.
  • Het gebied Hornveld als zoekgebied water.
  • Het gebied Kulertseweg-oost als afwegingsruimte stedelijke functies.

Veel van de aanduidingen zijn reeds vervat in de vigerende bestemmingsplannen.

Een aantal zijn nog niet expliciet opgenomen in de bestemmingen. Dit betreft met name natuurwaarden die voorkomen in de zone Peelrandbreuk/kasteelerven en langs de Vlier. Reden waarom in de omschrijving besluitvlak van 'Groen' en 'Water' het belang natuurwaarde is toegevoegd.

Het zoekgebied water op Hornveld is ook opgenomen in de provinciale Verordening ruimte als reservering waterberging. Dit is als een specifiek besluitvlak in de beheersverordening opgenomen.

De aanduiding 'afwegingsruimte stedelijke functies' voor het gebied Kulertseweg-oost komt overeen met de aanduiding 'integratie stad - land' in de provinciale Verordening ruimte. Het bestemmingsplan De Weijst/ De Weijst 1e wijziging is op deze aanduiding gebaseerd. In deze beheersverordening zijn voor dit gebied geen nieuwe ontwikkelingen voorzien.

De in de Structuurvisie Deurne genoemde 5 hoofdthema's van beleid zijn voor de gehele gemeente van toepassing. Voor zover relevant voor het besluitgebied Heiakker e.o. / Noordrand worden de thema's hierna kort toegelicht.

Samenleven
Het beleid in het thema 'Samenleven' is gericht op: het doelgericht werken aan welbevinden en leefbaarheid in Deurne en de "rijke" sociale samenhang in de samenleving, in termen van versterking van verenigingsleven, vrijwilligerswerk en mantelzorg.

Het beleid betreft onder meer het op peil houden van de maatschappelijke voorzieningen door deze zoveel mogelijk te bundelen in multifunctionele accommodaties. Hiernaast ligt de nadruk onder meer op het verbeteren van de bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers.

De bestaande voorzieningen voor scholen, overige educatie en voor sociale ontmoetingen voldoen hieraan. Bovendien is in het besluitgebied een goed netwerk van paden aanwezig.

Wonen
De gemeente Deurne wil haar positie als aantrekkelijke woongemeente voor alle doelgroepen versterken, met behoud van haar eigen identiteit als verstedelijkt dorp met landelijke kernen.

In het besluitgebied blijven de ontwikkelingen in principe beperkt tot beheer van de bestaande woningen.

Het besluitgebied bevat een grote verscheidenheid aan woonmogelijkheden.

Werken
De gemeente Deurne heeft voor het thema 'Werken' onder meer als doel: het creëren van ruimte voor de eigen dynamiek in de economie om het aantal arbeidsplaatsen minstens op peil te houden en zo mogelijk uit te breiden, en het bieden van fysieke ruimte aan bedrijvigheid.

In het besluitgebied ligt De Poort van Deurne als belangrijke plek voor dienstverlening, zowel zakelijk als maatschappelijk. Daarnaast liggen verspreid over het besluitgebied detailhandel, horeca, en onderwijs- en sportvoorzieningen.

Vrije tijd
Op het gebied van vrije tijd streeft de gemeente onder meer naar een verdere ontwikkeling van de sector vrije tijd en toerisme, het stimuleren van investeringen en groei van de werkgelegenheid in deze sector.

In het besluitgebied behoren tot dit thema het tennispark, de sporthal, terrein Jong Nederland en de kasteelruïnes.

Omgeving
De gemeente wil binnen het thema 'Omgeving' onder meer actief zorgdragen voor behoud en versterking van de kwaliteiten en identiteiten van de wijken en kernen van Deurne, en van de landschappelijke en natuurlijke waarden, zodat de burgers hun eigen plek kunnen blijven herkennen en waarderen. Het behouden van de ruimtelijke karakteristiek en kwaliteiten van haar kernen ziet de gemeente als haar basisverantwoordelijkheid. Hierbij hanteert zij onderstaande criteria voor de kernen:

  • behoud en versterking van de kenmerkende groenstructuren, zoals laanstructuren;
  • behoud van cultuurhistorische elementen, zoals molens met bijbehorende molenbiotopen;
  • voldoen aan de welstandseisen;
  • behoud en versterking van de groene, kleinschalige uitstraling;
  • behoud en versterking van diversiteit van het landschap (openheid, bossen etcetera) rondom de kernen;
  • bruikbaarheid - zowel functioneel als recreatief - van de openbare ruimte voor de inwoners van Deurne en voor de bezoekers;
  • behoud en herstel van het watersysteem;
  • behoud en verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater en van de ruimte voor waterberging, en bevordering van het multifunctionele gebruik (voor natuur en recreatie) van deze ruimte voor water.

Deze omgevingsaspecten zijn algemeen van aard en gelden ook voor het besluitgebied. De doorwerking ervan moet geschieden in het beheer en onderhoud van de (openbare) ruimten en gebouwen.

Toetsing en conclusies
In de beheersverordening wordt de bestaande ruimtelijk-functionele structuur vastgelegd. Daarbinnen kan in het kader van het beheer en onderhoud invulling worden gegeven aan bovengenoemde thema's.

Het belang van het aspect natuur is expliciet worden opgenomen in de bestemmingen 'Groen' en 'Water'. Dit is niet in strijd met de essentie van een beheersverordening omdat dit geen nieuwe ontwikkeling inhoudt, maar onderdeel vormt van het beheer en onderhoud.

NB. De gemeente werkt aan een actualisering van de Structuurvisie, die naar verwachting in 2016 in de gemeenteraad zal worden behandeld.

4.3.2 Woonvisie 2015 - 2030

De Woonvisie 2015 - 2030 is 17 november 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin is aangegeven dat de gemeente haar positie als aantrekkelijke woongemeente voor alle doelgroepen wil versterken, met behoud van haar eigen identiteit. De gemeente wil daarbij in de eerste plaats voldoen aan de woningbehoefte van de eigen bevolking. Met gezonde ambitie en inzet van een gedifferentieerd woningbouwprogramma met accenten voor senioren en zorgvragers, starters en (jonge) gezinnen, en potentiële terugkeerders, wil Deurne een volwaardige en vitale gemeenschap behouden.

Hierna volgen enkele citaten (in cursief) die van directe relevantie zijn voor deze beheersverordening.

De Woonvisie bevat drie algemene beleidsdoelstellingen, zoals hierna geciteerd.

"Woningbouw voor eigen behoefte

De gemeente Deurne richt zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de kwantitatieve (voldoende woningen) en kwalitatieve (juiste woningen) behoeften van de Deurnese bevolking. Daarbij wordt prioriteit gelegd bij starters / jonge gezinnen en senioren. De senioren, omdat dit de doelgroep is die de komende jaren het hardst in aantal zal groeien en specifieke woonwensen heeft waaraan in de bestaande woningvoorraad (nog) niet voldoende kan worden tegemoetgekomen. De starters/ jonge gezinnen doordat zij, voornamelijk vanuit betaalbaarheid, vaker moeite hebben om een passende woning te vinden in de Deurnese woningmarkt."

De resterende 19 nog te bouwen woningen in het beheersgebied betreffen vrijstaande en halfvrijstaande woningen verdeeld over verschillende prijsklassen. Verderop onder het punt woningbouwkader wordt hier nader op ingegaan

"Ruimtelijke kwaliteit

Woningen en woningbouw kunnen daarnaast een belangrijke rol spelen in het behoud en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan alleen als de toevoeging aan de woningvoorraad niet leidt tot leegstand en verpaupering in de bestaande woningvoorraad en panden. Daarnaast moeten de sterke punten van de gemeente zoals het voorzieningenniveau (centrum), het station en de binding van bewoners met kernen en wijken gekoppeld blijven / worden aan woningbouw. Dit betekent bouwen binnen bestaand stedelijk gebied, woningbouw bij voorkeur nabij voorzieningen en aansluiten op behoeften van wijken en kernen."

Deze beheersverordening betreft bestaand stedelijk gebied en spoort derhalve met deze doelstelling. Voor zover er woningbouwmogelijkheden zijn, betekenen die een afronding van de bestaande bebouwingsstructuur.

"Kwaliteit nieuwbouwwoningen

Via het Regionaal Convenant hebben de convenantpartijen (in Deurne naast de gemeente en woningbouwvereniging Bergopwaarts ook diverse bouwers en ontwikkelaars) afgesproken om voor alle projectmatige nieuwbouw een ambitie van minimaal een score 7 op elk thema Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit, Toekomstwaarde te realiseren. Deze lijn wordt voortgezet."

Deze doelstelling betreft het feitelijke bouwen en niet het kader van een bestemmingsplan c.q. beheersverordening.

Woningbouwkader

De Woonvisie 2015 - 2030 bevat het volgende woningbouwkader.

"Het algemeen kader is verdeeld in een kwantitatief en een kwalitatief gedeelte.

Het kwantitatieve gedeelte is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • de groei is eindig, maximale toevoeging voor gemeente Deurne als geheel bedraagt in de periode 2015-2030 circa 1230 woningen (2015-2025 circa 1035 woningen) conform provinciale prognose 2014;
  • behouden van flexibiliteit om mee te werken aan gewenste ontwikkelingen (30%);
    • 1. behouden van ruimte om binnen alle kernen mee te werken aan gewenste ontwikkelingen. De verdeling van de resterende 70% gaat uit van de huidige verhouding tussen de kernen:

Kern Deurne   55%    
Kern Vlierden   3%    
Kern Liessel   7%    
Kern Neerkant   3%    
Kern Helenaveen   2%    
Buitengebied   0%    


Een en ander betekent nader uitgewerkt voor de kern Deurne:

2015-2025: 55% van 1035 woningen =   570 woningen  
2015-2030: 55% van 1230 woningen =   675 woningen  

Kwalitatief kader woningbouwprogramma
De woonvisie 2015 - 2030 bevat ook een categorisering voor de verdeling van het woningbouwprogramma over de type koop- en huurwoningen.

Koop goedkoop:   15%    
Koop middelduur tot € 250.000:   25%    
Koop middelduur vanaf € 250.000:   15%    
Koop duur:   0%    
     
Huur goedkoop:   0%    
Huur middelduur:   35%    
Huur duur:   10%    

De woonvisie stelt:

citaat

ten aanzien van de nog resterende particuliere woningbouwmogelijkheden in geldende bestemmingsplannen, dat deze bouwmogelijkheden vaak al lange tijd in bestemmingsplannen zijn opgenomen en nog niet benut. De gemeente Deurne zal bij de voorbereiding van de actualisatie van bestemmingsplannen de eigenaren actief benaderen en een termijn geven voor realisatie.

