direct naar inhoud van Bijlage 1 Samenvatting beleidskader
Plan: Kampeerterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0026BPKptAP-VG01

Bijlage 1 Samenvatting beleidskader

Nota Ruimte

Nationaal beleid

Met betrekking tot het nationaal beleid is de Nota Ruimte van belang. De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen voor de komende decennia. De Nota Ruimte is van een hoog abstractieniveau en leent zich moeilijk voor de toetsing van de concrete initiatieven. In het algemeen kan worden geconcludeerd dat de rijksoverheid lagere overheden meer kansen biedt in het ontwikkelen van eigen ruimtelijk en kampeerbeleid. Hierna zijn enkele accenten uit de nota uitgelicht.

Economische vitaliteit

In de Nota Ruimte is de economische vitaliteit als belangrijk speerpunt opgenomen. Vitaliteit van het platteland moet worden versterkt onder andere door ruimte te geven aan aanpassing van de toeristisch-recreatieve mogelijkheden.

Recreatie

De groei en samenstelling van de bevolking en de toenemende vrijetijdsbesteding vragen om aanpassing van het huidige toeristisch-recreatieve aanbod. De recreatiesector moet de ruimte krijgen om te kunnen anticiperen op de veranderende behoefte van de samenleving. Provincies dienen hiervoor voldoende ruimte te scheppen in hun streekplannen. Concreet betekent dit dat rekening moet worden gehouden met nieuwe vormen van recreatie en toerisme en met uitbreiding en aanpassing van bestaande toeristische en verblijfsrecreatieve voorzieningen. Het gaat daarbij ook om vergroting van de mogelijkheden voor recreatie als nevenactiviteit op agrarische bedrijven. Het rijk zal zowel de aanpassing als omvorming van recreatiebedrijven in kwetsbare gebieden procesmatig faciliteren door middel van bijvoorbeeld de EHS-saldobenadering.

Zuidwestelijke Delta

Kwaliteiten en problemen

Kernkwaliteiten van de Zuidwestelijke Delta zijn de internationale waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie op de grens van land, rivier en zee. Het gebied is aantrekkelijk als grootschalige open ruimte binnen het verstedelijkte gebied in Noordwest-Europa. Daarnaast heeft het gebied een belangrijke rol in de nationale economie. Naast belangrijke haven- en industriegebieden zijn ook landbouw, visserij en toerisme van belang voor de Zeeuwse economie.

Naast kwaliteiten heeft de Zuidwestelijke Delta te kampen met enkele problemen. Zo is door de Deltawerken de kwaliteit van de Deltawateren op veel plaatsen verminderd. Het aantal recreanten uit het omliggende stedelijke gebied is met de uitbreiding van het wegennet in de Delta en de toegenomen mobiliteit, sterk gegroeid. Het gebied wordt kwetsbaar voor een ongecontroleerd gebruik van het landelijk gebied, inclusief de vele grote wateren.

Doel

Op basis van kwaliteiten en problemen in het gebied is voor de Zuidwestelijke Delta het volgende doel geformuleerd: de ontwikkeling van activiteiten die de nationale concurrentiepositie versterken combineren met ontwikkelingen die de veiligheid tegen overstromingen vergroten en de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie versterken. Om dit doel te bewerkstelligen is een deel van Zeeland aangewezen als Nationaal Landschap.

Walcheren

Nationaal Landschap

Walcheren is in de Nota Ruimte aangewezen als Nationaal Landschap. Nationale Landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Deze moeten behouden blijven, duurzaam beheerd en waar mogelijk worden versterkt. In samenhang hiermee zal de toeristisch-recreatieve betekenis moeten toenemen. Binnen nationale landschappen is "behoud door ontwikkeling" het uitgangspunt van het ruimtelijk beleid. Uitgangspunt is dat de Nationale Landschappen zich sociaal-economisch voldoende moeten kunnen ontwikkelen, terwijl de bijzondere kwaliteiten van het gebied worden behouden en versterkt. Provincies zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleid voor nationale landschappenen werken daarin de per nationaal landschap benoemde kernkwaliteiten uit. Deze zijn leidend voor de ruimtelijke ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn binnen nationale landschappen mogelijk, mits de kernkwaliteiten van het landschap worden behouden of worden versterkt. In paragraaf 3.2 wordt nader ingegaan op het Nationaal Landschap.

