direct naar inhoud van Regels

Hurdegaryp Rijksstraatweg 239

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0737.14BPX-vg01
Plantype: bestemmingsplan

Toelichting bestemmingsplan Rijksstraatweg 239 Hurdegaryp (uitbreiding Tjeerd Visser Koekbakkerijen)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 [image]

 
Inhoudsopgave

 

Toelichting bestemmingsplan Rijksstraatweg 239 Hurdegaryp (uitbreiding Tjeerd Visser Koekbakkerijen)

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

1.2 Plangebied

1.3 Planinhoud

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

2.1 Geschiedenis en ontwikkeling van Quatrebras

2.2 Tjeerd Visser koekbakkerijen

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Streekplan, Sructuurvisie provincie, provinciale verordening

3.3 Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Ecologie

4.2 Archeologie

4.3 Bodem

4.4 Water

4.5 Geluid

4.6 Externe veiligheid

4.7 Luchtkwaliteit en geurhinder

4.7.1 Luchtkwaliteit

4.7.2 Geurhinder

4.8 Leidingen

4.9 Overig

Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels

5.1 Uitgangspunten

5.2 Inleidende regels

5.3 Bestemmingsregels

5.3.1 Algemeen

5.3.2 Enkelbestemmingen

5.3.3 Dubbelbestemmingen

5.4 Algemene regels

5.5 Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economisch

6.2 Maatschappelijk

Hoofdstuk 7 Inspraak en overleg

7.1 Inspraak

7.2 Overleg

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

 

1.1 Aanleiding

 

Tjeerd Visser Koekbakkerijen B.V. aan de Rijksstraatweg 239 te Hurdegaryp heeft verzocht het geldende bestemmingsplan te wijzigen voor de volgende ontwikkelingen bij dit bedrijf:

 

1. uitbreiding van de koekbakkerij voor opslag- en magazijnruimte van 800 m2;

2. opnemen van de nieuwe ontsluitingsweg van het bedrijf;

3. aanleg van zonnepanelen van ca. 4.000 m2.

 

Met de uitbreiding van het magazijn (zie impressie hieronder) kan het bedrijf blijven voldoen aan de strengste normen van voedselveiligheid. Daarnaast kan er meer opslag worden gerealiseerd, waardoor er minder vervoersbewegingen nodig zijn. Dit is positief vanuit duurzaamheid, maar bovenal neemt de hinder voor omwonenden hierdoor af. Door de uitbreiding wordt het ook mogelijk om de interne logistiek zo aan te passen dat er efficiënter kan worden gewerkt. Daarmee kan het bedrijf concurrerend blijven en is de continuïteit van het bedrijf, met zo'n twintig arbeidsplaatsen, veiliggesteld.

 

 [image]

 

 

Door de aanpassing van de Rijksstraatweg ter plaatse van de fabriek, vanwege de Centrale As, is de ontsluiting van het bedrijf op de huidige manier niet meer mogelijk. De provincie Fryslân heeft besloten een nieuwe ontsluitingsweg voor dit bedrijf aan te leggen zodat het bedrijf in de toekomst doelmatig en veilig ontsloten wordt. Door een extra ontsluitingsweg aan te leggen ontstaat de mogelijkheid voor (vracht)autos's om rond te rijden, waardoor manoevreren op de Rijksstraatweg niet meer nodig is. Met gebruik van de dichtstbijzijnde rotonde zijn de bestaande in- en nieuwe uitrit goed te bereiken.

 

Omdat de ontsluitingsweg niet kon wachten op dit bestemmingsplan, hebben wij op 11 oktober 2016 omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van de ontsluitingsweg, het wijzigen van de uitrit en het kappen van bomen. De provincie heeft vervolgens de ontsluitingsweg aangelegd.

 

Zonnepanelen op het weiland direct naast de koekbakkerij is een innovatieplan van het bedrijf (zie impressie hieronder). De koekbakkerij zal de energie die hiermee opgewekt wordt zelf gebruiken. Dit zal een forse besparing op het gasverbruik tot gevolg hebben. Een ander aspect dat hierbij speelt is dat op dit weiland geen dieren gehouden kunnen worden in verband met de naastgelegen koekbakkerij.

