Hoofdstuk 1 Inleidende planregels
Het bestemmingsplan '4e herziening Buitengebied Veere' heeft wat betreft de planregels uitsluitend betrekking op de in geel gemarkeerde onderdelen van de planregels zoals hierna aangegeven in de planregels van het bestemmingsplan “Buitengebied Veere”, zoals deze luiden na de 3e herziening. Daarbij de:
-
1. doorgehaalde en/of doorgestreepte planregels in geel in het kader van de 4e herziening Buitengebied Veere: ingetrokken;
-
2. niet-doorgehaalde planregels in geel in het kader van de 4e herziening Buitengebied Veere: toegevoegd.
Behoudens de hierna in dit hoofdstuk opgenomen planregels blijft hoofdstuk 1 van het bestemmingsplan ' Buitengebied Veere', inclusief 1e, 2e en 3e herziening onverminderd van toepassing.
Artikel 1 Begrippen
1.1 plan
het bestemmingsplan 4e herziening Buitengebied Veere van de gemeente Veere.
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende planregels en de daarbij bijbehorende
bijlagen als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0717.0153BPBgbH4-VG01;
1.97 kleedcabine
een eenvoudig gebouw bestaande uit één ruimte dat seizoensgebonden wordt gebruikt voor
dagrecreatief gebruik van het strand.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsplanregels
Behoudens de hierna in dit hoofdstuk opgenomen planregels blijft hoofdstuk 2 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Veere', inclusief 1e, 2e en 3e herziening onverminderd van toepassing.
Artikel 2 Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden
De bepalingen uit lid 3.1 worden als volgt gewijzigd:
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden' aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
-
a.
grondgebonden agrarische bedrijven;
-
b.
daarnaast ter plaatse van:
-
1.
de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kwekerij': tevens voor een kwekerij;
-
2.
de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulp- en nevenbedrijf': tevens voor
een agrarisch hulp- en nevenbedrijf;
-
3.
de aanduiding 'intensieve veehouderij' en als genoemd in bijlage 1: tevens voor een intensief
veehouderijbedrijf, mits de bedrijfsvloeroppervlakte van de desbetreffende gebouwen ten
behoeve van intensieve veehouderij niet meer bedraagt dan de in Bijlage 1 per agrarisch
bedrijf genoemde bedrijfsvloeroppervlakte;
-
4.
de aanduiding 'glastuinbouw': tevens voor een kassenbedrijf;
-
5.
de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - scouting': tevens voor een scoutingterrein;
-
6.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - fruitboomteeltbedrijf': tevens
voor een fruitboomteeltbedrijf alsmede voor het behoud en/of herstel van de uit
landschappelijk oogpunt waardevolle hoogstamfruitbomen en vrije spillen;
-
c.
alsmede als neventak bij het onder a en b genoemd gebruik voor:
-
1.
kassen;
-
2.
intensieve tuinbouw in gebouwen;
-
3.
aquacultuur in gebouwen;
-
4.
de teelt van wormen of slakken;
-
5.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstallen':
paardenstallen;
-
6.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijke - ned': een nieuwe
economische drager;
-
7.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theeschenkerij': een
theeschenkerij waarvan het gezamenlijk oppervlak voor bezoekers ten hoogste 150 m2 per
bouwperceel mag bedragen;
-
8.
ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie': dagrecreatie;
-
9.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen' en de
direct daarop aangrenzende agrarische gronden: een kleinschalig kampeerterrein;
-
10.
ter plaatse van de aanduiding 'opslag': op en overslag in de vorm van:
-
opslag van zand, grind, grond en schelpen;
-
opslag van zeewier met een maximale doorzet van 1.000 ton per jaar;
-
opslag van vetten van maximaal 50 m3;
-
opslag van afvalwater uit septictanks van maximaal 20 m3;
-
11.
ter plaatse van de aanduiding 'windturbine': een windturbine
-
d.
alsmede als neventak bij het onder a en b genoemd gebruik voor:
-
1.
verkoop van boerderij- en streekproducten;
-
2.
de opslag van strandhuizen en kleedcabines;
-
3.
opslag van kampeermiddelen en boten;
-
4.
opslag van agrarische producten;
-
5.
stalling van paarden van derden waaronder begrepen wordt het geven van instructie ten
behoeve van paardrijden
met dien verstande dat:
-
de activiteiten als genoemd onder 1 tot en met 5 uitsluitend zijn toegestaan binnen het
agrarisch bouwvlak en binnen bestaande bebouwing (met uitzondering van het geven van
instructie ten behoeve van het paardrijden);
-
de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en
streekproducten niet meer mag bedragen dan 50 m2;
-
de totale oppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en streekproducten niet
meer mag bedragen dan 150 m2;
-
geen sprake mag zijn van onevenredige aantasting van de gebruiks- en
ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, natuurgebieden en andere
functies;
-
voldoende parkeer-, laad en losgelegenheid op eigen terrein beschikbaar is;
-
e.
en tevens voor:
-
1.
toeristisch-recreatief medegebruik zoals fietsen, wandelen en paardrijden;
-
2.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
-
3.
het behoud, herstel en /of versterking van de aanwezige landschapswaarden, natuurwaarden
en/of cultuurhistorische waarden;
-
4.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch randzone': het behoud, herstel
en/of versterking van het karakter van het gebied als agrarische randzone, het behoud, herstel
en/of versterking van de aanwezige landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en/of
bufferfunctie ten opzichte van een aangrenzende bestemming natuurgebied;
-
a.