Algemene conclusie

In deze beheersverordening zijn de bouwtitels voor 19 woningen, die nog resteren in het vigerende bestemmingsplan, overgenomen.

4.3.3 Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan 2010

Het Verkeers- en vervoersplan Deurne is in 2010 vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan beschrijft de visie op verkeer en vervoer in de gemeente en de uitwerking hiervan in structuren. De visie is gebaseerd op de inventarisatie van de huidige situatie, de beleidskaders vanuit de nationale en regionale overheid en de interactie met de raadscommissie, klankbordgroep en inwoners. De visie is vervolgens uitgewerkt in structuren voor de verschillende vervoerswijzen. De centrale ambitie is: “een duurzaam, begrijpbaar en bruikbaar verkeers- en vervoersysteem in Deurne”.

Hieronder wordt kort ingegaan op de belangrijkste beleidspunten.

Voetgangers
Voor korte afstanden is lopen een belangrijke wijze van vervoer. Deurne stimuleert lopen voor korte afstanden door aantrekkelijke en toegankelijke voorzieningen.

Fietsverkeer
De fiets moet de snelste en gemakkelijkste vervoerwijze zijn voor utilitaire verplaatsingen binnen de kernen. Hiervoor werkt Deurne aan de completering van een fijnmazig fietsroutenetwerk dat aansluit op het regionale fietsroutenetwerk. Met betrekking tot recreatieve fietsroutes sluit Deurne zich aan bij het regionale recreatieve fietsroutenetwerk.

Openbaar vervoer
Het openbaar vervoer is belangrijk voor het bereikbaar houden van Deurne, met name op regionaal en landelijk niveau. Het verbeteren van de integrale toegankelijkheid van haltes en halteomgeving is een belangrijk aandachtspunt.

Autoverkeer
Autobereikbaarheid van de kernen, bedrijventerreinen en het buitengebied is belangrijk voor het economisch en sociaal functioneren van Deurne. Voor de afwikkeling van het autoverkeer wordt zoveel mogelijk de hoofdontsluitingsstructuur gebruikt, om sluipverkeer door verblijfsgebieden en het landelijke buitengebied tegen te gaan. Deurne heeft aandacht voor de bereikbaarheid van Deurne vanaf de snelweg A67, via onder meer de N270.
De Duurzaam Veilig wegcategorisering wordt gevolgd; deze benadrukt dat op verschillende wegen principieel verschillend gedrag vanuit de weggebruiker wordt verlangd.
Deurne streeft naar een eenduidige en begrijpelijke inrichting van de infrastructuur. “Shared space” is een concept dat dit als uitgangspunt heeft.

Vrachtverkeer
Bevoorradend vrachtverkeer, voornamelijk voor het centrum van Deurne, wordt zoveel mogelijk via de hoofdontsluitingsstructuur naar de bestemming geleid. In het centrum heeft de gemeente aandacht voor goede oplossingen voor laden en lossen.

Verkeersveiligheid
Deurne heeft de ambitie om verder te werken aan het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers, in lijn met de landelijke doelstellingen. Een heldere verkeersstructuur is hiervoor één van de voorwaarden.

Leefbaarheid
Zowel doorgaand verkeer als sluipverkeer heeft een negatief effect op de leefbaarheid van gebieden. De gemeente wil beide soorten verkeer zoveel mogelijk weren uit de kernen en het buitengebied.

Conclusie
Het verkeers- en vervoersbeleid betreft geen specifieke aspecten die voor onderhavige beheersverordening van belang zijn. In het kader van het onderhoud en beheer van de openbare ruimte kan het beleid wel een doorwerking krijgen.

4.3.4 Nota parkeernormen 2013

Deze beleidsnota bevat een samenhangend stelsel van parkeernormen voor de middellange termijn, te gebruiken bij bouw- en herbouwprojecten binnen de gehele gemeente Deurne.

De nota bevat onder meer de volgende uitgangspunten:

  • parkeren bij de eigen woning en werkplek dient zoveel mogelijk op eigen terrein plaats te vinden;
  • voor iedere nieuwe woning dient minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein te worden gerealiseerd;
  • bedrijven dienen in eerste aanleg het parkeren ook op eigen terrein op te lossen.

Conclusie
In deze beheersverordening wordt verwezen naar de Nota parkeernormen 2013 die hiermee verankerd zijn in de juridisch-planologische regeling. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning dient te worden voldaan aan de parkeernormen in deze Nota.

4.3.5 Nota terrassenbeleid

Goed ingerichte terrassen vormen een verlevendiging van het straatbeeld en dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Terrassen kunnen echter ook voor geluidsoverlast zorgen, het verkeer hinderen en door hun vormgeving de beeldkwaliteit verminderen. Heldere regelgeving is derhalve onontbeerlijk.

Dit was de aanleiding voor het opstellen van de Nota Terrassenbeleid. De nota is op 22 augustus 2007 vastgesteld. In deze nota zijn richtlijnen gegeven waaraan vergunningaanvragen worden getoetst. Tevens zijn standaardvoorschriften voor vergunningen geformuleerd.

Conclusie
In de beheersverordening heeft het terrassenbeleid geen doorwerking. Dit beleid blijft evenwel van toepassing als onderdeel van het behoud en beheer van de openbare ruimte en het Activiteitenbesluit voor horecabedrijven.

4.3.6 Detailhandelsvisie

De hoofddoelen van het gemeentelijk beleid zijn als volgt samen te vatten:

  • Een optimale consumentenverzorging voor de inwoners van de kern Deurne, de kerkdorpen en het landelijk gebied.
  • Een sterk ondernemingsklimaat voor ondernemers, waarbij een rendabele exploitatie mogelijk is met perspectief voor de langere termijn.
  • Het versterken van de lokale verzorgingsfunctie en de bovenlokale betekenis van het voorzieningenapparaat.

Conclusie
In de beheersverordening worden de bestaande winkels in het besluitgebied positief bestemd. Nieuwe vestigingen zijn, evenals in het vigerende bestemmingsplan, uitgesloten. Wel blijft verandering van soort detailhandel in een bestaand pand mogelijk. Ook blijft uitwisseling tussen (de functies) horeca en detailhandel mogelijk.

Het beleid ten aanzien van reclame-uitingen is geregeld in de Welstandsnota.

4.3.7 Gemeentelijk bodembeleid

Bodembeheerplan
Voor een efficiënt gebruik van de bodem is het nodig om de beschikbare informatie over de bodem in de gemeente goed in kaart te brengen. Ten behoeve hiervan is een bodembeheerplan opgesteld.

Bodemkwaliteitskaart
In de Nota bodemkwaliteitskaart valt het besluitgebied binnen de bodemfunctieklasse Wonen.

Conclusie
Het bodembeleid heeft geen directe doorwerking in de beheersverordening. Het bodembeleid is wel van toepassing bij de toetsing van een omgevingsvergunning.

4.3.8 Kadernota Bomenbeleid

Om het bomenbestand ook voor de toekomst veilig te stellen zijn richtlijnen opgesteld in de Kadernota Bomenbeleid, vastgesteld op 27 januari 2009. Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 1 oktober 2010) is voor het kappen en/of verplaatsen van de volgende bomen een ontheffing noodzakelijk:

  • de 'Groene Parels van Deurne' - dit zijn de bomen die aangewezen zijn als waardevolle en monumentale bomen;
  • de bomen opgenomen in het Groenstructuurplan. Als uitwerking van de Kadernota Bomenbeleid is het Groenstructuurplan (zie volgende paragraaf) vastgesteld dat als doel heeft het veiligstellen en ontwikkelen van de groene ruimte in de gemeente Deurne.

Navolgende figuur geeft een weergave van de te beschermen bomen en groenstructuren in het besluitgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0025.jpg"

TE BESCHERMEN BOMEN EN GROENSTRUCTUREN

Conclusie
Omdat de waardevolle bomen al beschermd zijn is opname in de beheersverordening niet nodig (vergelijk bijvoorbeeld de Monumentenwet).

4.3.9 Groenstructuurplan

Algemeen
Op 16 december 2009 is het Groenstructuurplan voor het buitengebied en de kernen vastgesteld. In dit plan is de groenstructuur van de gemeente Deurne in woord en beeld weergegeven. In het gedeelte over de kernen zijn de uitgangspunten per kern nader uitgewerkt. Zo worden voorwaarden, plannen, maatregelen en/of activiteiten beschreven die nodig zijn om de gewenste groenstructuur ook daadwerkelijk te realiseren.

Voor onderhavige beheersverordening is het beleid van belang dat specifiek voor de kernen, en specifieker voor Deurne, wordt omschreven. Hieronder wordt daar kort op ingegaan.

Wegbegeleidende beplanting
De hiërarchie van de wegenstructuur in de kern Deurne wordt benadrukt door de wegbegeleidende beplanting. Een groot deel is reeds aanwezig.

De Gebiedsontsluitingsweg type 1 (N270) wordt begeleid door een bomenlaan van de eerste grootte. De Gebiedsontsluitingswegen type 2 (ring en doorgaande wegen richting het buitengebied) worden begeleid met, waar mogelijk, een bomenlaan van de eerste grootte. Hier wordt gekozen voor een afwijkende soort van bomen ten opzichte van Gebiedsontsluitingsweg type 1, maar wel landschappelijk. Voorbeelden van boomsoorten: essen of kastanjes.

De entrees van de kern Deurne dienen te worden voorzien van een duidelijk komportaal.

De Erftoegangswegen worden, waar mogelijk, begeleid door een bomenlaan van de eerste grootte of, in geval van ruimtegebrek, een enkele rij bomen van de eerste grootte. Hier wordt gekozen voor niet-landschappelijke soorten, bijvoorbeeld platanen, om het contrast met de gebiedsontsluitingswegen te benadrukken.

De overige hoofdontsluitingswegen van de woongebieden worden, waar mogelijk, begeleid door een bomenstructuur van de tweede grootte, bijvoorbeeld esdoorns of iepen. De woonstraten die onderdeel uitmaken van een hoofdroute tussen wegen van een hogere orde worden zo mogelijk begeleid door een boomstructuur van de derde grootte, zoals Lijsterbes of Kers.

