Bestemmingsplan J.D. de Vriesstraat 4, 4A en 4B te Burgum (uitbreiding woon- zorglocatie
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Bestemmingsplan J.D. de Vriesstraat 4,4A en 4B te Burgum (uitbreiding woon-zorglocatie)
Inhoudsopgave
Bestemmingsplan J.D. de Vriesstraat 4,4A en 4B te Burgum (uitbreiding woon-zorglocatie)
4.2 Archeologie en cultuurhistorie
4.7 Luchtkwaliteit en geurhinder
4.8 Bedrijven en milieuzonering
Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels
Hoofdstuk 1 inleiding
1.1 Aanleiding
Het onderliggende bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de percelen J.D. de Vriesstraat 4, 4A en 4B te Burgum. Op deze percelen is een woon-zorglocatie van Talant gevestigd. Talant is voornemens de woon-zorglocatie te vernieuwen en uit te breiden. De onderhavige gronden behoren tot het plangebied van het bestemmingsplan 'Burgum 2016'. Het huidige bestemmingsplan biedt niet voldoende bouwmogelijkheden om de modernisering van de gebouwen mogelijk te maken. Om medewerking te kunnen verlenen aan de plannen wordt er een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
1.2 Plangebied
![i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402000.png [image]](i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402000.png)
Locatie van het plangebied
![i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402001.png [image]](i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402001.png)
Huidig bestemmingsplan
1.3 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt het plan nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst dat relevant is voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven waaraan de ontwikkeling binnen het plangebied aan wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan en tenslotte wordt de uitvoerbaarheid van het plan in hoofdstuk 6 toegelicht.
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
2.1 Huidige situatie
Talant heeft in Burgum diverse locaties waar zij cliënten huisvesten. Door verscherpte regelgeving is de noodzaak ontstaan om bepaalde locaties aan te passen. Dit geldt ook voor de locatie aan de J.D. de Vriesstraat. In de huidige situatie is er sprake van twee groepswoningen voor 6 en 8 cliënten en een ruimte voor dagbesteding. De twee groepswoningen voldoen niet meer aan huidige eisen. De privé kamers hebben geen eigen sanitair en de verdieping is uitsluitend te bereiken via een vaste trap. Er is geen lift aanwezig. Door dit complex aan te passen kan de capaciteit worden vergroot waardoor de locatie aan de Talmasingel hier ook ondergebracht kan worden en er ruimte is om cliënten vanaf de wachtlijst te plaatsen.
![i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402002.png [image]](i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402002.png)
Bestaande situatie
2.2 Nieuwe situatie
Het nieuwe plan voorziet in 24 zorgwoningen en een ruimte voor dagbesteding. De zorgwoningen eigen sanitair. Daarnaast wordt er een lift geïnstalleerd. Doordat er meer cliënten op één locatie worden gehuisvest, kan de zorg doelmatiger worden verleend.
![i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402003.png [image]](i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402003.png)
Nieuwe situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader
Richtinggevend voor de inhoud van het bestemmingsplan is mede wat door hogere overheden als ruimtelijk beleid is afgesproken. Ook de gemeente zelf heeft beleid dat van invloed is op het bestemmingsplan, zowel ruimtelijk als sectoraal. Hieronder volgt een samenvatting.
3.1 Rijksbeleid
De rijksoverheid speelt samen met de decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) een belangrijke rol bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. Wel is deze rol van karakter aan het veranderen. Met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van 2012 is het rijksbeleid in de ruimtelijke ordening stevig afgeslankt. Het rijksbeleid richt zich voornamelijk nog op de economisch sterke regio’s. De decentrale overheden krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor beleid, uitvoering en bekostiging van de ruimtelijke inrichting van de rest van Nederland.
Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat ons in Nederland ter beschikking staat.
In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid.
Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd:
de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat;
de bereikbaarheid verbeteren;
zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.
De benoemde rijksbelangen hebben geen betrekking op de ontwikkeling die binnen het onderhavige plangebied zijn voorgenomen.