grondgebonden agrarische bedrijven, alsmede voor:
-
b.
kassen als neventak;
-
c.
intensieve tuinbouw in gebouwen als neventak;
-
d.
aquacultuur in gebouwen;
-
e.
de teelt van wormen of slakken;
-
f.
toeristisch-recreatief medegebruik zoals fietsen, wandelen en paardrijden;
-
g.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
-
h.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kwekerij': een kwekerij;
-
i.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - ned': een nieuwe
economische drager;
-
j.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theeschenkerij': een theeschenkerij,
waarvan het gezamenlijk oppervlak voor bezoekers ten hoogste 150 m2 per bouwperceel mag
bedragen;
en tevens voor:
-
k.
het behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige landschaps, natuurwaarden en/of
cultuurhistorische waarden;
-
l.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch randzone': het behoud, herstel en/of
versterking van het karakter van het gebied als agrarische randzone, het behoud, herstel en/of
versterking van de aanwezige landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en/of
bufferfunctie ten opzichte van een aangrenzende bestemming natuurgebied;
-
m.
de volgende niet-agrarische neventakken:
-
1.
verkoop van boerderij- en streekproducten;
-
2.
de opslag van strandhuisjes en kleedcabines;
-
3.
opslag van kampeermiddelen en boten;
-
4.
opslag van agrarische producten;
-
5.
stalling van paarden van derden waaronder begrepen wordt het geven van instructie ten
behoeve van paardrijden;
met dien verstande dat:
-
uitsluitend sprake is van een neventak;
-
de activiteiten als genoemd onder 1 tot en met 5 uitsluitend zijn toegestaan binnen het
agrarisch bouwvlak en binnen bestaande bebouwing (met uitzondering van het geven van
instructie ten behoeve van het paardrijden);
-
de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en
streekproducten niet meer mag bedragen dan 50 m2;
-
de totale oppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en streekproducten niet
meer mag bedragen dan 150 m2;
-
geen sprake mag zijn van onevenredige aantasting van de gebruiks- en
ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, natuurgebieden en andere
functies;
-
voldoende parkeer-, laad en losgelegenheid op eigen terrein beschikbaar is;
-
n.
ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en als genoemd in bijlage 1: een intensief
veehouderijbedrijf, mits de bedrijfsvloeroppervlakte van de desbetreffende gebouwen ten behoeve
van intensieve veehouderij niet meer bedraagt dan de in Bijlage 1 per agrarisch bedrijf genoemde
bedrijfsvloeroppervlakte;
-
o.
ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw': een kassenbedrijf;
-
p.
ter plaatse van de aanduiding 'windturbine': een windturbine;
-
q.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstallen': paardenstallen;
-
r.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - fruitboomteeltbedrijf': een
fruitboomteeltbedrijf alsmede voor het behoud en/of herstel van de uit landschappelijk oogpunt
waardevolle hoogstamfruitbomen en vrije spillen;
-
s.
ter plaatse van de aanduiding 'opslag': op- en overslag in de vorm van:
-
1.
opslag van zand, grind, grond en schelpen;
-
2.
opslag van zeewier met een maximale doorzet van 1.000 ton per jaar;
-
3.
opslag van vetten van maximaal 50 m3;
-
4.
opslag van afvalwater uit sceptictanks van maximaal 20 m3;
-
t.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – agrarisch hulp- en nevenbedrijf':
een agrarisch hulp- en nevenbedrijf.
-
u.
ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie': dagrecreatie;
-
v.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - scouting': een scoutingterrein;
-
w.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen' en de direct
daarop aangrenzende agrarische gronden: een kleinschalig kampeerterrein.
De bepalingen uit lid 3.2.1 worden als volgt gewijzigd:
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
-
a. niet voor bewoning bestemde gebouwen;
-
b.
per bedrijf
per bestemmingsvlak ten hoogste één bedrijfswoning, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een ander aantal woningen is aangegeven, met dien verstande dat:
-
1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' een tweede bedrijfswoning op afstand is toegestaan;
-
2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - twee bedrijfswoningen', 'specifieke vorm van wonen - drie bedrijfswoningen' of 'specifieke vorm van wonen - vier bedrijfswoningen' twee, drie respectievelijk vier bedrijfswoningen zijn toegestaan;
-
3. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' en de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - detailhandel in kringloopproducten' geen bedrijfswoningen zijn toegestaan;
-
c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
met inachtneming van het volgende:
-
d. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd in het bouwvlak met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - afwijking vergroten bouwvlak';
-
e. per bouwvlak is ten hoogste één agrarisch bedrijf toegestaan;
-
f. ter plaatse van de aanduiding 'zonder uitbreiding' mag geen uitbreiding van gebouwen, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan, plaatsvinden.
De bepalingen uit lid 3.4.1 worden als volgt gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:
-
a. het bepaalde in 3.2.1 onder b voor de bouw van een tweede bedrijfswoning;
-
b. het bepaalde in 3.2.1 onder b voor de bouw van een bedrijfswoning ter plaatse van gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'
, indien dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering
;
-
c.
voor het bepaalde onder a en b wordt uitsluitend een omgevingsvergunning verleend indien dit
noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, hiervoor dient vooraf advies te worden ingewonnen van
de Agrarische Adviescommissie Zeeland;
-
d. de toegelaten hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als bedoeld in 3.2.3, voor het bouwen tot een maximale bouwhoogte van 12 meter;
-
e. de toegelaten hoogte als bedoeld in 3.2.3, voor het bouwen van een zend- of ontvangstmast tot een maximale bouwhoogte van 15 meter;
-
f. de toegelaten hoogte voor bouwwerken als bedoeld in 3.2.4 en 3.2.5 onder j, voor het bouwen tot een maximale bouwhoogte van 6 meter.
