5.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Woongebied’.
5.2 Functies en gebruik
In het voor 'Woongebied' aangewezen gebied zijn de volgende functies/gebruiksactiviteiten toegestaan:
- wonen in een woning met bijbehorende tuinen en erven;
- aan huis verbonden beroepen;
- parkeervoorzieningen;
- groenvoorzieningen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
- speelvoorzieningen;
- wegen;
- voet- en fietspaden;
- kunstobjecten;
- nutsvoorzieningen;
- overige bij deze functies behorende voorzieningen.
5.3 Bouwen
In het voor 'Woongebied’ aangewezen gebied gelden, in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29, de volgende beoordelingsregels voor bouwactiviteiten.
5.3.1 Hoofdgebouwvlak
- Ieder bouwperceel heeft één hoofdgebouwvlak.
- Het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangeduid.
De diepte van een hoofdgebouwvlak bedraagt:
- 15 m bij vrijstaande hoofdgebouwen;
- 12 m bij twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen.
De breedte van een hoofdgebouwvlak bedraagt:
- 15 m bij vrijstaande hoofdgebouwen;
- 18 m bij twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen.
5.3.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
- Hoofdgebouwen mogen uitsluitend in een hoofdgebouwvlak worden gebouwd.
- Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd.
- Per hoofdgebouwvlak is niet meer dan één woning met aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan.
- Hoofdgebouwen mogen vrijstaand en twee-aaneen worden gebouwd.
Voor de voorgevellijn zijn uitsluitend een erker of portiek toegestaan met inachtneming van de volgende bepalingen:
- de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 6 m²;
- de afstand tot de aan de weg gelegen perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m;
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw;
- de afmetingen van een luifel boven de toegang van een woning mag ten hoogste 1,5 m x 1 m bedragen.
- De afstand van een hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m.
- De dakhelling van een hoofdgebouw mag niet minder bedragen dan 38 graden, met dien verstande dat een hoofdgebouw niet afgedekt mag worden met een lessenaarsdak.
De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan:
- 3 m vrijstaande hoofdgebouwen;
- 3 m bij twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen;
- Een hoofdgebouw mag niet uit meer dan 2 bouwlagen en een kap bestaan.
- De goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m.
- De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 12 m.
5.3.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende regels voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen:
- Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van:
- niet minder dan 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw, en;
- niet minder dan 6 m achter de voorste perceelsgrens.
- Het bebouwingspercentage van de gronden die zijn gelegen achter de achtergevellijn van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet meer bedragen dan 50%.
- De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen buiten het hoofdgebouwvlak zoals bedoeld in artikel 22f.5.4.1, en indien geen hoofdgebouwvlak is voorgeschreven geldt deze regeling voor het gebied achter de achtergevellijn, mag per bouwperceel niet meer bedragen dan:
- voor bouwpercelen kleiner dan 300 m²: 80 m²;
- voor bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m²: de onder 1 genoemde oppervlakte vermeerderd met 10% van de overmaat, met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 250 m².
- De goothoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m.
- De bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 5 m.
- De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,3 m.
- De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5 m.
5.3.4 Zwembaden
Ten behoeve van de bouw van een openluchtzwembad mag het in artikel 22f.5.4.3 sub b genoemde bebouwingspercentage worden verhoogd tot maximaal 75%, met dien verstande dat de oppervlakte van het openluchtzwembad niet meer mag bedragen dan 100 m².
5.3.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
- Voor carports en andere overkappingen gelden de volgende bepalingen:
- de carports en overkappingen mogen uitsluitend 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw worden gebouwd;
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,3 m;
- de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m²;
- voldaan moet worden aan de regeling in artikel 22f.5.4.3 sub b.
- De bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 m.
- De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevels c.q. het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 1 m.
- De bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m.
- De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
5.3.6 Specifieke bouwregels
In afwijking van de bouwregels in artikel 22f.5.4.2, 22f.5.4.3, 22f.5.4.4 en 22f.5.4.5 gelden de volgende bepalingen:
- ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding - 1’ is geen zelfstandig hoofdgebouwvlak toegestaan, maar zijn de gronden onderdeel van het bouwperceel van de aangrenzende gronden binnen het uitwerkingsplan “Aarlesche Erven Fase IV” en zijn de regels in artikel 3 van het uitwerkingsplan “Aarlesche Erven Fase IV” van toepassing;
- de gronden ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding - 2’ zijn onderdeel van het bouwperceel behorende bij het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden als bedoeld in het uitwerkingsplan “Aarlesche Erven Fase IV”, waarbij deze gronden uitsluitend zijn bedoeld voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en de regels in artikel 3 van het uitwerkingsplan “Aarlesche Erven Fase IV” van toepassing zijn.
5.4 Afwijken van de beoordelingsregels voor het bouwen
5.4.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde in artikel 22f.5.4.2, onder i, sub 3 verleent het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het verkleinen van de afstand van de eindwoningen tot de zijdelingse perceelsgrenzen tot 1 m, mits dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is en wordt aangetoond dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd.
5.5 Gebruiksregels
5.5.1 Strijdig gebruik
- Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
- detailhandel;
- kleinschalige bedrijvigheid;
- het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning;
- het gebruik van een woning en/of bijbehorend bijgebouw voor kleinschalige overnachting.
- het gebruik of laten gebruiken van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden;
- het gebruik of laten gebruiken van de woning voor kamerverhuur.