 

 [image]

 

De plannen van initiatiefnemer passen niet binnen het geldende bestemmingsplan "Noardburgum e.o. 2015". In dat bestemmingsplan heeft de grond waarop de plannen (voornamelijk) betrekking hebben de bestemming "Agrarisch Cultuurgrond" met de dubbelbestemming "Waarde - Landschap (Woudenlandschap)". Om planologisch medewerking te kunnen verlenen aan de plannen van initiatiefnemer is dit bestemmingsplan opgesteld.

 

1.2 Plangebied

Het plangebied van dit bestemmingsplan heeft betrekking op het bedrijfsperceel van de koekbakkerij aan de Rijksstraatweg 239 in Hurdegaryp. Hieronder is het plangebied globaal weergegeven.

 

 

 [image]

 

 

1.3 Planinhoud

 

In dit plan worden de ontwikkelingen die Tjeerd Visser Koekbakkerijen B.V. wil realiseren planologisch geregeld. Het gaat om:

a. uitbreiding van het bedrijfspand aan de achterzijde met 800 m2;

b. de nieuwe ontsluitingsweg van het bedrijf;

c. zonnepanelen op het weiland direct naast het bedrijf.

 

 

 

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

 

2.1 Geschiedenis en ontwikkeling van Quatrebras

De bebouwingsconcentratie Quatrebras, waar de koekbakkerij staat, is gelegen op een hoger zandgebied tussen de omringende laagveengebieden. Toen het kruispunt Quatrebras (vier armen) is ontstaan, werd het bebouwingspatroon aangepast aan de wegenstructuur. Zo ontstond er lintbebouwing langs de vier wegen. De aanwezige bebouwing stamt voor het merendeel uit het begin van de vorige eeuw.

 

De koekbakkerij is sinds 1909 gevestigd op dit adres. Door de aanleg van parallelwegen langs de hoofdrijbaan is de bebouwing dichter op de weg gekomen. De ligging aan belangrijke wegen was er ook de oorzaak van dat zich in Quatrebras een relatief groot aantal bedrijven (o.a. de koekbakkerij, een installatiebedrijf, een keukenbedrijf, autohandel, bar-dancing) zich hebben gevestigd in deze buurtschap. De directe omgeving kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied zijnde landelijke omgeving, bedrijvigheid, (bedrijfs)woningen en een drukke verkeersweg.

 

 

2.2 Tjeerd Visser koekbakkerijen

 

Tjeerd Visser Koekbakkerijen is al zeer lange tijd onderdeel van het buurtschap Quatrebras. In het bedrijf zijn in de loop van de jaren investeringen gedaan waardoor het bedrijf aan alle moderne eisen voldoet en het bedrijf alle beschikbare ruimte optimaal gebruikt. Om in de komende jaren nog steeds aan alle regelgeving te voldoen, is uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk. De bakkerij en de inpak- , opslag- en magazijnruimten moeten worden gescheiden. Deze activiteiten zijn nu in één pand ondergebracht. Vanuit voedselveiligheid en kwaliteitseisen is deze situatie ongewenst. De productiecapaciteit blijft gelijk.

 

 

 

Hoofdstuk 3 Beleidskader

 

Richtinggevend voor de inhoud van het bestemmingsplan is mede wat door hogere overheden als ruimtelijk beleid is afgesproken. Ook de gemeente zelf heeft beleid dat van invloed is op het bestemmingsplan, zowel ruimtelijk als sectoraal. Hieronder volgt een samenvatting.

 

3.1 Rijksbeleid

 

De rijksoverheid speelt samen met de decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. Wel is deze rol van karakter aan het veranderen. Met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van 2012 is het rijksbeleid in de ruimtelijke ordening stevig afgeslankt. Het rijksbeleid richt zich voornamelijk nog op de economisch sterke regio’s. De decentrale overheden krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor beleid, uitvoering en bekostiging van de ruimtelijke inrichting van de rest van Nederland.

Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat ons in Nederland ter beschikking staat.

In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid.

Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd:

 

 

3.2 Provinciaal beleid

 

3.2.1 Streekplan, Sructuurvisie provincie, provinciale verordening

 

a. Streekplan

 

De provincie Fryslân heeft het Streekplan Fryslân 2007 ‘Om de kwaliteit fan de romte’ vastgesteld. Met dit streekplan laat de provincie zien welke accenten zij in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Fryslân wil leggen. Zij wil veel ontwikkelmogelijkheden bieden voor wonen en werken, die tegelijkertijd bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van Fryslân. Gemeenten en anderen krijgen de ruimte om de gewenste kwaliteiten te leveren: er wordt ‘romte foar kwaliteit’ geboden door de provincie.

