Toelichting
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 2 Doelstellingen van het bestemmingsplan HOOFDSTUK 1 Aanleiding 1.1 Inleiding Namens de heer F.C.H.J. de Regt, Prinsendreef 4 te Prinsenbeek is verzocht de agrarische bestemming van de locatie Prinsendreef 4 te wijzigen in de bestemming 'Wonen'. Wijziging van het bestemmingsplan is nodig omdat de woning verkocht is aan de verzoeker en deze niet voornmens is de woning en gebouwen te gaan gebruiken voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De bedrijfsmatige agrarische activiteiten zijn ter plaatse al langere tijd geleden beëindigd. 1.2 Bestaande toestand Op de betreffende locatie is jarenlang een agrarisch bedrijf (rundveehouderij) geëxploiteerd door verzoeker. De bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de huidige eigenaar wil omzetten naar een woonbestemming. Op de bijbehorende gronden bevinden zich een bedrijfswoning met een daarbij behorende bedrijfsgebouwen. Het gehele complex heeft een rijksmonumentale status. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Van kracht is het bestemmingsplan "Buitengebied Noord” vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2013. Het plan is onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 september 2015. HOOFDSTUK 2 Doelstellingen van het bestemmingsplan 2.1 Huidige situatie Op deze locatie is thans een bedrijfswoning aanwezig met 3 bijgebouwen (voormalige bedrijfsgebouwen en bakhuisje). De locatie heeft in het bestemmingsplan nog een agrarische bestemming. De woning en de gronden zijn niet meer voor agrarische doeleinden in gebruik. het complex heeft een tijksmonumentale status. 2.2 Toekomstige situatie In de bedrijfswoning zal de nieuwe eigenaar zijn woonverblijf hebben en de bijgebouwen zullen als bijgebouw gebruikt gaan worden voor de woonbestemming. Om dit juridisch mogelijk te maken zal via dit wijzigingsplan de agrarische bestemming moeten worden omgezet naar een woonbestemming. De verplichte landschappelijke inpassing, waarop later nog wordt teruggekomen, zal via de toe te kennen bestemming Natuur worden beschermd. 2.3 Regelgeving 2.3.1 Inleiding Van kracht is het bestemmingsplan 'Buitengebied Noord' De gronden en opstallen aan de Prinsendreef 4 te Prinsenbeek zijn in het bestemmingsplan Buitengebied Noord bestemd tot 'Agrarisch met warden - Landschapswaarden' met de aanduiding 'bouwvlak' voor de bebouwing. Op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 4.6 onder c van dit bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders bevoegd het plan te wijzigen, mits wordt voldaan aan de Landschapsinvesteringsregeling Breda, ten behoeve van het deels wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' met de aanduiding 'bouwvlak' in de bestemming 'Wonen' onder de volgende voorwaarden: de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen bedrijven niet worden beperkt; aan cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden en milieuhygiënische en water- en bodemhuishoudkundige aspecten geen onevenredige schade wordt toegebracht ; de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, voor het merendeel worden gesloopt, en deze sloop afdoende is verzekerd, waarbij maximaal 500 m² mag worden gehandhaafd als bijgebouw alsmede overtollige verharding wordt verwijderd. 2.3.2 Onderzoek Het verzoek is getoetst aan de voorwaarden uit het vigerende bestemmingsplan en hierbij is het volgende geconcludeerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied ( Vr 2014: bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologische regime nodig is) bepaalt de Verordening ruimte 2014 dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap. In principe wordt hierbij uitgegaan van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Regionaal is in overleg met de provincie een handreiking opgesteld die via het regionaal ruimtelijk overleg is vastgesteld. Deze is in het bestemminsplan Buitengebied Noord verder vertaald via de Landschapsinvesteringsregeling Breda. In het kader van de Landschapsinvesteringsregeling Breda valt deze ruimtelijke ontwikkeling in categorie 2 en dient een landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd. Hiervoor mogen ook bestaande groenstructuren gebruikt worden. Dat laatste is hier ook het geval. Op het perceel is een landschappelijke waardevolle laan met beplanting aanwezig die via dit plan beschermd gaat worden via een natuurbestemming. Hierover zijn afspraken gemaakt en is deze verplichte landschapsinvestering afgesproken op basis van de Landschapsinvesteringsregeling Breda. Een en ander is vastgelegd in een overeenkomst met de initiatiefnemer. Teneinde het behoud te garanderen is de locatie, waar deze landschappelijke inpassing aanwezig is en overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 , lid 4.6 onder g, bestemd tot 'Natuur'. Het dichtstbijzijnde bedrijf ligt op een afstand van ruim 320 meter en betreft een glastuinbouwbedrijf. Een tweede bedrijf ligt op ruim 380 meter afstand en betreft een vollegronds tuinbouwbedrijf. De in acht te nemen minimale afstand tot dit soort bedrijven is 25 meter. Daaraan wordt ruimschoots voldaan en dus zal de beoogde ontwikkeling, gezien de afstand tot het bedrijf, geen extra belemmeringen opleveren voor nabijgelegen bedrijven. Met het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming zal het enkel al niet langer mogelijk zijn van agrarische activiteiten ten behoeve van een bedrijf ter plaatse een bijdrage leveren aan het landschap ter plaatse en zal dus geen onevenredige schade aan het landschap tot gevolg hebben. Verder zal het complex, dat een rijksmonumentenstatus heeft, nog worden gerestaureerd hetgeen weer zal bijdragen aan de cultuurhistorische waarde van die plaats. De bijbehorende bijgebouwen zijn tezamen groter dan op grond van de Landschapsinvesteringsregeling Breda behouden mag blijven (max 500 m2). Het betreft echter bebouwing die behoort tot het monumentale complex en daaraan als zodanig dus cultuurhistorische waarden kunnen worden toegekend. Dit betekent weer dat de wijziging van de bestemming dan ook niet gepaard zal hoeven te gaan met sloop van een gedeelte van deze voormalige bedrijfsgebouwen. 2.3.3 Conclusie Uit het voorgaande mag worden geconcludeerd dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan Buitengebied Noord tot wijziging van de bestemming. HOOFDSTUK 3 Planbeschrijving Voorliggend wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, toelichting en planregels. De verbeelding volstaat met het aangeven van de nieuwe bestemming ‘Bedrijf’ met bestemmingsvlak en bouwvlak. De vereiste landschapsinvestering heeft de bestemming 'Natuur'gekregen. De planregels betreffen de ongewijzigde regels welke behoren bij de in het plangebied opgenomen bestemmingen en de op alle bestemmingen betrekking hebbende artikelen uit het bestemmingsplan Buitengebied Noord. HOOFDSTUK 4 Procedure Het onderhavige plan is een plan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Ten aanzien van de procedure is het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht van kracht. Een en ander betekent dat het ontwerpplan gedurende 6 weken ter inzage zal worden gelegd tijdens welke termijn door belanghebbenden zienswijzen tegen dit wijzigingsplan kunnen worden ingediend waarna het plan kan worden vastgesteld door het college. Tegen het besluit van het college staat rechtstreeks beroep open bij de Afdseling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
![i_NL.IMRO.0758.BW2016231005-0401_432000.png [image]](i_NL.IMRO.0758.BW2016231005-0401_432000.png)
![i_NL.IMRO.0758.BW2016231005-0401_432001.png [image]](i_NL.IMRO.0758.BW2016231005-0401_432001.png)
![i_NL.IMRO.0758.BW2016231005-0401_432002.png [image]](i_NL.IMRO.0758.BW2016231005-0401_432002.png)