direct naar inhoud van Regels
Plan: Stationsstraat-Haspelweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0762.BP2013-C001

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan 'Stationsstraat-Haspelweg' met identificatienummer NL.IMRO.0762.BP2013-C001 van de gemeente Deurne.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 aan-huis- verbonden bedrijf:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend;

1.7 aan-huis-verbonden-beroep

Een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hieronder wordt tevens verstaan het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf alsmede detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis, dat in of bij een woongebouw wordt uitgevoerd, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is .

Onder vrije beroepen worden verstaan: (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerp-technische, administratieve, sociaal-wetenschappelijke, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen.

1.8 afhankelijke woonruimte:

een tijdelijke zelfstandige woonruimte in een deel van een hoofdgebouw met woonfunctie, een aanbouw dan wel een bijgebouw bij dat hoofdgebouw met woonfunctie, waarin een tweede huishouden kan worden gehuisvest uit oogpunt van mantelzorg, welke tijdelijke woonruimte qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met het hoofdgebouw met woonfunctie en gelegen is binnen een bestemming die wonen mogelijk maakt.

1.9 ambachtelijk bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van ter plaatse vervaardigde goederen verband houdend met het ambacht.

1.10 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.11 bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak dan wel van één of meerdere percelen aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

1.12 bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.13 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein wenselijk is.

1.14 beperkt kwetsbaar object
  • a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare;
  • b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting;
  • c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting;
  • d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;
  • e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen;
  • f. objecten die met het onder a tot en met f en h genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn;
  • g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
1.15 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid zoals deze luiddeop het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan .

1.16 bedrijfsvloeroppervlak

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.17 bestaand
  • bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van
    het ontwerp van dit bestemmingsplan bestaan, in aanbouw zijn of gebouwd mogen worden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning.
  • bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan plaatsvindt of mag plaatsvinden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning.
1.18 bestaande (bedrijfs- of burger)woning

een bedrijfs- dan wel burgerwoning die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan bestond of in uitvoering was krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning, of een woning die nog gebouwd kan worden krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning of waarvoor de verleende omgevingsvergunning nog onherroepelijk wordt.

In verband met dit bestemmingsplan wordt een omgevingsvergunning gelijkgesteld met een bouwvergunning zoals bedoeld in artikel 40 lid 1 van de Woningwet zoals deze gold tot 1 oktober 2010.

1.19 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.20 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.21 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.22 bijgebouw

een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.23 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.24 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.25 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.26 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

1.27 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.28 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.29 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.30 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.

1.31 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.32 gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken.

1.33 hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.34 horeca

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.

1.35 kwetsbaar object
  • a. woningen, niet zijnde:
    • 1. verspreid liggende woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare en voor zover die woningen niet behoren tot een risicovolle inrichting;
    • 2. bedrijfswoningen;
  • b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren:
    • 1. (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
    • 2. scholen;
    • 3. sociale werkplaatsen, of;
    • 4. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
  • c. gebouwen waarin meestal grote aantallen personen (> 50 pers.) gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren:
    • 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per object, voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting of;
    • 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m² bedraagt, voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting, en winkels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd en voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting;
  • d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen, voor zover zij niet behoren tot een risicovolle inrichting.
1.36 lijst van bedrijfsactiviteiten

de bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG zoals deze gold ten tijde van de tervisie legging van het ontwerp bestemmingsplan en opgenomen in Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.

1.37 maatschappelijke voorzieningen

educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, wooneenheden voor beschermd en/of verzorgd wonen en daarbij behorende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en openbaar bestuur. Onder maatschappelijke voorzieningen zijn tevens begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang.

1.38 mantelzorg

het op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak;

1.39 nok

het hoogste gedeelte van een dak met hellende vlakken, te weten waar beide hellende vlakken elkaar snijden.

1.40 overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.41 pand

De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.42 perifere detailhandel

detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen en detailhandel in ABC-goederen (auto's, boten en caravans), tuincentra, bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede woninginrichting w.o. meubelen, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een verkoopvloeroppervlak per vestiging nodig hebben van tenminste 1000 m2 voor de uitstalling;

1.43 productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, bewerkt of hersteld, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.44 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.45 straatmeubilair

alle zodanig gebouwde bouwwerken, niet zijnde gebouwen, die zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, verkeersborden, afvalverzamelvoorzieningen, kunstwerken, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen.

1.46 uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.47 verkoopvloeroppervlak

de oppervlakte van de geheel of grotendeels voor publiek toegankelijke ruimte die is bestemd en feitelijk ingericht voor de verkoop van goederen, waaronder begrepen showroom, uitstallingsruime, kassa's, e.d. met uitzondering van magazijn, opslagruimte, kantoor, e.d.

1.48 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, (hemel)waterberging, (hemel)waterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.).

1.49 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk:

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 de dakhelling:

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4 de hoogte van een windturbine:

Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

2.5 de inhoud van een bouwwerk:

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk:

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is.

2.8 de ondergrondse (vertikale) diepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

2.9 peil
  • a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  • b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Bedrijf´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bestaande bedrijven;
  • b. bedrijven genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende tot de categorie 2 met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen of zelfstandige kantoren, doch uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2';
  • c. bedrijven genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende tot de categorieën 2 tot en met 3.2 met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen of zelfstandige kantoren, doch uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2';
  • d. bestaande bedrijfswoningen;
  • e. bestaande burgerwoningen;
  • f. productiegebonden detailhandel deel uitmakende van bedrijven genoemd onder 3.1 onder a tot en met c;
  • g. detailhandel in auto's, doch uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-detailhandel in auto's';
  • h. openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • i. erven en terreinen;
  • j. parkeervoorzieningen en laad- en losplaatsen op eigen terrein;
  • k. groenvoorzieningen;
  • l. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • m. kabels en leidingen;
  • n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen
  • a. het bebouwingspercentage van het bouwperceel bedraagt maximaal 75 % ;

3.2.2 Bedrijfsgebouwen en - overkappingen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en - overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de afstand tot de voorste perceelsgrens bedraagt minimaal 10 meter;
  • b. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt aan één zijde minimaal 5 meter;
  • c. de afstand tot de achterste perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter;
  • d. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte';
  • e. bedrijfsgebouwen en - overkappingen mogen via een platte afdekking of een kapconstructie met minimaal 2 hellende dakvlakken met een nok, worden afgedekt. De dakhelling bij een kapconstructie bedraagt maximaal 45o, met dien verstande dat tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken met een helling van 45o en de daaruit voortvloeiende maximale bouwhoogte, ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 45o en rechtopstaande gevelconstructies zijn toegestaan;
  • f. voor het aantal parkeerplaatsen en laad- en losplaatsen gelden de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3.

3.2.3 Bedrijfs- en burgerwoningen

Voor het bouwen van bedrijfs- of burgerwoningen gelden de volgende regels:

  • a. nieuwbouw van een bedrijfs- of burgerwoning is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw;
  • b. vervangende nieuwbouw van een bedrijfs- of burgerwoning is uitsluitend toegestaan indien dit gebeurt ter plaatse van de bestaande bedrijfs- dan wel burgerwoning en mits de inhoud maximaal 750 m³ bedraagt;
  • c. voor niet-inpandige bedrijfs-of burgerwoningen gelden tevens de volgende regels:
    • 1. de goothoogte bedraagt maximaal 6 meter;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 11 meter;
    • 3. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter;
  • d. vanaf de maximaal toegestane goothoogte mogen bedrijfs- en burgerwoningen via een platte afdekking of een kapconstructie met minimaal 2 hellende dakvlakken met een nok, worden afgedekt. De dakhelling bij een kapconstructie bedraagt minimaal 250 en maximaal 60o, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken en de daaruit voortvloeiende maximale hoogte ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 60o en rechtopgaande gevelconstructies, waaronder ook topgevels, zijn toegestaan;
    • 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60o-lijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis.

3.2.4 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfs- en burgerwoningen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfs- en burgerwoningen gelden de volgende regels:

  • a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden uitsluitend gebouwd bij vrijstaande, niet-inpandige bedrijfs- of burgerwoningen;
  • b. de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de voorgevellijn van de bedrijfs- of burgerwoning op het desbetreffende perceel bedraagt minimaal 3 meter;
  • c. de afstand van een bijgebouw tot de bedrijfs- of burgerwoning bedraagt maximaal 10 meter;
  • d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,2 meter;
  • e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • f. onverminderd het bepaalde in 3.2.1 onder a bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per bedrijfs- of burgerwoning maximaal 75 m²;
  • g. vóór de voorgevel van de bedrijfs- of burgerwoning mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits:
    • 1. de afstand tot de voorgevel van de erker, het entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van de bedrijfs-of burgerwoning maximaal 1 meter bedraagt;
    • 2. de afstand van de erker, het entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorste perceelgrens minimaal 2 meter bedraagt;
    • 3. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt of maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfs- of burgerwoning plus 0,25 meter;
    • 4. de gezamenlijke breedte van de erker, het entreeportaal en vergelijkbaar bouwwerk maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de bedrijfs- of burgerwoning bedraagt.

3.2.5 Ondergronds bouwen

Voor het ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofd- en bijgebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen, mits minimaal 80 % van het ondergrondse gebouw onder een hoofd- en/of bijgebouw is gelegen;
  • b. de verticale diepte bedraagt maximaal 4 meter.

3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter;
  • b. de hoogte van antennes bedraagt maximaal 15 meter;
  • c. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt de hoogte maximaal 4 meter.

 

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing en het bebouwingspercentage ten behoeve van:

  • a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de brandveiligheid
  • e. de parkeer- en laad- en losruimte op eigen terrein;
  • f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Afstand tot voorste perceelsgrens

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 onder a. voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en/of - overkappingen op een afstand van minimaal 5 meter tot de voorste perceelgrens, indien dit uit een oogpunt van verkeersveiligheid niet onaanvaardbaar is.

3.4.2 Afstand tot zijdelingse perceelsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 onder b. voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en/of - overkappingen aan beide zijden in de zijdelingse perceelgrens, mits:

  • a. dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering;
  • b. dit geen onevenredige beperking oplevert van de brandveiligheid.

3.4.3 Afstand tot achterste perceelsgrens

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 onder c. voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en/of - overkappingen in de achterste perceelgrens, mits:

  • a. dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering;
  • b. dit geen onevenredige beperking oplevert van de brandveiligheid.

3.4.4 Bouwhoogte bedrijfsgebouwen

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 onder d. ten behoeve van een grotere bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, mits:

  • a. dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering;
  • b. de bouwhoogte maximaal 11 meter bedraagt.

3.4.5 Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.6 onder c. ten behoeve van een grotere hoogte van masten en kranen e.d. tot maximaal 15 meter.

3.4.6 Toelaatbaarheid

De in 3.4.1 tot en met 3.4.5 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. de stedenbouwkundige structuur;
  • b. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. de sociale veiligheid;
  • f. de milieusituatie.

3.5 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen :

  • a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning of afhankelijke woonruimte;
  • b. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor bedrijven genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende tot categorie 1;
  • c. uitoefening van een andere tak van handel, bedrijf of dienstverlening dan ingevolge het bepaalde in 3.1 is toegestaan;
  • d. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor detailhandel, uitgezonderd productiegebonden detailhandel zoals bedoeld in 3.1 onder f en detailhandel in auto's zoals bedoeld in 3.1 onder g;
  • e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • f. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • g. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor buitenopslag van voer- en vaartuigen, voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage;
  • h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;
  • i. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor horeca.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Categorie 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5 onder b jo. 3.1 onder b of c voor de vestiging van een bedrijf in categorie 1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, mits:

  • a. er in de kern Deurne geen geschikte locatie beschikbaar is;
  • b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid;
  • c. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.

3.6.2 Bedrijven niet in Lijst van bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 onder b of c voor de vestiging van een bedrijf dat niet in de Lijst van bedrijfsactiviteiten voorkomt, mits:

  • a. het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is aan de ter plaatse toegelaten categorieën bedrijven;
  • b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid;
  • c. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.

