4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
a. bedrijven, opgenomen in categorie 2 en 3 van de lijst van bedrijfsactiviteiten;
-
b. uitsluitend categorie 1 bedrijven van de lijst van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1';
-
c. uitsluitend categorie 2 bedrijven van de lijst van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2';
-
d. internetwinkels en postorderbedrijven;
-
e. bedrijfsverzamelgebouwen, met dien verstande dat voor zover aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - kantoor op verdieping', zelfstandige kantoorruimte op de verdieping is toegestaan waarvan het aantal vierkante meters BVO ten behoeve van zelfstandige kantoorruimte niet meer mag bedragen dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte';
-
f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsverzamelgebouw' een bedrijfsverzamelgebouw waarin tevens zijn toegestaan (maatschappelijke) dienstverlening, inclusief daarin inherente ondergeschikte detailhandel, met een maximum van 50 m² bedrijfsvloeroppervlak per afzonderlijk dienstverlenend bedrijf, kantoren zonder baliefunctie en autorijschool met theorie, met dien verstande dat het aantal vierkante meters BVO ten behoeve van het bedrijfsverzamelgebouw niet meer mag bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte';
-
g. zelfstandige kantoorgebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ´kantoor´, met dien verstande dat het aantal vierkante meters BVO ten behoeve van kantoordoeleinden niet meer mag bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte';
-
h. maatschappelijke dienstverlening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - maatschappelijke dienstverlening';
-
i. een bedrijf ten behoeve van schuttingbouw en bestrating, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - schuttingbouw en bestrating';
-
j. een timmerwerkfabriek, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek';
-
k. een bedrijf ten behoeve van het vervaardigen van tenten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - tentenfabriek';
-
l. een bedrijf ten behoeve van transport en distributie van maximaal milieucategorie 3.1, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - transport en distributie';
-
m. een staalstraalbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - staalstraalbedrijf';
-
n. een groothandel in laboratoriumproducten en verpakkingsmaterialen en het assembleren van monsterverpakkingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in laboratoriumproducten en verpakkingsmaterialen';
-
o. het spuitgieten van kunststof en rubberprodukten en injectie/extrusie blazen van kunststoffen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – spuitgieten kunststof en rubber';
-
p. een groothandel in machines en apparaten ten behoeve van horeca en catering, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – groothandel in machines en apparaten’;
-
q. perifere detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ´detailhandel perifeer´;
-
r. perifere detailhandel in ABC-goederen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - ABC-goederen', met dien verstande dat het aantal vierkante meters BVO ten behoeve van perifere detailhandel in ABC-goederen ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte', niet meer mag bedragen dan is aangegeven;
-
s. detailhandel in carnavalsartikelen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ´specifieke vorm van detailhandel - carnavalsartikelen' en gedurende maximaal twee maanden per jaar;
-
t. perifere detailhandel in grove bouwmaterialen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ´specifieke vorm van detailhandel - grove bouwmaterialen';
-
u. perifere detailhandel in meubels, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ´specifieke vorm van detailhandel - meubelverkoop';
-
v. een kringloopwinkel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ´specifieke vorm van detailhandel - kringloopwinkel';
-
w. een dierenartsenpraktijk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dierenartsenpraktijk';
-
x. een politiebureau, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - politiebureau';
-
y. ondersteunende kantoorfaciliteiten, direct gekoppeld aan de bedrijfsactiviteiten, die maximaal 30% van het bedrijfsvloeroppervlak mogen beslaan, met dien verstande dat voor bouwpercelen waar ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds een hoger percentage is vergund, dit hogere percentage is toegestaan;
-
z. gemengde doeleinden in de vorm van kantoren en dienstverlening zonder baliefunctie, maatschappelijke dienstverlening en maatschappelijke doeleinden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd';
-
aa. productiegebonden detailhandel, tot een maximum van 100 m² bvo per bedrijf, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotsmiddelen;
-
ab. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met een maximum van 1 bedrijfswoning per aanduidingsvlak;
-
ac. een bedrijfswoning uitsluitend op de verdieping, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bovenwoning';
-
ad. open opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag', met een maximale hoogte van 4 meter;
-
ae. oppervlakteverhardingen;
-
af. parkeervoorzieningen;
-
ag. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
-
ah. voorzieningen ten behoeve van openbaar nut;
-
ai. en de daarbij behorende overige voorzieningen waaronder groenvoorzieningen, open terreinen en technische installaties, nodig voor het doen functioneren van het betreffende bedrijf.