De bepalingen uit lid 3.6.4 worden als volgt gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 voor het gebruik van bebouwing ten behoeve van een NED, met dien verstande dat:
-
a. afwijking kan worden toegepast voor:
-
1. een NED die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in de positieve lijst NED's ;
-
2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in de lijst NED's .
-
b. verblijfsrecreatieve functies zoals genoemd in bijlage 13 in afwijking van het bepaalde onder a. niet zijn toegestaan in gebouwen met in hoofdzaak stalen wanden;
-
c. een NED gevestigd dient te worden in de bestaande gebouwen in een bouwvlak;
-
d. een NED niet is toegestaan in woningen;
-
e. voor verblijfsrecreatieve functies aanvullend de volgende voorwaarden gelden:
-
1. het gebruiksoppervlak mag niet groter zijn dan 500 m²;
-
2. het aantal eenheden mag maximaal 6 stuks bedragen;
-
f. de NED, of alle NED's tezamen, behorende bij een agrarisch bedrijf, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit:
-
1. de arbeidsbehoefte;
-
2. de ruimtelijke uitstraling;
-
3. de verkeersaantrekkende werking, waarbij de afwijking niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit;
-
4. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort;
-
g. de wegcapaciteit, wegconstructie en verkeersveiligheid niet negatief worden beïnvloed, alvorens wijziging toe te passen winnen burgemeester en wethouders hieromtrent schriftelijk advies in bij de wegbeheerder;
-
h. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen niet is toegestaan;
-
i. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
-
j.
een bedrijfswoning op het betreffende bouwvlak aanwezig en in gebruik is, van waaruit de
permanente bewoner van die woning de dagelijkse exploitatie van en toezicht op de NED uitoefent.
De bepalingen uit lid 3.7.8 worden als volgt gewijzigd:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wro, de bestemming van een terrein te wijzigingen in de bestemming 'Recreatie met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschapscamping' en de bestemming 'Natuur' voor de realisering van een landschapscamping, met inachtneming van het volgende:
-
a. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is uitsluitend toegestaan in aansluiting op een bestaand agrarische bouwvlak van een agrarisch bedrijf;
-
b. de oppervlakte structureel en langdurig in gebruik zijnde cultuurgrond van het bedrijf exclusief de landschapscamping en de daarbij behorende natuur- en landschapselementen, mag niet kleiner zijn dan twee maal de oppervlakte van de landschapscamping inclusief de oppervlakte van de
daarbij behorende natuur- en landschapselementen;
-
c. de omvang van de landschapscamping mag niet minder dan 10 en niet meer dan 60 standplaatsen bedragen waarop uitsluitend mobiele kampeermiddelen zijn toestaan, met dien verstande dat extra standplaatsen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein niet zijn toegestaan;
-
d. er mogen niet meer dan 30 standplaatsen per hectare worden gerealiseerd;
-
e. sanitaire voorzieningen en kleine recreatieruimten tot een maximale oppervlakte van 300 m2 mogen worden ondergebracht in bestaande gebouwen op het bijbehorende agrarisch bouwvlak;
-
f. indien bestaande gebouwen niet geschikt zijn voor gebruik als sanitaire voorziening of recreatieruimte of nodig zijn voor de agrarische bedrijfsvoering mag – in afwijking van het bepaalde onder e – binnen het bouwvlak één nieuw gebouw worden opgericht met een maximale oppervlakte van 300 m2;
-
g. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot een overschrijding van het maximaal aantal toegestane landschapscampings binnen het plangebied van vijf;
-
h. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is uitsluitend toegestaan op gronden die zijn aangeduid als zone nieuwe landgoederen - landschapscamping;
-
i.
toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient gepaard te gaan met een goede landschappelijke
inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst;
-
j. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient gepaard te gaan met een goede landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst
waarbij een inrichtings- en beplantingsplan ter
beoordeling aan een landschapsdeskundige wordt ingediend
(verwezen wordt naar de toe te passen streekeigen beplanting, zoals opgenomen in Bijlage 11 en Bijlage 12) waarbij ter
beoordeling van het landschappelijk inpassingsplan advies wordt ingewonnen van een
landschapsdeskundige;
-
k.
de oppervlakte van de natuur- en landschapselementen ten behoeve en een goede
landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zoals bedoeld onder j mag niet minder
dan 833 m2 per standplaats bedragen en dient direct aansluitend aan de landschapscamping te
worden gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden;
-
l. de standplaatsen en overige voorzieningen ten behoeve van de landschapscamping, gebouwen en groenvoorzieningen uitgezonderd, mogen niet worden aangelegd of opgericht binnen een afstand van 50 meter, vanaf de dichtstbijzijnde gevel, van een naburige woning;
-
m. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot onevenredige schade aan infrastructuur, met name gelet op de capaciteit van de ontsluitingsweg, wat betreft de breedte en draagkracht hiervan en onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid;
-
n. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is alleen toegestaan indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
-
o. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot:
-
1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van naburige agrarische bedrijven en niet-agrarische bouwvlakken;
-
2. onevenredige verstening en versnippering van de agrarische gronden;
-
p. de wijzigingsbevoegdheid mag niet worden toegepast als naar verwachting geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, kan worden verleend;
-
q. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is alleen toegestaan indien door middel van een watertoets is aangetoond dat de aanleg van de landschapscamping geen nadelige invloed heeft op de waterhuishouding in het gebied.
