Om de Dobben
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0737.00BPX-VG01 |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Toelichting
Bestemmingsplan Om de Dobben, Langelaan te Burgum
1 Inleiding
1.1 Aanleiding
In Noordoost Fryslân is een aantal ontwikkelingen gaande die samenhangen met de aanleg van De Centrale As. Deze ontwikkelingen spelen voor een belangrijke deel in het Nationaal Landschap de Noardlike Fryske Wâlden. Voor de dorpen is voorzien in een kwaliteitsimpuls (‘Kansen in Kernen’) en in het buitengebied is sprake van een integrale gebiedsontwikkeling. Deze heeft ondermeer als doel het landelijk gebied ‘met een plus’ achter te laten. Daarvoor wordt geïnvesteerd in leefbaarheid, beleving, landschapsherstel en ecologie.
Ten westen van Burgum, binnen de grenzen van het Nationaal landschap, doet zich een bijzondere mogelijkheid voor om de gewenste ‘landschappelijke plus’ vorm te geven. Het groengebied tussen Burgum en het Prinses Margrietkanaal wordt heringericht (uitwerking Waterfront Burgum). Er worden fiets- en wandelpaden aangelegd en aansluitend heeft een agrariër aan de Langelaan het plan naar voren gebracht om 10 ha particulier natuurbeheer te realiseren. De Gebiedsontwikkelingscommissie De Centrale As ziet, in de combinatie van bovenstaande zaken, een unieke kans om het coulisselandschap aan de westkant van Burgum een kwalitatieve impuls te geven, en de sociaaleconomische samenhang met Burgum te versterken. Het biedt ook een toeristisch recreatieve stimulans. Vanwege de grote (inter)nationale waarde van de aanwezige pingoruïnes - de dobben- is er ook alle reden om de kwaliteit en beleving van juist dit landschap te vergroten. De blik is gericht op het gebied ten westen van Burgum, waarin ook verschillende pingoruïnes liggen in beheer en eigendom bij It Fryske Gea.
Om de verschillende maatregelen en initiatieven in samenhang uit te werken is een plan uitgewerkt voor de gewenste ontwikkeling. Het doel van ‘Om de Dobben’ is te komen tot een integraal plan voor de ontwikkeling en beleving van een kwalitatief hoogwaardig coulisselandschap. De kernwaarden van dit landschap - pingo-ruïnes, houtwallen, elzensingels - en de daarbij behorende natuur-, landschaps- en cultuurwaarden worden versterkt. Via fiets- en wandelroutes wordt dit bijzondere gebied aan de westkant van Burgum ontsloten. Een nieuwe dorpsomloop! Er liggen mogelijkheden om in samenwerking met de Friese Milieufederatie deze 'Groene Loper' te ontwikkelen.
Door het ontwikkelen van het natuur- en landschapsplan “Om de Dobben” en de bijbehorende bebouwing wordt getracht om dit bijzondere stukje kleinschalige cultuurlandschap voor de toekomst te behouden, goed te blijven beheren en voor bezoekers recreatief toegankelijk en aantrekkelijk te maken. Deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk via een herziening van het bestemmingsplan. Hieronder een aantal figuren die de tekstuele beschrijving van hierboven ondersteunen / visualiseren.
![i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402000.png [image]](i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402000.png)
Figuur 1 Overzichtskaart die de ruimtelijke samenhang van de projecten weergeeft.
![i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402001.png [image]](i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402001.png)
Figuur 2 Gebiedsplan met beoogde maatregelen van het Natuur- en Landschapsplan "Om de Dobben"
![i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402002.png [image]](i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402002.png)
Figuur 3 Situatietekening van het bebouwingsperceel (bouwplan)
Drie dragers maken het plan
Het plan Om de Dobben heeft drie belangrijke dragers die elkaar versterken:
Realisatie van een fauna-verbinding tussen de pingo-ruïnes aan weerzijden van De Centrale As, zodanig dat de nieuwe weg geen of veel minder een obstakel is voor dierbewegingen tussen beide pingoruïnes in het bijzonder voor de zeldzame Waterspitsmuis. De realisatie vindt plaats in het kader van De Centrale As.
Ontwikkeling van een attractieve (en natuureducatieve) wandel- en fietsroute vanuit Burgum door het coulisselandschap, waarbij een wandeling vanuit het dorp rond de pingo-ruïnes mogelijk wordt. Ten westen van de Langelaan is sprake van een fiets- en wandelpad. Het pad sluit in de toekomst aan op de wandelpaden door het nieuw te ontwikkelen natuurgebied en wandel- en fietspaden vanuit Burgum-West. Het pad wordt gerealiseerd in het kader van de Gebiedsontwikkeling.
Ontwikkeling van ca. 10 ha Particulier Natuurbeheer (inclusief beheerswoning en Theehuis) op gronden van dhr. T. Pietersma, waarmee een impuls wordt gegeven aan het herstel en ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit van het coulisselandschap. Onderzocht wordt of in het kader hiervan ook andere maatschappelijke functies daarin een plaats kunnen krijgen (zorg, recreatie, cultuur, kunst). Dit particulier initiatief past in de integrale gebiedsontwikkeling van De Centrale As.