3.6.3 Buitenopslag

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5 onder g voor buitenopslag van voer- en vaartuigen, voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage, mits:

  • a. dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering;
  • b. dit geen onevenredige beperking oplevert van de brandveiligheid;
  • c. voldoende parkeerplaatsen en laad-en losplaatsen , volgens de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3, op eigen terrein aanwezig blijven;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 4 Detailhandel

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het uitoefenen van bestaande perifere detailhandel , inclusief daarbij behorende en daaraan ondergeschikte kantoren en ondergeschikte horeca;
  • b. verkooppunt voor motorbrandstoffen, doch uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
  • c. bestaande bedrijfswoningen;
  • d. bestaande burgerwoningen;
  • e. openbare nutsvoorzieningen;

met daarbij behorende:

  • f. gebouwen;
  • g. wegen, erven en terreinen;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • j. parkeervoorzieningen;
  • k. kabels en leidingen;
  • l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Bedrijfsgebouwen en - overkappingen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en - overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de bedrijfsgebouwen en - overkappingen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding `bouwvlak´ worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte';
  • c. het bedrijfsvloeroppervlak van bedrijfsgebouwen en -overkappingen ten behoeve van de bestaande perifere detailhandel bedraagt maximaal 8200 m2;
  • d. voor het aantal parkeerplaatsen en laad- en losplaatsen gelden de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3.

4.2.2 Bedrijfs- en burgerwoningen

Voor het bouwen van bedrijfs- of burgerwoningen gelden de volgende regels:

  • a. nieuwbouw van een bedrijfs- of burgerwoning is niet toegestaan, uitgezonderd vervangende nieuwbouw;
  • b. vervangende nieuwbouw van een bedrijfs- of burgerwoning is uitsluitend toegestaan indien dit gebeurt ter plaatse van de bestaande bedrijfs- dan wel burgerwoning en mits de inhoud maximaal 750 m³ bedraagt;
  • c. voor niet-inpandige bedrijfs-of burgerwoningen gelden tevens de volgende regels:
    • 1. de goothoogte bedraagt maximaal 6 meter;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 11 meter;
    • 3. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter;
  • d. vanaf de maximaal toegestane goothoogte mogen bedrijfs- en burgerwoningen via een platte afdekking of een kapconstructie met minimaal 2 hellende dakvlakken met een nok, worden afgedekt. De dakhelling bij een kapconstructie bedraagt minimaal 250 en maximaal 60o, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken en de daaruit voortvloeiende maximale hoogte ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 60o en rechtopgaande gevelconstructies, waaronder ook topgevels, zijn toegestaan;
    • 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60o-lijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis.

4.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfs- en burgerwoningen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfs- en burgerwoningen gelden de volgende regels:

  • a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden uitsluitend gebouwd bij niet-inpandige bedrijfs- of burgerwoningen;
  • b. de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de voorgevellijn van de bedrijfs- of burgerwoning op het desbetreffende perceel bedraagt minimaal 3 meter;
  • c. de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelgrens bedraagt 0 meter of minimaal 1 meter;
  • d. de afstand van een bijgebouw tot de bedrijfs- of burgerwoning bedraagt maximaal 10 meter;
  • e. de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 meter;
  • f. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen per bedrijfs- of burgerwoning bedraagt maximaal 75 m²;
  • h. vóór de voorgevel van de bedrijfs- of burgerwoning mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits:
    • 1. de afstand tot de voorgevel van de erker, het entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van de bedrijfs-of burgerwoning maximaal 1 meter bedraagt;
    • 2. de afstand van de erker, het entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorste perceelgrens minimaal 2 meter bedraagt;
    • 3. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt of maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfs- of burgerwoning plus 0,25 meter;
    • 4. de gezamenlijke breedte van de erker, het entreeportaal en vergelijkbaar bouwwerk maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de bedrijfs- of burgerwoning bedraagt.

4.2.4 Ondergronds bouwen

Voor het ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofd- en bijgebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen, mits minimaal 80 % van het ondergrondse gebouw onder een hoofd- en/of bijgebouw is gelegen;
  • b. de verticale diepte bedraagt maximaal 4 meter.

 

4.2.5 Openbare nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 15 m2 ;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,20 meter.

 

4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter bedraagt;
  • b. de bouwhoogte van verlichting, vlaggenmasten en antennes bedraagt maximaal 7 meter;
  • c. de hoogte van een luifel bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' maximaal 5,5 meter;
  • d. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte'.

 

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de brandveiligheid;
  • e. de parkeer- en laad- en losruimte op eigen terrein;
  • f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

4.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in

  • a. 4.2.1 onder a. voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en/of - overkappingen buiten de aanduiding 'bouwvlak' mits:
    • 1. dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering;
    • 2. dit niet leidt tot een aantasting van de met het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit en/of tot een aantasting van een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 3. dit niet leidt tot een aantasting van:
      • I. de brandveiligheid;
      • II. de verkeersveiligheid;
      • III. de sociale veiligheid.
    • 4. de gronden niet grenzen aan woonpercelen, uitgezonderd percelen met bedrijfswoningen;
    • 5. dit niet leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.
  • b. 4.2.1 onder c voor de uitbreiding van de bestaande perifere detailhandel, inclusief daarbij behorende en daaraan ondergeschikte kantoren en horeca, en met uitzondering van detailhandel in brand- en/of explosiegevaarlijke stoffen en detailhandel in auto's, boten, caravans en tenten, mits:
    • 1. de uitbreiding maximaal 15 % van het bestaande bedrijfsvloeroppervlak van 8200 m2 bedraagt;
    • 2. de uitbreiding noodzakelijk is in verband met de autonome bedrijfseconomische groei en de uitbreiding niet in strijd is met gemeentelijk perifeer detailhandelsbeleid;
    • 3. voor het aantal parkeerplaatsen en laad- en losplaatsen de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3 in acht worden genomen;
    • 4. de overige regels zoals genoemd in 4.2 in acht worden genomen.

4.5 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen :

  • a. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor detailhandel en/of horeca, met uitzondering van ondergeschikte horeca als bedoeld in 4.1 onder a;
  • b. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor de uitbreiding van het bedrijfsvloeroppervlak van de bestaande perifere detailhandel;
  • c. het gebruiken van bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning;
  • d. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.5 onder b voor de uitbreiding van de bestaande perifere detailhandel, inclusief daarbij behorende en daaraan ondergeschikte kantoren en horeca, en met uitzondering van detailhandel in brand- en/of explosiegevaarlijke stoffen en detailhandel in auto's, boten, caravans en tenten, mits:

  • a. de uitbreiding maximaal 15 % van het bestaande bedrijfsvloeroppervlak van 8200 m2 bedraagt;
  • b. de uitbreiding noodzakelijk is in verband met de autonome bedrijfseconomische groei en de uitbreiding niet in strijd is met gemeentelijk perifeer detailhandelsbeleid;
  • c. voor het aantal parkeerplaatsen en laad- en losplaatsen de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3 in acht worden genomen;
  • d. de overige regels zoals genoemd in 4.2 in acht worden genomen.

Artikel 5 Gemengd

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Bestemming

De voor `Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, voorzover het betreft bestaande bedrijfswoningen of burgerwoningen;
  • b. aan huis verbonden beroepen;
  • c. bestaand bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf';
  • d. bestaande detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';
  • e. dienstverlening;
  • f. maatschappelijke voorzieningen;
  • g. kantoren;
  • h. openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • i. gebouwen;
  • j. tuinen en dakterrassen;
  • k. parkeervoorzieningen;
  • l. paden, erven en overige verhardingen
  • m. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • n. kabels en leidingen;
  • o. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.1.2 Nadere detaillering bestemming

De toegestane functies zijn, met uitzondering van wonen, alleen op de begane grond van het hoofdgebouw toegestaan. Functieveranderingen die zijn toegestaan, zijn in hiernavolgend schema weergegeven:

nieuw
bestaand  
d   w**   dv   mv   k   b  
Wonen (w)   nt   --   t   t   t   nt  
Bedrijf (b)*   nt   ov   t   t   t   t  
Detailhandel (d)   --   ov   t   t   t   nt  
Dienstverlening (dv)   nt   ov   --   t   t   nt  
Maatschappelijke voorzieningen (mv)   nt   ov   t   --   t   nt  
Kantoren (k)   nt   ov   t   t   --   nt  

nt= niet toegestaan

t= toegestaan

ov= alleen toegestaan met een omgevingsvergunning

*= ingeval van bedrijfswisseling is uitsluitend vestiging van een bedrijf in milieucategorie 1 of 2, zoals genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, toegestaan

**= functieverandering in maximaal één woning

5.2 Bouwregels
5.2.1 Hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. het bebouwingspercentage op percelen met alleen een woonfunctie bedraagt maximaal 50% , met uitzondering van bouwpercelen met alleen een woonfunctie met een oppervlakte kleiner dan 250 m2, waarvoor het bebouwingspercentage maximaal 60% per bouwperceel bedraagt;
  • b. het bebouwingspercentage op percelen met een andere dan alleen een woonfunctie bedraagt maximaal 80%;
  • c. de bestaande vloeroppervlakte van een winkel mag met maximaal 25% worden uitgebreid of in ieder geval met 40 m2 bruto vloeroppervlakte, met inachtneming van het gestelde in 5.2.1. onder b.

5.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. nieuwe hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd voor dienstverlenende voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en kantoren;
  • b. het oprichten van nieuwe hoofdgebouwen is niet toegestaan voor de functies wonen, detailhandel en bedrijven, met uitzondering van herbouw ter plaatse of indien voldaan wordt aan de navolgende regels;
  • c. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd;
  • d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt voor een vrijstaand hoofdgebouw voor wonen aan beide zijden minimaal 3 meter en voor ander vrijstaand hoofdgebouw, een halfvrijstaand hoofdgebouw voor wonen, een geschakeld hoofdgebouw voor wonen en de eindwoning van aaneengebouwde hoofdgebouwen, aan één zijde minimaal 3 meter;
  • e. de breedte van een hoofdgebouw voor wonen bedraagt minimaal 5 meter;
  • f. de horizontale diepte van een hoofdgebouw voor wonen bedraagt maximaal 15 meter, met dien verstande dat de horizontale diepte van halfvrijstaande, geschakelde en aaneengebouwde hoofdgebouwen voor wonen maximaal 12 meter bedraagt;
  • g. de goot-en bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot-en bouwhoogte';
  • h. vanaf de maximaal toegestane goothoogte dienen de gebouwen te worden afgedekt met hellende dakvlakken, waarvan de helling minimaal 25 graden en maximaal 60 graden bedraagt, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken en de daaruit voortvloeiende maximale hoogte ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 60 graden en rechtopgaande gevelconstructies, waaronder ook topgevels zijn toegestaan;
    • 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60 gradenlijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis.

5.2.3 Bijgebouwen bij hoofdgebouwen, geen woningen zijnde

Voor het bouwen van hoofdgebouwen, geen woningen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. een bijgebouw mag in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd;
  • b. de voorgevel van een bijgebouw dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te worden geplaatst;
  • c. voor de voorgevel van het hoofdgebouw mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits de afstand van de voorgevel van de erker, entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter bedraagt;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van tegen het hoofdgebouw aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen met uitzondering van bijgebouwen welke zijn gelegen op het perceelsgedeelte waarop ook hoofdbebouwing is toegestaan, bedraagt maximaal 500 m² ;
  • e. de goothoogte van bijgebouwen, met uitzondering van bijgebouwen welke zijn gelegen op het perceelsgedeelte waarop ook hoofdbebouwing is toegestaan, bedraagt maximaal 3,20 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • f. de bijgebouwen mogen worden voorzien van een plat dak of mogen vanaf de maximaal toegestane goothoogte worden voorzien van een kap met minimaal twee hellende dakvlakken met een nok, waarvan de dakhelling maximaal 45 graden bedraagt, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken met een helling van 45 graden en de daaruit voortvloeiende maximale nokhoogte van 6,50 meter, ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 45 graden en rechtopstaande gevelconstructies zijn toegestaan;
    • 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef ten aanzien van twee hellende dakvlakken een bijgebouw of een gedeelte van een bijgebouw dat tegen de zijgevel van een hoofdgebouw wordt aangebouwd, mag worden voorzien van één hellend dakvlak met een dakhelling van maximaal 45 graden, mits:
      • I. de goothoogte van maximaal 3,20 meter is gelegen aan de zijde van en evenwijdig aan de zijdelingse perceelsgrens en
      • II. de bouwhoogte ter plaatse van de aansluiting van het dakvlak tegen de zijgevel van het hoofdgebouw maximaal 6,50 meter bedraagt;
    • 3. in afwijking van het bepaalde in de aanhef ten aanzien van twee hellende dakvlakken een bijgebouw of een gedeelte van een bijgebouw dat tegen de achtergevel van een hoofdgebouw wordt aangebouwd, mag worden voorzien van één hellend dakvlak met een dakhelling van maximaal 45 graden, mits:
      • I. de goothoogte van maximaal 3,20 meter is gelegen aan de zijde van en evenwijdig aan de achterperceelsgrens en
      • II. de bouwhoogte ter plaatse van de aansluiting van het dakvlak tegen de achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 6,50 meter bedraagt;
    • 4. overschrijding van de (denkbeeldige) 45 gradenlijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis.

5.2.4 Bijgebouwen bij woningen

Voor het bouwen van bijgebouwen bij woningen gelden de volgende regels:

  • a. een bijgebouw mag in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd;
  • b. de voorgevel van een bijgebouw dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw te worden geplaatst;
  • c. voor de voorgevel van het hoofdgebouw mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits de afstand van de voorgevel van de erker, entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter bedraagt;
  • d. bij een vrijstaand hoofdgebouw mag slechts tegen één zijgevel een bijgebouw worden gebouwd;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen en/of tegen de zijgevel van het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen, met uitzondering van bijgebouwen welke zijn gelegen op het perceelsgedeelte waarop ook hoofdbebouwing is toegestaan, bedraagt per bouwperceel, onder voorwaarde dat het maximale bebouwingspercentage niet wordt overschreden, maximaal:
    • 1. 50 m2 voor bouwpercelen kleiner of gelijk aan 250 m2;
    • 2. 80 m2 voor bouwpercelen groter dan 250 m2 en kleiner of gelijk aan 500 m2;
    • 3. 110 m2 voor bouwpercelen groter dan 500 m2 en kleiner of gelijk aan 1000 m2;
    • 4. 150 m2 voor bouwpercelen groter dan 1000 m2;
  • f. de horizontale diepte van een hoofdgebouw met een tegen de achtergevel aangebouwd bijgebouw bedraagt maximaal 15 meter, met dien verstande dat deze diepte bij een vrijstaand hoofdgebouw maximaal 18 meter bedraagt;
  • g. de goothoogte van bijgebouwen, met uitzondering van bijgebouwen welke zijn gelegen op het perceelsgedeelte waarop ook hoofdbebouwing is toegestaan, bedraagt maximaal 3,20 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 6,5 meter. Uitsluitend voor de bouw van duivenhokken bedraagt de goothoogte maximaal 4,5 meter;
  • h. de bijgebouwen mogen worden voorzien van een plat dak of mogen vanaf de maximaal toegestane goothoogte worden voorzien van een kap met minimaal twee hellende dakvlakken met een nok, waarvan de dakhelling maximaal 45 graden bedraagt, met dien verstande dat:
    • 1. tussen de toegestane (denkbeeldige) dakvlakken met een helling van 45 graden en de daaruit voortvloeiende maximale nokhoogte van 6,50 meter, ook platte afdekkingen, dakvlakken met een helling van meer dan 45 graden en rechtopstaande gevelconstructies zijn toegestaan;
    • 2. in afwijking van het bepaalde in de aanhef ten aanzien van twee hellende dakvlakken een bijgebouw of een gedeelte van een bijgebouw dat tegen de zijgevel van een hoofdgebouw wordt aangebouwd, mag worden voorzien van één hellend dakvlak met een dakhelling van maximaal 45 graden, mits:
      • I. de goothoogte van maximaal 3,20 meter is gelegen aan de zijde van en evenwijdig aan de zijdelingse perceelsgrens en
      • II. de bouwhoogte ter plaatse van de aansluiting van het dakvlak tegen de zijgevel van het hoofdgebouw maximaal 6,50 meter bedraagt;
    • 3. in afwijking van het bepaalde in de aanhef ten aanzien van twee hellende dakvlakken een bijgebouw of een gedeelte van een bijgebouw dat tegen de achtergevel van een hoofdgebouw wordt aangebouwd, mag worden voorzien van één hellend dakvlak met een dakhelling van maximaal 45 graden, mits:
      • I. de goothoogte van maximaal 3,20 meter is gelegen aan de zijde van en evenwijdig aan de achterperceelsgrens en
      • II. de bouwhoogte ter plaatse van de aansluiting van het dakvlak tegen de achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 6,50 meter bedraagt;
    • 4. overschrijding van de (denkbeeldige) 45 gradenlijn is toegestaan voor dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis.

5.2.5 Ondergronds bouwen

Voor het ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofd- en bijgebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen, mits minimaal 80 % van het ondergrondse gebouw onder een hoofd- en/of bijgebouw is gelegen;
  • b. de verticale diepte bedraagt maximaal 4 meter.

5.2.6 Openbare nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 15 m2 ;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,20 meter.

5.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter bedraagt;
  • b. de bouwhoogte van kunstobjecten, palen en masten bedraagt maximaal 8 meter;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.4 Afwijken van de bouwregels
5.4.1 Dakhelling

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2. onder h met betrekking tot de minimale en maximale dakhelling, mits:

  • a. het in het plan beoogde stedenbouwkundige beeld niet wordt geschaad;
  • b. geen onevenredige schade wordt toegebracht aan het woonmilieu en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

5.4.2 Aangebouwde bijgebouwen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4. onder d voor de bouw van bijgebouwen aan beide zijgevels, mits de afstand van één bijgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter bedraagt;

5.5 Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Strijdig gebruik

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning;
  • b. het gebruik of doen gebruiken van delen van het hoofdgebouw, de aanbouw dan wel het vrijstaande bijgebouw als afhankelijke woonruimte;
  • c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor perifere detailhandel;
  • d. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor horeca;
  • e. het gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een aan-huis-verbonden bedrijf;
  • f. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor een seksinrichting.

5.5.2 Aan-huis-verbonden beroep

Bij woningen zijn aan -huis- verbonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, mits:

  • a. de woning blijft voldoen aan het bepaalde in de gemeentelijke bouwverordening en het Bouwbesluit;
  • b. de omvang van de activiteit maximaal 50% bedraagt van het bruto vloeroppervlak van de woning tot een maximum van 60 m2;
  • c. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende beroep;
  • d. eventueel extra benodigde parkeerplaatsen, met inachtname van de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3, op eigen terrein worden gerealiseerd;
  • e. het beroep wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning.

5.6 Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1 Vervanging niet-woonfunctie in woonfunctie

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1.1 onder a en 5.1.2 voor het vervangen van de functie bedrijf en/of detailhandel en/of dienstverlening en/of maatschappelijke voorzieningen en/of kantoren door de functie wonen, mits:

  • a. per functieverandering maximaal één woning gerealiseerd wordt;
  • b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • c. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen;
  • d. de financiële uitvoerbaarheid voldoende verzekerd is;
  • e. de woningbouw vanuit stedenbouwkundig-ruimtelijk oogpunt inpasbaar is;
  • f. de woningbouw past binnen het woningbouwprogramma en het doelgroepenbeleid van de gemeente Deurne.

5.6.2 Aan-huis-verbonden bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 en 5.5.1 onder e voor het uitoefenen van een aan-huis-verbonden bedrijf, mits:

  • a. de hoofdfunctie wonen blijft en de woning blijft voldoen aan het bepaalde in de gemeentelijke bouwverordening en het Bouwbesluit;
  • b. de omvang van de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 40 m2;
  • c. de bedrijven vallen onder de categorieën 1 of 2, zoals genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten of bedrijven die niet voorkomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de categorieën 1 of 2;
  • d. er geen zelfstandige vorm van detailhandel ontstaat, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met het uitgeoefende bedrijf;
  • e. eventueel extra benodigde parkeerplaatsen, met inachtname van de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3, op eigen terrein worden gerealiseerd;
  • f. het bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van het pand.

5.6.3 Oppervlakte aan-huis-verbonden beroep

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.5.2 onder b tot maximaal 75 m2, mits de omvang van de activiteit niet meer gaat bedragen dan 50% van het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

Artikel 6 Groen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Groen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. bermen en beplanting;
  • c. paden;
  • d. speelvoorzieningen;
  • e. openbare nutsvoorzieningen;
  • f. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. straatmeubilair;
  • h. voet-en fietspaden;

met daarbij behorende:

  • i. verhardingen;
  • j. kabels en leidingen;
  • k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen.

6.2.2 Openbare nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 15 m2 ;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,20 meter.

6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder straatmeubilair, bedraagt maximaal 3 meter.

6.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de brandveiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

Artikel 7 Kantoor

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Kantoor´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. kantoren;

met de daarbij behorende:

  • b. gebouwen;
  • c. tuinen en dakterrassen;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. paden, erven en overige verhardingen
  • f. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. kabels en leidingen;
  • h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding `bouwvlak´ worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte';
  • c. het bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100 %;
  • d. voor het aantal parkeerplaatsen en laad- en losplaatsen gelden de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3.

 

7.2.2 Ondergronds bouwen

Voor het ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder hoofd- en bijgebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen, mits minimaal 80 % van het ondergrondse gebouw onder een hoofd- en/of bijgebouw is gelegen;
  • b. de verticale diepte bedraagt maximaal 4 meter.

7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van de erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan maximaal 1 meter bedraagt;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter.

 

7.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. sociale veiligheid;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor `Verkeer - Verblijfsgebied´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen en straten, waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de ontsluiting van het terrein;
  • b. voet-en fietspaden;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. openbare nutsvoorzieningen;
  • g. straatmeubilair;

met de daarbijbehorende:

  • h. kabels en leidingen;
  • i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen.

8.2.2 Openbare nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte per gebouw bedraagt maximaal 15 m2 ;
  • b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,20 meter.

8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder straatmeubilair, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter;
  • b. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 5 meter;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter.

8.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van:

  • a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de brandveiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken.

8.4 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor:

  • a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • c. een verkooppunt van motorbrandstoffen.

 

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 9 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Algemene bouwregels

10.1 Algemene beschermingsregel

Geen bouwwerk mag worden opgericht, indien daardoor een ander bouwwerk met het daarbij behorende bouwperceel hetzij niet langer zou blijven voldoen aan, hetzij in grotere mate zou gaan afwijken van het plan.

10.2 Bestaande maten

Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels:

  • a. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en dakhellingen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
  • b. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en dakhellingen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden;
  • c. ingeval van herbouw is het bepaalde onder a. en b. uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
10.3 Parkeren

Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend, mits bij de aanvraag wordt aangetoond dat ten behoeve van de betreffende aanvraag op het eigen terrein in de parkeergelegenheid wordt of zal worden voorzien overeenkomstig de normering als vermeld in de "Nota parkeernormen Gemeente Deurne 2013".

10.4 Bouwhoogte in verband met militaire doeleinden

Teneinde militair vliegverkeer en radarsignalen niet te verstoren gelden de volgende regels:

  • a. windturbines waarvan de tippen van de wieken hoger zijn dan 114 meter boven NAP, zijn niet toegestaan;
  • b. overige bouwwerken waarvan de bouwhoogte hoger is dan 65,00 meter boven NAP, zijn niet toegestaan.
10.5 Ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, zonnecollectoren, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- of bestemmingsgrens niet meer dan 1 meter bedraagt.

Artikel 11 Algemene gebruiksregels

 

11.1 Strijdig gebruik

Onder gebruik strijdig met dit bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen :

  • c. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen voor afhankelijke woonruimte;
  • d. het gebruik van woningen voor bed & breakfast voorzieningen;
  • e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.

