Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Warande 2 te Deurne
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0762.BP202106-C001
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
1.1 plan:
het bestemmingsplan ‘Warande 2 te Deurne' met identificatienummer NL.IMRO.0762.BP202106-C001 van de gemeente Deurne.
 
1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
 
1.3 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
1.4 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
 
1.5 archeologische waarden:
waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde.
 
1.6 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
 
1.7 bestaand
bij bouwwerken: op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aanwezig of in uitvoering, dan wel gebouwd kan worden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning;
bij gebruik: bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel gebruik dat is toegestaan krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning.
 
1.8 bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
 
1.9 bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
 
1.10 bijgebouw
een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw, dat door zijn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw.
 
1.11 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
 
1.12 bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
 
1.13 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
 
1.14 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
 
1.15 escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte of de woning wordt uitgeoefend.
 
1.16 extensief recreatief medegebruik
die vormen van natuurvriendelijke recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.
 
1.17 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
 
1.18 hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
 
1.19 huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
 
1.20 nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie.
 
1.21 opslag
het opslaan van materialen en materieel met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later hier weer over kan beschikken.
 
1.22 overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
 
1.23 prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen.
 
1.24 seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam-) prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, of parenclub, al dan niet gecombineerd met elkaar.
 
1.25 voorgevel
de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekperceel is er slechts sprake van één voorgevel).
 
1.26 voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
 
1.27 voorgevelrooilijn
de naar de weg toegekeerde grens van het bouwvlak, waarop het belangrijkste gebouw op een bouwperceel is georiënteerd.
 
1.28 waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater.
 
1.29 woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
 
1.30 zijdelingse/achterperceelsgrens
een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel.
Artikel 2 Wijze van meten
 
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
2.1 afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.
 
2.2 bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, lichtkoepels, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
2.3 dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
2.4 goothoogte van een bouwwerk
verticaal vanaf de laagst gelegen snijlijn van elk dakvlak, met elk daaronder staand buitenwerks gevelvlak, tot aan het peil.
 
2.5 inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
2.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).
 
2.7 ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
 
2.8 oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
2.9 peil
  1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  2. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
2 Bestemmingsregels
  
Artikel 3 Bos
 
3.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bosbouw en houtproductie, ondergeschikt aan het bosbehoud en het behoud van de landschappelijke en natuurwaarden;
  2. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden;
  3. behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen van amfibieën, bosvogels en plantengezelschappen;
  4. het als zodanig in standhouden van de niet-beboste gedeelten zoals heide, stuifzand, poelen, (zwem)vijvers en paden;
  5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. (extensief) recreatief medegebruik;
  7. medegebruik van de gronden ten dienste van de naastgelegen woningen;
  8. agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer;
  9. deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan
3.2 Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.
 
3.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en /of overkappingen worden gebouwd.
 
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  1. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, passende in de bestemming, mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  2. Erfafscheidingen zijn niet toegestaan.
3.3 Specifieke gebruiksregels
 
3.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:
  1. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  2. lawaaisporten;
  3. het plaatsen van kampeermiddelen.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
 
3.4.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden op de in 3.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de in het schema onder 3.4.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
 
3.4.2 Uitzonderingen
Het onder 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
  1. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
  2. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren;
  3. die het normale onderhoud betreffen en/of plaatsvinden in het kader van bosbouw/ bosbeheer, landschapsbeheer dan wel, voor zover het leidingen betreft, het normale onderhoud en beheer van leidingen;
  4. het kappen/vellen van bomen in het kader van de bosbouw en houtproductie, mits vervangende herplant plaatsheeft.
3.4.3 Toelaatbaarheid
De in 3.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de onder 3.4.4 opgenomen criteria.
 
3.4.4 Schema
 
Omgevingsvergunningplichtige werken /werkzaamheden
Criteria voor vergunningverlening
  • het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen;
  • het afgraven, ophogen, of egaliseren van de bodem;
  • het verwijderen van houtopstanden;
  • het diepwoelen of - ploegen van de bodem;
  • het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen;
  • de activiteiten zijn noodzakelijk in het kader van bos- en/of natuurbeheer;
  • de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van bos en natuur dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik;
  • de aanwezige natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast
Artikel 4 Wonen - 1
 
4.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Wonen-1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wonen;
  2. erven en tuinen;
  3. groenvoorzieningen;
  4. speelvoorzieningen;
  5. wegen, paden en parkeren;
  6. bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  7. deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
4.2 Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.
 
