direct naar inhoud van Artikel 5 Natuur
Plan: Neeltje Jans
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0717.0010BPNjaAp-VG01

Artikel 5 Natuur

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud en herstel en ontwikkeling van actuele en potentiële landschaps- en natuurwaarden;
  • b. (extensieve) dagrecreatie;
  • c. duingebied;
  • d. waterkering;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'strand' voor strand;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'haven' mede voor aanloop- en passantenhaven voor de beroeps, rond- en recreatievaart;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' mede voor windturbines en voorzieningen ten behoeve van windturbines zoals een transformatorstation, service- en bedieningsgebouwen en radarpost;
  • h. ondergrondse midden- en hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten hoogste 150 kilovolt ten behoeve van windenergie;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' een horecavestiging in de vorm van een strandpaviljoen en de hierbij behorende (opslag)voorzieningen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'viskwekerij' voor mosselhangcultures;
  • k. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, wegen, paden en water.

5.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

5.2.1 Algemeen
  • a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvak gebouwd;
  • b. indien gebouwen worden afgedekt door een constructie van één of meer hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling, tenzij met een aanduiding anders is aangegeven, ten hoogste 55°;
  • c. windturbines en voorzieningen ten behoeve van windturbines zoals een transformatorstation, parkbekabeling, service- en bedieningsgebouwen en radarpost worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark'.

5.2.2 Gebouwen
  • a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' is een standpaviljoen toegestaan van ten hoogste 217 m2;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' geldt dat beneden de vloerhoogte slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen, zonder wanden zijn toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' mogen gebouwen worden gebouwd met een totale oppervlakte van ten hoogste 700 m2;
  • e. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van windturbines ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' bedraagt ten hoogste 6,5 m.

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  • b. de bouwhoogte van een bliksemafleider bedraagt ten hoogste 24 m;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.

5.2.4 Windturbines
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn uitsluitend windturbines met een maximale ashoogte van 120 m toegestaan;
  • b. het maximum aantal te bouwen windturbines bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum aantal te bouwen windturbines' aangegeven aantal. Indien geen maximum aantal is aangegeven mag 1 windturbine worden gebouwd.

5.3 Nadere eisen

Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' kunnen Burgemeester en wethouders met het oog op het waterkeringsbelang en natuurbelangen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de minimale en maximale afstand van strandpaviljoen tot de duinvoet/dijk;
  • b. minimale afstand tot strand- en stenen bermen;
  • c. de constructie van bouwwerken;
  • d. de fundering en in geval van paalfundering aan de paaldiepte en de minimale paalafstand;
  • e. de hoogte van de onderkant van de vloer van ten opzichte van het strand in verband met zandsuppletie op het strand.

5.4 Specifieke gebruikersregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' mag horeca worden uitgeoefend waarbij de volgende regels gelden:
    • 1. uitsluitend horecabedrijven tot en met categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten zijn toegestaan;
    • 2. de verhuur van strandbenodigdheden zoals strandstoelen, parasols en windschermen is toegestaan;
    • 3. strandgerelateerde detailhandel is toegestaan voor zover het verkoopvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 25 m2;
    • 4. in aansluiting op een strandpaviljoen is een terras toegestaan met een oppervlakte van maximaal 293 m2;
    • 5. het gebruiken of te laten gebruiken van gronden en / of bouwwerken als seksinrichting is niet toegestaan.
  • b. op de gronden met de aanduiding 'haven' zijn ten hoogste 60 ligplaatsen ten behoeve van de rond- en recreatievaart toegestaan;
  • c. op de gronden met de aanduiding 'haven' zijn vaste ligplaatsen voor de recreatievaart niet toegestaan;
  • d. op de gronden met de aanduiding 'viskwekerij' bedraagt de maximale oppervlakte van de mosselhangcultures ten hoogste de met 'maximum oppervlakte (m²)' aangegeven oppervlakte. Indien geen maximum oppervlakte is aangegeven mag het totale oppervlakte van het aanduidingsvlak worden gebruikt ten behoeve van mosselhangcultures;
  • e. op de gronden ter plaatse van de Mattenhaven met de aanduiding 'viskwekerij' bedraagt het maximum oppervlakte aan mosselhangcultures ten hoogste 10.000 m2.

5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties en apparatuur;
  • c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • d. het vellen of rooien van houtgewas;
  • e. het bebossen of beplanten van gronden;
  • f. het op mechanische wijze spitten van pieren en -zandwinning;
  • g. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen;
  • h. het storten en lozen van specie;
  • i. het zuigen en baggeren van specie en schelpen.

5.5.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod van lid 5.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden betreffende:

  • a. normaal beheer of onderhoud ten dienste van de bestemming, de waterkering en de waterbeheersing;
  • b. het aanbrengen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van windenergie;
  • c. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verbandhoudende constructies, installaties en apparatuur ten behoeve van windenergie;
  • d. reeds op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijnde werken of werkzaamheden.

5.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
  • a. Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn alleen toegestaan, indien daardoor de in lid 5.1 genoemde waarden of wezenlijke kenmerken van de gronden:
    • 1. Niet significant worden aangetast, of
    • 2. Niet significant worden, of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen worden getroffen.
  • b. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de landschaps- en natuurdeskundige over de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan de betreffende waarden van het gebied, met dien verstande dat het inwinnen van advies niet vereist is indien planvorming op basis van het Natuurbeheerplan Zeeland plaatsvindt.