11.2 Afwijken van de gebruiksregels
11.2.1 Afhankelijke woonruimte

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 onder a voor het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen voor afhankelijke woonruimte , mits:

  • a. een verzoek om toepassing van deze afwijkingsregeling schriftelijk wordt ingediend en uit de aanvraag de behoefte aan mantelzorg blijkt van de persoon of personen voor wie de afhankelijke woonruimte is bedoeld;
  • b. het een (vrijstaand) bijgebouw betreft behorende bij een woning binnen een bestemming waarbinnen een permanente (bedrijfs)woning is toegestaan;
  • c. de ruimte niet meer dan 80 m² bedraagt, en voorts in een toelichting het oppervlak van de afhankelijke woonruimte is aangegeven, alsmede hoe de ruimte concreet wordt ingedeeld en gebruikt;
  • d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • e. degene aan wie de omgevingsvergunning is verleend, diens rechtsopvolger en in ieder geval de hoofdbewoner van het hoofdgebouw, de gemeente onmiddellijk dient te informeren indien de afhankelijke woonruimte niet meer wordt gebruikt door de persoon of personen ten behoeve waarvan de omgevingsvergunning is verleend;
  • f. de omgevingsvergunning wordt ingetrokken indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.

11.2.2 Bed and breakfastvoorzieningen

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 onder b voor het gebruik van woningen voor bed & breakfast voorzieningen, mits:

  • a. de woning blijft voldoen aan het bepaalde in de gemeentelijke bouwverordening en het Bouwbesluit;
  • b. deze nevenactiviteit enkel in de (bedrijfs)woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen - niet zijnde bedrijfsgebouwen - plaatsvindt;
  • c. de nevenactiviteit ondergeschikt van aard is;
  • d. er geen uitbreiding van de bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaatsvindt;
  • e. de gebruiksoppervlakte niet meer bedraagt dan 250 m²;
  • f. ten behoeve van de bed & breakfast voorziening niet meer dan 15 bedden worden toegestaan. Permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan;
  • g. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit is afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • h. eventueel extra benodigde parkeerplaatsen , volgens de parkeernormen zoals bedoeld in 10.3, op eigen terrein worden gerealiseerd;
  • i. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven.

Artikel 12 Algemene aanduidingsregels

12.1 Veiligheidszone-lpg
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede aangewezen als buffer.
  • b. In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en) is het verboden op de gronden gelegen binnen deze aanduiding kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten op te richten.
  • c. Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming op onderdelen wijzigen teneinde de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' te wijzigen in die zin dat:
    • 1. de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' vervalt, indien uit nader onderzoek is gebleken dat de risicovolle inrichting buiten werking is gesteld;
    • 2. de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' wordt verkleind, indien uit onderzoek is gebleken dat door een wijziging van de bedrijfsvoering in de risicovolle inrichting de plaatsgebonden risicocontour kleiner is geworden of dat door aangepaste wet- en regelgeving, nieuwe inzichten, dan wel nieuwe rekenmethoden een kleinere plaatsgebonden risicocontour geldt.

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels

13.1 Algemene afwijkingsbevoegdheid

Indien niet op grond van een andere regel van deze regels kan worden afgeweken en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van het plan voor:

  • a. andere dan de voorgeschreven minimum- en maximummaten, inhoud, afmetingen, oppervlakten en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, inhoud, afmetingen, oppervlakten en percentages, uitgezonderd de minimum- en maximummaten, inhoud, afmetingen, oppervlakten en percentages zoals genoemd in artikel 4 (Detailhandel) van dit plan en uitgezonderd de maximale bouwhoogten genoemd in dit plan;
  • b. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits:
    • 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m²;
    • 2. de goothoogte niet meer dan 3,20 meter bedraagt;
    • 3. de (nok)hoogte van gebouwen niet meer dan 5,50 meter bedraagt;
    • 4. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 3,20 meter;
  • c. het in geringe mate afwijken van een bestemmingsgrens, alsmede de vorm vanbouwpercelen, voor zover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen;
  • d. voor het gebruik van gronden en opstallen voor GSM-installaties en GSM-masten gericht op het ontvangen en/of verzenden van telecommunicatiedataverkeer, met inbegrip van de daarbij behorende technische installatie(s), met dien verstande dat de navolgende criteria in acht dienen te worden genomen:
    • 1. inpassing in het landschap.Bij de plaatsing van de GSM-installatie en -masten moet zoveel mogelijk het beginsel van site-sharing en het beginsel van roaming worden gehanteerd tenzij dit, blijkens een voldoende onderbouwde motivering, technisch niet mogelijk is of in redelijkheid niet kan worden verlangd;
    • 2. inpassing in stedenbouwkundig opzicht. GSM-installaties en -masten dienen zoveel mogelijk aan het karakter van de directe omgeving te worden aangepast om te voorkomen dat het aanzicht in stedenbouwkundig opzicht te veel wordt aangetast;
    • 3. de hoogte van GSM-installaties mag niet meer dan 5 meter bedragen, de hoogte van GSM-masten mag niet meer dan 40 meter bedragen.

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels

14.1 Algemene wijziging

Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van:

  • a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;
  • b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 2 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;
  • c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven;
  • d. het aanpassen van de planregels waarin verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen of naar gemeentelijk beleid, indien deze wettelijke regelingen of dit gemeentelijk beleid na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan wordt gewijzigd.

Artikel 15 Algemene procedureregels

15.1 Procedure

Bij het nemen van een beslissing over nadere eisen zoals geregeld in dit plan, nemen Burgemeester en Wethouders de volgende procedure in acht:

  • a. het ontwerpbesluit ligt - met bijbehorende stukken, waaronder een eventueel verzoek - gedurende twee weken voor eenieder ter inzage;
  • b. van de ter inzage legging wordt tevoren in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennisgegeven;
  • c. de kennisgeving houdt de mededeling in:
    • 1. van de zakelijke inhoud van het ontwerpbesluit;
    • 2. waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen;
    • 3. wie in de gelegenheid worden gesteld zienswijzen naar voren te brengen;
    • 4. op welke wijze dit kan geschieden.
  • d. gedurende de onder a van dit artikel genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij Burgemeester en Wethouders schriftelijk zienswijzen indienen tegen het ontwerpbesluit.

Artikel 16 Overige regels

16.1 Wettelijke regels

Indien en voor zover in deze planregels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 17 Overgangsrecht

17.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
17.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Een en ander behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979, inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van een bestemmingsplan bestaand gebruik.

Artikel 18 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Stationsstraat-Haspelweg' van de gemeente Deurne.

Bijlagen bij de regels

Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij de regels van het bestemmingsplan  Stationsstraat-Haspelweg