De drie dragers sluiten ruimtelijk aan op de verschillende pingoruïnes die destijds in het kader van de ruilverkaveling Tytsjerksteradiel zijn beschermd, en nu in beheer zijn bij It Fryske Gea. In combinatie met de landschappelijke versterking in het kader van de Gebiedsontwikkeling De Centrale As is sprake van een sterke kwaliteitsimpuls. Voor de wandel- en fietsroute en de faunaverbinding wordt daarbij rekening gehouden met wensen vanuit de omgeving en eisen die bepaalde diersoorten stellen aan de leefomgeving en de verbindingszone. Voor het particulier natuurbeheer wordt ingezet op de ontwikkeling van een oud cultuurlandschap, omdat het landschap rond Burgum een zeer lange gebruikshistorie kent. Aldus is de ontwikkeling gericht op een cultuurlandschap met rond de pingo-ruïnes bloemrijke graslanden, schrale graslanden, heide-elementen, bloemrijke akkers en een optimale ontwikkeling van de landschapselementen (pingoruïnes, singels, houtwallen, randen). Dit recreatief aantrekkelijk landschap doet recht aan de lokale cultuurhistorie en geomorfologische betekenis.
De gewenste ontwikkelingen zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk (zie paragraaf 1.3). Daarom is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied
De in te richten percelen van het natuur- en landschapsplan en bijbehorende bebouwing zijn gelegen tussen de Centrale As en de Langelaan, ten westen van Burgum. Dit gebied ligt hemelsbreed op ca. 600 meter van Burgum-West. In onderstaande figuur is het plangebied met gedetaileerde inrichtingsmaatregelen weergegeven.
![i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402003.png [image]](i_NL.IMRO.0737.00BPX-VG01_402003.png)
Figuur 4 De begrenzing van het plangebied en inrichtingsmaatrgelen
1.3 Planologische regeling
Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied 2013, dat is vastgesteld op 27 juni 2013. De betreffende percelen hebben nu de basisbestemming "Agrarisch – Cultuurgrond". Over het gehele gebied ligt de dubbelbestemming "Waarde – Landschap (woudenlandschap)". Binnen deze bestemming wordt het behoud en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap nagestreefd. Tot slot is er nog de bestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding" en "Leiding - Water" ten behoeve van twee aanwezige leidingen in het gebied.
Het omliggende gebied is met name agrarisch in gebruik, maar ook zijn er enkele natuurgebieden (pingoruïnes). Beide met een passende bestemming. De percelen worden omzoomd door houtsingels.
De gewenste inrichting van het plangebied vraagt om een nieuwe passende bestemming om het natuur- en landschapsplan op een duuurzamen manier te bestemmen en tevens om de bebouwing in planologische zin mogelijk te maken.
1.4 Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.
2 Huidige situatie en beschrijving ontwikkelingen
2.1 Huidige situatie
Het plangebied van dit bestemmingsplan (de in te richten percelen van het natuur- en landschapsplan en bijbehorende bebouwing) is gelegen tussen de Centrale As en de Langelaan, ten westen van Burgum. Het ligt in het agrarisch gebied (met name in gebuik als grasland en maisakkers), wat deel uitmaakt van het woudenlandschap (Nationaal Landschap "Noardlike Fryske Wâlden". In onderstaand figuur 5 is een luchtfoto van 2016 opgenomen. Dit geeft een goede indruk van de huidige situatie van het plangebied. Zie daarnaast ook figuur1 en 4 en paragraaf 1.1 Aanleiding.
Ook liggen er diverse kleinere natuurgebieden in de omgeving. Dit zijn de zogenaamde pingo-ruïnes, overblijfselen uit de IJstijd. Deze landschaplelementen zijn erg kenmerkend voor het plangebied en omgeving.
Figuur 5 Luchtfoto van het plangebied (2016).
2.2 Gewenste ontwikkeling
Het natuur- en landschapplan "Om de Dobben" gaat om de realisatie van een ca. 10 hectare groot natuurgebied (Particulier Natuurbeheer). Ook wordt er bebouwing toegvoegd, voor de binding met / beheer van het natuurgebied. Dit bestaat uit een bedrijfswoning, kapschuur en theeschenkerij (hierbij gaat het om lichte horeca / daghoreca). Deze functies worden toegevoegd te dienste van het natuurbeheer. Met deze ontwikkeling wordt een impuls gegeven aan het herstel en ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit van het coulisselandschap. In combinatie met de landschappelijke versterking in het kader van de Gebiedsontwikkeling De Centrale As is sprake van een sterke kwaliteitsimpuls.
Voor het particulier natuurbeheer wordt ingezet op de ontwikkeling van een oud cultuurlandschap, omdat het landschap rond Burgum een zeer lange gebruikshistorie kent. Aldus is de ontwikkeling gericht op een cultuurlandschap met rond de pingo-ruïnes bloemrijke graslanden, schrale graslanden, heide-elementen, bloemrijke akkers en een optimale ontwikkeling van de landschapselementen (pingoruïnes, singels, houtwallen, randen). Dit recreatief aantrekkelijk landschap doet recht aan de lokale cultuurhistorie en geomorfologische betekenis. Zie ook figuur 2 en 4.
Programma bebouwingsperceel
Ten aanzien van het bebouwingsperceel worden een bedrijfswoning, kapschuur en theeschenkerij ruimtelijk ingepast op een perceel van ca. 6000m². In onderstaande figuren is het programma gevisualiseerd. Ook is het concept-bouwplan van alle drie gebouwen al aan de welstand getoets. Voor wat betreft deze welstandszaken is aangesloten bij de richtlijnen uit het Buitengebied. Dit heeft geresulteerd in enkele opmerkingen. Deze opmerkingen zijn verwerkt in figuur 6 en 7.
Fuguur 6 "Uitgewerkte" situatietekening van het bebouwingsperceel (bouwplan).