De overige woonstraten worden, indien ruimte aanwezig is, begeleid door bomen. Op plekken waar meer ruimte is (pleintje), wordt een fraaie solitaire boom (van eerste of tweede grootte) geplant, bijvoorbeeld een rode beuk.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0026.jpg"

UITSNEDE KAART GROENSTRUCTUURPLAN KERN DEURNE

Voor het besluitgebied van de beheersverordening is het groen van bijzonder belang.

Een duidelijke grotere groenstructuur binnen de kern Deurne wordt gevormd door de omgeving van de breuklijn binnen de kern (Hart van Koolhof). Dit is het parkgebied dat wordt omsloten door de woongebieden Kastelenerve, Bloemgaarde,Vlindertuin, Witteveld, Peelhof, Veengroes, Meitmortel en Vogelweide. Deze structuur vormt samen met het parkgebied

rond het Groot Kasteel een grote groene structuur die in verbinding staat met het buitengebied. De Vlier vormt in dit groene gebied een belangrijke schakel voor zowel de beleving als de ecologische waarde van het gebied. Streven is om deze gebieden beter met elkaar te verbinden en een groot park te creëren met zowel natuur, geologie (breuklijn) als het groen van ecologische parels. Dit park kan dan tevens dienen als verbinding voor langzaamverkeer voor de bewoners van Deurne.

De Vlier stroomt door de kern Deurne. Hiermee wordt een unieke verbinding gelegd tussen de kern en het buitengebied, zowel op de Peelhorst als in de Centrale Slenk. De Vlier stroomt zowel door het parkgebied nabij de ruïne van het Groot Kasteel als over privéterrein bij de watermolen en het Klein Kasteel. In het noordoosten stroomt de Vlier door de woonwijk Heiakker. Op deze plek is de Vlier reeds opgenomen in het stedenbouwkundig plan en dient als ‘slotgracht’ en als bijzondere kwaliteit binnen de groenstructuur van het woongebied.

Streven is om de groene gebieden binnen de woonwijk, rond de kastelen (voor zover geen privébezit) en het parkgebied met elkaar te verbinden en daarbij de Vlier als duidelijke rode draad aanwezig te laten zijn. Met name ten westen van Haageind is de Vlier slechts matig beleefbaar en ervaarbaar. Hier dient de relatie van het park met het water te worden versterkt, waarbij watergerelateerde groentypen, zoals elzen, wilgen en rietkragen een rol spelen. De aanwezige bijzonderheden, zoals de ruïne van het Groot Kasteel, het Dinghuis, de watermolen, het Klein Kasteel en de Vredeskapel staan als ‘parels’ naast de Vlier. De aanwezige functies, zoals de tennisbanen en het hertenkampje, dienen te worden opgenomen.

Ziekenhuis Elkerliek e.o.

Niet alleen in de directe omgeving van het ziekenhuis, maar in het totale gebied rond het ziekenhuis, waar verschillende bedrijven gevestigd zijn, dient de groenstructuur te worden opgewaardeerd. Groen levert enerzijds een belangrijke bijdrage in het genezingsproces en welzijn van mensen, en draagt anderzijds bij aan een prettige en gezonde werkomgeving.

Conclusie

In deze paragraaf is relatief uitvoerig ingegaan op de groenstructuur. Maar de kwaliteit is essentieel voor de ruimtelijke kwaliteit van het besluitgebied. Daar is al veel groen aanwezig. Bovengenoemd streven tot versterking is in hoge mate mogelijk binnen de besluitvlakken 'Agrarisch' en 'Groen'. Het streven geeft inhoud aan het beheer en onderhoud van reeds bestemde ruimtelijke elementen.

4.3.10 Welstandsnota 2011

De Welstandsnota van de gemeente Deurne is op 6 september 2011 vastgesteld door de gemeenteraad.

NB. Deze welstandsnota wordt/is in 2016 geëvalueerd en geactualiseerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0027.jpg"

UITSNEDE KAART WELSTANDSNOTA

Algemeen
Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven (en realiseren) van een goede basiskwaliteit voor de gebouwde omgeving. Het doel van de welstandszorg is de kwaliteit van de individuele architectuur en van het totale straatbeeld op peil te houden en waar nodig en mogelijk te verbeteren.

In de welstandsnota zijn de gebouwde omgevingen in de gemeente verdeeld in verschillende categorieën. Het besluitgebied bevat de categorieën:

  • categorie 3 Historische dorpslinten
  • categorie 4 Gebieden met waardevolle dorpsbebouwing
  • categorie 5 Kasteellandschap Haageind
  • categorie 6 Thematische woningbouw
  • categorie 7 Parkachtige woongebieden
  • categorie 8 Individuele woningbouw
  • categorie 9 Bijzondere gebouwen.
  • categorie 11 Bedrijventerrein en perifere detailhandel
  • categorie 12 Kantoorgebieden
  • categorie 13 Groen, parken, sport- en speelvelden
  • categorie 14 Landelijk wonen
  • categorie 16 Karakteristieke boerderijen
  • categorie 18 Overig buitengebied.

Iedere categorie heeft haar eigen beschrijving en voor elke categorie afzonderlijk is beschreven waaraan een bouwplan moet voldoen.

Analyse

In het besluitgebied komt een grote verscheidenheid aan bebouwing voor.

Zowel het bestemmingsplan/beheersverordening, als de welstandsnota regelt de kwaliteit van de gebouwde omgeving. In beide documenten zijn voorschriften opgenomen voor het oprichten van bouwwerken.

Hoofduitgangspunten staan in de regels van het bestemmingsplan / de beheersverordening. Die zijn voor iedereen bindend.

De uitwerking in architectuur wordt vastgelegd in de welstandsnota (in de categoriebeschrijvingen). Aanvragen om een omgevingsvergunning worden in principe zowel aan de regels van het bestemmingsplan/beheersverordening getoetst als aan de welstandscriteria.

Conclusie
De beheersverordening regelt met name bebouwing (omvang, situering) en gebruik. De welstandsnota regelt de kwaliteit van de bebouwing. De uiteindelijke toetsing aan de Welstandsnota vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen.

NB Een evaluatie van de welstandsnota is in voorbereiding en wordt naar verwachting in het 2e kwartaal van 2016 in de gemeenteraad behandeld.

4.3.11 Nota archeologische monumentenzorg 2008

De gemeente Deurne heeft een eigen archeologiebeleid, zoals omschreven in de "Nota archeologische monumentenzorg gemeente Deurne, 2008" en vervat in de beleidsstukken "archeologische beleidskaart Deurne" en de "Archeologieverordening Deurne".

Conclusie
In deze beheersverordening is rekening gehouden met het gemeentelijke archeologiebeleid. Een en ander komt nader aan de orde in 5.2.1 archeologie en cultuurhistorie.

4.3.12 Beleidsregels internetwinkels

De ruimtelijke effecten van internetwinkels kunnen, naar gelang hun verschijningsvorm, aanzienlijk verschillen. Voor een goede ruimtelijke ordening is daarom een duidelijk onderscheid in verschijningsvorm essentieel. Er worden twee vormen van internetwinkels onderscheiden:

  • 1. Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid.
  • 2. Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid.

Ad 1: Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid

Hierbij gaat het om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en de verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consumentaantrekkende werking is geen sprake. Deze vorm van internetwinkels heeft daarom weinig ruimtelijke impact.

Als ondergeschikte functie binnen een woonbestemming / (besluitvlak Wonen) is een dergelijke internetwinkel onder voorwaarden aanvaardbaar.

Als hoofdfunctie is deze vorm mogelijk in bestemmingen / besluitvlakken die al rekening houden met bedrijfsmatig verkeer ten behoeve van bedrijvigheid of kantoren, mits het geen agrarische gebouwen betreft. Binnen deze bestemmingen / besluitvlakken is een internetwinkel zonder fysieke bezoekmogelijkheid zonder meer aanvaardbaar. Er hoeft niet aan algemene voorwaarden te worden voldaan. In een concrete situatie kunnen er in het kader van de omgevingsvergunning wel aanvullende voorwaarden worden gesteld.

Ad 2: Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid

Hierbij gaat het om internetwinkels waarbij de klant de gelegenheid wordt geboden de internetwinkel te bezoeken. Hier dient onderscheid gemaakt te worden in afhaalpunten en internetwinkels.

Afhaalpunten
Afhaalpunten zijn rechtstreeks toegestaan binnen een bestemming / besluitvlak Detailhandel. Dit is niet het geval binnen het besluitvlak Dienstverlening.

Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid, niet zijnde een afhaalpunt
Dergelijke internetwinkels worden gezien als detailhandel en kunnen dus alleen in panden binnen een besluitvlak Detailhandel gevestigd worden. Deze functie is in een ander besluitvlak niet aanvaardbaar. Afwijken van de beheersverordening is niet mogelijk.

Conclusie

Internetwinkels zijn een relatief nieuwe vorm van (detail)handel. Het vigerende bestemmingsplan heeft nog geen planologische regeling ter zake. In deze beheersverordening wordt daarin wel voorzien. Deze actualisering aan de hedendaagse praktijk is niet in strijd met de essentie van een beheersverordening.

4.3.13 Handhavingsbeleidsplan 2011

Op 20 december 2011 heeft de gemeenteraad van Deurne het "Handhavingbeleidsplan 2012-2016" vastgesteld. Hierin staan het beleid en doelstellingen opgenomen die ten grondslag liggen aan het handhavend optreden binnen de gemeente.

Conclusie
Het handhavingsbeleid is van algemene aard en kent geen specifieke aspecten die in de beheersverordening opgenomen worden.

4.3.14 Overig gemeentelijk beleid

Het overige gemeentelijke beleid is niet specifiek van toepassing op onderhavig plan.

4.4 Conclusies beleidskader

Concreet houdt het beleidskader het volgende in voor de ontwikkeling van het besluitgebied:

  • 1. Er is geen nationaal beleid van directe toepassing.
  • 2. Er wordt voldaan aan de provinciale Verordening.
  • 3. De ontwikkelingen passen in het gemeentelijk beleid. De beheersverordening staat geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen toe. Het actuele gemeentelijke beleid is overigens van toepassing voor het beheer en onderhoud van de fysieke ruimten en de algemene handhaving.

 

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de omgevingsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • 1. milieu;
  • 2. waarden;
  • 3. waterhuishouding.

5.1 Milieu

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde strijdigheid van het toekomstige gebruik en de fysieke omgeving te voorkomen. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.

5.1.1 Bodemkwaliteit
5.1.1.1 Inleiding

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.1.2 Analyse

De beheersverordening bevat alleen bouwmogelijkheden die al planologisch afgewogen zijn. Bouwplannen, die nog niet gerealiseerd zijn moeten bij de aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld gaan van een verkennend bodemonderzoek.

