| Type plan: | uitwerkingsplan |
|---|---|
| Naam van het plan: | Valkhof, Oost-Souburg |
| Status: | vastgesteld |
| Plan identificatie: | NL.IMRO.0718.UPOS02-VG01 |
In deze regels wordt verstaan onder: |
Plan: |
het uitwerkingsplan "Valkhof, Oost-Souburg" met identificatienummer NL.IMRO.0718.UPOS02-VG01 van de gemeente Vlissingen. |
Bestemmingsplan: |
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. |
Aanduiding: |
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar – ingevolge de regels – regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. |
Aanduidingsgrens: |
de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft. |
Aaneengebouwde woning: |
een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan tenminste één zijde aan het op de aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd. |
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit: |
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, het aanbieden van bed and breakfast daaronder begrepen, niet zijnde prostitutie, die niet of in geringe mate publieksaantrekkend is en die door een eigenaar/ bewoner, of huurder/bewoner met schriftelijke toestemming van de eigenaar, op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft, die passend is bij de woonfunctie. |
Afhankelijke woonruimte: |
een bijgebouw, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. |
Bebouwing: |
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. |
Bed & breakfast: |
het aanbieden van toeristisch en kortdurend recreatief verblijf al dan niet met het serveren van ontbijt in een ruimte in een woning waar de eigenaar zelf of de hoofdbewoner zijn hoofdverblijf heeft. |
Bestemmingsgrens: |
de grens van een bestemmingsvlak. |
Bestemmingsvlak: |
een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming. |
Bevoegd gezag: |
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. |
Bijbehorend bouwwerk: |
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. |
Bouwen: |
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. |
Bouwgrens: |
de grens van een bouwvlak. |
Bouwlaag: |
een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke hoogte, of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder, onderbouw/souterrain, kap of dakopbouw. |
Bouwperceel: |
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. |
Bouwperceelgrens: |
een grens van een bouwperceel. |
Bouwvlak: |
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. |
Bouwwerk: |
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. |
Carport: |
een op de grond staande overkapping van één bouwlaag bij een bestaande woning of woongebouw, die bedoeld is als een overdekte stallingsruimte voor motorvoertuigen, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door de woning, het woongebouw of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken en/of de ondersteuningen van de overkapping; een carport wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. |
Dakopbouw: |
een gedeelte van gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag en een afstand van minimaal 1 meter tot de voorgevel. |
Erf: |
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. |
Gebouw: |
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. |
Hoofdgebouw: |
gebouw, of gedeelte daarvan, dat door zijn constructie, afmetingen of functie, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. |
Huishouden: |
één persoon of meer personen, eventueel met hun kind(eren), die een gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en van continuïteit in de samenstelling. |
Kap: |
de volledige, of nagenoeg volledige, afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling van ten minste 15 en ten hoogste 75 graden. |
Kelder: |
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de bovenkant op minder dan 0,50 meter boven de aan de kelder aansluitende grond is gelegen. |
Mantelzorg: |
het bieden van zorg aan familieleden, die hulpbehoevend zijn op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. |
Nutsvoorzieningen: |
voorzieningen ten behoeve van openbaar en algemeen nut. |
Ondergronds bouwwerk: |
een (gedeelte van een) bouwwerk, dat gelegen is op een diepte van meer dan twee meter beneden peil. |
Overig bouwwerk: |
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. |
Overkapping |
een op de grond staand bouwwerk, geen gebouw zijnde, van één bouwlaag, voorzien van een gesloten dak met maximaal één gesloten wand; een overkapping wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. |
Peil: | |
a. | de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw, indien de afstand tussen het gebouw en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; |
b. | in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw. |
Prostitutie: |
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. |
Seksinrichting: |
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden of gelegenheid wordt geboden voor prostitutie; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan een (raam)prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een winkel/shop in seks- en/of pornoartikelen al dan niet combinatie met elkaar. |
Straatmeubilair: |
objecten en voorwerpen in de openbare ruimte, geen nutsvoorzieningen zijnde, zoals bloembakken, speeltoestellen, zitbanken, verlichting, kunstobjecten, prullenbakken, reclameborden, fonteinen, terrasvoorzieningen- en afscheidingen, informatievoorzieningen, verkeersborden en bewegwijzering. |
Voorgevel: |