Figuur 7 Impressie van het bouwplan: bedrijfswoning, kapschuur en theeschenkerij.
Het bouwplan is zondanig opgesteld dat er op het gehele perceel een opsplitsing van een privé-domein (bedrijfswoning) en openbaar domein (publieke functies) onstaat.
2.3 Ruimtelijke kwaliteit
Vanuit het ruimtelijk beleid is in geval van nieuwbouw in het buitengebied het waarborgen en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving van belang. Het natuur- en landschapslan voldoet hier aan: het versterkt de kernwaarden van dit gebied en de nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast op het bebouwingsperceel. Vergelijkbaar met de andere bestaande bebouwing aan de Langelaan.
2.4 Uitgangspunten voor het bestemmingsplan
Het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het bieden van een juridisch planologische regeling waarbinnen de gewenste ontwikkeling van "Om de Dobben" mogelijk is. De systematiek van het bestemmingsplan is afgestemd op het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Het gemeentelijk beleid vraagt wel om het vastleggen van de locatie van de bedrijfswoning. Deze wordt met een aanduiding opgenomen op de verbeelding. Dit geldt ook voor de theeschenkerij. Hierbij wordt een aanduiding opgenomen waarbij lichte horeca / daghoreca mogelijk is, de zogenaamde horeca categorie 1.
Er wordt uitgegaan van een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,0 en 9,0 meter voor de bedrijfswoning. Voor de kapschuur en theeschenkerij geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,0 en 7,0 meter Hiermee wordt een landelijke uitstraling bereikt.
3 Beoordeling
3.1 Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.
3.2 Provinciaal beleid
Streekplan Fryslân 2007
Het Streekplan Fryslân 2007 is op 13 december 2006 door Provinciale Staten vastgesteld. De provincie streeft naar het verbeteren van de leefbaarheid en de vitaliteit van het platteland. Daarbij geldt het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in het gebruik en de inrichting van de ruimte als uitgangspunt.
Het beleid van de provincie is gericht op de bundeling van stedelijke functies in stedelijke gebieden. Nieuwe stedelijke functies in het landelijk gebied worden in principe tegengegaan. Wel is er ruimte voor het hergebruik van voormalige agrarische bebouwing. Uitgangspunt is wel dat de nieuwe functie plaatsvindt in de bestaande bebouwing en op het bestaande erf en dat de woonfunctie plaatsvindt in het karakteristieke hoofdgebouw.
Van deze beleidslijn kan worden afgeweken wanneer er sprake is van een kwaliteitsarrangement. De Provincie heeft de ambitie om de vitatilleit van het plateland verder te versterken door deze kwaliteitsarangementen. Een kwaliteitarangement is een concreet project in het landelijkgebied waarin nieuwe passende vormen van wonen, werken, recreëren, verzorging, cultuur, educatie en/of wijziging van bestaande functies gelijktijdig worden gecombineed met een verbetering van de kwaliteit van de ruimelijke kwaliteit in het landelijk gebied. Het natuur- en landschapplan voldoet aan deze zaken, omdat het een kleinschalig cultuurlandschap terugbrengt, met een koppeling van economische en recreatieve impulsen.
In de Verordening Romte Fryslân zijn de beleidsuitgangspunten van de provincie vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen.
Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte
In het Streekplan worden de kernkwaliteiten van het cultuurhistorische erfgoed en het landschap beschreven. Onder kernkwaliteiten wordt verstaan: die ruimtelijke eigenschappen die zo typisch zijn voor het Friese landschap, dat zij tezamen de ruimtelijke identiteit van Fryslân vormen. Het Streekplan bevat een beschrijving van welke kernkwaliteiten er zijn en kondigt een nadere uitwerking en waardering aan van deze kernkwaliteiten. De thematische structuurvisie Grutsk op ‘e Romte, zoals vastgesteld op 26 maart 2014, vormt deze uitwerking en geeft de provinciale belangen en ontwikkelingsrichting ten aanzien van de kernkwaliteiten.
Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied "De Noordelijke Wouden". Op de inpassing van de ontwikkeling in het landschap is hiervoor al ingegaan. Het natuur- en landschapplan versterkt de kernkwaliteiten (een kleinschalig cultuurlandschap) uit Grutsk op’e romte, zoals deze beschreven zijn bij het betreffende deelgebied.
Verordening Romte Fryslân 2014
In de verordening Verordening Romte Fryslân 2014 zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen.
In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Lid 1.1.1 van de verordening stelt dat een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied geen bouw- en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke functies mag bieden. In afwijking hiervan kunnen (zoals eerder aangegeven) nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied worden toegestaan indien sprake is van een kwaliteitsarrangement. Hiervoor is een algemene ontheffing in de verordening opgenomen. Deze ontheffing kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de ontwikkeling gelet op aard, schaal en uitstraling past binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, en in een evenredige verhouding nieuwe kwaliteiten van natuur, water, landschap of recreatieve dan wel agrarische mogelijkheden toevoegt, of bijdraagt aan een goede ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied of bestaand stedelijk gebied,
de ontwikkeling bijdraagt aan de sociale of economische vitaliteit van het platteland,
de ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige milieubelasting en niet onevenedig vel verkeer aantekt in relatie tot het onderliggende wegennet, en
de ontwikkeling niet leidt tot een beperking van agrarische bedrijven in de omgeving.