5.1.1.3 Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.2 Bedrijven en milieuzonering
5.1.2.1 Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:

  • de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
  • bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.

In de handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee omgevingstypen: een rustige woonwijk en gemengd gebied. In een gemengd gebied mag een kleinere richtafstand dan in een rustige woonwijk worden aangehouden. De richtafstanden mogen dan met één 'afstandstap' worden teruggebracht. Met name voor deze beheersverordening zijn van belang:

  rustig woongebied   gemengd gebied  
milieucategorie 1   10 m   0 m  
milieucategorie 2   30 m   10 m  
milieucategorie 3.1   50 m   30 m  
milieucategorie 3.2   100 m   50 m  
5.1.2.2 Analyse

Omgevingstype

Binnen voorliggend besluitgebied zijn twee omgevingstypen te onderscheiden:

  • gemengd gebied: De Poort van Deurne en de zones langs de verkeersverzamelstraten Dunantweg, Haageind, Molenstraat en Zeilbergseweg.
  • rustige woonwijk: het overige deel van het besluitgebied.

Invloed plan op de omgeving.

Binnen het besluitgebied liggen 4 bedrijven die behoren tot een milieucategorie hoger dan 2, met name:

  • De Meent 1: sporthal De Kubus, categorie 3.1;
  • Haageind 63: tennisbaan, categorie 3.1;
  • Veldstraat 37: houtzagerij, categorie 3.2;
  • Veldstraat 39: windmolen, categorie 3.

In al deze gevallen is sprake van een vigerende bestemming en zijn de milieuvergunningen afgestemd op de bestaande omgeving.

Overigens zijn binnen de beheersverordening geen hinderlijke activiteiten toegestaan.

  • De beheersverordening bevat geen nieuwe besluitvlakken met bedrijvigheid.
  • Voor zover sprake is van flexibiliteit binnen de vigerende bestemmingen met bedrijvigheid blijft dit beperkt tot activiteiten en functies die behoren tot de milieucategorie 1 en 2.
  • Voor een eventueel nieuw aan huis verbonden bedrijf (maximaal milieucategorie 2) moet een omgevingsprocedure worden gevolgd.

Invloed omliggende inrichtingen op plan

Sinds 2005 zijn geen inrichtingen gerealiseerd met milieutechnische effecten op het besluitgebied. Er zijn ook geen nieuwe inrichtingen voorzien. In geval van eventuele nieuwe initiatieven moeten de belangen in het besluitgebied gerespecteerd worden.

5.1.2.3 Conclusie

Het aspect Bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor de beheersverordening.

5.1.3 Externe veiligheid
5.1.3.1 Inleiding

Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat geen nieuwe kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar worden gerealiseerd en moet een eventuele toename van het groepsrisico verantwoord worden.

5.1.3.2 Analyse

De beheersverordening bevat geen nieuwe besluitvlakken met kwetsbare objecten. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.

Voor de volledigheid is aan de risicokaart getoetst. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes).

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0028.jpg"

UITSNEDE RISICOKAART NEDERLAND

Uit de Risicokaart volgt dat:

  • de inrichting aan de zuidzijde van het besluitgebied het zwembad De Wiemel betreft met een chloorbleekloogtank (2 m³) zonder contour;
  • overigens in de omgeving van het plan geen risicovolle activiteiten in bedrijf zijn.

Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.

5.1.3.3 Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor de beheersverordening.

5.1.4 Geurhinder veehouderijen
5.1.4.1 Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.

(opmerking. Voorgrondbelasting is hinder van die veehouderij die de meeste belasting veroorzaakt. De voorgrondbelasting is dus altijd van 1 veehouderij. De achtergrondbelasting is de geurbelasting van alle veehouderijen in het gebied samen.)

5.1.4.2 Analyse

Het plan omvat geen nieuwe bestemmingen met geurgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect geurhinder veehouderijen is niet aan de orde.

De gemeente heeft op 17 november 2015 een aanpassing van de geurverordening in vastgesteld. Dit heeft geen consequenties voor dit plan.

5.1.4.3 Conclusie

Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor de beheersverordening.

5.1.5 Geluid
5.1.5.1 Inleiding

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.

5.1.5.2 Analyse

Het besluitgebied ligt binnen de onderzoekszones van de provinciale weg N 270, en van straten waarvoor geen 30-km regime geldt. Het plan omvat evenwel geen nieuwe besluitvlakken met geluidgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect geluidhinder is niet aan de orde.

Industrielawaai

Het besluitgebied ligt niet binnen een geluidszone van industrielawaai.

5.1.5.3 Conclusie

Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor de beheersverordening.

5.1.6 Luchtkwaliteit
5.1.6.1 Inleiding

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.1.6.2 Analyse

Effecten beheersverordening op luchtkwaliteit
In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen.

De 'resterende' ontwikkelingen in onderhavige beheersverordening omvatten 19 woningen en de resterende bouwmogelijkheden in De Poort van Deurne. Daarmee betreft het een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig.

Effecten omgeving op luchtkwaliteit in het besluitgebied. Goed woon- en leefklimaat.

In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen. Uit onderzoek is echter gebleken dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende grenswaarden van toepassing:

  • 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2;
  • 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10;
  • 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM10;
  • 25 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5.

Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving.

In het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool ingevoerd. Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op deze locatie de jaren 2012, 2015 en 2020 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM10 en NO2 wordt voldaan.

Onderstaande afbeeldingen geven de resultaten van de monitoringstool voor de stoffen NO2 en PM10 voor het jaar 2020 weer.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0029.jpg"

MONITORINGSTOOL NSL (BRON: WWW.NSL-MONITORING.NL)

Daarnaast heeft de gemeente Deurne een berekening van de fijnstofconcentratie op basis van de vigerende omgevingsvergunningen (peildatum juli 2015) laten maken. De fijnstofconcentratie ter hoogte van het plangebied is volgens opgave van deze kaart onder de 25-30 µg/m³ gelegen, waardoor voldaan wordt aan de wettelijke norm van 40 µg/m³.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0030.jpg"

JAARGEMIDDELDE CONCENTRATIE PM10

Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het besluitgebied.

5.1.6.3 Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor de beheersverordening.

5.1.7 Milieueffectrapportage
5.1.7.1 Inleiding

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de gevallen opgenomen waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Alle andere vormen van ontwikkeling zijn in principe niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, maar er kan hiervoor wel een nadere motivering vereist zijn.

5.1.7.2 Analyse

Er is sprake van zeer beperkte functieveranderingen. Een nadere m.e.r- toetsing is niet aan de orde.

5.1.7.3 Conclusie

Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. De beheersverordening heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

5.2 Waarden

5.2.1 Archeologie en cultuurhistorie
5.2.1.1 Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 38a van de Monumentenwet 1988 moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. In de volgende paragrafen wordt de regeling in deze beheersverordening toegelicht.

5.2.1.2 Gemeentelijke archeologische beleidskaart

In het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg heeft de gemeente Deurne sinds 2008 haar eigen archeologiebeleid vastgesteld. De archeologische beleidskaart en de bijbehorende verordening moeten worden vertaald in de beheersverordening.

Navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Het besluitgebied is aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0031.jpg"

UITSNEDE GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART

Analyse

Op de archeologische beleidskaart zijn binnen het besluitgebied grote verschillen in archeologische waarden aanwezig.

  • Het kasteelcomplex is op de archeologische beleidskaart aangeduid als 'Beschermd archeologisch monument (categorie 1). Tot nu toe is de procedure voor de formele aanwijzing niet gevoerd. Sinds 2007 rond het kasteelcomplex verschillende archeologische onderzoeken plaatsgevonden. Deze hebben niet geleid tot het aanpassen van de archeologische waarden. Daarom wordt in deze beheersverordening uitgegaan van 'Terrein van archeologische waarde (categorie 2)'.

  • Grote delen aan de noord en oostzijde van het besluitgebied hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde (categorie 3).
  • Gronden met een gematigde archeologische verwachtingswaarde (categorie 4) liggen verspreid in het besluitgebied.

Sinds de vaststelling van de archeologische beleidskaart zijn binnen de aanduidingen hoge en gematigde archeologische verwachting de volgende archeologische onderzoeken uitgevoerd.

De ontwikkeling Ruimte voor Ruimte locatie Merlenberg / De Weijst 

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0032.png"

AFB PROJECT DE WEIJST

In het gebied De Weijst heeft in 2005 een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. De conclusie was dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk was. Naar aanleiding van het onderzoek wordt de archeologische waarde voor deze locatie, voor zover gelegen binnen dit besluitgebied, bijgesteld naar een lage archeologische verwachtingswaarde.

Ontwikkeling bestemmingsplan Zonnedauw (zie afbeelding)

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0033.png"

AFB PLAN ZONNEDAUW

In 2009 en 2010 hebben in het gebied Zonnedauw archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De conclusie, naar aanleiding van het laatste onderzoek (proefsleuven), was dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk was. In deze beheersverordening wordt de archeologische waarde voor deze locatie bijgesteld naar een lage archeologische verwachtingswaarde.

Wittedijk 3 

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0034.png"

AFB WITTEDIJK 3

Voor de locatie Wittedijk 3 heeft in 2012 een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. De conclusie was dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk was. Naar aanleiding van het onderzoek wordt in deze beheersverordening de archeologische waarde voor deze locatie bijgesteld naar een lage archeologische verwachtingswaarde.

Regeling in beheersverordening

In het vigerende bestemmingsplan zijn geen dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' opgenomen.

In de beheersverordening zijn ter bescherming van de genoemde archeologische waarden de volgende dubbelbestemmingen / besluitvlakken opgenomen:

Voorts is overeenkomstig de gemeentelijke verordening voor deze dubbelbestemmingen een omgevingsvergunningenstelsel van toepassing, met de volgende inhoud.

Voor werken en werkzaamheden geldt het volgende:

  • binnen het terrein van archeologische waarde is, ongeacht de oppervlakte, bij ingrepen dieper dan 30 cm een omgevingsvergunning vereist;
  • binnen terreinen met hoge of gematigde archeologische verwachtingswaarden is, ongeacht de oppervlakte, bij ingrepen dieper dan 50 cm een omgevingsvergunning nodig.
  • binnen hoge archeologische verwachtingswaarden: bij ingrepen die dieper zijn dan 50 cm, maar een oppervlakte hebben van niet meer dan 250 m² is geen omgevingsvergunning nodig.
  • binnen gematigde archeologische verwachtingswaarden: bij ingrepen die dieper zijn dan 50 cm, maar een oppervlakte hebben van niet meer dan 1.000 m² is geen omgevingsvergunning nodig.

Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, geen archeologische waarden aanwezig zijn of de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad.

5.2.1.3 Cultuurhistorie

Onderstaande provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart geeft een overzicht van de cultuurhistorische waarden in het besluitgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0035.jpg"

CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART PROVINCIE NOORD-BRABANT

Het gebied is relatief rijk aan cultuurhistorische kenmerken.

De cultuurhistorie vormt een belangrijke drager voor het behoud en de ontwikkeling van een eigen identiteit van een gebied. De beheersverordening is gericht op het behoud en ontwikkeling van de bestaande situatie inclusief de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten.

Naast een omschrijving vanuit de historie is gekeken naar het huidige karakter. Tevens is gekeken of en hoe deze (in relatie tot het behoud van het cultuurhistorische karakter) ruimtelijk kan worden beschermd, passend in de systematiek van de beheersverordening.

De bescherming heeft als doel de (nog aanwezige) identiteit en kwaliteit uit het verleden te (h)erkennen en te beschermen. Dit wil echter niet zeggen dat er een beperking komt van de vigerende ontwikkelingsmogelijkheden, maar dat er vooral meer bewust wordt omgegaan met de bestaande (historisch gegroeide) kwaliteit.

Op basis van de historische kaarten, de ligging van de monumenten en MIP-panden zijn de onderstaande gebieden en structuren aangemerkt als cultuurhistorisch van belang, die op het niveau van de beheersverordening aandacht verdienen.

  • Gebied Haageind en omgeving
  • Veldstraat
  • Molenstraat/Zeilbergsestraat (alleen noordzijde)
  • Kulertseweg/Wittedijk
  • 't Riet.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0036.jpg"

HISTORISCHE STRUCTUREN

Gebied Haageind, Kasteellandschap en Kasteeldomein

Het kasteelcomplex aan het Haageind in zijn huidige vorm is gevormd in het 14e eeuw.

Het Klein kasteel is gebouwd tussen 1370 en 1380 door het geslacht van Doerne. Het Groot kasteel is gebouwd voor 1397. Het Groot kasteel werd in de 16e eeuw het bestuurscentrum van Deurne. De huidige watermolen in De Vlier dateert van 1631.

Om het Klein kasteel ligt een gracht. Aan de noordzijde van het kasteel stroomt de Vlier met de watermolen. Aan de randen van het Klein kasteel (buiten de gracht) lagen landbouwgronden.

Het Groot kasteel is eveneens omgracht en sluit aan op het kasteelpark. Binnen de gracht is het Dinghuis gelegen en de oudste fase van het kasteelpark (de huidige hertenweide). Het buiten dit terrein gelegen park, in de Engelse landschapsstijl, is (vermoedelijk) ontstaan aan het begin van de 19e eeuw, door de omzetting van weiland in park.

Binnen dit gebied liggen 4 rijksmonumenten (zie paragraaf 5.2.1.4) die de bescherming waarborgen van de bestaande bebouwing en bijbehorend erf.

Behoudens het feit dat het Grootkasteel in 1944 is gebombardeerd en later het kasteel als ruïne is geconsolideerd (1952) is het totale ensemble van gebouwen, met slotgracht en gelegen in het groen, nog geheel aanwezig. Het groen (met uitlopers) om en rond het kasteelcomplex speelt een duidelijke rol bij de (positieve) beleving en betekenis van het totale complex. Verder sluit het huidige karakter van de in het kasteelpark gelegen gebouwen aan bij het karakter van het kasteelcomplex en zorgen hiermee voor een duidelijke overgang naar de bebouwing in de omgeving. Het tenniscomplex is hierin een vreemd relict.

Het kasteelcomplex als geheel vormt de 'oorsprong' van Deurne en biedt met de bestaande kwaliteiten van de monumentale bebouwing en parkelementen een zeer hoogwaardig stedenbouwkundige kwaliteit. Essentieel is het geheel als ensemble te behouden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0037.jpg"

KASTEELLANDSCHAP EN KASTEELDOMEIN

Regeling beheersverordening

De beheersverordening bevat de aanduidingsregel artikel 20.5 Behoud en herstel bebouwingsbeeld - 1 waarin de gebieden Kasteellandschap en Kasteeldomein worden beschermd.

In het bijzonder verdienen omwille van de stedenbouwkundige bescherming van de cultuurhistorie de kenmerkende aspecten aandacht en verbetering ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. In deze beheersverordening is het volgende opgenomen.

  • het bouwvlak van de kasteelruïne beperkt tot het eiland;
  • het bouwvlak van het Dinghuis beperkt tot het bestaande gebouw;
  • controle op sloop van de panden Haageind 35, 52 en Langstraat 2 (MIP-panden), door middel van opname omgevingsvergunning (artikel 20.7); (alle monumenten zijn al beschermd tegen sloop, overige panden zijn niet direct beeldbepalend);
  • eventuele nieuwbouw/verbouw aan het Haageind moet passen bij het karakter van het totale kasteelcomplex en de omliggende (oude) bebouwing. Artikel 20.5 bevat een regeling waardoor gestuurd kan worden op massa, kapvormen en ligging van het pand.
  • het huidige groen wordt nadrukkelijk beschermd, afgestemd op de bestaande situatie. De grachten zijn bestemd als Water. Binnen de bestemming Groen is opgenomen: 'het streven naar behoud van de bestaande afwisseling van bos/opgaand groen en open velden/parkweiden';
  • de landbouwgronden aan de zuidzijde van het Klein Kasteel zijn ook bestemd als Groen;
  • aan de westzijde van het kasteellandschap zijn de gronden, waar aan een woonbestemming goedkeuring is onthouden, ook als Groen bestemd.

Veldstraat

De Veldstraat is een route tussen het Haageind en de Zeilberg. Deze was al op de minuutkaarten van 1811-1832 zichtbaar. Ook de kruising met de huidige Molenlaan/Veldweg was toen al aanwezig. Op de kaart van 1811 is zichtbaar dat aan de oostzijde nabij het Haageind enkele boerderijen/woningen stonden. In 1890 is Holten's Molen aan deze staat gebouwd. In de loop der jaren (tot 1960) is de bebouwing aan de oostzijde van de Veldstraat tussen het Haageind en de huidige Veldweg dat langzaam verdicht. Na 1960 is met name door grootschalige bouwprojecten aan weerzijde van deze weg, de route volledig bebouwd ontstaan. Aan de huidige bebouwing is de leeftijd van de route niet meer af te lezen. Vrijwel alle panden van voor 1960 zijn inmiddels vervangen. Alleen de gebogen ligging van de weg herinnerd nog aan het feit dat het gaat om een oude structuur.

Regeling beheersverordening

In de beheersverordening is geen specifieke regeling opgenomen ter bescherming van het historische verloop van de Veldstraat, omdat het verloop van de weg toch niet verlegd zal worden.

Molenstraat/Zeilbergsestraat (alleen noordzijde)

De Molenstraat/Zeilbergsestraat is als route zichtbaar op de minuutkaart van 1811-1832. Deze route liep van het centrum van Deurne naar de Zeilberg. In 1811 liep de route tussen de weilanden door en alleen ter plekke van de kruising met de Kulertseweg waren een tweetal woningen zichtbaar. Vanaf 1920 komt er langzaam, versnipperd bebouwing langs de route. In deze periode was de meeste bebouwing gelegen de noordzijde van de weg tussen het centrum en de Veldstraat. Verder stonden naast deze route alleen verspreid nog enkele woningen. De situatie van 1936 is pas veranderd door de bouw van de wijk de Heiakker.

De oorspronkelijke bebouwing (tussen 1920-1930) aan de noordzijde van de Molenstraat is nog grotendeels aanwezig. De bebouwing bestaat uit vrijstaande en 2-onder-1kap woningen, met een maximale hoogte van 2 lagen en een kap. Verder zijn de woningen bescheiden van opzet. Op een enkele plek is seriematig gebouwd. Meest kenmerkende is de ligging van de woningen ten opzichte van de weg. Ten westen van de Veldstraat ligt de rooilijn van de woningen op de voorste perceelsgrens.

Regeling beheersverordening

  • 1. In de beheersverordening is geen specifieke regeling opgenomen ter bescherming van het historische verloop van de Molenstraat / Zeilbergsestraat, omdat het verloop van de weg toch niet verlegd zal worden.
  • 2. De beheersverordening bevat artikel 20.6 Behoud en herstel bebouwingsbeeld - 2 waarin bij her/verbouw nadere eisen mogen worden gesteld inzake:
    • a. bouwhoogte maximaal 2 lagen en met verplichte kap;
    • b. en tussen het Centrum en de Veldstraat de rooilijn vastleggen gelijk met de erfgrens.

Kulertseweg

De Kulertseweg is als route op de minuutkaart van 1811-1832 al duidelijk zichtbaar, mede door de grote hoeveelheid bebouwing die toen al aanwezig was. In de periode vanaf ca. 1811 tot aan de bouw van de wijk de Heiakker is het bebouwingsbeeld direct aan de straat nauwelijks veranderd. De grootste veranderingen qua bebouwing zijn een gevolg geweest van de ontwikkeling en toename van de bedrijfsgebouwen/stallen ten behoeve van de agrarische bedrijven.

De oorspronkelijke structuur van de weg met zijn landelijke karakter is nog duidelijk waarneembaar. Dit door de ligging van de weg (licht meanderend) en het grote aantal aanwezige langgevelboerderijen (7 stuks). Enkele oorspronkelijke boerderijen zijn ver- /herbouwd en/of gerestaureerd. Tussen de langgevelboerderijen zijn ook enkele reguliere woningen gerealiseerd, met name in de tijd van de bouw van de wijk Heiakker (westzijde) en recent De Weijst (oostzijde). Hierdoor is het bebouwingsbeeld en oorspronkelijke lint verder verdicht.

Van de 9 boerderijgebouwen zijn 3 panden aangewezen als MIP- / beeldbepalend pand. Alle boerderijgebouwen zijn qua beeld behoudenswaardig.