3.2 Provinciaal beleid
Het provinciaal omgevingsbeleid van de provincie Fryslân is neergelegd in de provinciale omgevingsvisie 'Streekplan 2007'. Dit beleid heeft zijn juridische vertaling gekregen in de provinciale omgevingsverordening 'Romte' (gecosolideerde versie d.d. 8 augustus 2018). In deze verordening zijn regels gesteld waarmee bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening mee moet worden gehouden.
De provincie zet in op de handhaving en versterking van de positie van Burgum als belangrijk regionaal centrum in het gebied. Burgum heeft als regionaal centrum een belangrijke taak in de regio, met bijbehorende ontwikkelingsmogelijkheden voor wonen, werken en voorzieningen.
De ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een bestaande functie binnen de bebouwde kom en het bestaand stedelijk gebied. De 24 zorgwoningen tellen niet mee in het woningbouwprogramma. De woningen zijn onlosmakelijk verbonden met de zorgfunctie en kunnen niet als reguliere woningen gebruikt worden.
3.3 Gemeentelijk beleid
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Burgum 2016' dat op 16 februari 2017 is vastgesteld. De gronden van de percelen J.D. de Vriesstraat 4, 4A en 4B hebben in het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'Maatschappelijk - Medisch en Zorg' met deels de functieaanduiding 'zorginstelling'. Binnen deze bestemming is het gebruik ten behoeve van medische, sociaal-medische en paramedische voorzieningen en dagbesteding toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling' is een zorginstelling toegestaan. In dit bestemmingsplan worden de bebouwingsmogelijkheden uitgebreid, waarbij de bestemming blijft 'Maatschappelijk - Medisch en Zorg' met deels de functieaanduiding 'zorginstelling' blijft. Het betreft hier de uitbreiding van een bestaande functie waartegen het gemeentelijk beleid zich niet verzet.
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
4.1 Natuur
Ten behoeve van dit project heeft in 2019 ecologisch onderzoek plaatsgevonden (bijlage 1). De conclusie van dit onderzoek was dat nader onderzoek nodig was naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen.
Vanaf mei 2019 tot en met september 2019 is nader onderzoek naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd (bijlage 2). Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen uit de meest recente versie van het Vleermuisprotocol (versie 2017). Het vleermuisonderzoek heeft plaatsgevonden door middel van acht bezoekronden. Hiervan zijn vier ronden uitgevoerd tijdens de kraamtijd van vleermuizen. Daarnaast zijn vier bezoekronden uitgevoerd tijdens de paartijd van vleermuizen.
Uit de veldbezoeken voor het vleermuisonderzoek komt naar voren dat er een zomer- en paarverblijfplaats aanwezig is aan de J.D. de Vriesstraat 4B. De invliegopening bevindt zich in een open stootvoeg aan de noordzijde van het gebouw. Vermoedelijk verblijft deze soort dan ook in de spouw van de muur.
Bij de voorgenomen sloopwerkzaamheden worden verblijfplaatsen aangetast. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de gewone dwergvleermuis is daarom nodig.
Op 8 juli 2020 is een aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Fryslân. De ontheffing is verleend op 7 augustus 2020 (bijlage 3).
Voor het prjoect is een aerius-berekening uitgevoerd (bijlage 7,8 en 9). Uit de berekening blijkt dat het project niet leidt tot significante effecten door stikstofdepostie in Natura -2000 gebieden. Vanuit het onderdeel natuur levert het plan geen belemmeringen op.
4.2 Archeologie en cultuurhistorie
4.2.1 Archeologie
Voor het bestemmingsplan 'Burgum 2016' is de archeologische situatie in kaart gebracht. In de toelichting van het voornoemde bestemmingsplan staat hierover het volgende.
Binnen het plangebied liggen meerdere locaties die archeologisch waardevol zouden kunnen zijn. Op de Famke kaarten zijn die locaties aangegeven.
