Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Buitengebied, Veer 54-55
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0715.TAMBG98-VG01

Regels

 
Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22i) van het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
 
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22i van het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22i.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22i.' gelezen worden.
 
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begripsbepalingen
 
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in onderstaande wet en algemene maatregelen van bestuur zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan:
  1. de bijlage bij de Omgevingswet;
  2. bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
  3. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
  4. bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
  5. bijlage I bij het Omgevingsbesluit;
  6. bijlage I bij de Omgevingsregeling;
  7. bijlage I bij het Omgevingsplan Terneuzen.
 
tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.
 
Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen
 
Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22i gelden de volgende begripsbepalingen:
 
1.1 TAM-Omgevingsplan
het vastgesteld ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i, Buitengebied, Veer 54-55’ met identificatienummer NL.IMRO.1714.TAMBG98-VG01 van de gemeente Terneuzen.
 
1.2 Omgevingsplan
het omgevingsplan van de gemeente Terneuzen.
 
1.3 Aan huis gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
1.4 Aan- of uitbouw
een ruimte die aan het hoofdgebouw is gebouwd, die functioneel één geheel vormt met het hoofdgebouw, maar
die ruimtelijk een ondergeschikte aanvulling vormt op het hoofdgebouw.
 
1.5 Aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
1.6 Aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
 
1.7 Aanduidingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens.
 
1.8 Achtererf
gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens.
 
1.9 Achtergevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelgrenzen.
 
1.10 Agrarisch hulp- en nevenbedrijf
een agrarisch bedrijf dat mede is gericht op het verlenen van diensten ten behoeve van andere agrarische bedrijven.
 
1.11 Antennedrager
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
 
1.12 Antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
 
1.13 Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
1.14 Bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
 
1.15 Bevoegd gezag
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 5.8 Omgevingswet.
 
1.16 Bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
 
1.17 Bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap.
 
1.18 Bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
1.19 Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
 
1.20 Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen of ander materiaal die, hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
 
1.21 Brutovloeroppervlak
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of (horeca)bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
 
1.22 Detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
 
1.23 Gevellijn
denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelgrenzen, dan wel de aangeduide lijn.
 
1.24 Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het in een woning of bijgebouw door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten - waaronder detailhandel niet wordt begrepen - waarbij het bouwperceel in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
 
1.25 (Openbare) nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
 
1.26 Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
 
1.27 Ow
de Omgevingswet welke op 1 januari 2024 in werking is getreden.
 
1.28 Peil
voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg
ter plaatse van de hoofdtoegang;
bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers;
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afwerkt terrein.
 
1.29 Voorgevelrooilijn
de lijn gelegen:
 
- evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een (bedrijfs)woning of ander bedrijfsgebouw;
dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg):
- evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een (bedrijfs)woning of ander bedrijfsgebouw.
-
 
1.30 Wonen
het gebruik van een woning conform de begripsomschrijving van ‘woning’.
 
1.31 Woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf.
 
Artikel 3 Toepassingsbereik
 
  1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Veer 54-55 in Zaamslag, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0715.TAMBG98-VG01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
  2. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn op de locatie, bedoeld onder a, niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
  3. De regels in afdeling 22.2 van het omgevingsplan, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
 
Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen
 
Voor de toepassing van dit hoofdstuk van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
 
3.1 Afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
 
3.2 Bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk
te stellen bouwonderdelen.
 
3.3 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
 
3.4 Goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
 
3.5 Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
 
3.6 Oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
2 Functies en activiteiten
Artikel 5 Bedrijf
 
5.1 Gebruiksregels
In het voor 'Bedrijf' aangewezen gebied zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
  1. bedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 1;
  2. het gebruik van gronden voor bij deze functie behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.
 
5.2 Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
 
  1. opslag van goederen op gronden gelegen tussen bedrijfsgebouwen en de meest nabij gelegen verkeersfunctie is niet toegestaan;
  2. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 3 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;
  3. verlichting door middel van lichtmasten die niet zijn voorzien van een bovenafdekking is niet toegestaan;
  4. zelfstandige kantoren en zelfstandige detailhandel zijn niet toegestaan;
  5. opslag en verkoop van vuurwerk is niet toegestaan;
  6. het gebruiken van een bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan.
 