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 19.2.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen
Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
-
a. gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde doeleinden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'zone uitsluitend voor bedrijfswoningen', geen bedrijfsgebouwen zijn toegestaan;
-
b. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met een maximum van 1 bedrijfswoning per aanduidingsvlak;
-
c. bijgebouwen;
-
d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Regels ter plaatse van het bouwvlak
-
a. Gebouwen dienen in het bouwvlak te worden gebouwd.
-
b. Het maximum bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 70 % van het bouwperceel, mits daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
-
c. De afstand van gebouwen tot minimaal 1 zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 6 meter.
-
d. De goothoogte van gebouwen, geen woning zijnde, mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangeduid, met dien verstande dat bij daken in de vorm van een lessenaarsdak, ter plaatse van de niet naar de weg gekeerde gevels, de hoogte niet meer mag bedragen dan de ter plaatse aangeduide maximale goothoogte;
-
e. De bouwhoogte van gebouwen, geen woning zijnde, mag niet meer bedragen dan 12,00 meter, met uitzondering van de gronden waar ter plaatse van de aanduiding ´maximale bouwhoogte een afwijkende maximaal toegestane bouwhoogte is aangeduid;
-
f. De oppervlakte van een bouwperceel mag niet meer bedragen dan 5.000 m², met uitzondering van bouwpercelen die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan een grotere oppervlakte hebben. Voor deze bedrijven geldt het oppervlak op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan als maximum.
-
g. ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting' dient het laagste punt van het dak gesitueerd te zijn aan de zijde van de aangrenzende woonbestemming, met dien verstande dat vanaf de zijde van de aangrenzende woonbestemming een dakhelling is toegestaan van maximaal 20 graden;
-
h. In afwijking van het bepaalde onder g, is indien de goothoogte aan de zijde van de aangrenzende woonbestemming minder dan 6 meter bedraagt, of indien de bebouwing niet op de grens van het bouwvlak gesitueerd is, een dakhelling van meer dan 20 graden toegestaan, waarbij de hoogte nergens meer mag bedragen dan indien de goothoogte op de grens van het bouwvlak 6 meter zou bedragen en sprake zou zijn van een dakhelling van 20 graden.
4.2.3 Bedrijfswoningen
-
a. De inhoud van een bedrijfswoning (inclusief aangebouwde bijgebouwen) mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume' is aangeduid.
-
b. De bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 11,00 meter bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - goothoogte bedrijfswoning', de goothoogte niet meer dan 6 meter mag bedragen;
-
c. De voorgevel dient voor ten minste 70% in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd.
-
d. De gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning mag niet meer dan 60 m² bedragen.
-
e. De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3,25 meter bedragen.
-
f. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5,50 meter bedragen.
-
g. De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer dan 15 meter bedragen.
-
h. Bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan minimaal 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning;
-
i. Binnen het bestemmingsvlak mag minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning een carport gebouwd worden met een oppervlakte van maximaal 25 m² en een hoogte van 3,25 meter.
4.2.4 Overige regels met betrekking tot bebouwing
Binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 3,25 meter bedragen, met een maximale oppervlakte van 25 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van:
-
a. voorzieningen voor verlichting, waarvan de hoogte niet meer dan 8 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor zover het bedrijfsperceel grenst aan een woonbestemming, de hoogte van voorzieningen voor verlichting binnen 16 meter van de perceelsgrens met de woonbestemming, maximaal 4 meter mag bedragen;
-
b. erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 2,50 meter mag bedragen.
4.2.5 Minimale omvang bouwperceel
-
a. De oppervlakte van een bouwperceel mag niet minder dan 1.000 m² bedragen, met uitzondering van bouwpercelen die deel uitmaken van een bedrijfsverzamelgebouw;
-
b. Voor bestaande bouwpercelen kleiner dan 1.000 m², die op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds kleiner zijn dan 1.000 m², geldt de omvang op dat moment als minimum, met dien verstande dat in het geval de omvang nadien groter is, maar kleiner dan 1.000 m², deze omvang als minimum geldt.