de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel, die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling ervan als belangrijkste gevel moet worden aangemerkt. |
Wonen: |
de zelfstandige, of nagenoeg zelfstandige, dan wel onder geringe, ambulante of vrijblijvende begeleiding en/of zorgverlening plaatsvindende, permanente huisvesting van een huishouding. |
Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: |
2.1 | Afstand |
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot de perceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn. |
2.2 | Bouwhoogte van een bouwwerk |
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. |
2.3 | Breedte, lengte en diepte van een gebouw |
tussen de bovengrondse buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren. |
2.4 | Dakhelling |
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. |
2.5 | Goothoogte van een bouwwerk |
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel. |
2.6 | Inhoud van een bouwwerk |
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. |
2.7 | Oppervlakte van een bouwwerk |
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. |
3.1 | Bestemmingsomschrijving |
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: | |
a. | groenvoorzieningen, parken; |
b. | waterpartijen, waterlopen, bermen, oever, taluds en andere waterhuishoudkundige voorzieningen; |
c. | recreatief medegebruik, waaronder speel- en sportvoorzieningen en jeugdontmoetingsplaatsen; |
d. | voet- en rijwielpaden; |
e. | parkeervoorzieningen; |
f. | bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals kunstobjecten, nutsvoorzieningen en straatmeubilair. |
3.2 | Bouwregels |
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: | |
a. | alleen nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd; |
b. | de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en nutsvoorzieningen, met uitzondering van terreinafscheidingen, bedraagt ten hoogste 10 meter; |
c. | de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 3 meter. |
4.1 | Bestemmingsomschrijving |
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: | |
a. | wegen met ten hoogste 2 rijstroken en voet- en rijwielpaden; |
b. | parkeervoorzieningen; |
c. | bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals bermen, beplanting, waterlopen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair, kunstobjecten en waterhuishoudkundige voorzieningen. |
4.2 | Bouwregels |
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: | |
a. | alleen nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd; |
b. | de bouwhoogte van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijde, met uitzondering van terreinafscheidingen, bedraagt ten hoogste 10 meter; |
c. | de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 3 meter. |
5.1 | Bestemmingsomschrijving |
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: | |
a. | waterpartijen, waterlopen en groenvoorzieningen; |
b. | waterberging, oevers, taluds en andere waterhuishoudkundige voorzieningen; |
c. | bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals duikers, bruggen, sluizen, aanlegsteigers, en straatmeubilair; |
d. | aan de bestemming ondergeschikte nutsvoorzieningen, kunstobjecten en extensieve dagrecreatie. |
5.2 | Bouwregels |
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: | |
a. | alleen nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd; |
b. | de bouwhoogte van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van terreinafscheidingen, bedraagt ten hoogste 10 meter; |
c. | de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 3 meter. |
6.1 | Bestemmingsomschrijving |
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: | |
a. | wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf; |
b. | bij de bestemming behorende erven, tuinen, groenvoorzieningen, verkeer- en parkeervoorzieningen, water en andere bij het wonen behorende voorzieningen; |
c. | aan de bestemming ondergeschikte nutsvoorzieningen. |
6.2 | Bouwregels |
6.2.1 | Hoofdgebouwen |
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: | |
a. | alleen aaneengesloten woningen mogen worden gebouwd; |
b. | het aantal woningen binnen het plangebied mag niet meer dan 9 bedragen; |
c. | een hoofdgebouw moet binnen het bouwvlak worden gebouwd; |
d. | per bouwperceel mag ten hoogste één hoofdgebouw worden gebouwd; |
e. | de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte. |
6.2.2 | Bijbehorende bouwwerken |
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: | |
a. | bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel in of achter het verlengde daarvan worden gebouwd; |
b. | de bouwhoogte van een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijbehorend bouwwerk, dienende ter vergroting van het woongenot, mag, indien afgedekt met een plat dak, niet meer bedragen dan de hoogte van de begane grond van het hoofdgebouw. |
6.2.3 | Bouwwerken, geen gebouwen zijnde |
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: | |
a. | de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, carports/overkappingen en nutsvoorzieningen, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, bedraagt ten hoogste 3.00 meter; |
b. | de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen in of achter de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 2 meter; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer dan 1 meter bedragen; |
c. | in afwijking van het bepaalde in lid b bedraagt de bouwhoogte van toegangspoort(en) tot het binnenterrein ten hoogste 3 meter. |
6.3 | Specifieke gebruiksregels | |