Steentijd - bronstijd
Op de kaart die betrekking heeft op de steentijd - bronstijd staan bijvoorbeeld ca. 20 vuursteenvindplaatsen en plm. 7 dobben vermeld waarvan gezegd wordt dat, voordat een ingreep plaatsvindt, eerst nader onderzoek vereist is.
IJzertijd - middeleeuwen
De kaart ijzertijd - middeleeuwen bevat twee locaties die behoudenswaardig zijn, namelijk een klein deel van het centrum van Burgum, waarvan wordt aangenomen dat het de oude kern van het dorp is en een gebied bij de Kruiskerk. Dat gebied maakte deel uit van het voormalige kloosterterrein van het Barraconvent.
Voorzover noodzakelijk hebben de beschermenswaardige locaties in het bestemmingsplan 'Burgum 2016' een passende archeologische dubbelbestemming gekregen. Geen van deze locaties bevindt zich binnen het nu aan de orde zijnde plangebied.
4.2.2 Cultuurhistorie
De aanpassingen op de planverbeelding raken geen cultuurhistorische waarden.
4.3 Bodem
Er heeft medio 2020 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden op de planlocatie (bijlage 4). Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuwbouw.
4.4 Water
In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In de zogenaamde waterparagraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets.
Op 2 maart 2020 is een digitale watertoets doorlopen (bijlage 5). Daaruit blijkt dat de korte watertoetsprocedure van toepassing is en daarom verwijst het Wetterskip naar de uitgangsnotitie.
Het nu voorliggende plan voorziet in vervangende nieuwbouw op een bestaande locatie voor een woon-zorglocatie. Voor dit plan zijn daarom met name de volgende aandachtspunten van belang.
Toename verharding
Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Op basis van de Keur van Wetterskip Fryslân is het onder meer verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in het stedelijk gebeid wordt bebouwd of verhard.
Het nu voorliggend plangebied wordt opnieuw ingericht. Dit leidt tot een toename van verharding met een oppervlakte van circa 296 m2. Hiervoor geldt een vergunningplicht welke in het kader van de omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
Demping van oppervlaktewater
Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid ban Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in het hetzelfde peilgebied. Demping van oppervlaktewater is in het plangebied niet aan de orde.
Ruimtelijke adaptatie
Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op de website www.ruimtelijkeadaptatie.nl.
Waterwet
Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken is een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op de website www.wetterskipfryslan.nl treft men meer informatie over de Waterwet. Daar kan men onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunnig downloaden.
4.5 Geluid
4.5.1 Wegverkeerslawaai
De FUMO heeft akoestisch onderzoek gedaan naar de hoogte van de geluidsbelasting t.g.v. wegverkeerslawaai voor de realisatie van 24 zorgappartementen met dagbestedingsruimten (bijlage 6).
Met betrekking tot wegverkeerslawaai ligt het plan in de wettelijke geluidszone van de zoneplichtige weg Freerk Bosgraafstraat. Op deze weg geldt een snelheidsregime van 50 km/uur. De reden voor dit onderzoek is inzicht te krijgen of de betreffende voorkeursgrenswaarden uit de Wgh worden overschreden en, indien dat het geval is, welke mogelijkheden de gemeente heeft om het plan te kunnen realiseren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat 30 km wegen en woonerven in het kader van de Wgh geen wettelijke zone meer hebben. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onderzoek naar de geluidsbelasting van dergelijke wegen in het geval akoestisch relevant, wel van belang. Daarom is de J.D. de Vriesstraat, welke voor het plan langs loopt, ook meegenomen in dit onderzoek. Naast de toetsing van de geluidsbelasting aan de bepalingen van de Wgh dient ook te worden voldaan aan de voorschriften in het kader van het Bouwbesluit 2012 (Bouwbesluit). In onderhavig akoestisch onderzoek wordt de te verwachten geluidbelasting berekend en worden de resultaten getoetst aan de Wgh en het Bouwbesluit.