Artikel 3 Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
De bepalingen uit lid 4.1 worden als volgt gewijzigd:
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
a.
grondgebonden agrarische bedrijven;
-
b.
daarnaast ter plaatse van:
-
1.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kwekerij': tevens voor een
kwekerij;
-
2.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulp- en
nevenbedrijf': tevens voor agrarische hulp- en nevenbedrijven met uitzondering van regionale
mestopslagruimten of mestbassins;
-
3.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulp- en
nevenbedrijf -1': tevens voor agrarische hulp- en nevenbedrijven en een tijdelijke opslag, met
uitzondering van regionale mestopslagruimten of mestbassins;
-
4.
ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en als genoemd in bijlage 1: tevens
voor een intensief veehouderijbedrijf, mits de bedrijfsvloeroppervlakte van de desbetreffende
gebouwen ten behoeve van intensieve veehouderij niet meer bedraagt dan de in Bijlage 1 per
agrarisch bedrijf genoemde bedrijfsvloeroppervlakte;
-
5.
ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw': tevens voor een kassenbedrijf;
-
6.
ter plaatse van de aanduiding 'plattelandswoning': tevens voor een plattelandswoning;
-
c.
alsmede als neventak bij het onder a en b genoemd gebruik voor:
-
1.
kassen;
-
2.
intensieve tuinbouw in gebouwen;
-
3.
aquacultuur in gebouwen;
-
4.
de teelt van worden of slakken
-
5.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestopslag': mestopslag;
-
6.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstallen:
paardenstallen;
-
7.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gebruiksgerichte
paardenhouderij': tevens voor een gebruiksgerichte paardenhouderij;
-
8.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag kunstmest zaai- en
pootgoed': opslag voor kunstmest zaai- en pootgoed;
-
9.
ter plaatse van de aanduiding 'opslag': op- en overslag in de vorm van:
-
opslag van zand, grind, grond en schelpen;
-
opslag van zeewier met een maximale doorzet van 1.000 ton per jaar;
-
opslag van vetten van maximaal 50 m3;
-
opslag van afvalwater uit septictanks van maximaal 20 m3;
-
10.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - Nieuwe Economische
Drager': een Nieuwe Economische Drager;
-
11.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - appartementen in schuur':
appartementen in de schuur;
-
12.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschapscamping': een
landschapscamping, waarbij het aantal standplaatsen gezamenlijk minimaal 10 en maximaal
60 bedraagt, en waarbij de standplaatsen uitsluitend van 1 maart tot 15 november mogen
worden gebruikt;
-
13.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - hofstedecamping': een
hofstedecamping;
-
14.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatiewoning 2':
verblijfsrecreatie in een recreatiewoning, met dien verstande dat maximaal twee
recreatiewoningen zijn toegestaan;
-
15.
ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - appartementen in
schuur': maximaal 5 appartementen van maximaal 50 m² in een bestaande schuur;
-
16.
er plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen'en de
direct daarop aangrenzende agrarische gronden: een kleinschalig kampeerterrein;
-
17.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - detailhandel in
kringloopproducten': opslag en detailhandel in kringloopartikelen;
-
18.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - groentewinkel':
groentewinkel;
-
19.
ter plaatse van de aanduiding 'boekhandel': een boekhandel met vloeroppervlak van
maximaal 70 m²;
-
20.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theeschenkerij': een
theeschenkerij waarvan het gezamenlijk oppervlak voor bezoekers ten hoogste 150 m2 per
bouwperceel bedraagt;
-
21.
er plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca - partijen': horeca in de vorm
van besloten feesten en bijeenkomsten;
-
22.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - manege - 2': een manege met
daarbij behorende verblijfsrecreatie;
-
23.
ter plaatse van de aanduiding 'sport', een sportbedrijf;
-
24.
ter plaatse van de aanduiding 'windturbine': een windturbine;
-
25.
ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': een parkeerterrein;
-
26.
ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan': een ijsbaan;
-
27.
ter plaatse van de aanduiding: 'parkeerterrein-overloopterrein': een overloopparkeerterrein.
-
d.
alsmede als neventak bij het onder a en b genoemd gebruik voor:
-
1.
verkoop van boerderij- en streekproducten;
-
2.
de opslag van strandhuisjes en kleedcabines;
-
3.
opslag van kampeermiddelen en boten;
-
4.
opslag van agrarische producten;
-
5.
stalling van paarden van derden waaronder begrepen wordt het geven van instructie ten
behoeve van paardrijden;
met dien verstande dat:
-
de activiteiten als genoemd onder 1 tot en met 5 uitsluitend zijn toegestaan binnen het
agrarisch bouwvlak en binnen bestaande bebouwing (met uitzondering van het geven van
instructie ten behoeve van het paardrijden);
-
de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en
streekproducten niet meer mag bedragen dan 50 m2;
-
de totale oppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en streekproducten niet
meer mag bedragen dan 150 m2;
-
geen sprake mag zijn van onevenredige aantasting van de gebruiks- en
ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, natuurgebieden en andere
functies;
-
voldoende parkeer-, laad en losgelegenheid op eigen terrein beschikbaar is;
-
e.