Regeling beheersverordening

  • 1. In de beheersverordening is geen specifieke regeling opgenomen waarin het meanderende verloop van de Kulertseweg wordt beschermd,omdat het verloop van de weg toch niet verlegd zal worden.
  • 2. De beheersverordening bevat artikel 20.7 Behoud en herstel bebouwingsbeeld - 3 waarin:
    • a. bij her-/verbouw van de aanwezige boerderijgebouwen nadere eisen mogen worden gesteld inzake massa, oppervlakte, bouwhoogte en kap;
    • b. verder is voor de langgevel boerderijgebouw een sloopbescherming opgenomen.

't Riet

De ontginning van 't Riet heeft plaatsgevonden tussen 1750 en 1850. Deze ontginning van het Riet ging vooraf aan de jongere meer grootschalige ontginningen in de omgeving en is één van de vroegere ontginningen van Deurne.

Het gebied is van oudsher hoofdzakelijk in gebruik als grasland. Voor de ontginning was het gebied een moerassig grasland en elzenbroek. De ontginning vond plaats door het aanleggen van een systeem van parallel lopende wegen tussen de Langstraat en de Wittedijk, waarna het gebied tussen de wegen in percelen verkaveld en vervolgens tot grasland ontgonnen werd. De van oorsprong smalle verkaveling is ten dele nog zichtbaar.

Naast dat er sprake is van een vroege ontginning is 't Riet één van de gebieden met Wijstgronden die is gelegen in de gemeente Deurne. Behoud van deze waarden is wenselijk vanwege hun landschappelijke, ecologische, wetenschappelijke, educatieve en cultuurhistorische betekenis. In de provinciale Verordening zijn de wijstgronden expliciet aangeduid als 'aardkundig waardevol gebied'. Op basis hiervan zijn de in Deurne voorkomende Wijstgronden in het bestemmingsplan buitengebied beschermd.

Regeling beheersverordening

De beheersverordening bevat artikel 20.1 Aardkundig waardevol waarin het gebied 't Riet als aardkundig waardevol is aangeduid.

Peelrandbreuk

Dwars door het besluitgebied loopt de Peelrandbreuk. De Peelrandbreuk is een geologische breuklijn die zijn naam dankt aan de Peel. Grofweg vormt de breuklijn de lijn Roermond-Meijel, Liessel, Deurne, Bakel, Gemert, Uden en Heesch. Deze noordwest-zuidoost lopende afschuivingsbreuk reikt tot aan het aardoppervlak en scheidt de relatief omhoog bewegende Peelhorst van de relatief omlaag bewegende Roerdalslenk. Bouwen op de Peelrandbreuk is niet wenselijk in verband met aardbevinggevoeligheid.

De Peelrandbreuk is ten behoeve van de planontwikkeling Zonnedauw zo goed mogelijk ingemeten. Omdat de breuk niet exact is gelokaliseerd geldt aan beide zijden van de Peelrandbreuk een veiligheidsafstand van 5 meter. Binnen deze zone mag alleen worden gebouwd als blijkt dat het totale bouwwerk op de slenk dan wel de horst staat. In het stedenbouwkundig plan voor Zonnedauw is hiermee rekening gehouden.

Regeling beheersverordening

De beheersverordening bevat artikel 20.2 Attentiegebied - peelrandbreuk waarin de Peelrandbreuk inclusief de veiligheidszone is aangeduid.

5.2.1.4 Monumenten en MIP-panden

Binnen het besluitgebied hebben de volgende objecten de status van monument.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0038.jpg"

LIGGING RIJKSMONUMENTEN, GEMEENTELIJKE MONUMENTEN, MIP-PANDEN EN KARAKTERISTIEKE BOERDERIJEN

Rijksmonumenten 

Er liggen 5 rijksmonumenten binnen het besluitgebied:

  • Haageind 37 (Groot Kasteel Deurne / kadastraal bekend als K 1919 en K 1920, sinds 1967 aangewezen als rijksmonument);
  • Haageind 60 (Klein Kasteel / kadastraal bekend als C 3893, sinds 1967 aangewezen als rijksmonument);
  • Haageind 61 (Brabantse langgevelboerderij, kadastraal bekend als C 3441, sinds 1967 aangewezen als rijksmonument);
  • Haageind 62 (Waterradmolen aan het beekje de Vlier, kadastraal bekend als C 3054, sinds 1967 aangewezen als rijksmonument);
  • Veldstraat 39 (Holten's Molen / Ronde bakstenen beltmolen uit 1890, kadastraal bekend als L 5565, sinds 1967 aangewezen als rijksmonument;

Buiten het besluitgebied maar gezien Molenbiotoop invloed op plangebied

  • Beltmolen Marie Antoinette Zeilbergsestraat 98 (ook rijksmonument).

Gemeentelijk monument 

Er is één gemeentelijk monument:

  • Appeldijk ongenummerd (Maria Vredeskapel).

Regeling beheersverordening

Deze monumenten zijn beschermd in het kader van de Monumentenwet en behoeven daarom geen specifieke bescherming in de beheersverordening.

Overige waardevolle panden

  • a. MIP panden

(MIP = monumenten inventarisatie programma ten behoeve van aanwijzing (rijks)monumenten d.d. 1990)

In het besluitgebied staan 5 MIP-panden, die niet als monument zijn aangewezen.

  • Haageind 35 (langgevelboerderij);
  • Haageind 52 (woonhuis);
  • Langstraat 2 (boerderij Eikelhof);
  • Kulertseweg 9 (langgevelboerderij);
  • Kulertseweg 17 (langgevelboerderij);

  • b. Welstandsnota

De welstandsnota noemt aanvullend ook:

  • Wittedijk 5 (langgevelboerderij).

  • c. Langgevelboerderijen

Aan de Kulertseweg staan nog 6 langgevelboerderijen, die als karakteristiek aangemerkt worden:

  • Kulertseweg 7;
  • Kulertseweg 11;
  • Kulertseweg 12;
  • Kulertseweg 15;
  • Kulertseweg 19;
  • Kulertseweg 32.

De gebouwen in het MIP en de welstandsnota, alsmede de langgevelboerderijen aan de Kulertseweg hebben geen status als monument, maar zijn wel karakteristiek en dragers van de cultuurhistorie en daarom behoudenswaardig.

Regeling beheersverordening

Ter bescherming van de bestaande cultuurhistorische waarden is in de beheersverordening voor deze panden een verplichting voor een omgevingsvergunning met betrekking tot eventuele sloop opgenomen.

5.2.1.5 Molenbiotoop

Molens staan nooit op een willekeurige plek. Het molentype dat men aantreft zegt iets over de geschiedenis van het landschap. Binnen dat landschap is de molenlocatie zo gekozen dat de molen optimaal kon functioneren. De omgeving waarmee een molen in relatie staat, wordt de molenbiotoop genoemd. Een goede molenbiotoop is van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen.

Voor de molenaar is een goede windvang van cruciaal belang. Maar dat is niet het enige. Molens vormen een karakteristiek - en uniek Nederlands - herkenningspunt (landmerk) in menig dorpsgezicht of landschap. Door de historische wisselwerking tussen molen en landschap is de molenbiotoop ook cultuurhistorisch van groot belang.

In het besluitgebied van de beheersverordening zijn twee molenbiotopen opgenomen behorende bij de volgende molens:

  • Holtens Molen - Veldstraat 39;
  • Maria Antoinette - Zeilbergsestraat 98 (de molen zelf staat buiten het besluitgebied van deze beheersverordening).

Regeling beheersverordening

Om bovenstaande redenen is een besluitsubvlak 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' opgenomen, waarbinnen regels aan de hoogte van nieuw op te richten bouwwerken worden gesteld. Voor bestaande bouwwerken is deze regeling dus niet van toepassing. De regeling is gebaseerd op de voorbeeldregeling zoals deze is aangereikt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) van het Ministerie van OCW.

De toegepaste regeling is zeer gebruikelijk voor het vastleggen van molenbiotopen in een bestemmingsplan of beheersverordening. Deze is ook gebruikt voor de regeling van andere molens in Deurne (Zeilberg, Liessel, Vlierden).

Besluitsubvlak

Op de verbeelding is een besluitsubvlak (lees: bestemmingsvlak) 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' met een straal van 400 meter opgenomen, omdat obstakels op een afstand groter dan 400 meter over het algemeen niet meer als hinderlijk worden beschouwd.

Bouwregels (artikel 20.4.2)

De regeling bevat voorts een onderverdeling van de molenbiotoop. In de eerste 100 meter rond de molen is de verstoring van de wind direct achter een obstakel zeer groot. Daarom mogen bouwwerken in deze zone niet hoger zijn dan de onderste punt van de verticaal staande wiek. Dit komt (grofweg) overeen met de hoogte van de belt van de molen. In het geval van Holten's molen is dat 5,00 meter en in het geval van Maria Antoinette is dat 3,80 meter (bron: e-mail gemeente d.d. 02-12-2015).

In de zone tussen 100 meter en 400 meter rondom de molens geldt dat de hoogte van nieuwe bouwwerken niet meer mag bedragen dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk en de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. Dit resulteert voor de molenbiotopen van beide molens in de volgende hoogtebeperkingen.

afstand tot molen (m)   toegestane bouwhoogte van nieuwe bouwwerken (m)  
  Holtens Molen   Maria Antoinette  
0-100   5,00   3,80  
100   8,33   7,13  
200   11,67   10,47  
300   15,00   13,80  
400   18,33   17,13  

NB. indien de maximale bouwhoogte in de regels van de besluitvlakken afwijkt van de in deze regeling berekende hoogte, is de laagste toegestane hoogte leidend.

Afwijken (artikel 20.4.3)

Volgens de regels kan het bevoegd gezag afwijken van deze hoogtebeperkingen, mits de belangen van de molen niet onevenredig worden aangetast. In het algemeen wordt gesteld dat de belangen van de molen bestaan uit:

  • a. vrije windvang (dit is alleen van belang bij bedrijfsmatig functionerende molens; in dit geval zijn beide molens in bedrijf);
  • b. zicht.

