direct naar inhoud van Artikel 8 Water - Deltawater
Plan: Beheersverordening Vlissingen-Oost
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0718.BHVO01-VG01

Artikel 8 Water - Deltawater

8.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak 'Water - Deltawater' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

8.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
8.2.1 Besluitvlak 'Water - Deltawater'

In aanvulling op het bepaalde in lid 8.1 is het toegestaan gronden te gebruiken voor:

  • a. de waterhuishouding, waterkeringen en bestortingen (onder water);
  • b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden, samenhangend met de status van Natura-2000-gebied;
  • c. zandwin- en stortplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de vaarroutes;
  • d. aan de natuurwaarden ondergeschikte gebruiksvormen, zoals watergebonden extensieve dagrecreatie, beroepsvaart en -visserij;
  • a. het gebruik van de gronden ten behoeve van anker-, wacht- en keerplaatsen voor de beroepsvaart is niet toegestaan.

8.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
8.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 8.1 is het toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen.

8.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 m.

8.4 Afwijken ten aanzien van het GEBRUIK

n.v.t.

8.5 Afwijken ten aanzien van het BOUWEN

n.v.t.

8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. of werkzaamheden
8.6.1 Vergunningvereiste

Het is ter plaatse van gronden met een besluitvlak Water-Deltawater verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds;
  • b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen van bij eb droogvallende gronden;
  • c. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen;
  • d. het verwijderen van oevervegetaties.

8.6.2 Uitzonderingsregels

Het verbod van lid 8.6.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die:

  • a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van het besluitvlak;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • c. reeds mogen worden uitvoert krachtens een verleende vergunning.

8.6.3 Voorwaarde voor omgevingsvergunning

Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de in lid 12.3.1 genoemde aanwezige waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

8.6.4 Procedureregel

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurdeskundige omtrent het criterium als bedoeld in lid 8.6.3.