Toetsing Wgh
Het plan voor de bouw van 24 appartementen met dagbestedingsruimten ligt binnen de wettelijke geluidszone van de gemeentelijke zoneplichtige weg Freerk Bosgraafstraat. Op basis van de berekeningsresultaten uit tabel 1 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 38 dB. Hierbij wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh (art. 82, lid 1 van de Wgh.). De J.D. de Vriesstraat betreft een 30 km weg waarvoor geen zone geldt. Vanuit de Wgh zijn er voor 30 km wegen geen grenswaarden gesteld. Indien voor de beoordeling toch aansluiting zou worden gezocht bij de Wgh dan zou op alle gevels worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Toetsing Bouwbesluit
Het plan dient tevens te worden getoetst aan de voorschriften en eisen van het Bouwbesluit 2012. Omdat er geen hogere waarden worden vastgesteld en de gevelbelasting zonder aftrek artikel 110 g van de Wgh niet hoger is dan 52 dB, kan in de verblijfsgebieden met de basisgeluidweringseis van 20 dB uit artikel 3.2 van het Bouwbesluit worden voldaan aan een maximaal binnenniveau van 33 dB. Met deze benadering is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Op basis van het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai kan de aanvraag worden goedgekeurd. Hierbij is het niet nodig om hogere waarden vast te stellen of een nader akoestisch onderzoek te laten verrichten voor een verbeterde karakteristieke geluidwering van de gevels om in de verblijfsgebieden te voldoen aan een maximaal binnenniveau van 33 dB.
4.5.2 Industrielawaai
Voor het industrieterrein Burgum - Sumar is in de jaren '80 van de vorige eeuw een geluidzone vastgesteld (zie figuur hieronder). De geluidbelasting vanwege het industrieterrein mag buiten de zone niet meer bedragen dan 50 dB(A). De bedrijven op het bedrijventerrein moeten (wat hun 'geluidproductie' betreft) dus rekening houden met deze zone. De 'bewaking' van de zone vindt plaats door de Fumo. Enerzijds dient de zone ter bescherming van de erbuiten gelegen geluidgevoelige objecten, zoals woningen. Anderzijds dient de zone er toe om te verhinderen dat daarbinnen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Dit om te voorkomen dat de bedrijven, als gevolg van de komst van zo'n object, in hun mogelijkheden worden beperkt. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in zijn geheel buiten deze geluidscontour. Dat betekent dat de nieuwe woonzorglocatie en de bedrijven op het bedrijventerrein Burgum - Sumar elkaar niet hinderen.
![i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402004.png [image]](i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402004.png)
4.6 Externe veiligheid
In het bestemmingsplan Burgum 2016 is onderzoek gedaan naar het aspect externe veiligheid. Daaruit is gebleken dat zich binnen het plangebied Burgum geen objecten bevinden die in het kader van de externe veiligheid als risicoveroorzaker moeten worden aangemerkt. Ook in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen objecten die een risico vormen voor gevoelige functies in het plangebied.
Ten behoeve van het bestemmingsplan Burgum 2016 heeft de Fumo (de Friese uitvoeringsdienst milieu en omgeving) een adviesrapport opgesteld over de externe veiligheid. In dit rapport wordt nader ingegaan op de risicobronnen die van invloed kunnen zijn binnen de grenzen van het bestemmingsplan. Hierbij is gekeken naar inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaats vinden die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen, transport van gevaarlijke stoffen over wegen en door buisleidingen. Gebleken is dat er zowel vanuit het Plaatsgevonden Risico als vanuit het Groepsgebonden Risico geen belemmeringen aanwezig zijn ten aanzien van het bestemmingsplan Burgum.
De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn niet veranderd. Wij achten nader onderzoek naar externe veiligheid voor het nu aan de orde zijnde plangebied dan ook niet nodig.
4.7 Luchtkwaliteit en geurhinder
4.7.1 Luchtkwaliteit
Besluit nibm
Of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen)'. Deze nibm'-projecten' mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit en zonder luchtkwaliteits onderzoek uitgevoerd worden. Projecten zijn nibm als daarmee de 3 procent grens niet wordt overschreden. Dit is gedefinieerd als 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties van fijnstof (PM10) of stikstof dioxide (NO2).
