Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Kapelweg 27 Best
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0753.wpkapelweg27-VG01

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het wijzigingsplan Kapelweg 27 Best met identificatienummer NL.IMRO.0753.wpkapelweg27-VG01 van de gemeente Best.

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 bouwgrens:

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten.

1.6 bouwvlak:

1.7 Moederplan:

het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006' met identificatienummer:  NL.IMRO.07530000bpbtg2006oh- van de gemeente Best.

Artikel 2 Wijze van meten

Na gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10.5.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2006', ten behoeve van de vormverandering van het bestemmingsvlak zijn de regels van het(vanaf 17 december 2008 in werking getreden en op 19 mei 2010 onherroepelijk zijnde) bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2006' van de gemeente Best voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

Na gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10.5.1 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006', ten behoeve van de vormverandering van het bestemmingsvlak zijn de regels van het (vanaf 17december 2008 in werking getreden en op 19 mei 2010 onherroepelijk zijnde) bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2006' van de gemeente Best voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing. Met dien verstande dat:
  1. De regels die gelden voor de bestemming ‘Agrarisch gebied’ in het moederplan zijn overeenkomstig van toepassing op de bestemming ‘Agrarisch' in dit plan.

Artikel 4 Agrarisch - Bedrijfsdoeleinden

4.1 Bestemmingsomschrijving

Na gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10.5.1 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006', ten behoeve van de vormverandering van het bestemmingsvlak zijn de regels van het (vanaf 17december 2008 in werking getreden en op 19 mei 2010 onherroepelijk zijnde) bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2006' van de gemeente Best voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing. Met dien verstande dat:
  1. De regels die gelden voor de bestemming ‘Agrarische bedrijfsdoeleinden’ in het moederplan zijn overeenkomstig van toepassing op de bestemming ‘Agrarisch - Bedrijfsdoeleinden' in dit plan;
  2. Daar waar in de regels van het moederplan verwezen wordt naar de lettertekenaanduiding 'niet-grondgebonden intensieve veehouderij' moet worden gelezen functieaanduiding 'íntensieve veehouderij';
  3. Gebruik van de nieuw te bouwen stal overeenkomstig de bestemmingsomschrijving is toegestaan, mits wordt voldaan aan de voorwaarde dat zo spoedig mogelijk, doch in elk geval in het eerste plantseizoen - november tot en met februari - na de bouw van de stal, landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst overeenkomstig het in bijlage 1 van deze regels opgenomen landschappelijk inpassingsplan wordt gerealiseerd en deze daarna onderhouden en behouden wordt;
  4. Het gebruik conform de bestemming 'Agrarische bedrijfsdoeleinden' is alleen toegestaan indien voldoende waterberging wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

Artikel 5 Leiding – riool

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse rioolleiding met de hartlijn ter plaatse van de aanduiding hartlijn leiding - riool.

5.2 Bouwregels

Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, mogen niet worden opgericht.

5.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2. Mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.4.1 Werken en werkzaamheden:
 
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
 
  1. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;
  2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
  3. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  4. het diepploegen;
  5. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  6. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
  7. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
  8. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  9. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
5.4.2 Uitzonderingen:
Het in sub artikel 5 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden: 
  1. die het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen;
  2. waarvoor op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan reeds omgevingsvergunning is verleend;
  3. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  4. die uitvoering geven aan het inpassingsplan zoals bijgevoegd in bijlage 1.
5.4.3 Toelaatbaarheid:
  1. De in sub artikel 5 lid 4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding;
  2. Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat burgemeester en wethouders daarover een advies hebben ingewonnen bij de beheerder van de ondergrondse leiding.

Artikel 6 Leiding – water

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse waterleiding met de hartlijn ter plaatse van de aanduiding hartlijn leiding - water.

6.2 Bouwregels

Gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, mogen niet worden opgericht.

6.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits de leiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2 en toestaan dat bouwwerken overeenkomstig dit hoofdstuk van deze regels worden gebouwd. Mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.4.1 Werken en werkzaamheden:
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 
  1. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting;
  2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
  3. het verrichten van grondroeractiviteiten anders dan normaal spit- en ploegwerk;
  4. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
  6. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
  7. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen;
  8. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
6.4.2 Uitzonderingen:
Het in artikel 6 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: 
  1. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;
  2. waarvoor op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan reeds omgevingsvergunning is verleend;
  3. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  4. die uitvoering geven aan het inpassingsplan zoals bijgevoegd in bijlage 1.
6.4.3 Toelaatbaarheid:
  1. De in sub artikel 6 lid 4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding;
  2. Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat burgemeester en wethouders daarover een advies hebben ingewonnen bij de beheerder van de ondergrondse leiding.

3 Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan “Kapelweg 27 Best” van de gemeente Best.
 
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best op PM