 

In het Streekplan Fryslân 2007 staan de provinciale kaders waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen de komende tien jaar kunnen plaatsvinden. Binnen deze kaders hebben gemeenten en andere initiatiefnemers ruim de mogelijkheid om ontwikkelingen tot stand te brengen, waarbij de kernkwaliteiten van Fryslân voor de toekomst in stand gehouden en versterkt worden. Daarbij stuurt de provincie op bovenlokale belangen, met als leidende gedachte: lokaal wat kan en provinciaal wat moet. De provincie gaat uit van een ondeelbaar Fryslân met ruimtelijke kwaliteit: stad en platteland hebben elkaar nodig en ondersteunen elkaar. Zo voert de provincie de regie op het te realiseren multifunctioneel kooppunt Quatrebras. In dat gebied zijn de volgende functies gedacht: ambulancepost, wegenonderhoudssteunpunt, carpoolplaats, tankstation, busstation. Dit als gevolg van de aanleg van de Centrale As.

 

b. structuurvisie Grutsk op 'e romte

 

In Grutsk op ‘e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voorzien. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, adviseren en inspireren. Op deze wijze verwacht de provincie Fryslân de doorwerking van de provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie binnen Fryslân te borgen.

 

Buurtschap Quatrebras is gelegen in het deelgebied "noordelijke wouden". In hoofdstuk 9 wordt een beschrijving gegeven van het deelgebied noordelijke wouden.

 

c. provinciale verordening Romte 2014

 

In de provinciale verordening Ruimte ("Verordening Romte Fryslân", 2014) zijn bindende regels voor gemeentelijke bestemmingsplannen opgenomen. Geldend provinciaal beleid, zoals o.a. neergelegd in het Streekplan Fryslân, is in de Verordening Romte Fryslân (2014) omgezet in algemeen geldende regels. De verordening bevat ondermeer regels over ‘zorgvuldig ruimtegebruik’, ‘ruimtelijke kwaliteit’, ‘wonen’, ‘werken en mobiliteit’ en ‘recreatie en toerisme’.

 

De koekfabriek Tjeerd Visser ligt op grond van de Verordening Romte 2014 in het landelijk gebied. Op grond van artikel 4.3 lid 1 van die verordening kan in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied worden toegestaan van een bestaand, niet aan het beheer, onderhoud of productievermogen van het landelijk gebied gebonden bedrijf tot maximaal 50% van het bestaande bebouwde oppervlak en maximaal 50% van het bestaande bestemmingsvlak, indien in de plantoelichting is onderbouwd dat het bedrijf milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en het plan voorziet in een goede inpassing binnen de landschappellijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. De uitbreidingsplannen van de koekfabriek overschrijden de genoemde uitbreidingsnorm.

 

Gedeputeerde Staten van Fryslân hebben naar aanleiding van een principe-verzoek over de uitbreiding van dit bedrijf gereageerd dat zij een ruimere uitbreiding op deze locatie dan genoemde uitbreidingsnorm niet onoverkomelijk achten. Hiervoor wordt gewezen op de herontwikkeling van dit gebied en de wijze waarop het gebied zich manifesteert in het landschap, namelijk als cluster aan bebouwing. Verder wordt in de reactie gewezen op de bijzondere omstandigheid dat het benodigde aantal vierkante meters nodig is om aan de eisen van voedselveiligheid te kunnen voldoen. In een dergelijk geval kan een ontheffing van de Verordening Romte worden verleend. Verzocht wordt een ontheffingsverzoek met bijbehorende onderbouwing in te dienen (brief Gedeputeerde Staten d.d. 8 december 2015, kenmerk 01262513). Het ontheffingsverzoek zal worden ingediend op het moment dat het ontwerp-bestemmingsplan voor naar o.a. de provincie wordt gezonden.

 

3.3 Gemeentelijk beleid

 

Begin 2010 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie “Finster op Romte” vastgesteld met een looptijd tot 2020. In deze Structuurvisie wordt aangegeven dat Tytsjerksteradiel zich, als het om wonen en werken gaat, vooral richt op de eigen bewoners. Het beleid is er op gericht om bestaande bedrijven te behouden en voldoende ruimte te bieden aan de bedrijfsvoering. Bij alle bestaande bedrijven, maar vooral ook bij nieuwe ontwikkelingen, is het van belang dat deze zich voegen naar de maat en schaal van het landschap.

 

 

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

 

4.1 Ecologie

 

Ecologisch adviesbureau Altenburg & Wymenga heeft een ecologische beoordeling gemaakt. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden de beoogde plannen van het bedrijf geen conflict met wet- en regelgeving ten aanzien van de gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet, Ecologische Hoofdstructuur en overige gebiedsbescherming) geeft. Ook is er geen conflict met de Flora en faunawet. De werkzaamheden kunnen buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Het ecologisch rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

 

4.2 Archeologie

Archeologisch adviesbureau RAAP heeft een bureau- en karterend booronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek geven geen aanleiding om archeologische maatregelen (planaanpassing, vervolgonderzoek etc.) aan te bevelen. Vanuit archeologisch oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen het uitvoeren van de bodemingrepen. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

 

4.3 Bodem

Er is een verkenndend bodemonderzoek uitgevoerd door WMR Rinsumageast bv. Uit dit onderzoek blijkt dat de bodem ter plaatse niet geheel vrij is van verontreinigingen, maar dat de gemeten gehalten en concentraties echter geen aanleiding geven voor een aanvullend onderzoek. De bodemgesteldheid vormt geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw van een magazijn. Het rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

 

4.4 Water

Op grond van artikel 3.1.6 uit het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen waarin wordt aangegeven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie.

 

Met de ontsluitingsweg is ca. 1100 m2 verharding aangebracht. Het Wetterskip Fryslân heeft aangegeven dat hiervoor geen compensatie hoeft te worden gerealiseerd, omdat het water aan weerszijden van de weg voldoende ruimte heeft om af te vloeien en te infiltreren in de grond.

 

De uitbreiding van het bedrijfspand betekent ca. 800 m2 oppervlakteverharding, exclusief extra erfverharding. Voor de zonnenpanelen komt geen extra verharding. Het wetterskip Fryslân hanteert in beginsel een compensatienorm van 10%. Dit betekent dat in ieder geval 80 m2 aan waterberging gerealiseerd dient te worden. In overleg met het Wetterskip is overeengekomen dat 100 m2 aan waterberging aangelegd wordt om de bouw van de nieuwe loods en bijgehorende extra erfverharding te compenseren.

 

De ondernemer heeft rekening gehouden met de waterberging door grenzend aan de parallelweg en tussen de nieuwe ontsluitingsweg en de woning Rijksstraatweg 237 ruimte te reserveren voor waterberging. Dit is inmiddels gerealiseerd en als zodanig inbestemd in dit bestemmingsplan.

 

4.5 Geluid

Voor dit nieuwe bestemmingsplan en voor de melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan geeft een beoordeling voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het akoestisch onderzoek voor het Activiteitenbesluit milieubeheer geeft een toetsing aan artikel 2.17 van genoemd Activiteitenbesluit.

 

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op alle beoordelingspunten kan worden voldaan aan het langrijgemiddelde beoordelingsniveau. Er wordt niet op alle punten aan het maximale geluidsniveau voldaan. Dit komt door het geluidsniveau van optrekken en remmen van vrachtauto's en de geluiden van laden en lossen. Deze maximale geluidsniveaus mogen op grond van de milieuregelgeving buiten beschouwing worden gelaten. Niettemin is in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht of sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

 

Op basis van deze onderbouwing stellen we vast dat bij Tjeerd Visser Koekbakkerijen B.V. na aanleg van de ontsluitingsweg en realisatie van de inpakafdeling met magazijn, er sprake is van een aanvardbaar woon- en leefklimaat voor het geluidsaspect.

 

Uit het onderzoek volgt verder dat de activiteiten bij dit bedrijf passen binnen de akoestische kaders van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd.

 

 

4.6 Externe veiligheid

Het huidige beleid met bijbehorende normstellingen op het gebied van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi). Het Bevi is van toepassing op inrichtingen vallend onder de Wet milieubeheer die overlijdensrisico's voor personen buiten de inrichtingen veroorzaken als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Bij een bestemmingsplan(wijziging) moet volgens het Bevi het plangebied worden getoetst aan het vigerende beleid voor externe veiligheid.

 

Om de ontwikkeling verder in procedure te kunnen brengen is het noodzakelijk aan te tonen dat:

 het plangebied geen onaanvaardbare risico's veroorzaakt voor de omliggende bebouwing;  de omgeving geen onaanvaardbare risico's veroorzaakt voor de voorgenomen ontwikkeling.