Gronden om af te wijken van deze regeling en bouwwerken met een grotere hoogte toe te staan kunnen onder andere zijn:

  • 1. Er is sprake van een situatie waarin de vrije windvang en het zicht op de molen al beperkt zijn door bestaande bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen door de nieuwe ontwikkeling niet verder worden beperkt.
  • 2. Via een 'windbelemmeringsonderzoek' door een deskundige partij kunnen de effecten van de ontwikkeling op de windvang van de molen ingeschat worden.
  • 3. Er is zeker gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de 'vrijwaringszone - molenbiotoop' worden gecompenseerd, zoals:
    • a. ruimtelijke maatregelen elders die voor een vrijere windvang zorgen (bijv. het verplaatsen, toppen of verwijderen van bomen en groenopstanden dichtbij de molen);
    • b. ophoging van de molen zelf (is in enkele gevallen in Nederland toegepast);
    • c. het aanstellen van meerdere molenaars, om het aantal momenten waarop gedraaid kan worden te vergroten.
5.2.1.6 Conclusie

Het aspect archeologie en cultuurhistorie is in de beheersverordening meer expliciet geregeld dan in het vigerende bestemmingsplan. De regeling doet geen afbreuk aan de bestaande rechten cq ontwikkelingsmogelijkheden. Meer bepaald:

5.2.2 Flora en fauna
5.2.2.1 Inleiding

Ten behoeve van de bescherming van zeldzame of kwetsbare planten en dieren zijn twee wetten van toepassing:

  • de Natuurbeschermingswet 1998, deze beschermt waardevolle natuurgebieden;
  • de Flora- en faunawet, die een soortenbescherming bevat.
5.2.2.2 Analyse

Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en/of de ecologische hoofdstructuur in de provinciale Verordening ruimte.. De Natuurbeschermingswet 1998 kent tevens een zogenaamde 'externe werking', wat betekent dat ook projecten buiten Natura 2000-gebieden vergunningplichtig zijn wanneer zij een negatief effect hebben op deze gebieden.


De beheersverordening regelt de bestaande situatie en sluit nieuwe ontwikkelingen uit. Derhalve is er geen sprake van nieuwe van negatieve effecten van het plan op natuurgebieden.

Soortenbescherming
De beheersverordening bevat uitsluitend bebouwingsmogelijkheden die reeds in de vigerende bestemmingsplannen aanwezig zijn. De wat grotere bouwmogelijkheden liggen in De Poort van Deurne. Daar komt weinig groen voor. De grotere groengebieden binnen het besluitgebied zijn omgeven door woongebied. Daarbinnen zijn alleen verspreid nieuwe woningen mogelijk.

In de groengebieden zelf zijn geen bouwmogelijkheden aanwezig, behoudens voor educatieve gebouwen binnen een bouwvlak nabij de Dunantweg.

Eventuele aanwezigheid van beschermde soorten fauna moeten beoordeeld worden in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning.

5.2.2.3 Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen een planologische belemmering voor de beheersverordening.

5.3 Waterparagraaf

5.3.1 Inleiding

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Aa en Maas.

Grondwater

Grondwaterstanden en stroming in de Heiakker e.o. / Noordrand worden sterk beïnvloed door de Peelrandbreuk. Om verstoring van het heersende grondwaterregime te voorkomen zijn rioolsleuven, daar waar de riolering de breuklijn kruist, aangevuld met leem.

Oppervlaktewater

De Vlier heeft een belangrijke rol in de waterhuishouding in het besluitgebied. Van de vroegere meandering van de Vlier is alleen het gebied in de kasteeltuin nog over. De Vlier ten oosten van het besluitgebied is ontstaan tijdens de ontginningen en is geen natuurlijke beek. In de zestiger jaren werd de Vlier benedenstrooms van Deurne recht getrokken. Door deze ingreep was het niet meer mogelijk de gracht rond het Klein Kasteel en de kasteelruïne natuurlijk te voeden. Het peil van de gracht rond het Klein Kasteel wordt nu kunstmatig op niveau gehouden door een gemaal. Deze gracht heeft benedenstrooms van de watermolen een nooduitlaat op de Vlier.

Vanuit de gracht rond het Klein Kasteel werd tot begin negentiger jaren de gracht rond de kasteelruïne gevoed. Door de aanleg van het Heiakkerpark ontstond de mogelijkheid de aanvoer te verbeteren door water via de sloten in het Heiakkerpark aan te voeren. Benedenstrooms van de watermolen wordt het peil met beweegbare stuwen geregeld. Bovenstrooms van de watermolen, binnen de Heiakker, zijn de mogelijkheden voor peilbeheer beperkt door de vaste hoogte van het toeleidingskanaal in de watermolen en de vaste overlaat ter hoogte van de Peelrandbreuk. In het buitengebied bovenstrooms van de Heiakker is het peil weer instelbaar met beweegbare stuwen. Delen van het besluitgebied ten oosten van de Randweg zijn aangewezen als 'reservering waterberging'.

De rechteroever van de Vlier dient voor beekonderhoud geschikt te zijn. De linkeroever is bruikbaar voor natuurontwikkeling. De inrichting en het beheer van de rechteroever blijven overigens hetzelfde als in de huidige situatie. Het groentype/streefbeeld is gazon met verspreide (monumentale) eiken direct aan de oever.

Op de belangrijke waterlopen in het besluitgebied is de Keur van het waterschap van toepassing. De Vlier is een op de legger vermelde waterloop.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BV201503-C001_0039.jpg"

LEGGER OPPERVLAKTEWATER

Riolering

Het plangebied “Heiakker e.o. / Noordrand” heeft overwegend een gemengd rioolstelsel. In afwijking daarvan ligt binnen Bloemgaarde en Kastelenerve een verbeterd gescheiden rioolstelsel. Een groot deel van de daken en verhardingen binnen De Poort van Deurne is aangesloten op een regenwaterinfiltratieriool.

Bij nieuwbouwplannen wordt gestreefd naar scheiding van vuil water en (schoon) regenwater, ook als in het openbaar gebied nog steeds een gemengd rioolstelsel aanwezig is.

Als geheel voldoet het rioolstelsel en zijn geen bijzondere aanpassingen voorzien.

5.3.2 Beleid

In deze paragraaf wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid.

5.3.2.1 Provinciaal niveau (Noord-Brabant)
  • Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015
    Zoals in paragraaf 4.2.3 reeds vermeld is een gebied ten oosten van de Randweg aangewezen als 'reservering waterberging'. De bescherming hiervan is in de regels opgenomen.
5.3.2.2 Waterschap Aa en Maas

Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Aa en Maas. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in:

  • Het Waterbeheerplan 2010-2015
    Dit plan maakt inzichtelijk wat het waterschap de komende jaren gaat doen. Het doel is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede of mensen en dieren in Noordoost-Brabant leven in een veilige, schone en prettige omgeving.
  • De beleidsnota ‘Uitgangspunten watertoets waterschap Aa en Maas’
    De beleidsnota bevat acht uitgangspunten, die zijn gehanteerd bij het opstellen van voorliggend plan:
    • 1. Wateroverlastvrij bestemmen
    • 2. Hydrologisch neutraal ontwikkelen
    • 3. Gescheiden houden van schoon en vuil water
    • 4. Doorlopen van de afwegingsstappen: "hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer" van hemelwater
    • 5. Voorkomen van vervuiling
    • 6. Meervoudig ruimtegebruik
    • 7. Water als kans
    • 8. Waterschapsbelangen.

De beheersverordening sluit in principe nieuwe ontwikkelingen uit. Daarom worden hierna alleen de punten 3, 4 en 5 nader toegelicht.

5.3.3 Hemelwater

Voor de opvang van het hemelwater is de nieuwe keur d.d. 3 maart 2015 van toepassing.

De omvang van de verhardingstoename ligt tussen 2.000 en 10.000 m². Voor deze categorie geldt de rekenregel: benodigde compensatie in m³ = toename verhard oppervlak in m² * gevoeligheidsfactor gebied.* 0,06.

5.3.3.1 Verhard oppervlak

De beheersverordening sluit in principe nieuwe ontwikkelingen uit. Nieuwbouw mogelijkheden zijn beperkt tot verspreide woningen en zakelijke gebouwen in De Poort van Deurne.

Woningen

Er kunnen verspreid nog 20 nieuwe vrijstaande woningen gebouwd worden. Per woning is gemiddeld sprake van ca. 200 m² bebouwd oppervlak, en ca. 150 m² terreinverharding. De kavels variëren van 250 tot 1000 m² en hebben dus voldoende ruimte om het hemelwater op eigen terrein te infiltreren, hetgeen voorwaarde zal zijn bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Er wordt dus gekozen voor infiltratie op eigen terrein. Indien de initiatiefnemer dit niet wenst dan worden de kosten voor compenserende voorzieningen in de openbare ruimte in rekening gebracht.

De Poort van Deurne.

Het bebouwd oppervlak van de mogelijke nieuwbouw bedraagt ca.3000 m². Dit blijft ruim onder de verhardingstoename van 10.000m². In het kader van de omgevingsvergunning zal gestreefd worden naar infiltratie binnen het gebied De Poort van Deurne.

Openbare ruimte

Nieuwe verharding in de openbare ruimte is niet voorzien.

5.3.4 Afvalwater

Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden.

Het vuile afvalwater zal op het bestaande rioolstelsel geloosd worden.

5.3.5 Waterkwaliteit

Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden in principe geen uitlogende materialen toegepast.

5.3.6 Advies waterschap

Voor reguliere bestemmingsplannen met nieuwe ontwikkelingen wordt het waterschap expliciet om advies gevraagd. Een beheersverordening betreft gebieden waar geen nieuwe ontwikkelingen worden voorzien. Om deze reden is het waterschap voor deze beheersverordening niet om advies gevraagd.

5.3.7 Conclusie

De beheersverordening is in overeenstemming met het waterbeleid.

  • In de bestemming Agrarisch is een besluitvlak 'reservering waterberging'' opgenomen.
  • Afvoer hemelwater en vuil water wordt zoveel mogelijk gescheiden. In ieder geval bij nieuwe bouwinitiatieven.
  • Voor nieuw te bouwen woningen geldt als uitgangspunt infiltratie op eigen terrein.
  • De mogelijke toename van de verharding van de nieuwbouw in De Poort van Deurne bedraagt circa 3000 m² en blijft ruim onder de grens van 10.000 m². Gestreefd wordt naar infiltratie op locatie.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan betreft een aantal aspecten. Ten eerste moet het realiteitsgehalte van de plannen worden aangetoond; is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede moet de financiële uitvoerbaarheid worden onderbouwd. Dat wil zeggen, zijn alle kosten die de gemeente moet maken ten behoeve van het initiatief gedekt.

Voorliggende beheersverordening legt de ontwikkeling vast die reeds in de vigerende bestemmingsplannen zijn opgenomen. Er worden geen nieuwe zaken van gemeentewege voorzien. In de beheersverordening zijn alleen ontwikkelingen mogelijk op het niveau van de bestaande percelen. Hiervoor is in alle gevallen een omgevingsvergunning vereist, behoudens in geval van vergunningsvrij bouwen. Voor de behandeling van omgevingsaanvragen worden legeskosten in rekening gebracht om de gemeentelijke kosten te dekken.

Conclusie

Het plan brengt voor de gemeente geen financiële risico's met zich mee.

Het plan wordt financieel-economisch haalbaar geacht.

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten

7.1 Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke manier voorliggend plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling bindt burgers en overheid.

Bij het opstellen van deze beheersverordening is gebruik gemaakt van:

  • de notitie "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, bindende afspraken en aanbevelingen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog)" (SVBP2012) en het "Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012" (IMRO 2012);
  • het Handboek bestemmingsregels gemeente Deurne;
  • de kadastrale kaart en de Grootschalige basiskaart Nederland (GBKN).

Het beheersplan bestaat uit:

  • de toelichting;
  • de verbeelding/ illustratie;
  • de planregels.

De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en het afwijken van de bouw- en gebruiksregels.

De verbeelding geeft de besluitvlakken (bestemmingen) weer, en vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van de beheersverordening.

De planregels vormen de juridische basis voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken.

In deze beheersverordening is voor de regels gekozen voor de begrippen besluitgebied, besluitvlakken en besluitsubvlakken, waar in een bestemmingsplan de begrippen plangebied, bestemmingen en aanduidingen gebruikt worden.

7.2 Afstemming met andere regelgeving

7.2.1 Welstandsnota

Bouwplannen worden getoetst aan de regels van deze beheersverordening ten aanzien van:

  • gebruik, omvang en situering van gebouwen;
  • gebruik, omvang en situering van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;
  • gebruik, omvang en situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bouwplannen worden daarnaast - voor zover van toepassing per geldend welstandsniveau - getoetst aan het gemeentelijk welstandsbeleid ten aanzien van:

  • architectuur gevels;
  • aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;
  • dakkapellen;
  • materiaal en kleur;
  • erfafscheidingen;
  • reclame.

7.3 Besluitvlakken

De indeling van de planregels is als volgt.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Hoofdstuk 2 Gebiedsregels

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Begrippen (artikel 1)

In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

Wijze van meten (artikel 2)

In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Hoofdstuk 2 Gebiedsregels

De gebiedsregels zijn conform de SVBP2012 als volgt opgebouwd:

  • Omschrijving besluitvlak
  • Bouwregels
  • Afwijken van de bouwregels
  • Specifieke gebruiksregels
  • Afwijken van de gebruiksregels
  • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden

Per besluitvlak kunnen onderdelen, voor zover niet relevant, ontbreken.'

In de omschrijving besluitvlak wordt omschreven voor welke doelen/functies de gronden mogen worden gebruikt. In voorliggende beheersverordening zijn de volgende besluitvlakken opgenomen.

Agrarisch (artikel 3)

Dit besluitvlak is van toepassing voor de gronden in de oostrand van het besluitgebied, die een agrarische functie hebben.

Bouwvlakken zijn opgenomen ten behoeve van de agrarische bedrijven en de tuinbouwvereniging.

Een specifiek besluitsubvlak geldt voor de volkstuinen aan de Kulertseweg.

Buiten de specifieke aanduidingen mag behoudens schuilgelegenheden niet worden gebouwd.

Een deel van deze gronden heeft een hoge c.q. gematigde archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie Hoog' c.q. 'Waarde - Archeologie Gematigd'.

Bedrijf (artikel 4)

Voor houthandel Holtens is het besluitvlak 'Bedrijf' opgenomen. Daarbinnen is alleen het bestaande bedrijf toegestaan. De gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden opgericht. De maximale hoogten zijn verbaal geregeld. Via een afwijking is een ander gebruik toegestaan.

Dienstverlening (artikel 5)

Dit besluitvlak is in het bijzonder van toepassing voor het gebied De Poort van Deurne.

In de regels is gespecificeerd welke functies zijn toegestaan.

Ter plaatse van het besluitsubvlak voor de verpleegstersflat is ook een bijzondere vorm van horeca en of wonen toegestaan. Gebouwen mogen alleen binnen een bouwvlak worden opgericht. Op de verbeelding zijn het maximaal bebouwingspercentage en hoogten aangegeven.

Gemengd (artikel 6)

Alle gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor wonen, maatschappelijke en zakelijke dienstverlening.

Voor zover aangeduid met een besluitsubvlak zijn de gronden specifiek bestemd voor detailhandel en horeca. Op basis van een afwijking is een functieverandering van horeca naar detailhandel mogelijk.

Nieuwe bedrijven zijn toegestaan op basis van een afwijkingsprocedure en voor zover opgenomen in de bij de beheersverordening behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Dit is dezelfde lijst als ook in de beheersverordeningen Zeilberg en St. Jozefparochie zijn opgenomen. Deze lijst bevat alleen bedrijven die getypeerd worden als een aan huis verbonden beroep of bedrijf.

Holtens Molen is met een specifiek besluitvlak opgenomen, inclusief een regeling voor de molenbiotoop.

Op de verbeelding is deels wel en deels niet een bouwvlak aangegeven. De bouwregels bevatten de reguliere bepalingen: bebouwingspercentage, maatvoering hoofd- en bijgebouwen, hoogten, dakhellingen etc.

Groen (artikel 7)

Deze bestemming geldt voor de groenstructuur in het besluitgebied en de gronden met openbare groenvoorzieningen. Gebouwen zijn alleen toegestaan ten behoeve van openbare voorzieningen, zoals nuts-, speel- en verkeersvoorzieningen.

Maatschappelijk (artikel 8)

Binnen deze bestemming zijn toegestaan regulier maatschappelijke voorzieningen, alsmede de sporthal De Kubus, waarvoor een specifiek besluitsubvlak is opgenomen.

De functies zijn overigens vrij invulbaar.

Bouwen is alleen toegestaan binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Ook zijn de maximale hoogten en bebouwingspercentages aangegeven. Verder zijn de reguliere bouwregels opgenomen.

Sport (artikel 9)

Onder deze bestemming is alleen de tennisbaan opgenomen met de bijkomende voorzieningen. Op de verbeelding is voor het paviljoen een bouwvlak opgenomen en zijn de maximale hoogten en het bebouwingspercentage aangegeven.

Verkeer (artikel 10)

Deze bestemming geldt voor de ontsluitingsstraten Dunantweg, Haageind, Molenstraat en Zeilbergseweg. Zowel het doorgaande als het bestemmingsverkeer vallen hieronder. Bouwen is toegestaan ten behoeve van openbare voorzieningen, zoals nuts-, speel- en verkeersvoorzieningen.

Water (artikel 11)

Dit besluitvlak betreft de leggerwaterlopen van het waterschap Aa en Maas. Op deze gronden mag alleen ten behoeve van de waterhuishouding worden gebouwd cq werken en werkzaamheden worden uitgevoerd.

Wonen - Watermolen (artikel 12)

De bijzondere situatie van de rijksmonumenten Watermolen en Klein Kasteel is vervat in dit besluitvlak. De bestaande situatie is conserverend bestemd. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen. De regels geven de bouwmogelijkheden. Aanpassingen van de gebouwen vraagt een toetsing van de monumentencommissie.

Woongebied (artikel 13)

De gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor wonen, alsmede aan het wonen gerelateerde functies, zoals erfontsluitingstraten, parkeren en speelvoorzieningen.

Binnen deze bestemming zijn voorts beroepen aan huis toegestaan en, op basis van een afwijking, onder voorwaarden, ook bedrijven aan huis die voorkomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Op de verbeelding zijn geen bouwgrenzen aangegeven. Het bouwen is geheel verbaal geregeld, met de reguliere voorwaarden van bebouwingspercentages, omvang. hoofd- en bijgebouwen, hoogten, dakhellingen etc.

Waarde - Terrein van archeologische waarde (artikel 14)
Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de (op de gemeentelijke beleidskaart opgenomen) beschermde archeologische monument op deze gronden. Een omgevingsvergunningenstelsel regelt de werken en werkzaamheden.

Waarde - Archeologie Hoog (artikel 15)

Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarde op deze gronden. Een omgevingsvergunningenstelsel regelt de werken en werkzaamheden.

Waarde - Archeologie Gematigd (artikel 16)

Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de gematigde archeologische verwachtingswaarde op deze gronden. Een omgevingsvergunningenstelsel regelt de werken en werkzaamheden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Anti-dubbeltelregel (artikel 17)
In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen.

Algemene bouwregels (artikel 18)
Dit artikel bevat regels ten aanzien van afwijkende bestaande bebouwing en ondergeschikte bouwdelen.

Algemene gebruiksregels (artikel 19)
In dit artikel is nader omschreven welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt. Voorts zijn regels opgenomen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen.

Algemene aanduidingsregels (artikel 20)
Binnen het besluitgebied komen de volgende besluitsubvlakken voor:

In het besluitgebied komt het besluitsubvlak 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' voor die over meerdere bestemmingen valt. Binnen de molenbiotopen van de Holtens molen en Maria Antoinette zijn beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten. Voor deze molenbiotopen zijn daarom algemene aanduidingsregels opgenomen.

Voorts zijn ten behoeve van het behoud en herstel van het bebouwingsbeeld besluitsubvlakken opgenomen voor:

Algemene afwijkingsregels (artikel 21)
In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (artikel 22)
Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen.
Het gebruik van de bebouwing daarentegen wordt indien mogelijk positief bestemd of indien noodzakelijk door handhaving aan de gebruiksregels van de betreffende bestemming aangepast.

Slotregel (artikel 23)
Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 8 Procedure

De beheersverordening doorloopt de volgende procedurestappen.

  • 1. Terinzagelegging ontwerpbeheersverordening;
  • 2. Vaststelling door gemeenteraad;
  • 3. Terinzagelegging vastgestelde beheersverordening.

8.1 Terinzagelegging ontwerpbeheersverordening

De ontwerpbeheersverordening heeft gedurende zes weken vanaf 18 april tot en met 29 mei 2016 ter inzage gelegen.

Op 25 april 2016 heeft een informatieavond plaatsgevonden.

Tijdens de termijn van terinzagelegging zijn 23 inspraakreacties ingediend. Het verslag van de terinzagelegging en de beantwoording van de ingekomen inspraakreacties, alsmede de ambtshalve wijzigingen, is opgenomen als bijlage 1.

8.2 Vaststelling door gemeenteraad

Op 11 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Deurne de beheersverordening gewijzigd vastgesteld. Het Vaststellingsbesluit is opgenomen.