- In afwijking van het bepaalde onder a is toegestaan: het gebruik van de woning voor hospitaverhuur, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- de hoofdbewoner blijft beschikken over tenminste 50% van het gebruiksoppervlak van de woning;
- maximaal twee personen mogen inwonen;
- elke inwoner beschikt over onzelfstandige woonruimte met een minimale gebruiksoppervlakte van 12 m2.
5.5.2 Beroep aan huis
Per woning is één beroep aan huis toegestaan onder de voorwaarden dat:
- de vloeroppervlakte voor aan huis verbonden beroepen in de woning en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte tot een maximum van 80 m²;
- geen sprake is van detailhandel;
- geen sprake is van kleinschalige bedrijvigheid;
- parkeren op eigen terrein plaatsvindt, met dien verstande dat wanneer dit niet mogelijk is, aangetoond wordt dat er geen sprake is van een onevenredige toename van de parkeerdruk op de omgeving;
- de activiteit door ten hoogste twee personen wordt uitgeoefend, waarvan minstens een persoon de bewoner is van de woning; voor kapsalons geldt dat deze activiteit door maximaal een persoon, die tevens bewoner is van de woning is, mag worden uitgeoefend; en
- het uitoefenen van een beroep aan huis dat gepaard gaat met onevenredige hinder is niet toegestaan.
5.6 Vergunningplicht voor activiteiten
5.6.1 Meergeneratiewoning
In afwijking van het bepaalde in artikel 22f.5.6 verleent het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een deel van de woning of bijbehorende bouwwerken bij een woning of een tijdelijke woonunit voor een tweede huishouden, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
- er is sprake van het wonen van meerdere generaties bij elkaar, uitsluitend in een familierelatie In de 1e lijn;
- het is alleen toegestaan indien een van de bewoners 60 jaar of ouder is;
- het dient te passen binnen de bouwregels van dit hoofdstuk dan wel de vergunningvrije bouwregels;
- er mag maximaal 100 m² door het tweede huishouden in gebruik worden genomen;
- er blijft planologisch-juridisch sprake van één woning;
- zodra één van de generaties niet meer verblijft in het pand/op het perceel, dient de (bouwkundige) voorziening c.q. tijdelijke woonunit voor het 2e huishouden te worden verwijderd;
- er mag geen kadastrale splitsing plaatsvinden;
- aan het gebruik in relatie tot het wonen kan nimmer het recht worden ontleend voor een planologisch-juridisch gebruik als twee (zelfstandige) woningen;
- aan het gebruik kan nimmer het recht worden ontleend op woningsplitsing;
- wanneer in de toekomst mantelzorg noodzakelijk is, dan wordt het gedeelte dat c.q. de (bouwkundige) voorziening c.q. tijdelijke woonunit die bestemd is voor het tweede huishouden gebruikt ten behoeve van deze mantelzorgbehoefte;
- indien het tweede huishouden in een ander gebouw verblijft dan de woning, dan gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
- er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen; waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
- er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
- er wordt voldaan aan de meest recente Landschapsinvesteringsregeling (LIR);
- indien gebruik wordt gemaakt van een tijdelijke woonunit (onder e) is juridisch en financieel geborgd dat de voorzieningen na afloop van het gebruik worden verwijderd.
5.6.2 Kleinschalige bedrijvigheid
In afwijking van het bepaalde in artikel 22f.5.6.1 verleent het bevoegd gezag een omgevingsvergunning
voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige bedrijvigheid, met inachtneming van de volgende bepalingen:
- de bedrijvigheid mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voor zover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden,
- de woonfunctie blijft in overwegende mate behouden;
- er vindt geen detailhandel plaats;
- het gebruik leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woonklimaat;
- het uitsluitend een bedrijfsactiviteit betreft welke voorkomt in, of gelijk te stellen is aan de lijst kleinschalige bedrijvigheid zoals opgenomen in bijlage 1, alsmede inpandige statische opslag;
- er vindt geen buitenopslag plaats;
- de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 80 m²;
- er worden geen reclame-uitingen geplaatst, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan;
- de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Basisregistratie Personen) van het pand.
5.6.3 Kleinschalige overnachting
In afwijking van het bepaalde in artikel 22f.5.6.1 verleent het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige overnachting, mits wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels:
- de voorziening wordt gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voor zover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden;
- de voorziening is kleinschalig en ondergeschikt aan de woonfunctie:
- het aantal kamers bedraagt maximaal 5;
- het aantal gasten per nacht bedraagt maximaal 10;
- de oppervlakte die voor kleinschalige overnachting wordt gebruikt, bedraagt maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw van de woning, tot een maximum van 80 m². Indien de woning en/of een bijbehorend bijgebouw ook worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid, gelden genoemd percentage en oppervlakte als maximum voor het aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalige overnachting samen;
- de voorziening vormt geen belemmering voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende (bedrijfs)percelen;
- ter plaatse is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd;
- permanente bewoning van de voorziening is niet toegestaan;
- de voorziening wordt geëxploiteerd door de hoofdbewoner of eigenaar van de betreffende woning, die op het adres van het pand is ingeschreven in het Basisregistratie Personen. De hoofdbewoner of eigenaar dient tijdens het nachtverblijf op het adres aanwezig te zijn.
5.6.4 Volledige verkamering
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.1 sub a voor volledige verkamering van een woning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- de onzelfstandige woonruimte gevestigd wordt binnen een bestaande woning;
- het totaal aantal onzelfstandige woonruimtes en bewoners niet meer dan vier per woning is;
- een onzelfstandige woonruimte een minimale gebruiksoppervlakte van 12 m² heeft;
- de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet
- onevenredig worden geschaad. Deze belangen worden aantoonbaar meegenomen in de aanvraag;
- er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en motoren.