SBI-
code  
Nr   Omschrijving   Afstanden in meters   Cate-gorie  
      geur
 
stof   geluid   gevaar
 
grootste
afstand  
 
01   -   LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW              
011,012,
013  
  Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)   10   10   30 C   10   30   2  
011, 012,
013, 016  
0   Tuinbouw:              
011, 012, 013   1   - bedrijfsgebouwen   10   10   30 C   10   30   2  
011, 012, 013   2   - kassen zonder verwarming   10   10   30 C   10   30   2  
011, 012, 013   3   - kassen met gasverwarming   10   10   30 C   10   30   2  
0113   4   - champignonkwekerijen (algemeen)   30   10   30 C   10   30   2  
0113   5   - champignonkwekerijen met mestfermentatie   100   10   30 C   10   100   3.2  
0163   6   - bloembollendroog- en prepareerbedrijven   30   10   30 C   10   30   2  
011   7   - witlofkwekerijen (algemeen)   30   10   30 C   10   30   2  
0141, 0142     Fokken en houden van rundvee   100   30   30 C   0   100   3.2  
0143, 0145   0   Fokken en houden van overige graasdieren:              
0143   1   - paardenfokkerijen   50   30   30 C   0   50   3.1  
0145   2   - overige graasdieren   50   30   30 C   0   50   3.1  
0146     Fokken en houden van varkens   200   30   50 C   0   200 D   4.1  
0147   0   Fokken en houden van pluimvee:              
0147   1   - legkippen   200   30   50 C   0   200 D   4.1  
0147   2   - opfokkippen en mestkuikens   200   30   50 C   0   200   4.1  
0147   3   - eenden en ganzen   200   50   50 C   0   200   4.1  
0147   4   - overig pluimvee   100   30   50 C   0   100 D   3.2  
0149   0   Fokken en houden van overige dieren:              
0149   1   - nertsen en vossen   200   30   30 C   0   200   4.1  
0149   2   - konijnen   100   30   30 C   0   100   3.2  
0149   3   - huisdieren   30   0   50 C   10   50   3.1  
0149   4   - maden, wormen e.d.   100   0   30 C   10   100   3.2  
0149   5   - bijen   10   0   30 C   10   30   2  
0149   6   - overige dieren   30   10   30 C   0   30 D   2  
0150     Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief)   100   30   30 C   0   100   3.2  
016   0   Dienstverlening t.b.v. de landbouw:              
016   1   - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m2   30   10   50   10   50 D   3.1  
016   2   - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. <= 500 m2   30   10   30   10   30   2  
016   3   - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven:
b.o. > 500 m2  
30   10   50   10   50   3.1  
016   4   - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven:
b.o. <= 500 m2  
30   10   30   10   30   2  
0162     KI-stations   30   10   30 C   0   30   2  
02   -   BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW              
021, 022, 024     Bosbouwbedrijven   10   10   50   0   50   3.1  
03   -   VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN              
0311     Zeevisserijbedrijven   100   0   100 C   50 R   100   3.2  
0312     Binnenvisserijbedrijven   50   0   50 C   10   50   3.1  
032   0   Vis- en schaaldierkwekerijen:              
032   1   - oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven   100   30   50 C   0   100   3.2  
032   2   - visteeltbedrijven   50   0   50 C   0   50   3.1  
08   -   TURFWINNING              
089     Turfwinningbedrijven   50   50   100 C   10   100   3.2  
06   -   AARDOLIE- EN AARDGASWINNING              
061, 062   0   Aardolie- en aardgaswinning:              
061   1   - aardoliewinputten   100   0   200 C   200 R   200   4.1  
062   2   - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N m3/d   30   0   500 C   200 R   500   5.1  
062   3   - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N m3/d   50   0   700 CZ   200 R   700   5.2  
08   -   WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT E.D.              
0812   0   Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht):              
0812   1   - algemeen   10   100   200   10   200 D   4.1  
0812   2   - steenbrekerijen   10   200   700 Z   10   700   5.2  
0893     Zoutwinningbedrijven   50   10   100 C   30   100   3.2  
0899     Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven   10   200   500 C   50   500   5.1  
10, 11   -   VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN              
101, 102   0   Slachterijen en overige vleesverwerking:              
101, 102   1   - slachterijen en pluimveeslachterijen   100   0   100 C   50 R   100 D   3.2  
101   2   - vetsmelterijen   700   0   100 C   30   700   5.2  
101   3   - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval   300   0   100 C   50 R   300   4.2  
101   4   - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken:
p.o. > 1000 m2  
100   0   100 C   50 R   100   3.2  
101   5   - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken:
p.o. <= 1000 m2  
50   0   50 C   30   50   3.1  
101   6   - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken:
p.o. <= 200 m2  
30   0   50   10   50   3.1  
101, 102   7   - loonslachterijen   50   0   50   10   50   3.1  
108   8   - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant- en klaarmaaltijden p.o. < 2.000 m2   50   0   50   10   50   3.1  
102   0   Visverwerkingsbedrijven:              
102   1   - drogen   700   100   200 C   30   700   5.2  
102   2   - conserveren   200   0   100 C   30   200   4.1  
102   3   - roken   300   0   50 C   0   300   4.2  
102   4   - verwerken anderszins: p.o. > 1000 m2   300   10   50 C   30   300 D   4.2  
102   5   - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m2   100   10   50   30   100   3.2  
102   6   - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m2   50   10   30   10   50   3.1  
1031   -   Aardappelproductenfabrieken:              
1031   1   - vervaardiging van aardappelproducten   300   30   200 C   50 R   300   4.2  
1031   2   - vervaardiging van snacks met p.o, < 2.000 m2   50   10   50   50 R   50   3.1  
1032, 1039   0   Groente- en fruitconservenfabrireken:              
1032, 1039   1   - jam   50   10   100 C   10   100   3.2  
1032, 1039   2   - groente algemeen   50   10   100 C   10   100   3.2  
1032, 1039   3   - met koolsoorten   100   10   100 C   10   100   3.2  
1032, 1039   4   - met drogerijen   300   10   200 C   30   300   4.2  
1032, 1039   5   - met uienconservering (zoutinleggerij)   300   10   100 C   10   300   4.2  
104101   0   Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke olieën en vetten:              
104101   1   - p.c. < 250.000 t/j   200   30   100 C   30 R   200   4.1  
104101   2   - p.c. > 250.000 t/j   300   50   300 CZ   50 R   300   4.2  
104101   0   Raffinage van plantaardige en dierlijke olieën en vetten:              
104102   1   - p.c. < 250.000 t/j   200   10   100 C   100 R   200   4.1  
104101   2   - p.c. >= 250.000 t/j   300   10   300 CZ   200 R   300   4.2  
1042   0   Margarinefabrieken:              
1042   1   - p.c. < 250.000 t/j   100   10   200 C   30 R   200   4.1  
1042   2   - p.c. >= 250.000 t/j   200   10   300 CZ   50 R   300   4.2  
1051   0   Zuivelproductenfabrieken:              
1051   1   - gedroogde producten, p.c. >= 1,5 t/u   200   100   500 CZ   50 R   500   5.1  
1051   2   - geconcentreerde producten, verdamp.cap. >= 20 t/u   200   30   500 CZ   50 R   500   5.1  
1051   3   - melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 t/j   50   0   100 C   50 R   100   3.2  
1051   4   - melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 t/j   100   0   300 CZ   50 R   300   4.2  
1051   5   - overige zuivelproductenfabrieken   50   50   300 C   50 R   300   4.2  
1052   1   Consumptie-ijsfabrieken p.o. > 200 m2   50   0   100 C   50 R   100   3.2  
1052   2   - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m2   10   0   30   0   30   2  
1061   0   Meelfabrieken:              
1061   1   - p.c. >= 500 t/u   200   100   300 CZ   100 R   300   4.2  
1061   2   - p.c. < 500 t/u   100   50   200 C   50 R   200   4.1  
1061     Grutterswarenfabrieken   50   100   200 C   50   200 D   4.1  
1062   0   Zetmeelfabrieken:              
1062   1   - p.c. < 10 t/u   200   50   200 C   30 R   200   4.1  
1062   2   - p.c. >= 10 t/u   300   100   300C Z   50 R   300   4.2  
1091   -   Veevoerfabrieken:              
1091   1   - destructiebedrijven   700   30   200 C   50   700 D   5.2  
1091   2   - beender-, veren-, vis- en vleesmeelfabriek   700   100   100 C   30 R   700 D   5.2  
1091   3   - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water   300   100   200 C   30   300   4.2  
1091   4   - drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water   700   200   300 CZ   50   700   5.2  
1091   5   - mengvoeder, p.c. < 100 t/u   200   50   200C   30   200   4.1  
1091   6   - mengvoeder, p.c. >= 100 t/u   300   100   300 CZ   50 R   300   4.2  
1092     Vervaardiging van voer voor huisdieren   200   100   200 C   30   200   4.1  
1071   0   Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:              
1071   1   - v.c. < 2500 kg meel/week   30   10   30 C   10   30   2  
1071   2   - v.c. >= 2500 kg meel/week   100   30   100 C   30   100   3.2  
1072     Banket-, biscuit- en koekfabrieken   100   10   100 C   30   100   3.2  
1081   0   Suikerfabrieken:              
1081   1   - v.c. < 2.500 t/j   500   100   300 C   100 R   500   5.1  
1081   2   - v.c. >= 2.500 t/j   1000   200   700 CZ   200 R   1000   5.3  
10821   0   Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:              
10821   1   - cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m2   500   50   100   50 R   500   5.1  
10821   2   - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m2   100   30   50   30   100   3.2  
10821   3   - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m2   30   10   30   10   30   2  
10821   4   - suikerwerkfabrieken met suiker branden   300   30   50   30 R   300   4.2  
10821   5   - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden:
p.o. > 200 m2  
100   30   50   30 R   100   3.2  
10821   6   - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden:
p.o. <= 200 m2  
30   10   30   10   30   2  
1073     Deegwarenfabrieken   50   30   10   10   50   3.1  
1083   0   Koffiebranderijen en theepakkerijen:              
1083   1   - koffiebranderijen   500   30   200 C   10   500 D   5.1  
1083   2   - theepakkerijen   100   10   30   10   100   3.2  
108401     Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden   200   30   50   10   200   4.1  
1089     Vervaardiging van overige voedingsmiddelen   200   30   50   30   200 D   4.1  
1089     Bakkerijgrondstoffenfabrieken   200   50   50   50 R   200   4.1  
1089   0   Soep- en soeparomafabrieken:              
1089   1   - zonder poederdrogen   100   10   50   10   100   3.2  
1089   2   - met poederdrogen   300   50   50   50 R   300   4.2  
1089     Bakmeel- en puddingpoederfabrieken   200   50   50   30   200   4.1  
110101     Destilleerderijen en likeurstokerijen   300   30   200 C   30   300   4.2  
110102   0   Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:              
110102   1   - p.c. < 5.000 t/j   200   30   200 C   30 R   200   4.1  
110102   2   - p.c. >= 5.000 t/j   300   50   300 C   50 R   300   4.2  
1102 t/m 1104     Vervaardiging van wijn, cider e.d.   10   0   30 C   0   30   2  
1105     Bierbrouwerijen   300   30   100 C   50 R   300   4.2  
1106     Mouterijen   300   50   100 C   30   300   4.2  
1107     Mineraalwater- en frisdrankfabrieken   10   0   100   50 R   100   3.2  
12   -   VERWERKING VAN TABAK              
120     Tabakverwerkende industrie   200   30   50 C   30   200   4.1  
13   -   VERVAARDIGING VAN TEXTIEL              
131     Bewerken en spinnen van textielvezels   10   50   100   30   100   3.2  
132   0   Weven van textiel:              
132   1   - aantal weefgetouwen < 50   10   10   100   0   100   3.2  
132   2   - aantal weefgetouwen >= 50   10   30   300 Z   50   300   4.2  
133     Textielveredelingsbedrijven   50   0   50   10   50   3.1  
139     Vervaardiging van textielwaren   10   0   50   10   50   3.1  
1393     Tapijt-, kokos- en vloetmattenfabrieken   100   30   200   10   200   4.1  
139, 143     Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen   0   10   50   10   50   3.1  
14   -   VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT              
141     Vervaardiging kleding van leer   30   0   50   0   50   3.1  
141     Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)   10   10   30   10   30   2  
142, 151     Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont   50   10   10   10   50   3.1  
15   -   VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN
(EXCL. KLEDING)  
           
151, 152     Lederfabrieken   300   30   100   10   300   4.2  
151     Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)   50   10   30   10   50D   3.1  
152     Schoenenfabrieken   50   10   50   10   50   3.1  
16   -   HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.              
16101     Houtzagerijen   0   50   100   50 R   100   3.2  
16102   0   Houtconserveringsbedrijven:              
16102   1   - met creosootolie   200   30   50   10   200   4.1  
16102   2   - met zoutoplossingen   10   30   50   10   50   3.1  
1621     Fineer- en plaatmaterialenfabrieken   100   30   100   10   100   3.2  
162   0   Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout   0   30   100   0   100   3.2  
162   1   Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2   0   30   50   0   50   3.1  
162902     Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken   10   10   30   0   30   2  
17   -   VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN              
1711     Vervaardiging van pulp   200   100   200 C   50 R   200   4.1  
1712   0   Papier- en kartonfabrieken:              
1712   1   - p.c. < 3 t/u   50   30   50 C   30 C   50   3.1  
1712   2   - p.c. 3 - 15 t/u   100   50   200 CZ   50 R   200   4.1  
1712   3   - p.c. >= 15 t/u   200   100   300 CZ   100 R   300   4.2  
172     Papier- en kartonwarenfabrieken   30   30   100 C   30 R   100   3.2  
17212   0   Golfkartonfabrieken:              
17212   1   - p.c. < 3 t/u   30   30   100 C   30 R   100   3.2  
17212   2   - p.c. >= 3 t/u   50   30   200 CZ   30 R   200   4.1  
58   -   UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE
VAN OPGENOMEN MEDIA  
           
581     Uitgeverijen (kantoren)   0   0   10   0   10   1  
1811     Drukkerijen van dagbladen   30   0   100 C   10   100   3.2  
1812     Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)   30   0   100   10   100   3.2  
18129     Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen   10   0   30   0   30   2  
1814   A   Grafische afwerking   0   0   10   0   10   1  
1814   B   Binderijen   30   0   30   0   30   2  
1813     Grafische reproductie en zetten   30   0   10   10   30   2  
1814     Overige grafische aktiviteiten   30   0   30   10   30D   2  
182     Reproductiebedrijven opgenomen media   0   0   10   0   10   1  
19   -   AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN              
191     Cokesfabrieken   1000   700   1000CZ   100 R   1000   5.3  
19201     Aardolieraffinaderijen   1500   100   1500CZ   1500 R   1500   6  
19202   A   Smeerolieën- en vettenfabrieken   50   0   100   30 R   100   3.2  
19202   B   Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie   300   0   100   50 R   300   4.2  
19202   C   Aardolieproductenfabrieken n.e.g.   300   0   200   50 R   300D   4.2  
201, 212, 244     Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven   10   10   100   1500   1500 D   6  
20   -   VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN              
2011   0   Vervaardiging van industriële gassen:              
2011   1   - luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht   10   0   700 CZ   100 R   700   5.2  
2011   2   - overige gassenfabrieken, niet explosief   100   0   500 C   100 R   500   5.1  
2011   3   - overige gassenfabrieken, explosief   100   0   500 C   300 R   500   5.1  
2012     Kleur- en verfstoffenfabrieken   200   0   200 C   200 R   200D   4.1  
2012   0   Anorg, chemische grondtsoffenfabrieken:              
2012   1   - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"   100   30   300 C   300 R   300D   4.2  
2012   2   - vallend onder "post-Seveso-richtlijn"   300   50   500 C   700 R   700 D   5.2  
20141   A0   Organ. chemische grondstoffenfabrieken:              
20141   A1   - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"   300   10   200 C   300 R   300D   4.2  
20141   A2   - vallend onder "post-Seveso-richtlijn"   1000   30   500 C   700 R   1000 D   5.3  
20141   B0   Methanolfabrieken:              
20141   B1   - p.c. < 100.000 t/j   100   0   200 C   100 R   200   4.1  
20141   B2   - p.c. >= 100.000 t/j   200   0   300 CZ   200 R   300   4.2  
20149   0   Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.):              
20149   1   - p.c. < 50.000 t/j   300   0   200 C   100 R   300   4.2  
20149   2   - p.c. >= 50.000 t/j   500   0   300 CZ   200 R   500   5.1  
2015     Kustmeststoffenfabrieken   500   300   500 C   500 R   500   5.1  
2016     Kunstharsenfabrieken e.d.   700   30   300 C   500 R   700   5.2  
202   0   Landbouwchemicaliënfabrieken:              
202   1   - fabricage   300   50   100 C   1000 R   1000   5.3  
202   2   - formulering en afvullen   100   10   30 C   500 R   500 D   5.1  
203     Verf-, lak- en vernisfabrieken   300   30   200 C   300 R   300D   4.2  
2110   0   Farmaceutische grondstoffenfabrieken:              
2110   1   - p.c. < 1.000 t/j   200   10   200 C   300 R   300   4.2  
2110   2   - p.c. >= 1.000 t/j   300   10   300 C   500 R   500   5.1  
2120   0   Farmaceutische productenfabrieken:              
2120   1   - formulering en afvullen geneesmiddelen   50   10   50   50 R   50   3.1  
2120   2   - verbandmiddelenfabrieken   10   10   30   10   30   2  
2041     Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken   300   100   200 C   100 R   300   4.2  
2042     Parfumerie- en cosmeticafabrieken   300   30   50 C   50 R   300   4.2  
2051     Kruit-, vuurwerk- en springstoffenfabrieken   30   10   50   1000 V   1000   5.3  
2052   -   Lijm- en plakmiddelenfabrieken:              
2052   1   - zonder dierlijke grondstoffen   100   10   100   50   100   3.2  
2052   2   - met dierlijke grondstoffen   500   30   100   50   500   5.1  
205902     Fotochemische productenfabrieken   50   10   100   50 R   100   3.2  
205903   A   Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken   50   10   50   50 R   50   3.1  
205903   B   Overige chemische productenfabrieken n.e.g.   200   30   100 C   200 R   200 D   4.1  
2060     Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken   300   30   300 C   200 R   300   4.2  
22   -   VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER
EN KUNSTSTOF  
           
