wijzigingsplan i.c. bestemmingsplan Garyp, Ielke Boonstraloane 3e fase (wijziging bestemmingsplan)
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0737.03BPIWP07-vg01 |
| Plantype: | wijzigingsplan |
Toelichting wijzigingsplan uitbreiding Garyp aan de Ielke Boonstraloane (wijzigen bestemming)
Inhoudsopgave
Toelichting wijzigingsplan uitbreiding Garyp aan de Ielke Boonstraloane (wijzigen bestemming)
Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels
Hoofdstuk 1 Inleiding
De woningbouwafspraken met de provincie zijn afgestemd en vastgelegd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid in Garyp om de geplande uitbreidingslocatie aan de Ielke Boonstraloane af te ronden met 4 vrijstaande woningen. Zie onderstaande tekening. Het voorliggende wijzigingsplan heeft betrekking op de 4 meest zuidelijk gelegen kavels
In hoofdstuk 2 wordt het planologische beleidskader geschetst op gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het gebied. Hoofdstuk 4 behandelt de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 en 6 komen achtereenvolgens de juridische planopzet en de uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 2 Beleidskader
Aan het betreffende gebied is in het bestemmingsplan 'Garyp 2013' de bestemming 'Agrarische - Cultuurgrond' met de aanduiding 'wro - zone - wijzigingsgebied 4' gegeven.
Door toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid kan de bestemming worden gewijzigd in onder andere de bestemmingen: 'Wonen-A2' en/of 'Tuin', mits:
deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast, ter plaatse van de aanduiding 'WRO-zone - wijzigingsgebied 4';
het aantal woningen ten hoogste 9 zal bedragen;
de te bouwen woningen in overeenstemming zijn met het gemeentelijk en provinciaal woningbouwbeleid;
de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde.
Hoofdstuk 3 Beoordeling
3.1 Ruimtelijke inpasbaarheid
De planologisch te realiseren woningen liggen in het gebied met de aanduiding 'WRO-zone - wijzigingsgebied 4'.
Met het voorliggende wijzigingsplan worden ter afronding van het uitbreidingsplan van Garyp 4 woningen planologisch geregeld.
De woningen zijn meegenomen in de vastgestelde woningbouwprogrammering.
Een zoneplichtige weg heeft aan weerszijden conform artikel 74 Wgh. een wettelijke zonebreedte. Deze is zodanig bepaald dat er buiten de zone in het algemeen geen geluidsniveaus vookomen van meer dan de vookeurswaarde van 48dB. De wegen waarvoor een 30-km regime geldt zijn conform artikel 74 Wgh zonevrij. Het betreffende gebied ligt in een 30-km gebied en is daardoor zonevrij.
Wij kunnen, gelet op het voorgaande, constateren dat het wijzigingsplan voldoet aan de in de wijzigingsbevoegdheid gestelde criteria.
3.2 Functionele inpasbaarheid
Het gebied heeft nu een agrarische bestemming met een mogelijkheid om deze te wijzigen naar een woonbesteming. Het gebied sluit aan op de 1e fase van het uitbreidingsgebied. Een woonfunctie voor het gebied past daarmee prima.
3.3 Conclusie
Op grond van het voorgaande is de conclusie dat het verzoek past binnen het gemeentelijk beleid.
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
Naast stedenbouwkundige uitgangspunten en bestaand ruimtelijk beleid dient er ook rekening te worden gehouden met de volgende omgevingsaspecten: ecologie, archeologie, bodemgesteldheid, water, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit. Deze aspecten komen in dit hoofdstuk aan bod.
4.1 Ecologie
De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van wilde dier- en plantensoorten. In deze wet zijn de voormalige Natuurbeschermingsweg 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet opgenomen. De Wet Natuurbescherming staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het voorziet in duidelijke en eenvoudige regels ter bescherming van waardevolle ntuur en in minder administratieve lasten.
Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het insrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevinsgwet.
Het verzoek heeft betrekking op het realiseren van 4 woningen. Het plangebied betreft een onbebouwd grasveldje, dat geregeld wordt gemaaid. Rondom het perceel is sprake van (menselijke) verstoring in de vorm van de huidige omwonenden. Onder dergelijke omstandigheden zijn er weinig mogelijkheden voor natuurwaarden aanwezig. Het lijkt dan ook onwaarschijnlijk dat beschermde dier- en plantsoorten voorkomen en/of worden beïnvloed door de beoogde ingreep. Redenen hiervoor zijn ook dat in het plangebied geen geschikt biotoop voor deze soorten aanwezig is en de uitstralende effecten van de ingreep beperkt zijn. Met het oog hierop is nader ecologisch onderzoek niet nodig.
4.2 Archeologie
Op grond van het Europese Verdrag van Valletta, dient bij de voorbereiding
van bestemmingsplannen aandacht te worden besteed aan de (mogelijke)
aanwezigheid van archeologische waarden. Per 1 september 2007 is dit
verdrag geïmplementeerd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Door deze wet is (o.a.) de Monumentenwet 1988 gewijzigd. Gemeenten zijn daardoor op grond van artikel 38a Monumentenwet 1988 verplicht
om bij het vaststellen van bestemmingsplannen archeologisch
(voor)onderzoek te verrichten. De verplichting is tevens opgenomen in artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. Het vooronderzoek kan bestaan uit
bureau- en/of veldonderzoek. Met bureauonderzoek kan worden volstaan
als van een bepaalde locatie voldoende gegevens beschikbaar zijn of indien
het bestemmingsplan voorziet in ontwikkelingen die hooguit tot een beperkte verstoring van het bodemarchief kunnen leiden.
De provincie Fryslân heeft de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) vastgesteld. De FAMKE-kaart geeft behalve de aanwezige archeologische waarden in Fryslân tevens adviezen hoe om te gaan met het
bodemarchief bij (o.a.) bestemmingsplanvorming. De FAMKE bestaat uit
twee advieskaarten, namelijk één voor de periode van de steentijd – vroege
bronstijd, en één voor de periode midden bronstijd – middeleeuwen.
De FAMKE kaart geeft de volgende adviezen. Voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen beveelt de provincie aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten. Voor de periode Steentijd - Bronstijd is nader onderzoek nodig bij ingrepen van meer dan 2,5 hectare.
Het plangebied een oppervlakte van ongeveer 4500m². Gelet op de FAMKE kaart kan nader archeologisch onderzoek achterwege blijven.
4.3 Watertoets
Op grond van artikel 3.1.6 uit het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen waarin wordt aangegeven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie.
In deze paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is een schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: “het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten”.
Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect.
Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Garyp 2013' is het plan voor de watertoets voorgelegd aan Wetterskip Fryslân. Bij brief van 21 mei 2012 heeft het Wetterskip een ‘voorlopig wateradvies’ gegeven. In dit wateradvies wordt ingegaan op algemene wateraspecten en de ontwikkelingen die in dit plan mogelijk worden gemaakt. De vermelde adviezen worden opgevolgd en meegenomen bij de verdere planvorming.
Vervolgens heeft Wetterskip Fryslân op 12 juli 2012 een aanvullend wateradvies gegeven omdat inmiddels het plan voor de woningbouwlocatie concreter was geworden. In dit advies wordt nader ingegaan op de woningbouwlocatie ten zuiden van de sportvelden. Bij de uitwerking van dit woningbouwplan wordt de invulling van de wateronderdelen met het Wetterskip overlegd. Beide wateradviezen zijn als bijlage bij het bestemmingsplan 'Garyp 2013' gevoegd. De conclusie van is dat ruim voldaan wordt aan de compensatienorm.
4.4 Geluid
Zoals bij de ruimtelijke inpasbaarheid al is aangegeven wodt voldaan aan de voorschriften uit de Wet Geluidhinder.
4.5 Externe veiligheid
De externe veiligheid is gericht op de beheersbaarheid van de risico’s voor
de omgeving van bedrijfsmatige activiteiten en het gebruik van transportinfrastructuur voor de directe omgeving. De mate van aanvaardbaarheid
van de risico’s wordt bepaald aan de hand van het plaatsgebonden risico
(PR) en het groepsrisico (GR). Deze twee componenten vormen dan ook de
basis van het huidige risicobeleid. Voor dit wijzigingsplan spelen er
geen noemenswaardige risico’s die nader onderzocht moeten worden.
4.6 Luchtkwaliteit
Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer mag de gemeente
slechts een wijzigingsplan vaststellen dat gevolgen kan hebben voor de
luchtkwaliteit als wordt voldaan aan één (of een combinatie van) de volgende voorwaarden:
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding
van de grenswaarde;
een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de concentratie van een stof;
een project is genoemd of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Deze luchtkwaliteitstoets richt zich met name op de zwevende deeltjes
(fijnstof (PM10)) en stikstofdioxide (NO2).
Voor het bestemmingsplan 'Garyp 2013' is een onderzoek verricht of wordt voldaan aan de vereisten ten aanzien van de luchtkwaliteit (bijlage 3 van het bestemmingsplan Garyp 2013)). De resultaten kunnen als volgt worden samengevat. In de voor het bestemmingsplan 'Garyp 2013' meest ongunstige toetsingspunten ontstaan geen consequenties met betrekking tot de Wet Luchtkwaliteit. Er vinden geen overschrijdingen plaats van de grenswaarden NO2 en PM10. Met dit onderzoek is aannemelijk gemaakt dat er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde.
4.7 Milieu
Stikstof
Het project is berekend met de nieuwste versie van Aerius. In de berekening isrekening gehouden met de plan-, aanleg- en gebruiksfase. De berekening heeft geen depositieresultaat opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage 1, Aeriusberekening).
4.8 Geurhinder
In de omgeving van het plangebied liggen enkele agrarische bedrijven die
nog actief zijn. In de milieuvergunning van deze bedrijven is rekening gehouden met de in de omgeving voorkomenden geurgevoelige functies. De ontwikkeling van de vervolgfase van de woningbouw ligt op geruime afstand van de agrarische bedrijven, zodat deze ontwikkeling de uitbreidingsmogelijkheden van de agrariërs niet beperkt.
4.9 Bodem
De conclusie van het ‘Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van twee
percelen aan de Brandsmaloane en Ielke Boonstraloane in Garyp’ is dat:
Op basis van de licht verhoogd gemeten gehalten en concentraties dient
voor de locatie waar de oudejaarsvuren zijn gehouden de hypothese, een
verdachte locatie, te worden aangenomen. De hypothese, een onverdachte
locatie, dient voor het overige terrein op basis van de licht verhoogd gemeten gehalten in de bovengrond en de licht verhoogd gemeten concentraties
in het grondwater formeel gezien te worden verworpen. De gemeten gehalten en concentraties ter plaatse van beide deellocatie zijn echter dusdanig
(alleen overschrijdingen van de achtergrondwaarde en streefwaarde) dat
een aanvullend onderzoek naar deze parameters niet noodzakelijk is.
Tevens vormen de gemeten gehalten en concentraties geen aanleiding milieuhygiënische beperkingen te stellen aan het gebruik van de locatie
4.10 Conclusie
De diverse omgevingsaspecten staan de gewenste ontwikkeling niet in de weg.
Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch is vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Met dit wijzigingsplan worden als afronding van de 1e fase een tweetal twee onder één kap woningen planologisch geregeld. De percelen krijen de bestemmingen 'Wonen-A2' en 'Tuin'.
-- Tuin --
Om het onbebouwde karakter van voortuinen en bepalende zijtuinen te beschermen, is daarvoor de afzonderlijke bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Dit
dient zowel het ruimtelijk beeld als het belang van omwonenden. Bebouwing is binnen deze bestemming niet toegestaan. Dat sluit trouwens aan op de gegroeide praktijk. Ter wille van een zekere flexibiliteit mag een woonhuis binnen de bestemming overigens wel met een erker uitgebouwd worden. Ook de erfafscheidingen zijn hier lager: 1meter maximaal, en voor het overige 2 meter.
-- Wonen --
Bij de bestemming Wonen -A2 gaat het om vrijstaande woningen met een maximale goot- en nokhoogte van respecievelijk 4,0 - 12,0 meter.
De woonfunctie mag bij recht gecombineerd worden met een beroeps- en
bedrijfsactiviteit aan huis, een beroep dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het
verlenen van diensten (zie bijlage 2 van de planregels van het bestemmingsplan Garyp 2013).
Binnen de bestemmingen is een bepaalde mate van flexibiliteit mogelijk.
Door middel van een wijzigingsbevoegdheid kunnen Burgemeester en Wethouders besluiten de bestemming te wijzigingen in een andere bestemming (uit dezelfde lettercategorie). Ook kunnen onder bepaalde voorwaarden wijzigingen worden uitgevoerd die betrekking hebben op de ligging en de omvang van een bouwvlak.
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft.
6.1 Economisch
Uit de berekende exploitatieopzet blijkt dat het woningbouwplan economisch uitvoerbaar is. De exploitatieopzet is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan Garyp 2013.
6.2 Exploitatieplan
De gemeente dient een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop
een bouwplan is voorgenomen. Dit betreft bouwplannen die voorzien in de
bouw of uitbreiding van woningen en andere gebouwen en de verbouw van
gebouwen ten behoeve van nieuwe gebruiksdoeleinden. Het exploitatieplan is
gericht op het verhaal van de kosten ten aanzien van de grondexploitatie.
Van het vaststellen van een exploitatieplan kan slechts worden afgezien indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd
is. Een exploitatieplan is voor de woningbouwlocatie niet nodig omdat de
gemeente grondeigenaar is.
6.3 Maatschappelijk
Het wijzigingsplan wordt, overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Er is een zienswijze ingediend. het plan is op 25 augustus 2020 gewijzigd vastgesteld.