en tevens voor:
-
1.
toeristisch-recreatief medegebruik zoals fietsen, wandelen en paardrijden en de hierbij
behorende voorzieningen;
-
2.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
-
3.
het behoud, herstel en /of versterking van de aanwezige landschapswaarden, natuurwaarden
en/of cultuurhistorische waarden;
-
4.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch randzone': het behoud, herstel
en/of versterking van het karakter van het gebied als agrarische randzone, het behoud, herstel
en/of versterking van de aanwezige landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en/of
bufferfunctie ten opzichte van een aangrenzende bestemming natuurgebied;
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
a.
grondgebonden agrarische bedrijven, alsmede voor:
-
b.
kassen als neventak;
-
c.
intensieve tuinbouw in gebouwen als neventak;
-
d.
aquacultuur in gebouwen;
-
e.
de teelt van wormen of slakken;
-
f.
toeristisch-recreatief medegebruik zoals fietsen, wandelen en paardrijden en de hierbij behorende
voorzieningen;
-
g.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
-
h.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kwekerij', een kwekerij;
-
i.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - Nieuwe Economische
Drager': een Nieuwe Economische Drager;
-
j.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag kunstmest zaai- en pootgoed':
opslag voor kunstmest zaai- en pootgoed;
-
k.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulp- en nevenbedrijf -
1': agrarische hulp- en nevenbedrijven en een tijdelijke opslag, met uitzondering van regionale
mestopslagruimten of mestbassins;
en tevens voor:
-
l.
het behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige landschaps en/of cultuurhistorische
waarden;
-
m.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch randzone': het behoud, herstel en/of
versterking van het karakter van het gebied als agrarische randzone, het behoud, herstel en/of
versterking van de aanwezige landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en/of
bufferfunctie ten opzichte van een aangrenzende bestemming natuurgebied;
-
n.
de volgende niet-agrarische neventakken:
-
1.
verkoop van boerderij- en streekproducten;
-
2.
de opslag van strandhuisjes en kleedcabines;
-
3.
opslag van kampeermiddelen en boten;
-
4.
opslag van agrarische producten;
-
5.
stalling van paarden van derden waaronder begrepen wordt het geven van instructie ten
behoeve van paardrijden;
met dien verstande dat:
-
uitsluitend sprake is van een neventak;
-
de activiteiten als genoemd onder 1 tot en met 5 uitsluitend zijn toegestaan binnen het
agrarisch bouwvlak en binnen bestaande bebouwing (met uitzondering van het geven van
instructie ten behoeve van het paardrijden);
-
de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en
streekproducten niet meer mag bedragen dan 50 m2;
-
de totale oppervlakte ten behoeve van de verkoop van boerderij- en streekproducten niet
meer mag bedragen dan 150 m2;
-
geen sprake mag zijn van onevenredige aantasting van de gebruiks- en
ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, natuurgebieden en andere
functies;
-
voldoende parkeer-, laad en losgelegenheid op eigen terrein beschikbaar is;
-
o.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - appartementen in schuur':
appartementen in de schuur;
-
p.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - agrarisch hulp- en nevenbedrijf':
agrarische hulp- en nevenbedrijven met uitzondering van regionale mestopslagruimten of
mestbassins;
-
q.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestopslag': mestopslag;
-
r.
ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en als genoemd in bijlage 1 een intensief
veehouderijbedrijf, mits de bedrijfsvloeroppervlakte van de desbetreffende gebouwen ten behoeve
van intensieve veehouderij niet meer bedraagt dan de in Bijlage 1 per agrarisch bedrijf genoemde
bedrijfsvloeroppervlakte;
-
s.
ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw': een kassenbedrijf;
-
t.
ter plaatse van de aanduiding 'windturbine': een windturbine;
-
u.
ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': een parkeerterrein;
-
v.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstallen': paardenstallen;
-
w.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gebruiksgerichte paardenhouderij':
een gebruiksgerichte paardenhouderij;
-
x.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - sanitairgebouw': een
sanitairgebouw annex recreatieruimte voor een kleinschalig kampeerterrein;
-
y.
ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan': een ijsbaan;
-
z.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - rolkas': een rolkas;
-
aa.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - detailhandel in
kringloopproducten': opslag en detailhandel in kringloopartikelen;
-
ab.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theeschenkerij':een theeschenkerij
waarvan het gezamenlijk oppervlak voor bezoekers ten hoogste 150 m2 per bouwperceel bedraagt;
-
ac.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschapscamping': een
landschapscamping, waarbij het aantal standplaatsen gezamenlijk minimaal 10 en maximaal 60
bedraagt, en waarbij de standplaatsen uitsluitend van 1 maart tot 15 november mogen worden
gebruikt;
-
ad.
ter plaatse van de aanduiding 'opslag': op- en overslag in de vorm van:
-
1.
opslag van zand, grind, grond en schelpen;
-
2.
opslag van zeewier met een maximale doorzet van 1.000 ton per jaar;
-
3.
opslag van vetten van maximaal 50 m3;
-
4.
opslag van afvalwater uit sceptictanks van maximaal 20 m3 ;
-
ae.
ter plaatse van de aanduiding 'plattelandswoning' een plattelandswoning;
-
af.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - manege - 2': een manege met daarbij
behorende verblijfsrecreatie;
-
ag.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - groentewinkel': groentewinkel;
-
ah.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - hofstedecamping': een
hofstedecamping;
-
ai.
ter plaatse van de aanduiding: 'parkeerterrein-overloopterrein': tevens een overloopparkeerterrein
-
aj.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatiewoning 2':
verblijfsrecreatie in een recreatiewoning, met dien verstande dat maximaal twee
recreatiewoningen zijn toegestaan;
-
ak.
ter plaatse van de aanduiding 'sport', een sportbedrijf;
-
al.
ter plaatse van de aanduiding 'boekhandel': een boekhandel met vloeroppervlak van maximaal 70
m²;
-
am.
ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - appartementen in schuur':
maximaal 5 appartementen van maximaal 50 m² in een bestaande schuur;
-
an.
ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca - partijen': horeca in de vorm
van besloten feesten en bijeenkomsten;
-
ao.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen': een
kleinschalig kampeerterrein.
De bepalingen uit lid 4.2.1 worden als volgt gewijzigd:
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
-
a. niet voor bewoning bestemde gebouwen;
-
b.
per bedrijf
per bestemmingsvlak ten hoogste één bedrijfswoning, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een ander aantal woningen is aangegeven, met dien verstande dat:
-
1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' een tweede bedrijfswoning op afstand is toegestaan;
-
2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - twee bedrijfswoningen', 'specifieke vorm van wonen - drie bedrijfswoningen' of 'specifieke vorm van wonen - vier bedrijfswoningen' twee, drie respectievelijk vier bedrijfswoningen zijn toegestaan;
-
3. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' en de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - detailhandel in kringloopproducten' geen bedrijfswoningen zijn toegestaan;
-
c.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - sanitairgebouw': een
sanitairgebouw annex recreatieruimte voor een kleinschalig kampeerterrein;
-
d.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - rolkas': een rolkas;
-
e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
met inachtneming van het volgende:
-
f. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd in het bouwvlak met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone-afwijking vergroting agrarisch bouwvlak', de aanduiding 'wetgevingszone - afwijking vergroten bouwvlak' of de aanduiding 'wetgevingszone - afwijking vergroten bouwvlak zonder gebouwen';
-
g. per bouwvlak is ten hoogste één agrarisch bedrijf toegestaan.
De bepalingen uit lid 4.4.1 worden als volgt gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:
-
a. het bepaalde in 4.2.1 sub b onder 1 voor de bouw van een tweede bedrijfswoning;
-
b. het bepaalde in 4.2.1 sub b onder 3 voor de bouw van een bedrijfswoning ter plaatse van gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten',
indien dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering
;
-
c.
voor het bepaalde onder a en b wordt uitsluitend een omgevingsvergunning verleend indien dit
noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, hiervoor dient vooraf advies te worden ingewonnen van
de Agrarische Adviescommissie Zeeland;
-
d. de toegelaten hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als bedoeld in 4.2.3, voor het bouwen tot een maximale bouwhoogte van 12 meter;
-
e. de toegelaten hoogte als bedoeld in 4.2.3, voor het bouwen van een zend- of ontvangstmast tot een maximale bouwhoogte van 15 meter;
-
f. de toegelaten hoogte voor bouwwerken als bedoeld in 4.2.4 en 4.2.5 onder j, voor het bouwen tot een maximale bouwhoogte van 6 meter.
De bepalingen uit lid 4.6.4 worden als volgt gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 voor het gebruik van bebouwing ten behoeve van een NED, met dien verstande dat:
-
a. afwijking kan worden toegepast voor:
-
1. een NED die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in de positieve lijst NED's ;
-
2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in de lijst NED's .
-
b. verblijfsrecreatieve functies zoals genoemd in bijlage 13 in afwijking van het bepaalde onder a. niet zijn toegestaan in gebouwen met in hoofdzaak stalen wanden;
-
c. een NED gevestigd dient te worden in de bestaande gebouwen in een bouwvlak;
-
d. een NED niet is toegestaan in woningen;
-
e. voor verblijfsrecreatieve functies aanvullend de volgende voorwaarden gelden;
-
1. het gebruiksoppervlak mag niet groter zijn dan 500m²;
-
2. het aantal eenheden mag maximaal 6 stuks bedragen;
-
f. de NED, of alle NED's tezamen, behorende bij een agrarisch bedrijf, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit:
-
1. de arbeidsbehoefte;
-
2. de ruimtelijke uitstraling;
-
3. de verkeersaantrekkende werking, waarbij de afwijking niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit;
-
4. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort;
-
g. de wegcapaciteit, wegconstructie en verkeersveiligheid niet negatief worden beïnvloed, alvorens wijziging toe te passen winnen burgemeester en wethouders hieromtrent schriftelijk advies in bij de wegbeheerder;
-
h. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen niet is toegestaan;
-
i. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
-
j.
een bedrijfswoning op het betreffende bouwvlak aanwezig en in gebruik is, van waaruit de
permanente bewoner van die woning de dagelijkse exploitatie van en toezicht op de NED uitoefent.