221101     Rubberbandenfabrieken   300   50   300 C   100 R   300   4.2  
221102   0   Loopvlakvernieuwingsbedrijven:              
221102   1   - vloeropp. < 100 m2   50   10   30   30   50   3.1  
221102   2   - vloeropp. >= 100 m2   200   50   100   50 R   200   4.1  
2219     Rubber-artikelenfabrieken   100   10   50   50 R   100 D   3.2  
222   0   Kunststofverwerkende bedrijven:              
222   1   - zonder fenolharsen   200   50   100   100 R   200   4.1  
222   2   - met fenolharsen   300   50   100   200 R   300   4.2  
222   3   - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststof bouwmaterialen   50   30   50   30   50   3.1  
23   -   VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN              
231   0   Glasfabrieken:              
231   1   - glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j   30   30   100   30   100   3.2  
231   2   - glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 t/j   30   100   300 CZ   50 R   300   4.2  
231   3   - glaswol en glasvezels, p.c. < 5.000 t/j   300   100   100   30   300   4.2  
231   4   - glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j   500   200   300 CZ   50 R   500   5.1  
231     Glasbewerkingsbedrijven   10   30   50   10   50   3.1  
232, 234   0   Aardewerkfabrieken:              
232, 234   1   - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW   10   10   30   10   30   2  
232, 234   2   - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW   30   50   100   30   100   3.2  
233   A   Baksteen en baksteenelementenfabrieken   30   200   200   30   200   4.1  
233   B   Dakpannenfabrieken   50   200   200   100 R   200   4.1  
2351   0   Cementfabrieken:              
2351   1   - p.c. < 100.000 t/j   10   300   500 C   30 R   500   5.1  
2351   2   - p.c. >= 100.000 t/j   30   500   1000CZ   50 R   1000   5.3  
235201   0   Kalkfabrieken:              
235201   1   - p.c. < 100.000 t/j   30   200   200   30 R   200   4.1  
235201   2   - p.c. >= 100.000 t/j   50   500   300 Z   50 R   500   5.1  
235202   0   Gipsfabrieken;              
235202   1   - p.c. < 100.000 t/j   30   200   200   30 R   200   4.1  
235202   2   - p.c. >= 100.000 t/j   50   500   300 Z   50 R   500   5.1  
23611   0   Betonwarenfabrieken:              
23611   1   - zonder persen, triltafels en bekistingtrillers   10   100   200   30   200   4.1  
23611   2   - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d   10   100   300   30   300   4.2  
23611   3   - met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 t/d   30   200   700 Z   30   700   5.2  
23612   0   Kalkzandsteenfabrieken:              
23612   1   - p.c. < 100.000 t/j   10   50   100   30   100   3.2  
23612   2   - p.c. >= 100.000 t/j   30   200   300 Z   30   300   4.2  
2362     Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken   50   50   100   30   100   3.2  
2363, 2364   0   Betonmortelcentrales:              
2363, 2364   1   - p.c. < 100 t/u   10   50   100   100 R   100   3.2  
2363, 2364   2   - p.c >= 100 t/u   30   200   300 Z   50 R   300   4.2  
2365, 2369   0   Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips):              
2365, 2369   1   - p.c. < 100 t/d   10   50   100   50 R   100   3.2  
2365, 2369   2   - p.c. >= 100 t/d   30   200   300 Z   200 R   300   4.2  
237   0   Natuursteenbewerkingsbedrijven:              
237   1   - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m2   10   30   100   0   100 D   3.2  
237   2   - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m2   10   30   50   0   50   3.1  
237   3   - met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j   10   100   300   10   300   4.2  
237   4   - met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j   30   200   700 Z   10   700   5.2  
2391     Slijp- en polijstmiddelenfabrieken   10   30   50   10   50 D   3.1  
2399   A0   Bitumineuze materialenfabrieken:              
2399   A1   - p.c. < 100 t/u   300   100   100   30   300   4.2  
2399   A2   - p.c. >= 100 t/u   500   200   200 Z   50   500   5.1  
2399   B0   Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):              
2399   B1   - steenwol, p.c. >= 5.000 t/j   100   200   300 CZ   30   300   4.2  
2399   B2   - overige isolatiematerialen   200   100   100 C   50   200   4.1  
2399   C   Minerale productenfabrieken n.e.g.   50   50   100   50   100 D   3.2  
2399   D0   Asfaltcentrales p.c. < 100 ton/uur   100   50   200   30   200   4.1  
2399   D1   - asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur   200   100   300 Z   50   300   4.2  
24   -   VERVAARDIGING VAN METALEN              
241   0   Ruwijzer- en staalfabrieken:              
241   1   - p.c. < 1.000 t/j   700   500   700   200 R   700   5.2  
241   2   - p.c. >= 1.000 t/j   1500   1000   1500CZ   300 R   1500   6  
245   0   IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:              
245   1   - p.o. < 2.000 m2   30   30   500   30   500   5.1  
245   2   - p.o. >= 2.000 m2   50   100   1000 Z   50 R   1000   5.3  
243   0   Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:              
243   1   - p.o. < 2.000 m2   30   30   300   30   300   4.2  
243   2   - p.o. >= 2.000 m2   50   50   700 Z   50 R   700   5.2  
244   A0   Non-ferro-metaalfabrieken:              
244   A1   - p.c. < 1.000 t/j   100   100   300   30 R   300   4.2  
244   A2   - p.c. >= 1.000 t/j   200   300   700 Z   50 R   700   5.2  
244   B0   Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.:              
244   B1   - p.o. < 2.000 m2   50   50   500   50 R   500   5.1  
244   B2   - p.o. >= 2.000 m2   200   100   1000 Z   100 R   1000   5.3  
2451, 2452   0   IJzer- en staalgieterijen/-smelterijen:              
2451, 2452   1   - p.c. < 4.000 t/j   100   50   300 C   30 R   300   4.2  
2451, 2452   2   - p.c. >= 4.000 t/j   200   100   500 CZ   50 R   500   5.1  
2453, 2454   0   Non-ferro-metaalgieterijen/-smelterijen:              
2453, 2454   1   - p.c. < 4.000 t/j   100   50   300 C   30 R   300   4.2  
2453, 2454   2   - p.c. >= 4.000 t/j   200   100   500 CZ   50 R   500   5.1  
25, 31   -   VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDDELEN)              
251, 331   0   Constructiewerkplaatsen:              
251, 331   1   - gesloten gebouw   30   30   100   30   100   3.2  
251, 331   1a   - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2   30   30   50   10   50   3.1  
251, 331   2   - in open lucht, p.o. < 2.000 m2   30   50   200   30   200   4.1  
251, 331   3   - in open lucht, p.o. >= 2.000 m2   50   200   300 Z   30   300   4.2  
2529, 3311   0   Tank- en reservoirbouwbedrijven:              
2529, 3311   1   - p.o. < 2.000 m2   30   50   300   30 R   300   4.2  
2529, 3311   2   - p.o. >= 2.000 m2   50   100   500 Z   50 R   500   5.1  
2521, 2530, 3311     Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels   30   30   200   30   200   4.1  
255, 331   A   Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven   10   30   200   30   200   4.1  
255, 331   B   Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.   50   30   100   30   100 D   3.2  
255, 331   B1   Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2   30   30   50   10   50 D   3.1  
2561, 3311   0   Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:              
2561, 3311   1   - algemeen   50   50   100   50   100   3.2  
2561, 3311   10   - stralen   30   200   200   30   200 D   4.1  
2561, 3311   11   - metaalharden   30   50   100   50   100 D   3.2  
2561, 3311   12   - lakspuiten en moffelen   100   30   100   50 R   100 D   3.2  
2561, 3311   2   - scoperen (opspuiten van zink)   50   50   100   30 R   100 D   3.2  
2561, 3311   3   - thermisch verzinken   100   50   100   50   100   3.2  
2561, 3311   4   - thermisch vertinnen   100   50   100   50   100   3.2  
2561, 3311   5   - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)   30   50   100   30   100   3.2  
2561, 3311   6   - anodiseren, eloxeren   50   10   100   30   100   3.2  
2561, 3311   7   - chemische oppervlaktebehandeling   50   10   100   30   100   3.2  
2561, 3311   8   - emailleren   100   50   100   50 R   100   3.2  
2561, 3311   9   - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen e.d.)   30   30   100   50   100   3.2  
2562, 3311   1   Overige metaalbewerkende industrie   10   30   100   30   100 D   3.2  
2562, 3311   2   Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. < 200 m2   10   30   50   10   50 D   3.1  
259, 331   A0   Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:              
259, 331   A1   - p.o. < 2.000 m2   30   50   200   30   200   4.1  
259, 331   A2   - p.o. >= 2.000 m2   50   100   500 Z   30   500   5.1  
269, 331   B   Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.   30   30   100   30   100   3.2  
259, 331   B   Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig p.o. < 200 m2   30   30   50   10   50   3.1  
27, 28, 33   -   VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN              
27, 28, 33   0   Machine- en apparatenfabrieken:              
27, 28, 33   1   - p.o. < 2.000 m2   30   30   100   30   100 D   3.2  
27, 28, 33   2   - p.o. >= 2.000 M2   50   30   200   30   200 D   4.1  
28, 33   3   - met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW   50   30   300 Z   30   300 D   4.2  
26, 28, 33   -   VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS              
26, 28, 33   A   Kantoormachines- en computerfabrieken   30   10   30   10   30   2  
26, 27, 33   -   VERVAARDIGING VAN OVERIGE ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN              
271, 331     Elektromotoren- en generatorenfabrieken   200   30   30   50   200   4.1  
271, 273     Schakel- en installatiemateriaalfabrieken   200   10   30   50   200   4.1  
273     Elektrische draad- en kabelfabrieken   100   10   200   100 R   200 D   4.1  
272     Accumulatoren- en batterijenfabrieken   100   30   100   50   100   3.2  
274     Lampenfabrieken   200   30   30   300 R   300   4.2  
293     Elektrotechnische industrie n.e.g.   30   10   30   10   30   2  
2790     Koelelectrodenfabrieken   1500   300   1000CZ   200 R   1500   6  
26, 33   -   VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN BENODIGDHEDEN              
261, 263, 264, 331     Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.   30   0   50   30   50 D   3.1  
2612     Fabrieken voor gedrukte bedrading   50   10   50   30   50   3.1  
26, 32, 33   -   VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN              
26, 32, 33   A   Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.   30   0   30   0   30   2  
29   -   VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS              
291   0   Autofabrieken en assemblagebedrijven:              
291   1   - p.o. < 10.000 m2   100   10   200 C   30 R   200 D   4.1  
291   2   - p.o. >= 10.000 m2
 
200   30   300 Z   50 R   300   4.2  
29201     Carrosseriefabrieken   100   10   200   30 R   200   4.1  
29202     Aanhangwagen- en opleggerfabrieken   30   10   200   30   200   4.1  
293     Auto-onderdelenfabrieken   30   10   100   30 R   100   3.2  
30   -   VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN
(EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)  
           
301, 3315   0   Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:              
301, 3315   1   - houten schepen   30   30   50   10   50   3.1  
301, 3315   2   - kunststof schepen   100   50   100   50 R   100   3.2  
301, 3315   3   - metalen schepen < 25 m   50   100   200   30   200   4.1  
301, 3315   4   - metalen schepen >= 25 m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW
 