Het natuur- en landschapplan "Om de Dobben" gaat om de realisatie van een ca. 10 hectare groot natuurgebied (Particulier Natuurbeheer). Ook wordt er bebouwing toegvoegd, voor de binding met / beheer van het natuurgebied. Dit bestaat uit een bedrijfswoning, kapschuur en theeschenkerij (lichte horeca) Deze functies worden toegevoegd te dienste van het natuurbeheer. Met deze ontwikkeling wordt een impuls gegeven aan het herstel en ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit van het coulisselandschap. In combinatie met de landschappelijke versterking in het kader van de Gebiedsontwikkeling De Centrale As is sprake van een sterke kwaliteitsimpuls.
Voor het particulier natuurbeheer wordt ingezet op de ontwikkeling van een oud cultuurlandschap, omdat het landschap rond Burgum een zeer lange gebruikshistorie kent. Aldus is de ontwikkeling gericht op een cultuurlandschap met rond de pingo-ruïnes bloemrijke graslanden, schrale graslanden, heide-elementen, bloemrijke akkers en een optimale ontwikkeling van de landschapselementen (pingoruïnes, singels, houtwallen, randen). Dit recreatief aantrekkelijk landschap doet recht aan de lokale cultuurhistorie en geomorfologische betekenis.
Het doel van ‘Om de Dobben’ is te komen tot een integraal plan voor de ontwikkeling en beleving van een kwalitatief hoogwaardig coulisselandschap. De kernwaarden van dit landschap - pingo-ruïnes, houtwallen, elzensingels - en de daarbij behorende natuur-, landschaps- en cultuurwaarden worden versterkt. Hiernaast wordt ingezet op beleving en natuureducatie. Via fiets- en wandelroutes wordt dit bijzondere gebied aan de westkant van Burgum ontsloten.
De lichte horecafunctie zal bijdragen aan de sociale en economischee vitaliteit van het plateland en zal de beleving van dit landschap optimaliseren. Er wordt vooral gemikt op fietsers en wandelaars. De verkeersaantrekkende werking van gemotoriseerd verkeer zal dus minimaal zijn en meer incidenteel, zoals de ontvangst van scholen of groepen per auto of bus.
Het dichtsbijzijnde agarisch bedrijf ligt op meer dan 250 meter afstand. Gezien deze afstand zal de ontwikkeling geen invloed hebben en/of geen belemmering zijn voor het uitoefenenen van het agrarisch bedrijf.
Ten aanzien van de formele ontheffing die benodigd is om het totaalplan mogelijk te maken kunnen we het volgende opmerken. Om geen nieuwe bebouwing in het buitengebied te realiseren wordt een slooppand ingewisseld voor de nieuwbouw van de (bedrijfs)woning. De locatie van het slooppand betreft Zomerweg 38 te Burgum. Hierdoor betreft het vervangende nieuwbouw en per saldo neemt daarmee het aantal woningen in het buitengebied niet toe. Door het inzetten van één van deze gesloopte panden in het kader van "De Centrale As", hoeft er geen ontheffing van de Verordening Romte te worden aangevraagd.
kortom, de ontwikkeling voldoet aan de hierboven beschreven voorwaarden. Hiermee wordt voldaan aan de regels uit de Verordening Romte Fryslân 2014. In een eerder stadium is overleg gevoerd met de provincie over de onderhavige ontwikkeling en is ambtelijke overeenstemming bereikt.
3.3 Gemeentelijk beleid
Structuurvisie
De structuurvisie Finster op romte (2010) geeft de toekomstvisie weer van Tytsjerksteradiel tot het jaar 2020. In de structuurvisie worden diverse thema's behandeld: wonen, werkne, recreatie en toerisme, duurzaamheid, landschap en omgeving. De structuurvisie is leidend voor de toekmstige ruimtelijke ontwikkelingen. Burgum behoort tot de grotere kernen.
Belangrijke onderdelen bij de stimulering van de werkgelegenheid zijn: de regionale functie van Burgum, een goede infrastructuur en de kwaliteit en afwisseling van de groene omgeving. Het landschap is aantrekkelijk voor toeristen. Er is afwisseling in landschapstypstypen. In dit gebied is plaats voor kleinschalig toersime. Het padennetwerk voor fietsers en wandelaars is daar erg belangrijk voor. Uitbreiding van dit netwerk is gewenst. Recreatie moet passen in het landschap, daarom is massatoerisme geen optie (kernwaarde: ruimte, landschap en natuur). Voor ontwikkelingen is dus het uitgangspunt dat deze moeten passen in aard en schaal van het dorp en het landschap. De ontwikkeling past binnen deze kaders.
Horecabeleid
Op basis van de "Beleidslijn Horeca Gemeente Tytsjerksteradiel" (september 2014) is de mogelijkheid gecreerd om een lichte horeca-1 functie (de zogenaamde daghoreca) buiten de kernen mogelijk te maken. De ontwikkeling past binnen deze kaders.
4 Omgevingsaspecten
4.1 Geluid
Ten aanzien van geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Voor dit plan is alleen geluidshinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. In de wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidshinder moet worden besteed. De Wgh onderscheidt geluidsgevoelige objecten enerzijds en niet-geluidsgevoelige objecten anderzijds.
Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere waarde is te verlenen tot 53 dB in het buitengebied. Om dit vast te stellen is een onderzoek naar de geluidsbelasting uitgevoerd. Zie bijlage 1.
Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidszone van De Centrale As. Op grond van de Wgh moet in dergelijke situaties onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting op de woning vanwege deze weg. Het gebied ligt niet binnen de zone van de Zomerweg. Wel ligt het gebied pal aan de Langelaan, maar gezien het feit dat dit slechts een ter plaatse ongeasfalteerde erfontsluitingsweg is, heeft deze geen relevante geluidsuitstraling en hoeft niet nader te worden beschouwd. De beoogde woning ligt niet binnen de wetelijke zone van een industrieterrein of spoorweg.