Kernkwaliteiten

Als kernkwaliteiten van Walcheren worden genoemd:

  • kleinschalige openheid;
  • groen karakter;
  • reliëf door duinen, kreekruggen, kommen en vliedbergen.

Omgevingsplan Zeeland 2016-2012

Algemeen

Kwaliteit en dynamiek zijn de sleutelwoorden in het Omgevingsplan Zeeland (vastgesteld 30 juni 2006). Kort gezegd komen deze sleutelwoorden erop neer dat vanuit het Omgevingsplan een bijdrage moet worden geleverd aan de voor Zeeland noodzakelijke economische en sociaal-culturele dynamiek. Tegelijkertijd is het Omgevingsplan gericht op het versterken en ontwikkelen van de kernkwaliteiten van de regio. Duurzaam ontwikkelen is daarom het centrale uitgangspunt: ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen, met kwaliteit en afgestemd op de omgevingskwaliteiten.

In het Omgevingsplan spitst het recreatiebeleid zich toe op de volgende punten:

  • de recreatie voldoende (fysieke) ruimte geven om zich te ontwikkelen;
  • het in relatie brengen met elkaar van enerzijds de sanerings- of herstructureringsopgave en anderzijds nieuwe impulsen, ambities en uitbreidingen;
  • het gelijktijdig doen van investeringen in de recreatie en in de omgevingskwaliteit (landschappelijke inpassing en verevening).

Voorts is Walcheren in de Nota Ruimte opgenomen in het Nationaal Landschap Zuidwest Zeeland. Het doel van de provincie is, samen met het Rijk, de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap te versterken en de kansen die dit biedt voor recreatie en toerisme optimaal te benutten.

  • de recreatiesector dient voldoende (fysieke) ruimte te worden gegeven om zich te ontwikkelen (groei aantal eenheden en bijbehorende groei van fysieke omvang);
  • het gelijktijdig doen van investeringen in de recreatie en in de omgevingskwaliteit (landschappelijke inpassing en verevening).
  • gezien de veranderende vraag (meer luxe) is omschakeling naar andere vormen van verblijfsrecreatie (verstening) onder voorwaarden (inpassing / beeldkwaliteit) mogelijk;
  • concentratie dient met name plaats te vinden in recreatieve concentratiegebieden; Oostkapelle en Valkenisse zijn aangeduid als recreatieconcentratie. Concreet houdt dit in dat op en aansluitend aan deze concentraties ontwikkelingen in de recreatiesector planologisch worden gestimuleerd. De ontwikkelingsrichting vanuit deze concentraties is op sommige locaties wel verbonden aan de opgaven voor de complexe gebieden of aan kansen en belemmeringen met het oog op natuur.
  • de provincie kan een rol spelen als aanjager om het vernieuwingsproces in complexe gebieden (kustgebieden) aan de gang te krijgen door het inzetten van instrumenten om de grondmobiliteit te bevorderen;
  • bij nieuwvestiging en na het realiseren van kwaliteitsverbetering moet bedrijfsmatige exploitatie worden gegarandeerd;
  • de exploitant is verantwoordelijk voor het voorkomen van permanente bewoning; dit moet in geval van nieuwe terreinen en kwaliteitsverbetering contractueel tussen exploitant en gebruiker worden vastgelegd, zodat er geen ongewenste vormen van uitponding op zullen treden en er garanties zijn voor het nakomen van private afspraken.

Handreiking Verevening (15 januari 2008)

Voor de verdere uitwerking van het principe van verevening is de provinciale Handreiking Verevening opgesteld. Voor de hoogte van de noodzakelijk geachte vereveningsbijdrage dient maatwerk geleverd te worden. Belangrijkste aspecten hierbij zijn de aard van de activiteit en de locatie. De handreiking biedt handvaten voor het leveren van dit maatwerk.

In de handreiking wordt aangegeven dat het principe van verevening eveneens van toepassing is bij intensivering van bestaande initiatieven. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan uitbreidingsmogelijkheden voor sanitair en centrale voorzieningen.