De bepalingen uit lid 4.7.8 worden als volgt gewijzigd:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wro, de bestemming van een terrein te wijzigingen in de bestemming 'Recreatie' met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschapscamping' en de bestemming Natuur' voor de realisering van een landschapscamping, met inachtneming van het volgende:
-
a. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is uitsluitend toegestaan in aansluiting op een bestaand agrarische bouwvlak van een agrarisch bedrijf;
-
b. de oppervlakte structureel en langdurig in gebruik zijnde cultuurgrond van het bedrijf exclusief de landschapscamping en de daarbij behorende natuur- en landschapselementen, mag niet kleiner zijn dan twee maal de oppervlakte van de landschapscamping inclusief de oppervlakte van de
daarbij behorende natuur- en landschapselementen ;
-
c. de omvang van de landschapscamping mag niet minder dan 10 en niet meer dan 60 standplaatsen bedragen waarop uitsluitend mobiele kampeermiddelen zijn toegestaan, met dien verstande dat extra standplaatsen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein niet zijn toegestaan;
-
d. er mogen niet meer dan 30 standplaatsen per hectare worden gerealiseerd;
-
e. sanitaire voorzieningen en kleine recreatieruimten tot een maximale oppervlakte van 300 m2 mogen worden ondergebracht in bestaande gebouwen op het bijbehorende agrarisch bouwvlak;
-
f. indien bestaande gebouwen niet geschikt zijn voor gebruik als sanitaire voorziening of recreatieruimte of nodig zijn voor de agrarische bedrijfsvoering mag – in afwijking van het bepaalde onder e – binnen het bouwvlak één nieuw gebouw worden opgericht met een maximale oppervlakte van 300 m2;
-
g. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot een overschrijding van het maximaal aantal toegestane landschapscampings binnen het plangebied van vijf;
-
h. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is uitsluitend toegestaan op gronden d ie zijn aangeduid als zone nieuwe landgoederen en landschapscampings';
-
i. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient gepaard te gaan met een goede landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst
waarbij een inrichtings- en beplantingsplan ter
beoordeling aan een landschapsdeskundige wordt ingediend
(verwezen wordt naar de toe te passen streekeigen beplanting, zoals opgenomen in Bijlage 11 en Bijlage 12) waarvoor ter
beoordeling van het landschappelijk inpassingsplan advies wordt ingewonnen bij een
landschapsdeskundige;
-
j. de oppervlakte van de natuur- en landschapselementen ten behoeve een goede landschappelijke
inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zoals bedoeld onder i mag niet minder dan 833 m2 per standplaats bedragen en dient direct aansluitend aan de landschapscamping te worden gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden ;
-
k. de standplaatsen en overige voorzieningen ten behoeve van de landschapscamping, gebouwen en groenvoorzieningen uitgezonderd, mogen niet worden aangelegd of opgericht binnen een afstand van 50 meter, vanaf de dichtstbijzijnde gevel, van een naburige woning;
-
l. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot onevenredige schade aan infrastructuur, met name gelet op de capaciteit van de ontsluitingsweg, wat betreft de breedte en draagkracht hiervan en onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid;
-
m. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is alleen toegestaan indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
-
n. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot:
-
1. onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van naburige agrarische bedrijven en niet-agrarische bouwvlakken;
-
2. onevenredige verstening en versnippering van de agrarische gronden;
-
o. de wijzigingsbevoegdheid mag niet worden toegepast als naar verwachting geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming, kan worden verleend;
-
p. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is alleen toegestaan indien door middel van een watertoets is aangetoond dat de aanleg van de landschapscamping geen nadelige invloed heeft op de waterhuishouding in het gebied.
Artikel 4 Artikel 12 Natuur - Buitenplaats
De bepalingen uit lid 12.6.2 worden als volgt gewijzigd:
12.6.2 Afwijking NED
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.1 voor het gebruik van bebouwing ten behoeve van een NED, met dien verstande dat:
-
a. afwijking kan worden toegepast voor:
-
1. een NED die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in de positieve lijst NED's ;
-
2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in de lijst NED's .
-
b. verblijfsrecreatieve functies zoals genoemd in bijlage 13 in afwijking van het bepaalde onder a. niet zijn toegestaan in gebouwen met in hoofdzaak stalen wanden;
-
c. een NED gevestigd dient te worden in de bestaande gebouwen in een bouwvlak;
-
d. een NED niet is toegestaan in woningen;
-
e. voor verblijfsrecreatieve functies aanvullend de volgende voorwaarden gelden:
-
1. het gebruiksoppervlak mag niet groter zijn dan 500m²;
-
2. het aantal eenheden mag maximaal 6 stuks bedragen
-
3. de eenheden dienen in één gebouw te worden ondergebracht;
-
f. de NED, of alle NED's tezamen
, behorende bij een agrarisch bedrijf,
wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit:
-
1. de arbeidsbehoefte;
-
2. de ruimtelijke uitstraling;
-
3. de verkeersaantrekkende werking, waarbij de afwijking niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit;
-
4. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort;
-
g. de wegcapaciteit, wegconstructie en verkeersveiligheid niet negatief worden beïnvloed, alvorens wijziging toe te passen winnen burgemeester en wethouders hieromtrent schriftelijk advies in bij de wegbeheerder;
-
h. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen niet is toegestaan;
-
i. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
-
j.
een woning op het betreffende bouwvlak aanwezig en in gebruik is, van waaruit de permanente
bewoner van die woning de dagelijkse exploitatie van en toezicht op de NED uitoefent.
Artikel 5 Artikel 15 Recreatie
Aan lid 15.5 Specifieke gebruiksplanregels wordt het volgende sublid toegevoegd:
15.5.3 Voorwaardelijke verplichting landschapscamping
Het gebruik van een landschapscamping is uitsluitend toegestaan indien 833 m² natuur- en
landschapselementen per standplaats aanwezig zijn en duurzaam in stand worden gehouden.