 

Het bevi is van toepassing op vergunningplichtige (op grond van de Wm) risicovolle bedrijven (inrichtingen) en de nabijgelegen gevoelige objecten. Zogenaamde 8.40 Wm- (meldingsplichtige) inrichtingen vallen niet onder de werking van het besluit. Het betreft in dit geval eenuitbreiding van een meldingsplichtige inrichting. Het besluit externe veiligheid is, gelet op het voorgaande, dan ook niet van toepassing. Daarnaast veroorzaakt de omgeving ook geen onaanvaardbare risico's voor de voorgenomen ontwikkeling.

 

4.7 Luchtkwaliteit en geurhinder

 

4.7.1 Luchtkwaliteit

De uitbreiding van het bedrijf betreft alleen een uitbreiding van een opslagmagazijn. De productiecapaciteit verandert niet. Daardoor ontstaan er geen negatieve effecten op de luchtkwaliteit.

 

4.7.2 Geurhinder

De uitbreiding van het bedrijf betreft alleen een uitbreiding van een opslagmagazijn. De productiecapaciteit verandert niet. De huidige milieuvergunning blijft in stand, waardoor er geen extra geurhinder naar de omgeving toe ontstaat.

 

4.8 Leidingen

In het plangebied liggen geen transportleidingen van water, rioolpersleidingen of gasleidingen.

 

4.9 Overig

Stikstof en PAS

Om de effecten van het plan op de omliggende stikstofgevoelige natuurgebieden inzichtelijk te maken is een Aerius-berekening gemaakt, met daarin een vergelijking tussen de oude situatie (gasovens) en de nieuwe situatie (elektrische ovens op eigen zonnestroom, inclusief de bouw van het magazijn). Uit deze Aerius-berekening blijkt dat er in zowel de huidige als in de nieuwe situatie geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied De Alde Feanen voorkomt. Daarmee voldoet het plan aan de regels die gelden voor stikstof, ook na de uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het onderdeel stikstof vormt daarmee geen belemmering voor dit plan. De Aerius-berekening is als bijlage toevoevoegd aan deze toelichting.

Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels

 

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de verschillende bestemmingen die van toepassing zijn op het plangebied. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de planregels en op een digitale en analoge verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen één geheel en zijn niet afzonderlijk leesbaar.

 

De wijze waarop deze regeling juridisch is vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De uitwerking daarvan ligt vast in de de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De SVBP bevat de normen die van toepassing zijn op de vormgeving en inrichting van bestemmingsplannen, met het doel om deze op vergelijkbare wijze op te bouwen en weer te geven en vormt daarmee een belangrijke basis voor de inrichting van dit bestemmingsplan.

 

Daarnaast zijn de bestemmingsplanregels zoveel mogelijk afgestemd op het Besluit omgevingsrecht (Bor) voor wat betreft de bouw- en afwijkingsregels. Zo zijn bijvoorbeeld de begrippen hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk daar waar mogelijk overgenomen in de bestemmingsplanregels.

 

Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan. Deze digitale versie is bedoeld om de burger online informatie te verschaffen over het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. Het vaststellen van een digitale versie van een bestemmingsplan is verplicht. De digitale versie van het plan is leidend in geval van verschil tussen de digitale - en analoge versie.

 

5.1 Uitgangspunten

 

De SVBP 2012 schrijft voor dat de planregels in vier vaste hoofdstukken worden geplaatst, nl. de hoofstukken 'Inleidende regels', 'Bestemmingsregels', 'Algemene regels' en 'Overgangs- en slotregels'. Hieronder wordt per hoofdstuk ingegaan op de verschillende regels die daarin (kunnen) voorkomen.

 

5.2 Inleidende regels

 

In dit hoofdstuk worden allereerst de begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en die een nadere beschrijving nodig hebben. Enkele veel voorkomende standaardbegrippen liggen vast in de SVBP 2012 en moeten worden overgenomen. De overige begrippen zijn lokaal toegevoegd en beschreven.

 

Ook wordt in dit hoofdstuk aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen. Enkele veel voorkomende standaardmeetbepalingen zijn op grond van de SVBP 2012 voorgeschreven en moeten worden overgenomen. De overige meetbepalingen zijn lokaal toegevoegd en beschreven.