Regeling nibm
Het Besluit nibm bevat tevens de grondslag voor een ministeriële regeling waarin categorieën van gevallen worden aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen. In die gevallen behoeft geen verdere toets aan de 3 procent grens plaats te vinden. Tot deze categorieën behoren bepaalde landbouwinrichtingen en kantoor- en woningbouwlocaties. Zo worden woningbouwlocaties kleiner dan 1500 nieuwe woningen in geval van één ontsluitingsweg, of bouwlocaties tot 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, met name genoemd. Gelet op de beoogde ontwikkeling, de nieuwbouw van een woonzorgcomplex op een bestaande locatie, is hier sprake van een project dat 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Derhalve is een nadere verantwoording van het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk.
4.7.2 Geurhinder
Buiten het plangebied liggen de bedrijven Rendac en de RWZI, beiden bij Sumar. Nadat er bij Rendac een aanzienlijke geurreductie heeft plaatsgevonden, is in juli 2006 de overeenkomst ‘Beleidslijn geur Burgum/Sumar’ getekend door de VROM - inspecteur Noord, de provincie Fryslân, en de gemeente Tytsjerksteradiel. In die overeenkomst is de geurcontour van Rendac vastgelegd. De ligging van de contour is hieronder weer gegeven. Binnen deze contour mogen geen nieuwe woonfuncties worden opgenomen. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt in zijn geheel buiten de geurcontour. Dat betekent dat geurhinder geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.
![i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402005.png [image]](i_NL.IMRO.0737.01BPXVIII-vg01_402005.png)
4.8 Bedrijven en milieuzonering
Ten van de milieuzonering rond bedrijven is door de VNG het systeem ‘Bedrijven en milieuzonering’ ontwikkeld, in de vorm van een bedrijvenlijst waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieu-indeling op van 1 t/m 6.
In de directe omgeving van het plangebied zijn woningen en centrumfuncties. De centrumfuncties zijn in de Schoolstraat gesitueerd. Het dichtstbijzijnde bedrijf zit aan de Schoolstraat 53. Hier zit een restaurant gevestigd. Een restaurant is een categorie 1 bedrijf met een grootste afstand van 10 meter naar gevoelige objecten. De afstand van het restaurant tot aan de gevel van de nieuwbouw bedraagt circa 25 meter waarmee wordt voldaan de richtafstand.
Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels
5.1 Uitgangspunten
De SVBP 2012 schrijft voor dat de planregels in vier vaste hoofdstukken worden geplaatst, nl. de hoofstukken 'Inleidende regels', 'Bestemmingsregels', 'Algemene regels' en 'Overgangs- en slotregels'. Hieronder wordt per hoofdstuk ingegaan op de verschillende regels die daarin (kunnen) voorkomen.
5.2 Inleidende regels
In dit hoofdstuk worden allereerst de begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en die een nadere beschrijving nodig hebben. Enkele veel voorkomende standaardbegrippen liggen vast in de SVBP 2012 en moeten worden overgenomen. De overige begrippen zijn lokaal toegevoegd en beschreven.
Ook wordt in dit hoofdstuk aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen. Enkele veel voorkomende standaardmeetbepalingen zijn op grond van de SVBP 2012 voorgeschreven en moeten worden overgenomen. De overige meetbepalingen zijn lokaal toegevoegd en beschreven.
5.3 Bestemmingsregels
5.3.1 Algemeen
In dit hoofdstuk worden de verschillende bestemmingen vastgelegd. In de bestemmingsregel wordt omschreven waarvoor en, zo nodig, hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Bij de bestemmingen moet in de bestemmingsomschrijving aangegeven zijn welke functies toelaatbaar zijn. De bestemmingen kunnen worden onderverdeeld in enkel- en dubbelbestemmingen. De enkelbestemming regelt primair welke functies zijn toegestaan. Een dubbelbestemming kan alleen van toepassing zijn boven op één of meerdere enkelbestemmingen en kan extra functies toestaan danwel uitsluiten.