Artikel 6 Artikel 17 Sport
De bepalingen uit lid 17.1 worden als volgt gewijzigd:
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
a. sportvelden, sporthal en sportvoorzieningen;
-
b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, jongerenontmoetingsplaatsen, parkeervoorzieningen, groen, water, nutsvoorzieningen en (ontsluitings)wegen;
-
c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - manege - 1': een manege;
-
d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - manege - 2': een manege met daarbij behorende verblijfsrecreatie;
-
e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - groepskamperen': verblijfsrecreatie in de vorm van groepskamperen;
-
f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilstal': een schuilstal met maximale hoogte van 4 meter;
-
g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen': tevens een kleinschalig kampeerterrein;
-
h.
ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': tevens voor verblijfsrecreatie in een
recreatiewoning;
De bepalingen uit lid 17.2.1 worden als volgt gewijzigd:
-
a. gebouwen en overkappingen worden gebouwd in het bouwvlak;
-
b. indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een aanduiding anders is aangegeven, ten hoogste 55°;
-
c.
ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' bedraagt het aantal recreatiewoningen maximaal
het met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal.
De bepalingen uit lid 17.2.2 worden als volgt gewijzigd:
-
a. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 6 meter respectievelijk 10 meter;
-
b. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte genoemd in bijlage 6;
-
c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mogen, voor zover niet aanwezig dan wel te realiseren binnen het bestaande bouwvolume, bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 60 m² per bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
-
d. bij uitbreiding van een bestaand bijgebouw de goothoogte en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan die van het bestaand bijgebouw;
-
e. in het geval dat een geheel nieuw bijgebouw wordt gebouwd de goot- en de bouwhoogte ten hoogste 3 meter respectievelijk 7 meter mag bedragen;
-
f. de inhoud van een bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, bedraagt ten hoogste 750 m3;
-
g. indien bestaande gebouwen niet geschikt zijn voor gebruik als sanitaire voorziening of recreatieruimte mag uitsluitend voor dat doel één nieuw gebouw worden opgericht met een maximale oppervlakte van 200 m2.
De bepalingen uit lid 17.5.1 worden als volgt gewijzigd:
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende planregels:
-
a. horeca is uitsluitend toegestaan voor zover:
-
1. dit een ondergeschikt bestanddeel is van de totale bedrijfsuitoefening en dit rechtstreeks samenhangt met de in artikel 17.1 genoemde bestemming;
-
2. voorkomend in categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten;
-
b. evenementen zijn toegestaan;
-
c. permanente bewoning van kampeermiddelen is niet toegestaan;
-
d.
ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte groepsaccommodatie'
bedraagt de vloeroppervlakte van de verblijfsrecreatie behorende bij de manege, niet zijnde een
recreatiewoning, ten hoogste het oppervlak als aangegeven.
Artikel 7 Artikel 21 Wonen
Lid 21.5.6 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing wordt toegevoegd:
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groenelement' mogen
uitsluitend worden gebruikt indien en voor zover:
-
a.
voorzien is in een adequate landschappelijke inpassing, door de aanleg/inrichting van een dicht
begroeide beplantingsstrook van minimaal 3 meter breedte, met streek- en gebiedseigen soorten,
en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden door een adequaat beheer.
De bepaling in Lid 21.6.2 onder f wordt als volgt gewijzigd:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.1 voor het gebruik van bebouwing ten behoeve van een NED, met dien verstande dat:
-
a. afwijking kan worden toegepast voor:
-
1. een NED die voorkomt in de lijst Nieuwe Economische Dragers zoals opgenomen in de positieve lijst NED's ;
-
2. overige bedrijfsactiviteiten, die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de NED's zoals vermeld in de lijst NED's .
-
b. verblijfsrecreatieve functies zoals genoemd in bijlage 13 in afwijking van het bepaalde onder a. niet zijn toegestaan in gebouwen met in hoofdzaak stalen wanden;
-
c. een NED gevestigd dient te worden in de bestaande gebouwen in een bouwvlak;
-
d. een NED niet is toegestaan in woningen;
-
e. voor verblijfsrecreatieve functies aanvullend de volgende voorwaarden gelden;
-
1. het gebruiksoppervlak mag niet groter zijn dan 500m²;
-
2. het aantal eenheden mag maximaal 6 stuks bedragen;
-
f. de NED, of alle NED's tezamen
, behorende bij een agrarisch bedrijf,
wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang, hetgeen blijkt uit:
-
1. de arbeidsbehoefte;
-
2. de ruimtelijke uitstraling;
-
3. de verkeersaantrekkende werking, waarbij de afwijking niet tot een onevenredige toename leidt van de automobiliteit;
-
4. de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten waartoe de activiteit behoort, waarbij geldt dat de bedrijfsactiviteit ten hoogste tot categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten behoort;
-
g. de wegcapaciteit, wegconstructie en verkeersveiligheid niet negatief worden beïnvloed, alvorens wijziging toe te passen winnen burgemeester en wethouders hieromtrent schriftelijk advies in bij de wegbeheerder;
-
h. opslag van goederen ten behoeve van de NED buiten gebouwen niet is toegestaan;
-
i. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
-
j.
een woning op het betreffende bouwvlak aanwezig en in gebruik is, van waaruit de permanente
bewoner van die woning de dagelijkse exploitatie van en toezicht op de NED uitoefent.