Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Donkereind achter 5a en 7, Vinkeveen
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0736.BPW051Donkerein5a7-va01

Regels

 
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
1.1 plan
het wijzigingsplan Donkereind achter 5a en 7, Vinkeveen met identificatienummer NL.IMRO.0736.BPW051Donkerein5a7-va01 van de Gemeente De Ronde Venen.
 
1.2 wijzigingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
 
1.3 geldend bestemmingsplan
het bestemmingsplan ‘1e herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003' zoals vastgesteld door de raad van de gemeente De Ronde Venen op 15 juni 2009.
1.4 overige begrippen
voor de overige begrippen is artikel 1 van de planregels van het bestemmingsplan ‘1e herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003' (zie bijlagen bij de regels) zoals vastgesteld door de raad van de gemeente De Ronde Venen op 15 juni 2009, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
 
1.5 verwijzing
de planregels die deel uitmaken van het geldende bestemmingsplan zijn op deze wijziging, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de overgangs- en slotregels.
 
Artikel 2 Wijze van meten
Voor de wijze van meten wordt verwezen naar artikel 2 van de planregels van het bestemmingsplan ‘1e herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003' (zie bijlagen bij de regels) zoals vastgesteld door de raad van de gemeente De Ronde Venen op 15 juni 2009.
  
2 Bestemmingsregels
  
Artikel 3 Wonen
  1. Voor de gebieden als zodanig bestemd geldt dat na gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid, als bedoeld in artikel 32A van het geldende bestemmingsplan, de planregels van het geldende bestemmingsplan (zie bijlagen bij de regels), voor zover relevant en met uitzondering van de slotbepaling, van overeenkomstige toepassing zijn. De regels van artikel 10 'Woondoeleinden' van het geldende bestemmingsplan zijn overeenkomstig van toepassing op de gronden die op de verbeelding voor 'Wonen' zijn aangewezen.
  2. In afwijking van het bepaalde onder a gelden de volgende regels voor aangebouwde bijgebouwen:
    1. aangebouwde bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het op de verbeelding aangewezen bouwvlak.
 
 
Artikel 4 Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden.
 
De (verwachtings)waarden zijn van uiteenlopende aard en om die reden onderverdeeld in:  
  • Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 2b;
  • Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 6.
  
4.2 Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 
  1. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  2. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien:
    1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
    2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige;
    3. aanvragers naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende kunnen aantonen dat er al werkzaamheden tot de betreffende diepte van het bouwplan hebben plaatsgevonden. In dat geval is er geen archeologisch onderzoek meer nodig;
  3. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende situaties:
    1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
    2. een bouwplan waarbij geen heiwerkzaamheden plaatsvinden en waarbij de graafwerkzaamheden ten minste één van de onderstaande diepte-, oppervlakte- en lengtematen van de betreffende zone niet overschrijden:
zonedieptemaatoppervlaktemaatlengtemaat
Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem:
categorie 2b30 cm100 m²n.v.t.
categorie 630 cm10.000 m²n.v.t.
 
 
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
 
4.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: 
  1. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  2. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  3. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  4. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  5. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
 
4.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 4.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: 
  1. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 4.2 in acht is genomen;
  2. ten minste één van de onderstaande diepte-, oppervlakte- en lengtematen van de betreffende zone niet overschrijden:
zonedieptemaatoppervlaktemaatlengtemaat
Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem: 
categorie 2b30 cm100 m²n.v.t.
categorie 630 cm10.000 m²n.v.t.
  1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  2. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd;
  3. onderhoudsbaggerwerkzaamheden betreffen die aantoonbaar niet dieper reiken dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes.
 
4.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 4.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: 
  1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
  2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige;
  3. de aanvrager naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate aan kan tonen dat in het verleden reeds werken of werkzaamheden hebben plaatsgevonden tot een bepaalde diepte waardoor de archeologische verwachtingswaarde niet langer reëel is om nieuw archeologisch onderzoek uit te voeren.
 
3 Algemene regels
 
Voor de algemene regels is hoofdstuk 3 'overige bepalingen' van de planregels van het bestemmingsplan ‘1e herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003' (zie bijlagen bij de regels) zoals vastgesteld door de raad van de gemeente De Ronde Venen op 15 juni 2009, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
 
4 Overgangs- en slotregels
 
Artikel 5 Overgangsrecht
 
5.1 Overgangsrecht bouwwerken
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %;
  3. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
5.2 Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
  1. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  2. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  3. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  4. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 6 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Donkereind achter 5a en 7, Vinkeveen'