Gemeente Breda

Planteksten

Op deze pagina vindt u de planteksten behorende bij het plan Buitengebied Noord, wijzigingsplan Verloren Hoek 7.

Toelichting


 

Inhoudsopgave

 

HOOFDSTUK 1 Aanleiding

1.1 Inleiding

1.2 Bestaande toestand

1.3 Vigerend bestemmingsplan

HOOFDSTUK 2 Doelstellingen van het wijzigingsplan

2.1 Huidige situatie

2.2 Toekomstige situatie

2.3 Regelgeving

HOOFDSTUK 3 Planbeschrijving

HOOFDSTUK 4 Procedure

 

 

HOOFDSTUK 1 Aanleiding

 

1.1 Inleiding

Door Van Dun Advies BV is namens de heer Gräper en mevrouw Bartels, Verloren Hoek 7 te Prinsenbeek verzocht de agrarische bestemming van de locatie Verloren Hoek 7 te Prinsenbeek te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' waarbij tegelijkertijd en reeds aanwezige paardenbak wordt meegenomen. Wijziging van het bestemmingsplan is nodig omdat de initiatiefnemers ter plaatse een paardenhouderij willen starten. De agrarische activiteiten zijn al langere tijd ter plaatse beëindigd.

 

1.2 Bestaande toestand

Op de betreffende locatie is jarenlang een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. De bedrijfsactiviteiten zijn al langere tijd geleden beëindigd en aanvragers willen omzetten naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van het vestigen van een paardenhouderij ter plaatse. Op de bijbehorende gronden bevinden zich een bedrijfswoning met een daarbij behorende schuur/paardenstal. Voorts is op het perceel een paardenbak aanwezig.

 

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Van kracht is het bestemmingsplan "Buitengebied Noord” vastgesteld door de gemeenteraad op 7 november 2013. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan lopen nog wel beroepen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State maar deze zijn niet specifiek gericht tegen deze locatie.

 

HOOFDSTUK 2 Doelstellingen van het wijzigingsplan

 

2.1 Huidige situatie

Op deze locatie is thans een bedrijfswoning aanwezig met een vrijstaande paardenstal (voormalig bedrijfsgebouw) en een paardenbak. De locatie heeft in het bestemmingsplan nog een agrarische bestemming. De woning en de gronden zijn al langere tijd niet meer voor agrarische doeleinden in gebruik geweest en de opstallen en gronden zijn indertijd verkocht aan de initiatiefnemers.

 

2.2 Toekomstige situatie

De heer Gräper en mevrouw Bartels zijn voornemens hier een paardenhouderij te vestigen waarin paarden zullen worden gefokt en via een gericht trainingsprogramma zullen worden afgericht. Tevens zullen er door mevrouw Bartels ter plaatse, in relatie tot haar werk als paardenfysiotherapeut, cursussen en trainingen worden gegeven. Dit doet ze nu nog op een gehuurde locatie elders. Om dit mogelijk te maken zal de agrarische bestemming moeten worden omgezet naar een bedrijfsbestemming met de aanduiding paardenhouderij. De verplichte landschappelijke inpassing, waarop later nog wordt teruggekomen, zal via de bestemming Natuur worden beschermd.

 

2.3 Regelgeving

 

2.3.1 Inleiding

Van kracht is het bestemmingsplan 'Buitengebied Noord'

 

De gronden en opstallen aan de Verloren Hoek 7 te Prinsenbeek zijn in het bestemmingsplan Buitengebied Noord bestemd tot 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden' met de aanduiding 'bouwvlak' voor de bebouwing. Op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 4.7 onder d van dit bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders bevoegd het plan te wijzigen, mits wordt voldaan aan de Landschapsinvesteringsregeling Breda, ten behoeve van het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden' met de aanduiding 'bouwvlak' in de bestemming 'Bedrijf' met de aanduiding 'paardenhouderij' onder de volgende voorwaarden:

  1. voor paardenhouderijen een rijhal aanwezig mag zijn met een oppervlakte van maximaal 1200 m²;

  2. het bouwvlak een maximale oppervlakte mag hebben van 5000 m2 en een bebouwingspercentage van maximaal 75%;

  3. de nieuwe functie geen belemmering op gaat leveren voor de in de omgeving reeds aanwezige (agrarische) bedrijvigheid;

  4. parkeren voor het bedrijf op eigen terrein dient plaats te vinden;

  5. de te ontwikkelen activiteiten geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben in die zin dat geen aanvullende verkeersmaatregelen noodzakelijk mogen zijn dan wel de verkeersveiligheid ter plaatse niet in het gedrang komt.