Op basis van de rekenresultaten en toetsing kan met btrekinng tot het bestemmingplan het volgende geconcludeerd worden: de geluidsbelasting is lager dan de voorkeursgrenswaarde en derhalve per defintie aanvaardbaar. De bedrijfswoning kan worden gerealiseerd zonder dat hiervoor vanuit de Wgh nadere verplichtingen gelden. Het Bouwbesluit waarborgt dat aan een maximaal toelaatbaar binnenniveau van 33 dB wordt voldaan. Hiermee wordt voldaan aan de Wgh.
4.2 Luchtkwaliteit
Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging.
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van <18 μg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van <10 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden.
Op grond van de algemene maatregel van bestuur “NIBM” vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten als deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Een project komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een verslechtering van de luchtkwaliteit is veelal een gevolg van een toename van het aantal auto’s in een gebied. Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag wordt de NIBM-drempel overschreden. Als gevolg van de ontwikkeling is er sprake van een zeer beperkte verkeersgeneratie. Een dergelijke ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.3 Bodemonderzoek
In opdracht van het Projectbureau De Centrale As is een verkennend bodemonderzoek (zie bijlage 2) uitgevoerd ter plaatse van het plangbied "Om de Dobben" . Dit vanwege deze bestemmingsplanherziening. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van deze procedure.
Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico’s zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de gewenste functies.
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op zintuiglijke wijze geen afwijkingen waargenomen, die op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging zouden kunnen duiden. Er is geen asbestverdacht materiaal in de opgeboorde grond waargenomen. Zowel ter plaatse van de slootdempingen (uit het verleden), als in het plangebied "toekomstige bedrijfswoning", zijn geen verontreinigingen in de boven- en/of ondergrond aangetroffen. Het grondwater bevat overwegend licht verhoogde concentraties met enkele metalen. Plaatselijk is een matig verhoogde concentratie aan barium in het grondwater aangetroffen. Naar verwachting hebben de verhoogde concentraties in het grondwater een natuurlijke oorsprong.
Op basis van van de resultaten van het onderhavige onderzoek, worden vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de beoogde planontwikkeling / dit bestemmingsplan.
4.4 Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten.
De dichtstbijzijnde woning (tevens agraisch bedrijf) ligt aan de overzijde van de Langelaan, op minstens 250 meter vanaf het plangebied. Overige woningen liggen nog verder van het plangbied af. Als gevolg van de ontwikkeling ontstaat gezien de ruime afstand geen onaanvaardbare hinder voor deze nabij gelegen gevoelige (woon- en agrarische) functies. Geconcludeerd wordt dat er in de nieuwe situatie sprake is van een verantwoorde milieuzonering.
4.5 Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen risicobronnen, zoals risicovolle inrichtingen, buisleidingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen, aanwezig zijn. Vanuit de externe veiligheid bestaan geen belemmeringen. Andersom, op het betreffende perceel worden geen risicobronnen in het kader van externe veiligheid opgericht. Dus heeft het ook geen invloed op externe veiligheid naar buiten toe.
4.6 Water
Vanwege het belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets (zie bijlage 3) een verplicht onderdeel in de bestemmingsplanprocedure geworden.
Wetterskip Fryslân is op de hoogte gesteld van de ontwikkeling via de digitale watertoets. Op dit plan is de "normale" watertoetsprocedure van toepassing. Redenen hiervoor zijn het graven van nieuwe watergangen en de toename van verhard oppervlak. Voor deze maatregelen is een wateradvies opgesteld. Hierna zijn de voor het plan relevante uitgangspunten aan de hand van een aantal thema's beschreven.
Leidraad Watertoets
In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen vanuit het aspect water. De Leidraad Watertoets is te raadplegen op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/watertoets.
Wateraspecten
In de normale procedure stelt Wetterskip Fryslân een wateradvies op, waarbij we ingaan op de aspecten die vanuit het oogpunt van water van belang zijn bij ruimtelijke plannen. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema’s Veilig, Voldoende en Schoon.
Beschrijving van het watersysteem
Het plangebied ligt in twee verschillende peilvakken. Het noordelijk deel van het plangebied ligt in een peilvak met een vast van -0,65 m NAP. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in polder met een vast peil van -0,50 m NAP. In het vervolg van het wateradvies gaan wij verder in op de gevolgen voor het plan van de beide peilen.
Voldoende
Hoofdwatergang
Aan de oostkant van het plangebied ligt een hoofdwatergang langs de nieuwe weg van de Centrale As. Hoofdwatergangen hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoer functie. Voor het onderhoud van deze watergangen is aan beide zijden een beschermingszone van 5 meter vanaf de oever noodzakelijk. In dit gebied mag geen bebouwing worden gerealiseerd.
Schouwwatergang – Secundaire watergang
In/langs het plangebied liggen schouwwatergangen. De schouwwatergang is belangrijk voor de aan-, af- en doorvoer van water. De eigenaren van de aanliggende percelen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud aan de schouwwatergang. Bij het uitwerken van de plannen is het nodig er rekening mee te houden dat de schouwwatergang bereikbaar blijft voor onderhoud.