Als stelregel kan worden gehanteerd dat het dient te gaan om een wenselijke ontwikkeling in het buitengebied waarvoor een aanpassing van het vigerende bestemmingsplan (of bestemmingsregeling) noodzakelijk is om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken.

In de handreiking is aangegeven dat niet voor iedere ontwikkeling sprake is van het vereveningsprincipe. Voor kleinschalige initiatieven, waarbij geen of nauwelijks sprake is van een aantasting van de omgevingskwaliteit, is een drempel ingesteld waaronder niet hoeft te worden verevend. Ten slotte is in de handreiking aangegeven dat deze niet volledig is.

De noodzakelijke investering in de omgevingskwaliteit die voortvloeit uit het principe van verevening dient door de betreffende initiatiefnemer te worden geleverd. Bij de actualisatie van bestemmingsplannen kan het echter ook zo zijn dat extra ontwikkelruimte geboden wordt zonder dat hiertoe al een concreet verzoek door een initiatiefnemer is gedaan. In dat geval is óók het principe van verevening van toepassing. Of er daadwerkelijk ook een invulling aan het vereveningsprincipe gegeven dient te worden is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de ingestelde vereveningsdrempel wordt overschreden. Wanneer dit niet het geval is, hoeft er géén toepassing aan het vereveningsprincipe gegeven te worden. Wanneer dit wel het geval is, moet aan de geboden ontwikkelruimte de voorwaarde van verevening worden gekoppeld.

Kadernota Kampeerterreinen Veere

Algemeen

De kadernota Kampeerterreinen Veere bevat het gemeentelijk kampeerbeleid. Dat beleid is gericht op een diversiteit aan kwalitatief hoogwaardige kampeerterreinen, die een bijdrage leveren aan:

  • een versterking van de economische positie, zowel bedrijfseconomisch voor de sector als sociaal-economisch voor de lokale economie;
  • een verbetering van de integrale ruimtelijke kwaliteit van de omgeving door onder andere een goede landschappelijke inpassing en een aantrekkelijke omgeving;
  • de verlenging van het toeristenseizoen.

Om genoemde doelen te bereiken, gaat de Kadernota uit van regelgeving op hoofdlijnen en een grote(re) verantwoordelijkheid voor de ondernemer. Campingeigenaren krijgen meer ruimte om in te kunnen spelen op de veranderende recreatieve vraag en om de sociale en economische betekenis van kampeerterreinen veilig te stellen.

Het streven naar kwalitatief hoogwaardige terreinen houdt daarnaast in dat alle kampeerterreinen op het gebied van veiligheid en landschappelijke inrichting vóór 2011 voldoen aan een basiskwaliteitsniveau.

In de kadernota zijn nader uit te werken uitgangspunten geformuleerd die kunnen dienen als:

  • stimulans in het proces van kwaliteitsverbetering, productdifferentiatie en seizoensverlenging;
  • kaders voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen.

Uitgangspunten

Uit de kadernota komen de volgende uitgangspunten naar voren.

Algemeen

  • nieuwe kampeerterreinen zijn onder voorwaarden toelaatbaar;
  • waar uitbreiding mogelijk is, wordt geen maximum gesteld aan de uitbreidingsmogelijkheden (in oppervlakte); uitbreiding dient primair te worden ingezet ten behoeve van kwaliteitsverbetering;
  • uitbreiding van het totaal aantal standplaatsen in het kader van kwaliteitsverbetering is vastgesteld op 700 ten opzichte van het huidige totaal aantal vergunde eenheden voor de hele gemeente (ongeveer 10%); de noodzaak van uitbreiding van het aantal eenheden dient te worden aangetoond in een ondernemersplan;
  • kampeerterreinen die op de huidige locatie de gewenste kwaliteitsverbetering niet kunnen realiseren, kunnen een plan voor bedrijfsverplaatsing indienen; als gebieden voor bedrijfsverplaatsing komen de compensatielocaties in het zuidwestelijk kustgebied in aanmerking; aan dependances of nevenvestigingen wordt geen medewerking verleend;
  • met provincie, Recron en ZLTO worden de mogelijkheden onderzocht tot het oprichten van een eenheden- dan wel grondbank;
  • uitponding van standplaatsen op kampeerterreinen is niet toegestaan;
  • winterkamperen is toegestaan.