  6. wordt aangetoond dat stikstofneutraal wordt gewerkt.

 

Voorts is in artikel 4, lid 4.7 onder e bepaald dat burgemeester en wethouders tevens bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van het uitbreiden van bestemmingsvlakken met de bestemming Wonen en Bedrijf voor het oprichten van een paardenbak onder de volgende voorwaarden:

  1. per bedrijf of woning één paardenbak is toegestaan;

  2. de paardenbak redelijkerwijs niet binnen de betreffende bestemmingsvlakken kan worden gesitueerd;

  3. de uitbreiding direct aansluitend en binnen een straal van maximaal 50 meter uit het bestaande bestemmingsvlak;

  4. de uitbreiding niet meer bedraagt dan 1200 m2;

  5. de paardenbak geen grotere hoogte mag hebben dan 1,5 meter en moet worden uitgevoerd als een open constructie.

 

Verder ligt op het plangebied de aanduiding 'Vrijwaringszone - Radar'. Dit betekent dat in principe niet hoger gebouwd mag worden dan 113 meter. Hiervan is afwijking mogelijk na advies van het Ministerie van Defensie.

 

Verordening ruimte 2014

Het plangebied ligt eveneens binnen de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant. Dit betekent dat veehouderijen aan specifieke regels dienen te voldoen als ze willen uitbreiden.

 

2.3.2 Onderzoek

 

Het verzoek is getoetst aan de voorwaarden uit het vigerende bestemmingsplan en hierbij is het

volgende geconcludeerd.

Artikel 4.7 onder d.

 

In het kader van de Landschapsinvesteringsregeling Breda valt deze ruimtelijke ontwikkeling in categorie 2 en dient een landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd. Hierover zijn afspraken gemaakt en is een verplichte landschapsinvestering afgesproken op basis van de Landschapsinvesteringsregeling Breda. Teneinde de aanleg te garanderen is dit vastgelegd in een overeenkomst met de initiatiefnemers. Teneinde het behoud te garanderen is de locatie, waar deze landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd en overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 , lid 4.7 onder f, bestemd tot 'Natuur'.

 

In de regels behorende bij dit wijzigingsplan is binnen de bestemming 'Bedrijf' vastgelegd dat een te realiseren rijhal niet groter mag worden dan 1200 m2.

 

Het bestemmingsvlak voor dit bedrijf wordt in het onderhavige geval groter dan 5000 m2 namelijk maximaal 6200 m2 in verband met een extra afwijking als bedoeld in artikel 4, lid 4.7 onder e. Zie verder hierna onder het kopje Artikel 4.7 onder e.

 

Het dichtstbijzijnde bedrijf (veehouderij) ligt op 170 meter. De beoogde ontwikkeling levert gezien de afstand dan ook geen belemmering op voor nabijgelegen bedrijven.

 

Het terrein heeft voldoende mogelijkheden om hierop het parkeren te accommoderen en deze eis is ook in de regels van het wijzigingsplan vastgelegd.

 

Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking wordt opgemerkt dat met de gewenste plannen een beperkte toename van het verkeer van en naar de inrichting zal geven. Dit zal echter niet dusdanige vormen aannemen dat dit een onevenredig effect zal hebben op de verkeerssituatie van de Verloren Hoek die getypeerd kan worden als een erfontsluitingsweg. Ook de verkeersveiligheid zal hierdoor niet in het gedrang komen.