4.2.1 Hoofdgebouwen
  1. Per bouwvlak mag één woning worden gebouwd;
  2. elke woning mag maximaal 120 m2 gebruiksoppervlak, exclusief inpandige berging van maximaal 20 m2 en exclusief de kelder, beslaan;
  3. De goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 meter;
  4. De woningen worden voorzien van een plat dak;
  5. De aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt getoetst aan de beeldkwaliteitsuitgangspunten zoals opgenomen in paragraaf 2.3.4 van de toelichting bij dit bestemmingsplan.
4.2.2 Bijgebouwen
Op deze gronden mogen geen (vrijstaande) bijgebouwen worden gebouwd, uitgezonderd een inpandige berging aan /in het hoofdgebouw binnen het bouwvlak conform hetgeen is opgenomen onder artikel 4.2.1 onder b en e.
 
4.2.3 Ondergronds bouwen
  1. Ondergronds bouwen is toegestaan onder de woning en in gronden aansluitend aan deze gebouwen;
  2. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  1. De bouw van erf- en terreinafscheidingen is niet toegestaan;
  2. De hoogte van kunstobjecten, palen en masten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  3. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter, met dien verstande dat de hoogte van overige bouwwerken vóór de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw en de denkbeeldige lijn door de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 1 meter.
  4. De bouw van een zwembad is niet toegestaan.
4.3 Gebruiksregels
 
4.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van een bedrijf of bedrijf aan huis;
  2. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van een internetwinkel;
4.3.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van een woning conform de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als op het eigen terrein bij de woning minimaal is voorzien in twee parkeerplaatsen.
 
4.3.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van een woning conform de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als binnen het plangebied voldoende water compenserende maatregelen zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden, conform het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023.
Artikel 5 Wonen - 2
 
5.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Wonen-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wonen;
  2. erven en tuinen;
  3. groenvoorzieningen;
  4. speelvoorzieningen;
  5. wegen, paden en parkeren;
  6. bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  7. deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
 
5.2 Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.
 
5.2.1 Hoofdgebouwen
  1. Per bouwvlak mag één woning worden gebouwd;
  2. elke woning mag maximaal 120 m2 gebruiksoppervlak, exclusief inpandige berging van maximaal 20 m2 en exclusief de kelder, beslaan;
  3. De goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 meter;
  4. De etage mag 40% van de begane grondvloer beslaan met een maximum van 40 m2 gebruiksoppervlak en gesitueerd binnen de specifieke bouwaanduiding – etage toegestaan;
  5. De etage mag een goothoogte hebben van 6,5 meter;
  6. De woningen worden voorzien van een plat dak;
  7. De aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt getoetst aan de beeldkwaliteitsuitgangspunten zoals opgenomen in paragraaf 2.3.4 van de toelichting bij dit bestemmingsplan.
5.2.2 Bijgebouwen
Op deze gronden mogen geen (vrijstaande) bijgebouwen worden gebouwd, uitgezonderd een inpandige berging aan het hoofdgebouw binnen het bouwvlak conform hetgeen is opgenomen onder artikel 5.2.1 onder b en g.
 
5.2.3 Ondergronds bouwen
  1. Ondergronds bouwen is toegestaan onder de woning en in gronden aansluitend aan deze gebouwen;
  2. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  1. De bouw van erf- en terreinafscheidingen is niet toegestaan;
  2. De hoogte van kunstobjecten, palen en masten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  3. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter, met dien verstande dat de hoogte van overige bouwwerken vóór de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw en de denkbeeldige lijn door de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 1 meter.
  4. De bouw van een zwembad is niet toegestaan.
5.3 Gebruiksregels
 
5.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van een bedrijf of bedrijf aan huis;
  2. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van een internetwinkel;
5.3.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van een woning conform de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als op het eigen terrein bij de woning minimaal is voorzien in twee parkeerplaatsen.
 
5.3.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging
Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van een woning conform de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als binnen het plangebied voldoende water compenserende maatregelen zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden, conform het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023.
Artikel 6 Wonen - 3
 
6.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Wonen-3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. Voorzieningen ten behoeve van omliggende woningen, zoals;
    • groenvoorzieningen;
    • speelvoorzieningen;
    • wegen, paden en parkeren;
    • bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  2. deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.
6.2 Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.
 
6.2.1 Gebouwen
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
 
6.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde.
  1. De bouw van erf- en terreinafscheidingen is niet toegestaan;
  2. De bouw van overkappingen is niet toegestaan;
  3. De hoogte van kunstobjecten, palen en masten mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  4. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  5. De bouw van een zwembad is niet toegestaan.
6.3 Gebruiksregels
 
6.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van een bedrijf of bedrijf aan huis;
  2. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van een internetwinkel;
Artikel 7 Waarde - Archeologie hoog
 
7.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Waarde – Archeologie Hoog’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.
 