6.3.1 | Specifiek gebruik | |
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: | ||
a. | aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, hiervoor gelden de volgende regels: | |
1. | de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf mag uitsluitend plaatsvinden door de eigenaar/bewoner of de huurder/bewoner; | |
2. | niet meer dan 30% van de gezamenlijke bewoonbare vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en van de niet vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag gebruikt worden, tot een maximum van 50 m²; | |
3. | de voorwaarden onder 2 en 3 niet gelden voor de uitoefening van een medisch beroep (praktijkruimte); | |
b. | het gebruik van de bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning is niet toegestaan; | |
c. | het gebruik en/of (ver)bouwen van de bijbehorende bouwwerken als afhankelijke woonruimte in het kader van mantelzorg is toegestaan, met dien verstande dat: | |
1. | de oppervlakte ten hoogste 60 m2 bedraagt; | |
2. | een zorgindicatie door een deskundige (huisarts, wijkverpleegkundige, medisch specialist) is overlegd; | |
3. | aangetoond is, dat de zorgvraag beperkt is tot het verlenen van zorg aan familieleden; | |
4. | er geen strijd ontstaat met milieuregelgeving op het gebied van geluid en geur en geen belemmering ontstaat in het kader van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; | |
5. | het gebruik van het bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte wordt beëindigd, zodra de noodzaak van mantelzorg komt te vervallen, waartoe tevens, voordat de afhankelijke woonruimte wordt gerealiseerd en/of in gebruik wordt genomen, een schriftelijke overeenkomst wordt aangegaan. | |
d. | het gebruik als dakterras is uitsluitend toegestaan op een hoofdgebouw en op een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijbehorend bouwwerk. | |
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. |
8.1 | Overschrijding bouwgrenzen |
De bouwgrenzen mogen, in afwijking van deze regels, worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, erkers, balkons, entreeportalen, veranda’s alsmede andere ondergeschikte bouwdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt. |
8.2 | Ondergronds bouwen |
De bouwregels als bedoeld in dit plan zijn van overeenkomstige toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat: | |
a. | uitsluitend ondergronds mag worden gebouwd tussen peil en 3,5 meter onder peil; |
b. | ondergrondse bouwwerken niet mogen worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel; |
c. | ondergrondse bouwwerken uitsluitend toegankelijk mogen zijn vanuit bovengronds gelegen bouwwerken. |
9.1 | Parkeerregeling |
9.1.1 | Strijdig gebruik |
Tot een strijdig gebruik met de hoofdstuk 2 genoemde bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken, waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s). | |
9.1.2 | Voorwaardelijke verplichting |
Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de bestemming van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag is aangetoond, dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s). | |
9.1.3 | Afwijken |
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1.1 en 9.1.2 en toestaan dat: | |
a. | parkeergelegenheid niet op eigen terrein bij de ontwikkeling, waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd, wordt gerealiseerd, mits voldaan wordt aan de in de 'Beleidsnota parkeernormering' en diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden; |
b. | wordt afgeweken van de toe te passen parkeernormering, mits voldaan wordt aan de in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s) gestelde voorwaarden. |
10.1 | Geringe afwijkingen | |
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: | ||
a. | het afwijken van de in deze regels voorgeschreven breedte- en dieptematen, oppervlakten, afmetingen en bebouwingspercentages en/of de uitkomst daarvan, met uitzondering van de hoogteregels, tot ten hoogste 10%; | |
b. | het afwijken tot ten hoogste 5 meter in de plaats, richting of afmetingen van bestemmings-, bouw- of aanduidingsgrenzen ten behoeve van: | |
1. | een geringe aanpassing van het tracé of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid of de verkeersintensiteit daartoe aanleiding geeft; | |
2. | een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde situering van bouwwerken; | |
3. | een aanpassing van de bij uitmeting van een terrein blijkende werkelijke toestand. | |
11.1 | Werking wettelijke regelingen |
De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. |
12.1 | Overgangsrecht bouwwerken | |
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: | ||
a. | een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: | |
1. | gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; | |
2. | na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; | |
b. | het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; | |
c. | het bepaalde in 12.1 onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. | |
12.2 | Overgangsrecht gebruik |
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: | |
a. | het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; |
b. | het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; |
c. | indien het gebruik, bedoeld in 12.2 onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; |
d. | het bepaalde in 12.2 onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. |
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het uitwerkingsplan Valkhof, Oost-Souburg’, gemeente Vlissingen. |