4.4 Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Hogere bouwhoogte
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de maximale goot en/of bouwhoogte zoals bepaald in 4.2.2 en:
-
a. een verhoging van de maximale bouwhoogte van maximaal 10% toestaan voor gebieden waar een maximale bouwhoogte is toegestaan van 12 meter, en voor zover geen maximale goothoogte is opgenomen, mits:
-
1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking;
-
b. een bouwhoogte tot maximaal 12 meter toestaan voor zover ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' een maximale bouwhoogte is aangegeven van 8 of 10 meter, mits:
-
1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking;
-
c. een goot- en bouwhoogte tot maximaal 11 meter toestaan ter plaatse van de aanduiding 'specfieke bouwaanduiding - afwijking maximale hoogte', mits:
-
1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking;
-
d. een goothoogte tot maximaal 8 meter toestaan voor zover ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' een maximale goothoogte is aangegeven van 6 meter, mits:
-
1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
-
6. de afstand tot de grens van het bouwvlak, voor zover het bedrijfsperceel grenst aan een woonbestemming, aan de zijde van een aangrenzende woonbestemming minimaal 5 meter bedraagt;
-
e. een bouwhoogte tot maximaal 8 meter toestaan voor zover ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' een maximale bouwhoogte is aangegeven van 6 meter, mits:
-
1. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
2. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
3. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
5. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
4.4.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak tot een grotere hoogte dan is toegestaan onder de voorwaarden dat:
-
a. de hoogte niet meer bedraagt dan de maximale bouwhoogte die is toegestaan voor gebouwen zoals bepaald in 4.2.2. en 4.4.1;
-
b. het geen erfafscheidingen betreft;
-
c. deze bouwwerken, geen gebouw zijnde, vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering noodzakelijk zijn;
-
d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
e. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast.
4.4.3 Hoger maximum bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 sub b en een hogere maximum bebouwingspercentage toestaan tot maximaal 80%, mits:
-
a. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
b. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
e. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
Voor percelen waarvoor op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds een hoger bebouwingspercentage van toepassing is dan 70%, geldt dat dit hogere percentage geacht wordt te zijn vergund, tot een maximum van 80%.
4.4.4 Kleinere afstand tot zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 sub c en een kleinere afstand van gebouwen tot, danwel in de zijdelingse perceelsgrenzen toestaan, mits:
-
a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
c. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
d. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
4.6 Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Afwijken bedrijfstypen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 a t/m c ten behoeve van:
-
a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 a t/m c indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 a t/m c;
-
b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1 a t/m c, maar niet in de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd;
-
c. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1', indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies;
-
d. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 3.1 van de lijst van bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2, indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies, met dien verstande dat afwijking uitsluitend is toegestaan voor zover de gronden gelegen zijn op meer dan 50 meter van de dichtstbijzijnde gevel van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is;
-
e. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten in categorie 4 van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies, dit met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 2, waar bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van bedrijfsactiviteiten in categorie 4 van de lijst van bedrijfsactiviteiten niet is toegestaan;
-
f. voor bedrijfsactiviteiten als bedoeld in a tot en met d, die op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan reeds vergund zijn en ter plaatse ook nog onderdeel uitmaken van de bedrijfsactiviteiten, wordt de omgevingsvergunning geacht te zijn verleend.
Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
4.6.2 Open opslag
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het toestaan van open opslag, mits:
-
a. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
b. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;
-
c. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
d. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
-
e. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
4.6.3 Afwijking ondersteunende kantoorfaciliteiten
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het toestaan van ondersteunende kantoorfaciliteiten tot maximaal 40% van het bedrijfsvloeroppervlak, mits:
-
a. dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering;
-
b. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
-
c. daardoor de belasting van de openbare ruimte voor parkeren, laden en lossen en/of opslag niet groter wordt dan de belasting daarvan op het tijdstip van inwerkingstreding van het bestemmingsplan. Met betrekking tot het parkeren heeft de bouwverordening aanvullende werking.
