| Plan: | TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0744.TAMOordeelsestrt66-VS01 |
Dit TAM-omgevingsplan het realiseren van 2 woonbestemmingen en een agrarisch bedrijf (niet zijnde veehouderij) aan de Oordeelsestraat 66, 66a en 68 te Baarle-Nassau. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22h) in het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau. Technisch is het nog vormgegeven en gepubliceerd als een bestemmingsplan. Dus is het niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. Daarom moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau. Dus:
In dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten op de gronden die zijn aangewezen als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 4.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het herbouwen van bedrijfsbebouwing op een andere locatie binnen het bouwvlak, wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bedrijfswoning op een andere locatie binnen het bouwvlak, wordt verleend als:
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de bouwactiviteiten als bedoeld in 4.5 ten behoeve van de agrarische functie als bedoeld in dit artikel.
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden binnen 'Agrarisch'.
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 5.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden binnen 'Groen - Landschappelijke inpassing'.
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 6.2 en 6.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen 'Wonen - landelijke gebieden'.
Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden als bedoeld in 7.2.1 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels, maximaal na 2 jaar na onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden;
Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden als bedoeld in 7.2.1 is uitsluitend toegestaan indien de bebouwing, zoals opgenomen in bijlage 3 van deze regels, maximaal na 2 jaar na onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan is gesloopt;
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 7.2 en 7.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
Het is toegestaan de volgende bouwactiviteiten ten behoeve van de woonfunctie als bedoeld in dit artikel te verrichten of te laten verrichten:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verleend als:
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie('s), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de functie 'Waarde - Archeologie 2' voorrang heeft op de andere daar voorkomende functiegebieden.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 2' bestemde gronden.
Het in lid 8.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 8.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 8.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag:
Het in lid 8.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.5.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag.
Het in lid 8.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de functie 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Alvorens de in lid 8.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie('s), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de functie 'Waarde - Archeologie 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende functie.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden.
Het in lid 9.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 9.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 9.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag:
Het in lid 9.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag.
Het in lid 9.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.6.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Alvorens de in lid 9.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor niet-bestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten.
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de toegelaten en vergunningplichtige bouwactiviteiten bedoeld in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3.