Waterpeilen en drooglegging
De drooglegging is de afstand tussen waterpeil in de sloot en het maaiveld. Voor woningen wordt voor het maaiveld de bovenkant van de vloer genomen. Bij het realiseren van bebouwing en het aanleggen van de verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Het waterschap adviseerd voor bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 m en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 m gerekend vanaf de te realiseren bovenkant vloer. Ook voor verharding wordt een drooglegging van 0,70 m geadviseerd. De bouwlocatie ligt in een peilgebied met een vast peil van -0,65 m NAP. De geschatte gemiddelde maaiveldhoogte ligt tussen de +0,10 m NAP en de +0,20 m NAP. Het advies is om bij het bepalen van de aanleghoogte rekening te houden met de droogleggingsnorm.
Realisatie kelder
Onder het theehuis/de dienstwoning wordt een kelder gerealiseerd. Het advies is om deze ondergrondse constructies (zoals een kelder) altijd waterdicht aan te leggen om (toekomstige) wateroverlast te voorkomen. Ook als een kelder in de bestaande situatie boven de heersende grondwaterstand wordt aangelegd is het advies om deze waterdicht te realiseren. Zo ontstaat bij toekomstige stijgingen in de grondwaterstand geen wateroverlast. De initiatiefnemer is hier zelf verantwoordelijk voor.
In veel gevallen is het voor de realisatie van een kelder nodig om het grondwater te verlagen. Voor het onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig. Ook het lozen van onttrokken grondwater is meldingsplichtig. Om te weten of u met een melding kunt volstaan of een vergunning nodig hebt, kunt u contact opnemen met de Cluster Vergunningverlening van Wetterskip Fryslân. Meer informatie over de Watervergunning staat onder "Waterwet" in het Wateradvies.
Grondwateronttrekking
Bij de aanleg van gebouwen of infrastructuur is het vaak nodig om het grondwater te verlagen om het werk droog uit te kunnen voeren. Voor het onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig. Ook het lozen van onttrokken grondwater is meldingsplichtig. Om te weten of er met een melding kan worden volstaan of een vergunning nodig is, dient de initiatiefnemer contact op te nemen met Wetterskip Fryslân. Meer informatie over de watervergunning en de meldingsplicht staat onder "Waterwet" in het Wateradvies.
Compensatie (Dempingen en toename verhard oppervlak)
Toename verhard oppervlak (Verhard oppervlak: Alle oppervlakten zoals daken, trottoirs en wegen worden gerekend onder de noemer verhard oppervlak). Als gevolg van de realisatie van het bouwplan neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met 1.400 m². Wanneer een terrein onverhard is, kan hemelwater infiltreren in de ondergrond. Door verharding van (een deel van) het gebied stroomt het hemelwater versneld af. Hierdoor wordt het oppervlaktewater extra belast. Om overlast te voorkomen is het nodig dat de initiatiefnemer de toename aan verhard oppervlak compenseert in hetzelfde peilgebied. Voor toename aan verharding in het buitengebied geldt echter een ondergrens van 1.500 m2. Het realiseren van compenserende waterberging is niet nodig. Uiteraard is men vrij om dit wel te doen. In het plan worden poelen gegraven, watergangen gegraven en verbreed. Deze kunnen tevens bijdragen aan de berging van hemelwater.
Schoon
Afvalwater en regenwatersysteem
Om het aantal overstortingen van rioolwater en de belasting van rioolwaterzuiveringen te beperken, is het uitgangspunt om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In geval van het bouwplan en overige verhaqrdingen kan (schoon) hemelwater afkomstig van verhard oppervlak worden afgevoerd op het oppervlaktewater.
Waterkwaliteit
Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat voorkomen wordt om milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook wordt geadviseerd om het bouwplan uit te voeren met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal.
Grondwaterbeschermingsgebieden
In het wateradvies wordt aangegeven dat het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied ligt. Dit is echter niet het geval. Dit gebied ligt tussen Burgum en Noardburgum. Het Projectbureau DCA heeft dit gecontroleerd op basis van een kaartje uit de Provinciale milieuverordening.
Waterwet
Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een watervergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet.
Procedure
Het uitgangspunt is dat de adviezen van het waterschap in de uitvoering van het bestemmingsplan worden opgevolgd. Het wateradvies is gecommuniceerd met de initiatiefnemer. Het wateradvies van het waterschap wordt in deze paragraaf verwerkt. Wanneer de vermelde adviezen worden opgevolgdzijn er met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplanplan geen waterhuishoudkundige bezwaren.
4.7 Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie
Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden.
Om na te gaan of zich in de bodem archelogische waarden bevinden is er een Archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Zie voor het onderzoeksrapport in bijlage 4.
De conclusie en het advies uit het rapport is als volgt. De bodemopbouw in het plangebied is grotendeels verstoord, op een paar plekken na. Het archeologische verwachtingsmodel kan naar beneden worden bijgesteld. Op een paar plekken wordt geadviseerd om vervolgonderzoek te doen, indien er bodemingepen gaan plaatsvinden die dieper reiken dan 0,4 m-mv. Echter, op basis van de plankaart lijkt het er op dat in de voor vervolgonderzoek aanbevolen deelgebieden geen bodemverstorende werkzaamheden plaats vinden en dat vervolgonderzoek hier derhalve niet aan de orde zal zijn.
Tot slot kan worden opgemerkt dat indien er bij het uitvoeren van de werkzaamheden (bodemingrepen) in het plangebied toch archeologische resten worden aangetroffen, er een meldingsplicht geldt.
Overige cultuurhistorische waarden
De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening.
