direct naar inhoud van Artikel 3 Groen
Plan: Verblijfsrecreatieterreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0716.verblijfsrecreatie-VG01

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': tevens voor een parkeerterrein horende bij de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'speelvoorziening': tevens spel-, sport- en speelvoorzieningen en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen-1': uitsluitend landschappelijke afscherming van recreatieterreinen door opgaande beplanting;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, bermsloten, voet- en fietspaden, geluidwerende voorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bewegwijzering bedraagt ten hoogste 4,5 m;
  • b. de bouwhoogte van straatmeubilair bedraagt ten hoogste 3 m;
  • c. de bouwhoogte van lichtmasten en overige masten bedraagt ten hoogste 9 m;
  • d. de bouwhoogte van ballenvangers bedraagt ten hoogste 3 m;
  • e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  • f. het oppervlak van een overkapping bedraagt ten hoogste 15 m2;
  • g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van groen-1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.

3.3.2 Uitzonderingen op uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 3.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  • c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

3.3.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de aanwezige landschapswaarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of zullen worden verkleind.