De voor “Bedrijf” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. een bedrijfsverzamelgebouw, ter plaatse van functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsverzamelgebouw’ waar:
1. (startende) ondernemers in de Agrifoodsector zich kunnen vestigen, mits:
1.1 het uitsluitend een bedrijf betreft dat is toegestaan in milieucategorie 1 en 2 en 3.1, indien vergelijkbaar met milieucategorie 2 van de bij deze regels behorende bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’, voor zover het geen inrichtingen zijn als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder;
1.2 er geen beperking plaatsvindt van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven;
1.3 de bedrijfsgebouwen eigendom zijn en blijven van één eigenaar;
1.4 elk gevestigd bedrijf een oppervlakte heeft van maximaal 400 m² en in totaliteit maximaal 2.000 m² voor dit bedrijfsverzamelgebouw hergebruikt wordt;
1.5 er geen sprake is van onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking;
1.6 er voorzien wordt in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein;
1.7 opslag alleen inpandig plaatsvindt, tenzij buitenopslag rechtstreeks voortvloeit uit de aard van het bedrijf en in dat geval een afdoende landschappelijke inpassing plaatsvindt.
2. ZZP-ers zich kunnen vestigen, mits:
2.1 het uitsluitend een bedrijf betreft dat is toegestaan in milieucategorie 1 en 2 en 3.1, indien vergelijkbaar met milieucategorie 2 van de bij deze regels behorende bijlage ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’, voor zover het geen inrichtingen zijn als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder;
2.2 er geen beperking plaatsvindt van de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven;
2.3 de bedrijfsgebouwen eigendom zijn en blijven van één eigenaar;
2.4 elke gevestigde ZZP-er een oppervlakte heeft van maximaal 150 m² binnen de maximale totaaloppervlakte zoals genoemd in 1.4;
2.5 er geen sprake is van onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking;
2.6 er voorzien wordt in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein;
2.7 opslag alleen inpandig plaatsvindt, tenzij buitenopslag rechtstreeks voortvloeit uit de aard van het bedrijf en in dat geval een afdoende landschappelijke inpassing plaatsvindt.
b. een bedrijfswoning uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’;
c. bijbehorende bouwwerken;
d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
e. aan huis gebonden beroepen;
f. tuinen, erven en terreinen;
i. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen.