| Plan: | Gorpeind 8 te Baarle-Nassau |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0744.WPGorpeind8-VG01 |
Het wijzigingsplan 'Gorpeind 8 te Baarle-Nassau' met identificatienummer NL.IMRO.0744.WPGorpeind8-VG01 van de gemeente Baarle-Nassau.
De geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Voor het wijzigingsplan 'Gorpeind 8 te Baarle-Nassau' zijn de regels en eventuele bijlage van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008', aldus vastgesteld op 06-06-2009, voor zover relevant, van toepassing.
De voor ‘Agrarisch - Paardenhouderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met als ondergeschikte functie:
met de daarbij behorende:
Een en ander met bijbehorende voorzieningen.
Op de gronden aangegeven als ‘Agrarisch - Paardenhouderij’ zijn uitsluitend toegestaan de bedrijven genoemd in de navolgende Staat van paardenhouderijen, waarbij geldt dat de genoemde maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing aangehouden dient te worden. De oppervlakte is exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende vrijstaande bijgebouwen.
Staat van paardenhouderijen
| Straatnaam | nr | Oppervlakte m2 |
| Baarleseweg | 30 | 500 |
| Boschoven | 5 | 960 |
| Boschoven | 16 | 950 |
| Bredaseweg | 24 | 1.075 |
| Gorpeind | 8 | 2.760 |
| Groot Bedaf | 6 | 675 |
| Hoogstratensebaan | 16 | 3.850 |
| Hoogstratensebaan | 31 | 700 |
| Huisvennen | 6 | 1.360 |
| Kievit | 5 | 570 |
| Kievit | 7 | 4.500 |
| Reth | 22 | 390 |
| Zondereigensebaan | 2 | 400 |
De tot ‘Agrarisch - Paardenhouderij’ bestemde gronden mogen uitsluitend worden bebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving aangegeven bestemming. Daarbij gelden per bestemmingsvlak de hierna in 3.2.2 en 3.2.3 gestelde voorwaarden.
Per bestemmingsvlak mogen worden opgericht:
De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten dienste van de paardenhouderij is als volgt:
| bedrijfsgebouwen per bestemmingsvlak | min. | max. |
| goothoogte | n.v.t. | 6 m |
| bouwhoogte | n.v.t. | 10 m |
| bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen | n.v.t. | zie 7.1.2 |
| afstand perceelsgrenzen | 5 m | n.v.t. |
| dakhelling | 12° | 45° |
| bedrijfswoning met aanbouwen |
min. |
max. |
| goothoogte | n.v.t. | 6 m |
| bouwhoogte | n.v.t. | 10 m |
| inhoud | maximaal 750 m³, voor zover de inhoud ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerp van dit plan meer bedraagt geldt de bestaande inhoud als maximum | |
| afstand perceelsgrenzen | 5 m | n.v.t. |
| dakhelling | 12° | 60° |
| vrijstaande bijgebouwen t.b.v. de bedrijfswoning | min. | max. |
| goothoogte | n.v.t. | 3,5 |
| bouwhoogte |
n.v.t. | 6 |
| oppervlakte per bedrijfswoning | n.v.t. | 80 m2 |
| afstand tot bedrijfswoning met aanbouw | 1 m | n.v.t. |
| afstand achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning met aanbouw dan wel in of achter het verlengde daarvan | 3 m | n.v.t. |
| afstand perceelsgrenzen | 3 m | n.v.t. |
| dakhelling | 0° | 60° |
| bouwwerken geen gebouwen zijnde | min | max. |
| bouwhoogte erfafscheidingen | 1 m voor de voorgevel, overige: 2 m | |
| bouwhoogte voedersilo | 15 m | |
| oppervlakte carport en overkappingen | 25 m² | |
| bouwhoogte carport en overkappingen | 3 m | |
| afstand carport, overkapping en zwembad achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning met aanbouw dan wel in of achter het verlengde daarvan | 3 m | |
| afstand zwembad tot zijdelingse bestemmingssgrens | 3 m | |
| bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde | 3 m |
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub b teneinde een nieuwe eerste of tweede agrarische bedrijfswoning op een agrarisch bedrijf toe te staan. Een nieuwe eerste of tweede agrarische bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de in 3.2.3 opgenomen maximale inhoudsmaat voor een bedrijfswoning met aanbouwen. Deze bevoegdheid kan slechts worden toegepast indien de vergroting leidt tot verhoging van de cultuurhistorische waarden.
Het is verboden de in dit plan opgenomen gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de gronden gegeven bestemming.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in 3.4.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor:
Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' is uitsluitend toegestaan indien landschappelijke inpassing, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, onder a, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels, binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning activiteit 'bouwen' (van een hoofdgebouw) is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het onder 3.4.1 vervatte verbod, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 en 3.4.2 teneinde een verblijfsrecreatief medegebruik in de vorm van Bed & Breakfast toe te staan op een bestemmingsvlak doch uitsluitend indien die activiteit wordt uitgeoefend op de wijze als hieronder begrepen:
De voor ‘Groen - Landschapselement’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
De tot ‘Groen - Landschapselement’ bestemde grond mag niet worden bebouwd.
Het is verboden de in dit plan opgenomen gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de gronden gegeven bestemming.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in 4.3.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor:
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het onder 4.3.1 vervatte verbod, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.1.1, onder a en het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1, mits het gewijzigde landschappelijke inpassingsplan blijft voldoen aan het regionale afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering van het landschap.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het onder 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
De in lid 4.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien:
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
Ten behoeve van de voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende bouwregels - uitsluitend worden gebouwd indien:
Het bepaalde in 5.2.1 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
Het is verboden op de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoog 1' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het in lid 5.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden:
De werken en werkzaamheden, zoals in 5.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien:
De voor 'Waarde - Archeologie hoog 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
Ten behoeve van de voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende bouwregels - uitsluitend worden gebouwd indien:
Het bepaalde in 6.2.1 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
Het is verboden op de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoog 2' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het in lid 6.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden:
De werken en werkzaamheden, zoals in 6.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien:
De voor 'Waarde - Archeologie middel' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar vookomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
Ten behoeve van de voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende bouwregels - uitsluitend worden gebouwd indien:
Het bepaalde in 7.2.1 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
Het is verboden op de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middel' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het in 7.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden:
De werken en werkzaamheden, zoals in 7.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien:
Deze regels kunnen worden aangehaald onder de titel:
Regels van het wijzigingsplan 'Gorpeind 8 te Baarle-Nassau' van de gemeente Baarle-Nassau.