7.2 Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.
 
7.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor archeologisch onderzoek
Op deze gronden mogen ten behoeve van de in 7.1 bedoelde dubbelbestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
 
7.2.2 Overige bouwwerken
Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd indien:
  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, dan wel verwijst naar een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek, waarin de archeologische waarden van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld;
  2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen regels te verbinden, gericht op:
    1. het behoud van de archeologische resten in de bodem;
    2. het doen van opgravingen;
    3. begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.
7.2.3 Uitzonderingen
Het bepaalde in 7.2.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
  1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
  2. een bouwwerk dat niet dieper dan 50 cm onder maaiveld en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
  3. een bouwwerk met een oppervlakte van niet meer dan 250 m², met dien verstande dat in deze oppervlakte een ingreep overeenkomstig het bepaalde in 7.4 wordt meegerekend.
7.3 Nadere eisen
 
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en
de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit
archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige
archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de
archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.
 
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
 
7.3.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
  1. grondwerkzaamheden die dieper gaan dan 50 cm onder maaiveld en groter zijn dan 250 m2, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage en verwijderen van funderingen, met dien verstande dat in deze oppervlakte een ingreep overeenkomstig het bepaalde in 7.2 wordt meegerekend;
  2. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels, indien de grondwerkzaamheden een oppervlakte groter dan 250 m2 beslaan;
  3. het aanleggen van leidingen dieper dan 50 cm onder het maaiveld, indien de grondwerkzaamheden een oppervlakte groter dan 250 m2 beslaan.
7.3.2 Toelaatbaarheid
  1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
  2. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, dan wel verwijst naar een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
  3. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
7.3.3 Uitzonderingen
Het in 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werkzaamheden die:
  1. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;
  2. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
Artikel 8 Waarde - Landschap
 
8.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de landschappelijke en natuurlijke omgevingskwaliteiten.
 
8.2 Bouwregels
 
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en /of overkappingen worden gebouwd, anders dan op basis van de artikelen 3, 4, 5, 6 en 7 gebouwd mogen worden.
3 Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Algemene bouwregels
 
Uitzondering ondergeschikte bouwdelen
 
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, zonnecollectoren, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Artikel 11 Algemene gebruiksregels
 
11.1 Strijdig gebruik
 
Tot een gebruik strijdig met dit bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen:
  1. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen voor afhankelijke woonruimte;
  2. het gebruik van woningen voor bed & breakfast voorzieningen;
  3. het gebruik van woningen anders dan voor permanente bewoning;
  4. het gebruik van bouwwerken voor een seksinrichting of escortbedrijf;
  5. het gebruik van gronden voor de opslag van onbruikbare of aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken goederen, machines of voertuigen en van materialen, emballage en afval, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.
11.2 Parkeren
 
11.2.1 Bestaande parkeerplaatsen
Tot een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen het gebruik van aangelegde parkeerplaatsen voor andere gebruiksdoeleinden dan parkeren.
 
11.2.2 Parkeernormen
Bij nieuw- of verbouw of wijziging van het gebruik dient de inrichting van de gronden zodanig plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen zoals
weergegeven in de ‘Regeling parkeernormen Deurne 2019’ (bijlage 1 bij deze regels), inclusief later vastgestelde aanvullingen, dan wel de nota die volgend op voornoemde wordt vastgesteld, waarbij voornoemde nota is komen te vervallen.
  
11.2.3 Afwijken
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.2.2 mits de afwijking in overeenstemming is met het vastgestelde gemeentelijke parkeerbeleid zoals weergegeven in de ‘Regeling parkeernormen Deurne 2019’, inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel de nota die volgend op voornoemde wordt vastgesteld, waarbij voornoemde nota is komen te vervallen.
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
 
Indien niet op grond van een andere regel van deze regels afgeweken kan worden en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de desbetreffende regels van het plan voor:
  1. andere dan de voorgeschreven minimum- en maximummaten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;
  2. het bouwen van nutsvoorzieningen, mits:
    1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m²;
    2. de goothoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan 3,2 meter;
    3. de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedraagt dan 5,5 meter;
    4. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 3,2 meter;
  3. het in geringe mate afwijken van de bestemmingsgrens en de vorm van een bouwvlak, voor zover zulks noodzakelijk of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht
 
13.1 Overgangsrecht bouwwerken
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  3. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
  4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14 Slotregel
 
Deze regels kunnen worden aangehaald als:
 
Regels van het bestemmingsplan ‘Warande 2 te Deurne’.