direct naar inhoud van Artikel 5 Recreatie - Kampeerterrein
Plan: Verblijfsrecreatieterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0716.verblijfsrecreatie-VG01

Artikel 5 Recreatie - Kampeerterrein

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor

  • a. het kamperen en recreatief nachtverblijf in gebouwen niet zijnde een recreatiewoning;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': een bedrijfswoning;
  • c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals:
    • 1. voorzieningen voor dienstverlening, beheer en onderhoud ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein;
    • 2. tijdelijke huisvesting van op het terrein werkzaam zijnde recreatiepersoneel;
    • 3. horecavoorzieningen;
    • 4. een campingwinkel;
    • 5. spel-, sport- en speelvoorzieningen en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
    • 6. groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en (ontsluitings)wegen.

5.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

5.2.1 Toelaatbare bebouwing

Op deze gronden mogen worden gebouwd:

met inachtneming van het volgende:

5.2.2 Algemeen
  • a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  • b. gebouwen voor recreatief nachtverblijf, niet zijnde een recreatiewoning, worden gebouwd op een permanente standplaats;
  • c. een bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • d. een bijgebouw op een niet-permanente standplaats is uitsluitend toegestaan indien de netto-oppervlakte van de standplaats ten minste 150 m² bedraagt of, indien de netto-oppervlakte van de standplaats minder dan 150 m² bedraagt, het bijgebouw een functie vervult voor ten minste 3 niet-permanente standplaatsen;
  • e. ten hoogste 4 bijgebouwen op de standplaatsen mogen worden gecombineerd in één gebouw.

5.2.3 Maatvoeringen

Oppervlakten, goot- en bouwhoogten

  • a. de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte, behoudens het bepaalde onder e;
  • b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen als bedoeld in lid 5.2.1. onder a en c bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' aangegeven oppervlak;
  • c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m;
  • e. oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedragen ten hoogste de navolgende maten:

gebouw   oppervlakte   inhoud   goothoogte   bouwhoogte  
sanitairgebouw voor gezamenlijk gebruik   180 m²   -   zie maatvoeringsaanduiding   zie maatvoeringsaanduiding  
gebouw voor recreatief nachtverblijf inclusief aan- of uitbouw   75 m²   -   4 m   5 m  
bijgebouw op een niet-permanente standplaats   10 m²   -   3 m   3 m  
bijgebouw op een permanente standplaats   12 m²   -   3 m   3 m  
gecombineerd gebouw als bedoeld in lid 5.2.2 onder e   per standplaats het aantal m2 als hiervoor vermeld   -   3 m   3 m  
bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen   zie onder b   900 m³   zie
maatvoeringsaanduiding  
10 m  
bijgebouw bij bedrijfswoning   60 m²   -   3 m   6 m  

5.3 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende regels:

  • a. het totaal aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen kampeermiddel' is aangegeven;
  • b. het totaal aantal permanente standplaatsen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal permanente standsplaatsen kampeermiddel' is aangegeven;
  • c. het permanent bewonen of laten bewonen van kampeermiddelen, gebouwen voor recreatief nachtverblijf en bijgebouwen is niet toegestaan;
  • d. recreatief nachtverblijf in bijgebouwen is niet toegestaan;
  • e. detailhandel is uitsluitend toegestaan voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel is van de totale bedrijfsuitoefening en dit rechtstreeks samenhangt met de in lid 5.1 genoemde bestemming;
  • f. horeca is uitsluitend toegestaan voor zover:
    • 1. dit een ondergeschikt bestanddeel is van de totale bedrijfsuitoefening en dit rechtstreeks samenhangt met de in lid 5.1 genoemde bestemming;
    • 2. voorkomend in categorie 1a, 1b en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten, niet zijnde een hotel;
    • 3. het bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 450 m²;
  • g. het gebruik of te laten gebruiken van gronden en / of bouwwerken als seksinrichting of voor straatprostitutie is niet toegestaan;
  • h. het is niet toegestaan onbebouwde gronden te gebruiken voor:
    • 1. de opslag van voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen met een hoogte van meer dan 1,5 m;
    • 2. als uitstallings- opslag- en standplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen en boten;
    • 3. als opslagplaats voor bagger en grondspecie;
  • i. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan.

5.4 Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1 Afwijken van de Staat van Horeca-activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.1 om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 5.1 genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 5.1 genoemd.

5.5 Wijzigingsbevoegdheid
5.5.1 Vergroting aantal standplaatsen

Burgemeester en wethouders kunnen het aantal standplaatsen als bedoeld in lid 5.3 onder a vergroten, met inachtneming van het volgende:

  • a. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is noodzakelijk in verband met kwaliteitsverbetering en / of productdifferentiatie of in het kader van wettelijk eisen omtrent veiligheid;
  • b. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is uitsluitend mogelijk indien sprake is van verblijfsrecreatie met een bedrijfsmatige exploitatie;
  • c. het aantal extra standplaatsen bedraagt ten hoogste 20% van het aantal dat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan aanwezig is;
  • d. het aantal permanente standplaatsen kampeermiddelen bedraagt ten hoogste 85% van het totaal aantal standplaatsen;
  • e. het kampeerterrein moet beschikken over een adequate landschappelijke inpassing, zodanig dat geen visuele hinder vanaf de openbare weg of vanuit het omringende landschap bestaat;
  • f. voor wijziging van het totaal aantal standplaatsen is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten met de gemeente waarin toepassing wordt gegeven aan vereveningsprincipe zoals omschreven in het Omgevingsplan Zeeland, tenzij de vereveningsdrempel zoals beschreven in de provinciale Handreiking Verevening niet wordt overschreden;
  • g. er is voldoende parkeerruimte beschikbaar op eigen terrein;
  • h. ontsluiting van het terrein dient plaats te vinden door middel van een verkeersveilige ontsluiting;
  • i. ten behoeve van de kwaliteitsverbetering wordt een watertoets uitgevoerd;
  • j. aangetoond is dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt.

5.5.2 Extra bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders kunnen voor het bouwen van een extra bedrijfswoning een aanduiding 'bedrijfswoning' toevoegen, met inachtneming van het volgende:

  • a. de realisatie van de bedrijfswoning is noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
  • b. per kampeerterrein zijn ten hoogste 2 bedrijfswoningen toegestaan;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast;
  • d. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de buitengevel van de bedrijfswoning ten hoogste de wettelijke voorkeursgrenswaarde bedraagt;
  • e. een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten met de gemeente waarin toepassing wordt gegeven aan vereveningsprincipe zoals omschreven in het Omgevingsplan Zeeland, tenzij de vereveningsdrempel zoals beschreven in de provinciale Handreiking Verevening niet wordt overschreden.