Het gebied waarin het plangebied ligt is in het geldende bestemmingsplan voorzien van een regeling waarin de kenmerken van het landschap worden beschermd. Het besloten karakter van het gebied en de kenmerkende verkavelingsstructuur worden als waardevol beschouwd.
De genoemde waarden blijven behouden in het nieuwe plan. Sterker nog, ze worden versterkt door het aanleggen van watergangen, met aan beide slootkanten houtsingels en ook door de aanleg van dykswâlen elders (holle weg). kortom het kleinschalige cultuurlandschap wordt hersteld door het reliseren van deze watergangen, houtsingels en dykswâlen, maar ook door het realiseren van poelen, bloemrijke graslanden, een kruiden- en bloemrijke graanakker en mantel- en zoomvergetatie (bramen en struweel). Op deze manier worden de cultuurhistorische waarden gerespecteerd, maar dus ook versterkt.
De beschermende regeling van het woudenlandschap is in dit bestemmingsplan in de natuurbestemming ondergebracht, waarmee een blijvende bescherming van de waarden van het landschap is gewaarborgd.
4.8 Ecologie
Bij elk ruimtelijk project dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de Wet Natuurbescherming. Daarom is een ecologische beoordeling / quick scan uitgvoerd om te beoordelen hoe de plannen zich verhouden tot deze ecologische wet- en regelgeving. Zie bijlage 5 (op het moment van onderzoek waren de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet nog van toepassing. Sinds 1 januari 2017 zijn deze wetten opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de natuurdoelstellingen van beschermde natuurgebieden en de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komen. Er wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt niet binnen een gebied dat beschermd is volgens de Wet Natuurbescherming. Het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied is de "Groote Wielen" dat op circa 4 km van het plangebied ligt, daarnaast liggen de "Alde Feanen" op ongeveer 6 km. Overige Natura 2000 gebieden liggen op een afstand van 10 km of meer van het plangbied en zijn daarom niet van belang. Uit het onderzoek komt naar voren dat er geen kans bestaat op (siginificant) negatieve efecten ten aanzien van de aangewezen natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden. Daardoor veroorzaken de beoogde ingrepen geen conflict met de Natuurbeschermingswet en zijn in dezen ok geen vervolgstappen nodig.
Het plangebied maakt ook geen deel uit van de (Provinciale) Ecologische Hoofdstructuur. Wel vallen de omligende natuurgebieden onder de categorie Beheergebied en Natuur buiten de EHS. De herinrichtig in het plangebied is er echter op gericht om de natuurwaarden in de omgeving te verhogen en zal leiden tot een vergroting van het areaal van deze functie. Het uitvoeren van de werkzaamheden leidt tot een zeer beperkte en tijdelijke aantasting van het gebied, waarbij naar verwachting geen of nauwelijks effecten zullen optreden.
Tot slot is het plangebied ook niet aangewezen volgens de provinciale regelgeving ten aanzien van overwinterende ganzen en eenden ("Ganzenfourageergebied") en broedende weidevolgels ("Gebieden van openheid en rust"). Deze beschermingsregiemes zijn daarom niet relevant voor onderhavig plan.
Soortenbescherming
De bescherming van soorten is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Hierin zijn bepalingen opgenomen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze wet is een aantal planten- en diersoorten aangewezen die licht, middelzwaar of zwaar beschermd zijn. Voor licht beschermde soorten geldt een vrijstelling bij ruimtelijke projecten. Indien zwaarder beschermde soorten voorkomen dient een ontheffing te worden aangevraagd en/of worden aanvullende voorwaarden gesteld. Volgens het bronnenonderzoek en naar aanleiding van het veldbezoek is geconcludeerd dat de aanwezigheid van soorten die beschermd zijn niet op voorhand kan worden uitgesloten.
Daarom is er per soortgroep gekeken of er (zwaar) beschermde soorten in het plangebied voorkomen en / of de uitvoering van de plannnen conflicten veroorzaken met de Wet Natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten. Er is onderzoek gedaan naar het voorkomen van beschermde planten, ongewervelden, vissen, amfibiën, vogels en vleermuizen en overige zoogdieren. Bij alle soortgroepen is geconcludeerd dat de uitvoering van de plannen geen conflicten veroorzaken ten aanzien van de Wet Natuurbescherming, mits er ten aanzien van vogels met een aantal zaken rekening wordt gehouden: alle broedvogels zijn tijdens de broedtijd beschermd en sommige nestplaatsen zijn jaarrond beschermd. Conflicten met de Wet Natuurbescherming zijn te voorkomen door te werken buiten het broedseizoen (globaal de periode 15 maart – 15 juli) en beschermde nestplaatsen te behouden. Hier kan aan worden voldaan. Met de uitvoering van de plannen worden de voorgenoemde beperkingen in acht genomen. Op deze manier is het bestemmingsplan uitvoerbaar binnen de kaders van de Wet Natuurbescherming. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Deze schrijft voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen.
Gevolgen bestemmingsplan / conclusie
gebiedsbescherming
De beoogde herinrichting van het plangebied veroorzaakt geen conflict met de ecologische regelgeving ten aanzien van de Wet Natuurbescherming, Ecologische Hoofdstructuur en overige vormen van gebiedsbescherming
Soortbescherming
voor de aanwezige soorten geldt dat de herinrichting van het plangebied geen conflict met de Wet Natuurbescherming veroorzaakt, mits geen verstoring plaatsvindt van broedende vogels en hun in gebruik zijnde nesten (daarom worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd).