 

5.3 Bestemmingsregels

 

5.3.1 Algemeen

 

In dit hoofdstuk worden de verschillende bestemmingen vastgelegd. In de bestemmingsregel wordt omschreven waarvoor en, zo nodig, hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Bij de bestemmingen moet in de bestemmingsomschrijving aangegeven zijn welke functies toelaatbaar zijn. De bestemmingen kunnen worden onderverdeeld in enkel- en dubbelbestemmingen. De enkelbestemming regelt primair welke functies zijn toegestaan. Een dubbelbestemming kan alleen van toepassing zijn boven op één of meerdere enkelbestemmingen en kan extra functies toestaan danwel uitsluiten.

 

Voor de bestemmingsregels geldt op grond van de SVBP 2012 een vaste indeling. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouw- en gebruiksregels en regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden opgenomen.

 

In de bouwregels zijn - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - eisen gesteld aan de hoogte, aard, situering en aantal bouwlagen etc. van (hoofd)gebouwen en (bijbehorende) bouwwerken. Bij een aantal bestemmingen is de mogelijkheid opgenomen om af te wijken van bepaalde regels.

 

De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels).

 

Tenslotte bevatten de meeste bestemmingen regels om het bestemmingsplan te wijzigen. De wijzigingen kunnen betrekking hebben op een functiewijziging en/of op het veranderen van bouw- en/of gebruiksregels.

 

Voor de indeling van de enkel- en dubbelbestemmingen gelden de bindende hoofdgroepen uit de SVBP 2012. In de subparagrafen hierna wordt per bestemming een toelichting gegeven.

 

5.3.2 Enkelbestemmingen

 

- Agrarisch - Cultuurgrond -

 

Deze bestemming is toegekend aan de gronden met een (semi-)agrarische functie. De gronden kunnen voor zowel het bedrijfsmatige als het hobbymatige agrarische gebruik worden aangewend. Het beleid is er op gericht de landschappelijke waarden van de gronden zoveel mogelijk in stand te houden. Deze doelstelling is juridisch verankerd door het bouwen van bouwwerken slechts beperkt mogelijk te maken en regels voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden op te nemen. Dit houdt in dat in bepaalde situaties een vergunning aangevraagd moet worden voor activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de landschappelijk waarden. Te denken valt aan activiteiten, zoals het aanbrengen van verhardingen of van voorzieningen voor recreatief medegebruik.

 

Op een deel van de bestemming Agrarisch - cultuurgrond is een specifieke bouwaanduiding 'Zonnepanelen' aangebracht. Binnen deze aanduiding mogen zonnepanelen op de grond worden geplaatst. Er is voor gekozen de gronden niet te bestemmen als 'Bedrijf 2', omdat het niet de bedoeling is deze gronden te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten anders dan de zonnepanelen.

 

- Bedrijf 2 -

 

Binnen het plangebied bevindt zich de bedrijfslocatie van koekbakkerij Tjeerd Visser. Dit bedrijf is voorzien van de bestemming 'Bedrijf 2'. Om te bepalen welke bedrijven zijn toegestaan wordt verwezen naar de bedrijvenlijst (bijlage 1 van de regels). Deze lijst is gebaseerd op de lijst van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de 'Bedrijven en Milieuzonerings-gids' van de VNG.

 

- Groen - groenvoorzieningen -

 

Aan de zuid-, west- en noordzijde van het plangebied is een bestemming 'Groen - groenvoorzieningen' aangebracht, om de landschappelijke inpassing van het geheel te waarborgen.

 

- Water -

 

In dit bestemmingsplan heeft de waterpartij aan de zuidzijde van het plangebied de bestemming Water gekregen. Deze waterberging is gerealiseerd in verband met de toename van het verhard oppervlak en de vereiste compensatie vanuit het waterschap.

 

- Verkeer - verblijf -

 

De ontsluitingsweg heeft een bestemming 'Verkeer - verblijf' toegekend gekregen.

 

5.3.3 Dubbelbestemmingen

 

- Waarde - Woudenlandschap

 

Voor het plangebied geldt deze dubbelbestemming die bedoeld is voor de bescherming van de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap, en meer specifiek, het singellandschap. Met name het in stand houden van kenmerkende houtsingels is een belangrijk uitgangspunt.