100   100   500 CZ   50   500   5.1  
3831     Scheepssloperijen   100   200   700   100 R   700   5.2  
302, 317   -   Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:              
302, 317   1   - algemeen   50   30   100   30   100   3.2  
302, 317   2   - met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW
 
50   30   300 Z   30 R   300   4.2  
303, 3316   0   Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:              
303, 3316   1   - zonder proefdraaien motoren   50   30   200   30   200   4.1  
303, 3316   2   - met proefdraaien motoren   100   30   1000 Z   100 R   1000   5.3  
309     Rijwiel- en motorrijwielfabrieken   30   10   100   30 R   100   3.2  
3099     Transportmiddelenindustrie n.e.g.   30   30   100   30   100 D   3.2  
31   -   VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.              
310   1   Meubelfabrieken   50   50   100   30   100 D   3.2  
9524   2   Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2   0   10   10   0   10   1  
321     Fabricage van munten, sieraden e.d.   30   10   10   10   30   2  
322     Muziekinstrumentenfabrieken   30   10   30   10   30   2  
323     Sportartikelenfabrieken   30   10   50   30   50   3.1  
324     Speelgoedartikelenfabrieken   30   10   50   30   50   3.1  
32991     Sociale werkvoorziening   0   30   30   0   30   2  
32999     Vervaardiging van overige goederen n.e.g.   30   10   50   30   50 D   3.1  
38   -   VOORBEREIDING TOT RECYCLING              
383201     Metaal- en autoschredders   30   100   500 Z   30   500   5.1  
383202   A0   Puinbrekerijen en -malerijen:              
383202   A1   - v.c. < 100.000 t/j   30   100   300   10   300   4.2  
383202   A2   - v.c. >= 100.000 t/j   30   200   700   10   700   5.2  
383202   B   Rubberregeneratiebedrijven   300   50   100   50 R   300   4.2  
383202   C   Afvalscheidingsinstallaties   200   200   300 C   50   300   4.2  
35   -   PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER              
35   A0   Elektriciteitsproductiebedrijven (elektrisch vermogen >= 50 MWe)
 
           
35   A1   - kolengestookt (incl. meestook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth   100   700   700 CZ   200   700   5.2  
35   A2   - oliegestookt, thermisch vermogen >= 75 MWth
 
100   100   500 CZ   100   500   5.1  
35   A3   - gasgestookt (incl. bijstook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth   100   100   500 CZ   100 R   500   5.1  
35   A4   - kerncentrales met koeltorens   10   10   500 C   1500   1500 D   6  
35   A5   - warmtekrachtinstallaties (gas), thermisch vermogen > 75 MWth   30   30   500 CZ   100 R   500   5.1  
35   B0   bio-energieinstallaties elektrisch vermogen
< 50 MWe:  
           
35   B1   - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie   100   50   100   30 R   100   3.2  
35   B2   - vergisting, verbranding en vergassing van
overige biomassa  
50   50   100   30 R   100   3.2  
35   C0   Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:              
35   C1   - < 10 MVA   0   0   30 C   10   30   2  
35   C2   - 10 - 100 MVA   0   0   50 C   30   50   3.1  
35   C3   - 100 - 200 MVA   0   0   100C   50   100   3.2  
35   C4   - 200 - 1000 MVA   0   0   300 CZ   50   300   4.2  
35   C5   - >= 1000 MVA   0   0   500 CZ   50   500   5.1  
35   D0   Gasdistributiebedrijven:              
35   D1   - gascompressorstations vermogen < 100 MW   0   0   300 C   100   300   4.2  
35   D2   - gascompressorstations vermogen >= 100 MW
 
0   0   500 C   200 R   500   5.1  
35   D3   - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties, cat. A   0   0   10 C   10   10   1  
35   D4   - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C   0   0   30 C   10   30   2  
35   D5   - gasontvang- en verdeelstations, cat. D   0   0   50C   50 R   50   3.1  
35   E0   Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:              
35   E1   - stadsverwarming   30   10   100 C   50   100   3.2  
35   E2   - blokverwarming   10   0   30 C   10   30   2  
35   F0   windmolens:              
35   F1   - wiekdiameter 20 m   0   0   100 C   30   100   3.2  
35   F2   - wiekdiamater 30 m   0   0   200 C   50   200   4.1  
35   F3   - wiekdiamater 50 m   0   0   300 C   50   300   4.2  
36   -   WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER              
36   A0   Waterwinning-/bereiding bedrijven:              
36   A1   - met chloorgas   50   0   50 C   1000 R   1000 D   5.3  
36   A2   - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling   10   0   50 C   30   50   3.1  
36   B0   Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:              
36   B1   - < 1 MW   0   0   30 C   10   30   2  
36   B2   - 1 - 15 MW   0   0   100 C   10   100   3.2  
36   B3   - >= 15 MW   0   0   300 C   10   300   4.2  
41, 42, 43   -   BOUWNIJVERHEID              
41, 42, 43   0   Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2   10   30   100   10   100   3.2  
41, 42, 43   1   - bouwbedrijven algemeen: b.o <= 2.000 m2   10   30   50   10   50   3.1  
41, 42, 43   2   Aannemersbedrijven met werkplaats:
b.o. > 1000 m2  
10   30   50   10   50   3.1  
41, 42, 43   3   - aannemersbedrijven met werkplaats:
b.o. < 1000 m2  
0   10   30   10   30   2  
45, 47   -   HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTOR- FIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS              
451, 452, 454     Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven   10   0   30   10   30   2  
451     Groothandel in vrachtauto's (incl. import)   10   10   100   10   100   3.2  
45204   A   Autoplaatwerkerijen   10   30   100   10   100   3.2  
45204   B   Autobeklederijen   0   0   10   10   10   1  
45204   C   Autospuitinrichtingen   50   30   30   30 R   50   3.1  
45205     Autowasserijen   10   0   30   0   30   2  
453     Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accesoires   0   0   30   10   30   2  
473   0   Benzineservicestations:              
473   1   - met LPG > 1000 m3/jr   30   0   30   200 R   200   4.1  
473   2   - met LPG < 1000 m3/jr   30   0   30   50 R   50   3.1  
473   3   - zonder LPG   30   0   30   10   30   2  
46   -   GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING              
461     Handelsbemiddeling (kantoren)   0   0   10   0   10   1  
4621   0   Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders   30   30   50   30 R   50   3.1  
4621   1   Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer   100   100   300 Z   50 R   300   4.2  
4622     Groothandel in bloemen en planten   10   10   30   0   30   2  
4623     Groothandel in levende dieren   50   10   100 C   0   100   3.2  
4624     Groothandel in huiden, vellen en leder   50   0   30   0   50   3.1  
46217, 4631     Groothandel in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen   30   10   30   50 R   50   3.1  
4632, 4633     Groothandel in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsolieën   10   0   30   50 R   50   3.1  
4634     Groothandel in dranken   0   0   30   0   30   2  
4635     Groothandel in tabaksproducten   10   0   30   0   30   2  
4636     Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk   10   10   30   0   30   2  
4637     Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen   30   10   30   0   30   2  
4638, 4639     Groothandel in overige voedings- en genotmiddelen   10   10   30   10   30   2  
464, 46733     Groothandel in overige consumentenartikelen   10   10   30   10   30   2  
46499   0   Groothandel in vuurwerk en munitie:              
46499   1   - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton   10   0   30   10 V   30   2  
46499   2   - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton   10   0   30   50 V   50   3.1  
46499   3   - professioneel vuurwerk, netto expl.massa per bewaarplaats < 750 kg (en > 25 kg theatervuurwerk)   10   0   30   500 V   500   5.1  
46499   4   professioneel vuurwerk, netto expl.massa per bewaarplaats 750 kg tot 6 ton   10   0   30   1000 V   1000   5.3  
46499   5   - munitie   0   0   30   30   30   2  
46711   0   Groothandel in vaste brandstoffen:              
46711   1   - klein, lokaal verzorgingsgebied   10   50   50   30   50   3.1  
46711   2   - kolenterminal, opslag opp. >= 2.000 m2   50   500   500 Z   100   500   5.1  
46712   0   Groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen:              
46712   1   - vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3   50   0   50   200 R   200 D   4.1  
46712   2   - vloeistoffen, o.c >= 100.000 m3   100   0   50   500 R   500 D   5.1  
46712   3   - tot vloeistof verdichte gassen   50   0   50   300 R   300 D   4.2  
46713     Groothandel in minerale olieproducten (excl. brandstoffen)   100   0   30   50   100   3.2  
46721   0   Groothandel in metaalertsen:              
46721   1   - opslag opp. < 2.000 m2   30   300   300   10   300   4.2  
46721   2   - opslag opp. >= 2.000 m2   50   500   700 Z   10   700   5.2  
46722, 46723     Groothandel in metalen en -halffabrikaten   0   10   100   10   100   3.2  
4673   0   Groothandel in hout en bouwmaterialen:              
4673   1   - algemeen: b.o. > 2.000 m2   0   10   50   10   50   3.1  
4673   2   - algemeen: b.o. <= 2.000 m2   0   10   30   10   30   2  
46735   4   zand en grind:              
46735   5   - algemeen: b.o. > 200 m2   0   30   100   0   100   3.2  
46735   6   - algemeen: b.o. <= 200 m2   0   10   30   0   30   2  
4674   0   Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:              
4674   1   - algemeen: b.o. > 2.000 m2   0   0   50   10   50   3.1  
4674   2   - algemeen: b.o. < = 2.000 m2   0   0   30   0   30   2  
46751     Groothandel in chemische producten   50   10   30   100 R   100 D   3.2  
46752     Groothandel in kunstmeststoffen   30   30   30   30 R   30   2  
4676     Groothandel in overige intermediaire goederen   10   10   30   10   30   2  
4677   0   Autosloperijen: b.o. > 1000 m2   10   30   100   30   100   3.2  
4677   1   - autosloperijen: b.o. <= 1000 m2   10   10   50   10   50   3.1  
4677   0   Overige groothandel in afval en schroot:
b.o. > 1000 m2  
10   30   100   10   100 D   3.2  
4677   1   - overige groothandel in afval en schroot:
b.o. <= 1000 m2  
10   10   50   10   50   3.1  
466   0   Groothandel in machines en apparaten:              
466   1   - machines voor de bouwnijverheid   0   10   100   10   100   3.2  
466   2   - overige   0   10   50   0   50   3.1  
466, 469     Overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.)   0   0   30   0   30   2  
47   -   DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN              
47   A   Detailhandel voor zover n.e.g.   0   0   10   0   10   1  
471     Supermarkten, warenhuizen   0   0   10   10   10   1  
4722, 4723     Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken   10   0   10   10   10   1  
4724     Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel   10   10   10 C   10   10   1  
4773, 4774     Apotheken en drogisterijen   0   0   0   10   10   1  
4752     Bouwmarkten en tuincentra   0   0   30   10   30   2  
4778     Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt   0   0   10   10 V   10   1  
4791     Postorderbedrijven   0   0   50   0   50   3.1  
952     Reparatie t.b.v. partuculieren (excl. auto's en motorfietsen)   0   0   10   10   10   1  
55   -   LOGIES, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING              
5510     Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra   10   0   10   10   10   1  
553, 552     Kampeerterreinen, vakantiecentra e.d. (met keuken)   30   0   50 C   30   50   3.1  
561     Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.   10   0   10 C   10   10   1  
563   1   Café's, bars   0   0   10 C   10   10   1  
563   2   Discotheken, muziekcafé's   0   0   30 C   10   30 D   2  
5629     Kantines   10   0   10 C   10   10 D   1  
562     Cateringbedrijven   10   0   30 C   10   30   2  
49   -   VERVOER OVER LAND              
491, 492   0   Spoorwegen:              
491, 492   1   - stations   0   0   100 C   50 R   100 D   3.2  
491, 492   2   - rangeerterreinen, overslagstations (zonder rangeerheuvel)   30   30   300 C   300 R   300 D   4.2  
493     Bus-, tram- en metrostations en -remises   0   10   100 C   0   100 D   3.2  
493     Taxibedrijven   0   0   30 C   0   30   2  
493     Touringcarbedrijven   10   0   100 C   0   100   3.2  
494   0   Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m2   0   0   100 C   30   100   3.2  
494   1   - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. <= 1000 m2   0   0   50 C   30   50   3.1  
495     Pomp- en compressorstations van pijpleidingen   0   0   30 C   10   30 D   2  
50, 51   -   VERVOER OVER WATER/DOOR DE LUCHT              
50, 51   A   Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)   0   0   10   0   10   1  
52   -   DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER              
52241   0   Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen:              
52241   1   - containers   0   10   500 C   100 R   500   5.1  
52241   2   - stukgoederen   0   30   300 C   100 R   300 D   4.2  
52241   3   - ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= 2.000 M2   50   700   1000CZ   50   1000   5.3  
52241   4   - granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u   100   500   500 CZ   100 R   500   5.1  
52241   5   - steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2   50   700   700 CZ   100   700   5.2  
52241   6   - olie, LPG e.d.   300   0   100 C   1000 R   1000   5.3  
52241   7   - tankercleaning   300   10   100 C   200 R   300   4.2  
52242   0   Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:              
52242   1   - containers   0   10   300   50 R   300   4.2  
52242   2   - stukgoederen   0   10   100   50 R   100 D   3.2  
52242   3   - ertsen, mineralen e.d., opslagopp. < 2.000 M2   30   200   300   30   300   4.2  
52242   4   - ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= 2.000 M2   50   500   700 Z   50   700   5.2  
52242   5   - granen of meelsoorten, v.c. < 500 t/u   50   300   200   50 R   300   4.2  
52242   6   - granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u   100   500   300 Z   100 R   500   5.1  
52242   7   - steenkool, opslagopp. < 2.000 m2   50   300   300   50   300   4.2  
52242   8   - steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2   50   500   500 Z   100   500   5.1  
52242   9   - olie, LPG, e.d.   100   0   50   700 R   700   5.2  
52102, 52109   A   Distributiecentra, pak- en koelhuizen   30   10   50 C   50 R   50 D   3.1  
52109   B   Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)   0   0   30 C   10   30   2  
5221   1   Autoparkeerterreinen, parkeergarages   10   0   30 C   0   30   2  
5221   2   Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)   10   0   100 C   30   100   3.2  
5222     Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)   0   0   10   0   10   1  
5223   A   Luchthavens   200   50   1500 C   500 R   1500 D   6  
5223   B   Helikopterlandplaatsen   0   50   500   50   500   5.1  
791     Reisorganisaties   0   0   10   0   10   1  
5229     Expediteurs, cargadoors (kantoren)   0   0   10   0   10 D   1  
53   -   POST EN TELECOMMUNICATIE              
531, 532     Post- en koeriersdiensten   0   0   30 C   0   30   2  
61   A   Telecommunicatiebedrijven   0   0   10 C   0   10   1  
61   B0   Zendinstallaties:              
61   B1   - LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)   0   0   0 C   100   100   3.2  
61   B2   - FM en TV   0   0   0 C   10   10   1  
61   B3   - GSM en UMTS-steunzenders   0   0   0 C   10   10   1  
64, 65, 66   -   FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGS-
WEZEN  
           