4.9 Kabels, leidingen en zoneringen
Zoals eerder aangegeven zijn er in het plangebied twee bestaande leidingen aanwezig die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling of voorzien moeten worden van een planologische regeling. Het gaat hier om een hoogspanningsverbinding en waterleiding. Het Projectbureau De Centrale As heeft de plannen afgestemd met de leidingbeheerders en om adviezen gevraagd. De maatregelen van het natuur- en landschapsplan zijn hier op afgestemd. Ook zullen er nutsvoorzieningen moeten worden aangelegd ten behoeve van de nieuwe bebouwing (o.a. bedrijfswoning) aan de Langelaan.
5 Juridische planopzet
5.1 Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2 Toelichting op de bestemmingen
Natuur
De percelen die deel uit maken van het natuur- en landschapslan (inclusief bebouwing) krijgen de bestemming "Natuur". Dit betekent dat de percelen bestemd zijn voor natuurterreinen met daarbij het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurwaarden. Binnen deze bestemming is een bedrijfswoning mogelijk, met daarbij behorende gebouwen en overkappingen. Ook zijn o.a. recreatief en educatief medegebruik en waterhuishoudkundige voorzieningen mogelijk. De bedrijfswoning en horecafunctie zijn met een aanduiding aangegegven (in een bouwvlak).
Tevens is binnen de bestemming Natuur een beschermende regeling, gericht op het behouden van van het besloten karakter (coulissenlandschap met houtsingels en/of dykswâlen met bijbehorende kenmerkende opstrekkende verkavelingsstructuur) opgenomen. Dit is op het gehele plangebied van toepassing.
De bescherming vindt plaats door middel van een vergunningstelsel voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, zoals het geheel of gedeeltelijk verwijderen van dykswâlen en houtsingelsen/of het geheel of gedeeltelijk dempen, verbreden, verdiepen of aanleggen van watergangen (verkavelingsstructuur).
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Binnen deze bestemming is een beschermende regeling ten behoeve van het doelmatig en veilig functioneren van deze leiding opgenomen. De bescherming vindt plaats door middel van het opnemen van bouwregels en gebruiksregels, die o.a. bouwerken en hoog opgaande beplanting verbieden binnen deze bestemming.
Leiding - Water
Binnen deze bestemming is een beschermende regeling ten behoeve van het doelmatig en veilig functioneren van deze leiding opgenomen. De bescherming vindt plaats door middel van een vergunningstelsel voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, zoals het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderzijds ingrijpen wijzigen van de bodemstructuur, graafwerkzaamheden, aanleggen van oppervlakteverhardingen en overige grondwerkzaamheden.
6 Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1 Economisch
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid
De ontwikkeling heeft betrekking op een particulier initiatief. Het geeft ook een "invulling" aan de beloofde "gebiedsplus" rondom de aanleg van de Centrale As. initiatiefnemer en Provincie Fryslân hebben afspraken gemaakt over de financiële zaken en wie voor welke onderdelen in de uitvoering aan de lat staat. De uitvoeringskosten voor het bebouwingsperceel worden gedragen door de initiatiefnemer, die hiervoor de financiële middelen heeft. De Provincie Fryslân / Projecbureau De Centrale As is (financieel) verantwoordelijk voor de inrichting van de percelen van het het natuur- en landschapsplan.
Grondexploitatie
Het doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiele haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van een overeenkomst. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden.
In dit bestemmingsplan worden bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn, of de aard of omvang van de kosten gering is (bagatelregeling). Dit laatste is hier het geval, aangezien er een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer is afgesloten en daarmee het risico afgewenteld kan worden op de initiatiefnemer. De gemeenteraad besluit bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen grondexploitatieplan vast te stellen.
6.2 Maatschappelijk
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro opgenomen bestemmingsplanprocedure. Echter is er voor gekozen om geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen (is ook niet verplicht). Dit omdat de initiatiefnemer zelf al een inloopbijenkomst voor de "omgeving", zoals vogelwachten en dorpsbelangen heeft georganiseerd en de "traditionele" partijen zoals gemeente, provincie, It Fryske Gea en Weterskip Fryslân aan de voorkant al ruim zijn betrokken bij de planvorming en daarbij al de randvoorwaarden hebben geformuleerd. De resultaten hiervan zijn al in dit bestemmingsplan verwerkt.
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage aangeboden voor zienswijzen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen door een ieder. Eventueel ingekomen zienswijzen worden al dan niet verwerkt in het bestemmingsplan. Na de ter inzage legging besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het plan. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7 Inspraak en overleg
Het totaalplan is veelvuldig met instanties, partijen en omgeving afgestemd. Met de initiatiefnemer is dan ook afgesproken om dit plan direct als Ontwerp-plan ter inzage te leggen. Dit is vooraf afgestemd met de Provincie Fryslân. Zij hebben hier mee ingestemd.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 13 juli 2017 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Er is in deze periode één zienswijze door TenneT ingediend over de juridische borging van de hoogspanningsverbinding. Nadien is door informatieverstrekking van de gemeente aan TenneT aangegeven dat de juridische borging gelijk is gebleven aan de andere hoogspanningsverbindingen in het buitengebied. Daarom is de zienswijze weer ingetrokken. Ook is er in de toelichting nog een opmerking van de van de Provincie Fryslân verwerkt. Deze heeft echter geen juridisch gevolg voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. Daarom kunnen we juridisch / formeel concluderen dat er in de ter inzage periode geen zienswijzen zijn ingediend en kan het bestemmingsplan daarom ongewijzigd worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft dit bekrachtigd in haar vergadering van donderdag 19 oktober 2017, door het plan vast te stellen.