direct naar inhoud van Artikel 3 Cultuur en Ontspanning
Plan: Museumpark
Status: vastgesteld
Plantype:
IMRO-idn: NL.IMRO.0753.bpMuseumpark-VG01

Artikel 3 Cultuur en Ontspanning

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Cultuur en Ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. musea;
  • b. een werkplaats voor onderhoud van museumstukken;
  • c. wonen in maximaal één bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • d. het behoud en versterken van bestaande natuurwaarden;
  • e. de aanleg, inrichting en het beheer en onderhoud van natuur- en groenvoorzieningen overeenkomstig het bedrijfsnatuurplan Museumpark, welke als bijlage 1 bij deze regels is opgenomen;
  • f. ondergeschikte detailhandel ten behoeve van het museum;
  • g. evenementen;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie B t/m D', tevens voor conferenties en horecavoorzieningen van categorie B t/m D met uitzondering van een discotheek/dancing en / of nacht-café;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor', tevens voor kantoorvoorzieningen;
  • j. ter plaatse van de nadere aanduiding 'opslag', uitsluitend voor opslag van recreatieve en musea gerichte goederen en zaken;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', uitsluitend voor parkeren en in- en uitritten;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - multifunctionele ruimte', tevens voor een multifunctionele ruimte;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - ondergeschikte horeca', tevens voor horecavoorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan het met de bestemming beoogde gebruik, met dien verstande dat de totale gezamenlijke oppervlakte aan ondergeschikte horeca maximaal 750 m² mag bedragen;

met de daarbij behorende:

  • n. wegen en paden;
  • o. parkeervoorzieningen;
  • p. groenvoorzieningen;
  • q. speelvoorzieningen;
  • r. nutsvoorzieningen;
  • s. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • t. tuinen, erven en terreinen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Voor het bouwen binnen de bestemming 'Cultuur en Ontspanning' gelden de volgende algemene bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
  • c. de afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 meter;
  • d. nieuwbouw van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw.

3.2.2 Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 12.240 m²;
  • b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter, tenzij op de verbeelding een bouwhoogte is aangegeven, dan geldt dat de maximale goothoogte gelijk is aan de maximale bouwhoogte;
  • c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 meter, tenzij anders is aangegeven op de verbeelding.

3.2.3 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mag maximaal één vrijstaande bedrijfswoning worden gebouwd;
  • b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m³, tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds meer bedraagt, waarbij de bestaande inhoud als maximum geldt;
  • c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 meter;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter.

3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:

  • a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd op een afstand van ten minste 2 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 80 m²;
  • c. in afwijking van bepaalde onder b mag bij afbraak van een bestaand(e) vrijstaand(e) bijgebouw(en) met een oppervlakte van meer dan 80 m² de genoemde oppervlakte worden verhoogd met 50% van het oppervlak van de te slopen vrijstaande bijgebouw(en), met dien verstande dat de onder b genoemde oppervlakte niet bij de berekening mag worden betrokken. De maximaal toegestane gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen mag na afbraak niet meer bedragen dan 150 m²;
  • d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,50 meter;
  • f. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 15 meter.

3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter;
  • b. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.

3.3 Afwijken van de bouwregels

Middels een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in:

  • a. 3.2.1 onder c voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. 3.2.4 onder f voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 15 meter van het hoofdgebouw indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel.

3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik

Binnen deze bestemming worden in ieder geval strijdig geacht:

  • a. het gebruik van gronden voor het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor opslag zoals bedoeld in 3.1 en voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor de uitoefening van een seksinrichting;
  • c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie;
  • d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen, behoudens voor wonen in een bedrijfswoning zoals bedoeld in 3.1;
  • e. het gebruik van gronden en bouwwerken niet in overeenstemming met het bedrijfsnatuurplan Museumpark, welke als bijlage 1 bij deze regels is opgenomen.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.5.1 Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Cultuur en Ontspanning' ter bescherming van de bestaande natuurwaarden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het verzetten van grond (afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen) van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 0,60 meter onder maaiveld;
  • b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
  • c. het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
  • d. het vellen van bos en/of het verwijderen van houtopstanden;
  • e. het verwijderen van landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren;
  • f. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m² anders dan een bouwwerk;
  • g. het aanleggen en/of verharden van wegen, fiets-, wandel- en ruiterpaden;
  • h. het aanleggen van leidingen.

3.5.2 Uitzonderingen

Het in 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

3.5.3 Toelaatbaarheid

De in 3.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een ecologische en/of landschappelijke meerwaarde met zich meebrengen.