64, 65, 66   A   Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen   0   0   10 C   0   10   1  
41, 68   -   VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED              
41, 68   A   Verhuur van en handel in onroerend goed   0   0   10   0   10   1  
77   -   VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN              
7711     Personenautoverhuurbedrijven   10   0   30   10   30   2  
7712, 7739     Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)   10   0   50   10   50 D   3.1  
773     Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen   10   0   50   10   50 D   3.1  
772     Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.   10   10   30   10   30 D   2  
62   -   COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE              
62   A   Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.   0   0   10   0   10   1  
58, 63   B   Switchhouses   0   0   30 C   0   30   2  
72   -   SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK              
721     Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk   30   10   30   30 R   30   2  
722     Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek   0   0   10   0   10   1  
63, 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82   -   OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING              
63, 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82   A   Overige zakelijke dienstverlening, kantoren   0   0   10   0   10 D   1  
812     Reinigingsbedrijven voor gebouwen   50   10   30   30   50 D   3.1  
74203     Foto- en filmontwikkelcentrales   10   0   30 C   10   30   2  
82991     Veilingen voor landbouw- en visserijproducten   50   30   200 C   50 R   200   4.1  
82992     Veilingen voor huisraad, kunst e.d.   0   0   10   0   10   1  
84   -   OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN              
84   A   Openbaar bestuur (kantoren e.d.)   0   0   10   0   10   1  
8422     Defensie-inrichtingen   30   30   200 C   100   200 D   4.1  
8425     Brandweerkazernes   0   0   50 C   0   50   3.1  
85   -   ONDERWIJS              
852, 8531     Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs   0   0   30   0   30   2  
8532, 854, 855     Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs   10   0   30   10   30 D   2  
86   -   GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG              
8610     Ziekenhuizen   10   0   30 C   10   30   2  
8621, 8622, 8623     Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven   0   0   10   0   10   1  
8691, 8692     Consultatiebureaus   0   0   10   0   10   1  
871   1   Verpleeghuizen   10   0   30 C   0   30   2  
8891   2   Kinderopvang   0   0   30   0   30   2  
37, 38, 39   -   MILIEUDIENSTVERLENING              
3700   A0   RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks:              
3700   A1   - < 100.000 i.e.   200   10   100 C   10   200   4.1  
3700   A2   - 100.000 - 300.000 i.e.   300   10   200 CZ   10   300   4.2  
3700   A3   - >= 300.000 i.e.   500   10   300 CZ   10   500   5.1  
3700   B   rioolgemalen   30   0   10 C   0   30   2  
381   A   Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.   50   30   50   10   50   3.1  
381   B   Gemeentewerven (afval-inzameldepots)   30   30   50   30 R   50   3.1  
381   C   Vuiloverslagstations   200   200   300   30   300   4.2  
382   A0   Afvalverwerkingsbedrijven:              
382   A1   - mestverwerking/korrelfabrieken   500   10   100 C   10   500   5.1  
382   A2   - kabelbranderijen   100   50   30   10   100   3.2  
382   A3   - verwerking radio-actief afval   0   10   200 C   1500   1500   6  
382   A4   - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)   50   10   30   10   50   3.1  
382   A5   - oplosmiddelterugwinning   100   0   10   30 R   100 D   3.2  
382   A6   - afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW   300   200   300 CZ   50   300 D   4.2  
382   A7   - verwerking fotochemisch en galvano-afval   10   10   30   30 R   30   2  
382   B   Vuilstortplaatsen   300   200   300   10   300   4.2  
382   C0   Composteerbedrijven:              
382   C1   - niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr   300   100   50   10   300   4.2  
382   C2   - niet-belucht v.c. 5.000 tot 20.000 ton/jr   700   300   100   30   700   5.2  
382   C3   - belucht v.c. < 20.000 ton/jr   100   100   100   10   100   3.2  
382   C4   - belucht v.c. > 20.000 ton/jr   200   200   100   30   200   4.1  
382   C5   - GFT in gesloten gebouw   200   50   100   100 R   200   4.1  
94   -   DIVERSE ORGANISATIES              
941, 942     Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)   0   0   10   0   10   1  
9491     Kerkgebouwen e.d.   0   0   30   0   30   2  
94991   A   Buurt- en clubhuizen   0   0   30 C   0   30 D   2  
94991   B   Honderdressuurterreinen   0   0   50   0   50   3.1  
59   -   CULTUUR, SPORT EN RECREATIE              
591, 592, 601, 602     Studio's (film, TV, radio, geluid)   0   0   30 C   10   30   2  
5914     Bioscopen   0   0   30 C   0   30   2  
9004     Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen   0   0   30 C   0   30   2  
9321     Recreatiecentra, vaste kermis e.d.   30   10   300   10   300 D   4.2  
8552     Muziek- en balletscholen   0   0   30   0   30   2  
85521     Dansscholen   0   0   30 C   0   30   2  
9101, 9102     Bibliotheken, musea, ateliers e.d.   0   0   10   0   10   1  
91041     Dierentuinen   100   10   50 C   0   100   3.2  
91041     Kinderboerderijen   30   10   30 C   0   30   2  
931   0   Zwembaden:              
931   1   - overdekt   10   0   50 C   10   50   3.1  
931   2   - niet overdekt   30   0   200   10   200   4.1  
931   A   Sporthallen   0   0   50 C   0   50   3.1  
931   B   Bowlingcentra   0   0   30 C   0   30   2  
931   C   Overdekte kunstijsbanen   0   0   100 C   50 R   100   3.2  
931   D   Stadions en open lucht-ijsbanen   0   0   300 C   50 R   300   4.2  
931   E   Maneges   50   30   30   0   50   3.1  
931   F   Tennisbanen (met verlichting)   0   0   50 C   0   50   3.1  
931   G   Veldsportcomplex (met verlichting)   0   0   50 C   0   50   3.1  
931   H   Golfbanen   0   0   10   0   10   1  
931   I   Kunstskibanen   0   0   30 C   50 R   50   3.1  
931   0   Schietinrichtingen:              
931   1   - binnenbanen: geweer- en pistoolbanen   0   0   200 C   10   200   4.1  
931   10   - buitenbanen met voorzieningen: pistoolbanen   10   0   1000   200   1000   5.3  
931   11   - buitenbanen met voorzieningen: boogbanen   0   0   30   30   30   2  
931   2   - binnenbanen: boogbanen   0   0   10 C   10   10   1  
931   3   - vrije buitenbanen: kleiduiven   0   0   200   300   300   4.2  
931   4   - vrije buitenbanen: schietbomen   0   0   500   1500   1500   6  
931   5   - vrije buitenbanen: geweerbanen   10   0   1500   1500   1500   6  
931   6   - vrije buitenbanen: pistoolbanen   10   0   1500   1500   1500   6  
931   7   - vrije buitenbanen: boogbanen   0   0   10   200   200   4.1  
931   8   - buitenbanen met voorzieningen: schietbomen   10   0   300   500   500   5.1  
931   9   - buitenbanen met voorzieningen: geweerbanen   10   0   1000   1500   1500   6  
931   A   Skelter- en kartbanen, in een hal   10   0   50   10   50   3.1  
931   B   Skelter- en kartbanen, open lucht, < 8 uur/week in gebruik   50   30   500 C   30   500   5.1  
931   C   Skelter- en kartbanen, open lucht, >= 8 uur/ week in gebruik   50   50   1000CZ   30   1000   5.3  
931   D   Autocircuits, motorcrossterreinen e.d.,
< 8 uur/week in gebruik  
100   50   700   50   700   5.2  
931   E   Autocircuits, motorcrossterreinen e.d.,
>= 8 uur/week in gebruik  
100   100   1500 Z   50   1500   6  
931   F   Sportscholen, gymnastiekzalen   0   0   30 C   0   30   2  
932   G   Jachthavens met diverse voorzieningen   10   10   50 C   30   50   3.1  
9200     Casino's   10   0   30 C   0   30   2  
92009     Amusementshallen   0   0   30 C   0   30   2  
93229     Modelvliegtuigvelden   10   0   300   100   300   4.2  
96   -   OVERIGE DIENSTVERLENING              
96011   A   Wasserijen en strijkinrichtingen   30   0   50 C   30   50   3.1  
96011   B   Tapijtreinigingsbedrijven   30   0   50   30   50   3.1  
96012     Chemische wasserijen en ververijen   30   0   30   30 R   30   2  
96013   A   Wasverzendinrichtingen   0   0   30   0   30   2  
96013   B   Wasserettes, wassalons   0   0   10   0   10   1  
9602     Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten   0   0   10   0   10   1  
9603   0   Begrafenisondernemingen:              
9603   1   - uitvaartcentra   0   0   10   0   10   1  
96031   2   - begraafplaatsen   0   0   10   0   10   1  
96032   3   - crematoria   100   10   30   10   100   3.2  
9313, 9604     Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden   10   0   30 C   0   30   2  
9609   A   Dierenasiels en -pensions   30   0   100 C   0   100   3.2  
9609   B   Persoonlijke dienstverlening n.e.g.   0   0   10 C   0   10 D   1