Voor de bestemmingsregels geldt op grond van de SVBP 2012 een vaste indeling. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouw- en gebruiksregels en regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden opgenomen. In de bouwregels zijn - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - eisen gesteld aan de hoogte, aard, situering en aantal bouwlagen etc. van (hoofd)gebouwen en (bijbehorende) bouwwerken.
Bij een aantal bestemmingen is de mogelijkheid opgenomen om af te wijken van bepaalde regels.
De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels).
Tenslotte bevatten de meeste bestemmingen regels om het bestemmingsplan te wijzigen. De wijzigingen kunnen betrekking hebben op een functiewijziging en/of op het veranderen van bouw- en/of gebruiksregels.
Voor de indeling van de enkel- en dubbelbestemmingen gelden de bindende hoofdgroepen uit de SVBP 2012. In de subparagrafen hierna wordt per bestemming een toelichting gegeven.
5.3.2 Enkelbestemmingen
- Maatschappelijk - Medisch en Zorg -
Binnen deze bestemming zijn medische, sociaal-medische, paramedische en zorggerelateerde voorzieningen toegestaan. Het verzorgen van dagbesteding is ook binnen deze bestemming opgenomen. Indien sprake is van een accommodatie waar met de nodige zorg wordt gewoond, is dat slechts toegestaan indien de locatie is voorzien van een aanduiding 'zorginstelling'.
5.4 Algemene regels
- Anti-dubbeltelregel -
Deze regel vloeit voor uit het Besluit ruimtelijke ordening en moet verplicht worden opgenomen in de bestemmingsplanregels. Het regelt dat grond niet twee keer mag worden meegerekend voor het toetsen van bouwplannen.
- Algemene bouwregels -
Hierin wordt geregeld dat via welstand nadere eisen aan de situering en maatvoering van bouwwerken kan worden gesteld. Tevens is hierin het bouwverbod opgenomen van windturbines.
- Algemene gebruiksregels -
Dit artikel bepaalt welke activiteiten in ieder geval in strijd met de diverse bestemmingen zijn. Deze algemene gebruiksverboden laten onverlet dat er ook nog specifieke gebruiksverboden in de bestemmingen zijn opgenomen.
5.5 Overgangs- en slotregels
- Overgangsrecht -
Het Bro stelt de verplichting om het overgangsrecht uit het Bro op te nemen in het bestemmingsplan. Het overgangsrecht bestaat uit een specifieke regeling voor zowel het bouwen als het gebruiken.
- Slotregel -
In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk worden de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft.
6.1 Economisch
In hoofdstuk 6 van de Wro zijn regels ten behoeve van de grondexploitatie opgenomen. Met de regels voor grondexploitatie heeft de gemeenteraad de regierol op het gebied van grondexploitatie en de mogelijkheden tot maximaal kostenverhaal.
Uitgangspunt is dat de gemeenteraad, voor gebieden waarin zich ontwikkelingen gaan voordoen, gehouden is om een expolitatieplan vast te stellen. De gemeenteraad kan besluiten geen expolitatieplan vast te stellen als het kostenverhaal voor de gemeente op een andere wijze is verzekerd. Dat is hier het geval. Dit project wordt gerealiseerd door Talant en komt voor rekening van Talant. Aan Talant worden leges in rekening gebracht voor de onderhavige bestemmingsplanherziening en met Talant wordt een planschadeovereenkomst gesloten. De gemeenteraad zal dan ook gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen.
6.2 Maatschappelijk
Gelet op de aard en omvang van het voorliggende plan en de notitie Inwerkingtreding Verordening Romte Fryslân 2014 is het plan niet in het vooroverleg gebracht.
Het plan is tot stand gekomen in overleg met de omwonenden.
De formele procedure van het bestemmingsplan start met de terinzagelegging van het ontwerpplan, overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertoe wordt het plan gedurende zes weken ter visie gelegd, waarbij een ider een zienswijze op het plan kan indienen.
Vanaf 25 maart 2021 heeft het ontwerp plan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.