Brandveiligheid

kampeerterreinen moeten voldoen aan brandveiligheidseisen zoals opgenomen in de notitie Beleidsregels Brandveiligheid Kampeerterreinen in de gemeente Veere.

Collectieve ruimte

  • het kampeerterrein dient rondom te zijn voorzien van een randbeplanting met opgaande en streekeigen beplanting die de kampeermiddelen jaarrond aan het zicht onttrekt;
  • de interne groenstructuur wordt overgelaten aan de ondernemer;
  • er worden ruime bouwmogelijkheden geboden voor het bouwen van de centrale en recreatieve voorzieningen;
  • ieder kampeerterrein dient op eigen terrein te beschikken over voldoende parkeerplaatsen voor de eigen gasten en bezoekers;
  • kampeerterreinen dienen te voorzien in een goede, ruime en verkeersveilige ontsluiting.

Exclusieve ruimte

  • de ondernemer is binnen het toegestane aantal kampeermiddelen vrij in de keuze voor permanente dan wel toeristische kampeermiddelen;
  • het opnemen van een minimale bruto- of netto-oppervlakte van standplaatsen is niet noodzakelijk;
  • per standplaats zijn twee slaaptentjes toegestaan;
  • op een permanente standplaats zijn bijgebouwen en individueel sanitair binnen het kampeervak toegestaan;
  • zowel op toeristische als op permanente standplaatsen is het plaatsen van chalets, trekkershutten, campinglodges en dergelijke11 toegestaan; (stenen) recreatiewoningen zijn niet toegestaan.

Beheer en toezicht

  • per kampeerterrein is één bedrijfswoning toegestaan; in bijzondere situaties kan worden ingestemd met een tweede bedrijfswoning;
  • voor tijdelijke huisvesting van vakantiekrachten (werkzaam op het kampeerterrein) zijn maximaal drie extra toeristische standplaatsen toegestaan.

Beleidsregels Brandveiligheid Kampeerterreinen Veere

De Beleidsregels Brandveiligheid Kampeerterreinen hebben tot doel alle voorschriften met betrekking tot brandveiligheid die vanuit verschillende wet- en regelgeving op de kampeerterreinen van toepassing zijn, in één document op te nemen. Op 11 november 2005 zijn de regels door de gemeente Veere vastgesteld. Kampeerterreinen met minder dan 100 standplaatsen dienen binnen 3 jaar aan de voorwaarden van dit beleid te voldoen; kampeerterreinen met meer dan 100 standplaatsen hebben 5 jaar de tijd om aan de gestelde voorwaarden te voldoen.

De Beleidsregels Brandveiligheid Kampeerterreinen bevatten voorschriften voor kampeerterreinen uit het oogpunt van brandveiligheid. Het gaat daarbij in hoofdzaak om de volgende punten:

  • de bereikbaarheid van de kampeerterreinen en de kampeermiddelen voor de brandweer;
  • de inrichting van het kampeerterrein (afstand tussen kampeervakken en kampeermiddelen onderling);
  • normen ten behoeve van elektrische en gasinstallaties;
  • gebruiks- en gedragsvoorschriften.

In ruimtelijk opzicht worden de kampeerterreinen onderverdeeld in standplaatsen, kampeervakken en brandcompartimenten. Een kampeervak betreft het gedeelte van een standplaats waarop een cluster van kampeermiddel(en), aan- en bijbouwsels en voertuig(en) is toegestaan. Een brandcompartiment is een cluster van niet-permanente standplaatsen met een oppervlakte van maximaal 1.000 m². Om te voorkomen dat een brand eenvoudig van het ene naar het andere kampeervak / brandcompartiment kan overslaan, dienen (vrije) afstanden tussen kampeervakken onderling en tussen brandcompartimenten onderling te worden aangehouden: op een bestaand terrein dient deze afstand 3 meter te bedragen; op nieuwe terreinen of op terreinen waar sprake is van vernieuwing 5 meter.