4.6.4 Aan huis gebonden beroep, aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor een aan huis gebonden beroep, aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf, mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat:
-
a. de bedrijfsactiviteiten zich beperken tot een oppervlakte van maximaal 50 m² onder de voorwaarde dat de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
-
b. de activiteiten uitsluitend door de bewoner uitgevoerd worden;
-
c. de activiteiten niet vergunningsplichtig zijn ingevolge de Wet milieubeheer;
-
d. het aan huis gebonden bedrijven betreft zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels of het bedrijfsactiviteiten betreffen van milieucategorie 1-bedrijven volgens de lijst van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 is opgenomen bij deze regels, dan wel naar oordeel van burgemeester en wethouders daarmee vergelijkbare activiteiten;
-
e. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane gebruik;
-
f. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;
-
g. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
4.7 Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1 Verwijderen aanduiding 'bedrijfswoning'
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'bedrijfswoning' te verwijderen mits de bedrijfswoning ter plaatse niet (meer) als zodanig aanwezig is of voor de duur van ten minste twee jaar niet meer als zodanig in gebruik is.
4.7.2 Grotere oppervlakte bouwperceel
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en een grotere oppervlakte van een bouwperceel toe te staan, onder de volgende voorwaarden:
-
a. De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om op het in gebruik zijnde bestemmingsvlak tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte door middel van zorgvuldig ruimtegebruik.
-
b. Er zijn aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse.
-
c. De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op een bedrijventerrein in een nabij gelegen stedelijk concentratiegebied of bovenregionaal bedrijventerrein.
-
d. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woon- of bedrijfsmilieu ontstaan of kunnen ontstaan.
4.7.3 Kantoren en dienstverlening
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en kantoren en dienstverlenende bedrijven zonder baliefunctie toe te staan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1', onder de voorwaarden dat:
-
a. per zelfstandig kantoor maximaal 1.500 m² bvo is toegestaan;
-
b. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;
-
c. dit bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van het bouwperceel;
-
d. de behoefte aan de kantoor- en/of dienstverlenende functie op de betreffende locatie middels een nader behoeftenonderzoek is aangetoond;
-
e. op eigen terrein in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien, conform de parkeernormen uit de Nota parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag.
4.7.4 Hogere toegestane goothoogte
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen en ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 4', een maximale goot- en bouwhoogte toe te staan tot maximaal 12 meter, onder de voorwaarden dat:
-
a. de wijziging noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel;
-
b. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig mag worden aangetast;
-
c. omliggende functies niet onevenredig in hun (milieu)rechten mogen worden belemmerd;
-
d. belangen van derden niet onevenredig mogen worden geschaad;
-
e. op eigen terrein in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien, conform de parkeernormen uit de Nota parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
-
f. voldaan moet worden aan het gemeentelijk archeologiebeleid;
-
g. geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is;
-
h. het verhaal van kosten van de grondexploitatie, als bedoeld in de Wro, verzekerd is.
4.7.5 Perifere detailhandel
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 5' de aanduiding ´detailhandel perifeer´ op te nemen en daarmee ter plaatse perifere detailhandel toe te staan, onder de voorwaarden dat:
-
a. de vestiging van de perifere detailhandel past binnen de (gewenste) segmentering van het bedrijventerrein;
-
b. de verkeersaantrekkende werking geen onevenredige negatieve impact heeft op de bestaande verkeerssituatie en verkeersveiligheid.
-
c. dit bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van het bouwperceel.
-
d. is aangetoond dat er geen sprake is van nadelige milieuhygiënische gevolgen voor omliggende milieugevoelige functies, waarbij bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf in ieder geval de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling dienen te worden betrokken: geluid, visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
4.7.6 Uitbreiding bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 6' geheel of gedeeltelijk een bouwvlak op te nemen, onder de voorwaarden dat:
-
a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig mag worden aangetast;
-
b. omliggende functies niet onevenredig in hun (milieu)rechten mogen worden belemmerd;
-
c. belangen van derden niet onevenredig mogen worden geschaad;
-
d. op eigen terrein in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien, conform de parkeernormen uit de Nota parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
-
e. geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek is aangetoond dat het plan alsnog uitvoerbaar is;
-
f. het verhaal van kosten van de grondexploitatie, als bedoeld in de Wro, verzekerd is.