 

- Zonnepanelen -

 

Binnen de bestemming 'Agrarisch - cultuurgrond' is een specifieke aanduiding 'zonnepanelen' aangebracht, ter plaatse van de te plaatsen zonnepanelen. De zonnepanelen op een constructie mogen maximaal 2,10 meter in hoogte zijn.

 

 

 

5.4 Algemene regels

 

- Anti- dubbeltelregel -

 

Deze standaardbepaling heeft het doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

 

- Algemene bouwregels -

 

In de algemene bouwregels wordt een relatie gelegd met de in de Woningwet bedoelde welstandscriteria. Verder is hier de voor de meeste bestemmingen geldende regel opgenomen dat geen horizontale windturbine mag worden gebouwd. Ook de regel dat een als karakteristiek aangeduid gebouw niet zonder vergunning mag worden gesloopt is hier opgenomen.

 

- Algemene gebruiksregels -

 

In de algemene gebruiksregels wordt een voor (vrijwel) alle bestemmingen geldende nadere uitwerking van de op grond van de Wro geldende algemene gebruiksregel gegeven. Het gaat om een verbod om gronden te gebruik voor het storten van puin en afvalstoffen, het verbod om gronden en gebouwen te gebruiken als seksinrichting. Daarnaast gaat het om een verbod om gronden te gebruiken als opslag van schroot, afbraak- en bouwmateriaal, de stalling en opslag van niet meer in gebruik zijnde voer- , vaar- en vliegtuigen. Tenslotte wordt in deze regels het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen uitgesloten, tenzij anders bepaald.

 

- Algemene wijzigingsregels -

 

De meeste wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen binnen de specifieke bestemmingsregels. Wijzigingsbevoegdheden naar dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen die vaak moeten gelden voor grotere gebieden en/ of langgerekte zones en daardoor op meerdere bestemmingen betrekking hebben, worden in deze algemene wijzigingsregel ondergebracht.

 

- Wijzigingsbepalingen -

 

Het bestemmingsplan bevat in een aantal gevallen een mogelijkheid tot binnenplanse wijziging (het betreft hier een wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 3.6 Wro voor het college van Burgemeester en Wethouders, binnen door de raad vastgestelde regels). Het betreft hier een aantal bepalingen die functie- en bouwwijzigingen mogelijk maken, binnen de randvoorwaarden die de gemeenteraad daarvoor vaststelt. Daarmee kan ingespeeld worden op thans nog niet voorziene ontwikkelingen.

 

- Overige regels -

 

In de specifieke bestemmingsregels zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen naar een andere bestemming. Die andere bestemmingen zijn niet altijd geregeld in dit bestemmingsplan. Daarom is aan het bestemmingsplan een bijlage gevoegd met een compleet set standaardregels. De verwijzingsregel verklaart dat de standaardregels van toepassing zijn wanneer een van een wijzigingsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt naar een bestemming die niet in het plan voorkomt.

 

5.5 Overgangs- en slotregels

 

- Overgangs- en slotregels -

 

In het bestemmingsplan is het overgangsrecht opgenomen ten aanzien van bouwwerken en gebruik. De formulering is overgenomen uit de standaardbepaling van het Besluit ruimtelijke ordening. Tevens is een slotregel opgenomen welke conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 is geformuleerd.

 

 

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

 

In dit hoofdstuk worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft.

 

6.1 Economisch

De ontwikkelingen bij Tjeerd Visser Koekbakkerijen, die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, vergen geen investeringen van overheidswege. Er zal een planschadeverhaalsovereenkomst met de aanvrager worden gesloten zodat eventuele planschade voor rekening komt van Tjeerd Visser Koekbakkerijen B.V. Er is voorzover ons bekend geen aanleiding om te twijfelen aan de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het plan biedt evenmin aanleiding tot het vaststellen van een exploitatieplan.

 

6.2 Maatschappelijk

Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is Afdeling 3.4 Awb van toepassing. Zodra het bestemmingsplan gereed is voor de formele procedure zal het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende die periode kan een ieder een zienswijze op het plan indienen.

 

 

 

Hoofdstuk 7 Inspraak en overleg

 

 

7.1 Inspraak

Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn de plannen informeel voorgelegd aan de naaste buren van het bedrijfsperceel. Overeenkomstig de gemeentelijke inpsraakverordening kan de een formeel moment van inspraak worden overgeslagen.

 

7.2 Overleg

De provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân zijn in het voortraject betrokken bij de ontwikkeling van het plan.