 

Ten aanzien van het stikstofneutraal bouwen het volgende. Hiertoe is reeds op 6 mei 2013 door initiatiefnemers een aanvraag om vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet ingediend. Op 6 maart 2014 verzoekt de provincie de aanvraag in te trekken daar de gevraagde activiteiten geen significant effect hebben op Natura 2000 gebieden en/of beschermde natuurmonumenten. Hierdoor is geen vergunningplicht op grond van de Natuurbeschermingswet aanwezig. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het initiatief stikstofneutraal gerealiseerd kan worden. De aanvraag om vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet is als bijlage bij de toelichting gevoegd omdat hierin een berekening van de stikstofdepositie is opgenomen.

 

Artikel 4.7 onder e.

Bij het onderhavige bedrijf zal slechts een paardenbak aanwezig zijn. Vanwege het feit dat het bouwvlak voor de paardenhouderij noodzakelijk is om de noodzakelijk bedrijfsgebouwen op te richten blijft er niet voldoende ruimte over om de paardenbak hierin op te nemen. Het is derhalve noodzakelijk dat het bestemmingsvlak hiervoor wordt uitgebreid. De paardenbak sluit rechtstreeks aan op het te projecteren bouwvlak. Ten behoeve van de paardenhouderij zal een bouwvlak worden opgenomen van maximaal 5000 m2. Vanwege het feit dat de bestaande paardenbak groter is dan 1200 m2 zal een gedeelte hiervan binnen het bouwvlak worden opgenomen. Voor het overige zal het bestemmingsvlak worden uitgebreid in die zin dat totaal geen groter bestemmingsvlak zal ontstaan dan 6200 m2 (5000 m2 bouwvlak en een uitbreiding van het bestemmingsvlak met 1200 m2).

Tenslotte wordt opgemerkt dat de paardenbak, zijnde een reeds bestaande bak, als een open constructie is uitgevoerd en geen grotere hoogte heeft dan 1,50 meter.

 

Met betrekking tot de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' is geconstateerd dat binnen deze zone niet hoger gebouwd mag worden dan 113 meter. Na wijziging mag op de onderhavige locatie niet hoger gebouwd worden dan maximaal 10 meter. Via afwijking zou hiervan eventueel nog afgeweken kunnen worden voor een zendmast tot een hoogte van maximaal 50 meter. Dit alles blijft onder de maximale toegestane hoogte van 113 meter vandaar dat deze aanduiding op de verbeelding niet is meegenomen.

 

Verordening ruimte 2014

De regels uit de Verordening ruimte 2014 met betrekking tot de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' zijn van toepassing op veehouderijen. Volgens de begripsbepalingen geldt dit voor agrarische bedrijven die zich richten op het fokken , mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. Nu het hier om een paardenhouderij, niet zijnde een agrariache activiteit, gaat en paarden niet onder de definitie van veehouderij vallen.

 

Verder kan op de locatie na wijziging van bestemming geen veehouderij meer gevestigd worden vandaar ook dat de regels uit de Verordening ruimte 2014 in het kader van de aanduiding "Beperkingen veehouderijen' niet in het plan opgenomen.

 

2.3.3 Conclusie

 

Uit het voorgaande mag worden geconcludeerd dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden uit het

bestemmingsplan Buitengebied Noord.

 

HOOFDSTUK 3 Planbeschrijving

Voorliggend wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, toelichting en planregels.

De verbeelding volstaat met het aangeven van de nieuwe bestemming ‘Bedrijf’ met bestemmingsvlak en bouwvlak. De vereiste landschapsinvestering heeft de bestemming 'Natuur'gekregen. De planregels betreffen de ongewijzigde regels welke behoren bij de in het plangebied opgenomen bestemmingen en de op alle bestemmingen betrekking hebbende artikelen uit het bestemmingsplan Buitengebied Noord.

HOOFDSTUK 4 Procedure

 

Het onderhavige plan is een plan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Ten aanzien van de procedure is het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht van kracht. Een en ander betekent dat het ontwerpplan gedurende 6 weken ter inzage zal worden gelegd tijdens welke termijn door belanghebbenden zienswijzen tegen dit wijzigingsplan kunnen worden ingediend waarna het plan kan worden vastgesteld door het college. Tegen het besluit van het college staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.