5.3 Bouwregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels.
 
5.3.1 Hoofdgebouwen (bedrijfsgebouwen)
  1. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 6 meter;
  2. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 10 meter;
  3. het maximale bebouwd oppervlak van het bouwperceel bedraagt 950 m2;
  4. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m;
  5. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m;
  6. de afstand van een hoofdgebouw tot de as van de hoofdrijbaan met verkeersfunctie bedraagt ten minste 20 meter;
  7. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is geen bedrijfswoning toegestaan;
  8. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in Artikel 10.
     
5.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
 
  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel bedraagt niet meer dan 1 meter;
  2. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel bedraagt niet meer dan 2 meter;
  3. de bouwhoogte van lichtmasten, vlaggenmasten en antennes bedraagt ten hoogste 10 m;
  4. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer 6 meter.
 
Artikel 6 Wonen
 
6.1 Gebruiksregels
In het voor 'Wonen' aangewezen gebied zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
  1. het wonen met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  2. het gebruik van gronden voor bij deze functie behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water.
 
6.2 Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
  1. het uitoefenen van een aan - huis - gebonden beroepen met een oppervlak van meer dan 50 m² per woning is niet toegestaan;
  2. het uitoefenen van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten met een oppervlak van meer dan 20 m² per woning is niet toegestaan;
  3. het aanbieden van meer dan 50 % van de oppervlakte van de woning ten behoeve van logies met ontbijt is niet toegestaan;
  4. het gebruiken van een bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan;
  5. de opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan.
 
6.3 Bouwregels
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels.
 
6.3.1 Hoofdgebouwen (woningen)
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
 
  1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. het aantal woningen bedraagt maximaal het aantal zoals aangegeven met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’;
  3. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 6 meter;
  4. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 10 meter;
  5. de inhoud van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 750 m³;
  6. in afwijking van het bepaalde onder e. mag de inhoud van een hoofdgebouw ten hoogste 1.250 m³ bedragen indien:
    1. de afstand van de woning inclusief aan- en uitbouwen tot een van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter bedraagt;
    2. in de voorgevelrooilijn van het betreffende perceel of in het verlengde van de voorgevelrooilijnen van aanpalende percelen wordt gebouwd, danwel (indien er geen sprake is van een bebouwingslint) als de oppervlakte van de woning niet meer dan 10% bedraagt van de oppervlakte van het bouwperceel;
    3. er zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing en de aanleg, het beheer en het onderhoud is gewaarborgd;
    4. een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing.
  7. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 meter;
  8. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter;
  9. de afstand van een hoofdgebouw tot de as van de hoofdrijbaan met verkeersfunctie bedraagt ten minste 20 meter;
  10. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in Artikel 9.
 
6.3.2 Bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
 
  1. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. de goothoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt niet meer dan 3 meter;
  3. de bouwhoogte van een bijgebouw of overkapping bedraagt niet meer dan 6 meter;
  4. de oppervlakte van bijgebouwen of overkapping bedraagt niet meer dan 90 m²;
  5. als de bijgebouwen of overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 meter;
  6. de afstand van een bijgebouw of overkapping tot de as van de hoofdrijbaan met verkeersfunctie bedraagt ten minste 20 meter.
  7. bijgebouwen en overkappingen worden uitsluitend achter de voorgevelrooilijn gebouwd.
 
6.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
 
  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel bedraagt niet meer dan 1 meter;
  2. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel bedraagt niet meer dan 2 meter;
  3. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer 3 meter.
 
6.3.4 Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het bieden van mantelzorg in een bijgebouw, met in achtneming van het volgende:
  1. afwijking wordt slechts verleend ter plaatse van percelen waarop krachtens het plan een woning is toegestaan die ook feitelijk aanwezig is;
  2. afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat;
  3. afwijking wordt slechts verleend indien sprake is van medische noodzaak, onderschreven door een zorgdeskundige en uitsluitend gedurende de periode dat mantelzorg noodzakelijk is;
  4. per woning mag ten hoogste één bijgebouw worden gebruikt als ruimte voor mantelzorg tot een oppervlakte van maximaal 90 m2;
  5. in samenhang met de afwijking voor het gebruik is bouwen toegestaan mits in overeenstemming met het bepaalde in 6.2; het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in65.3.2 voor de vergroting van de maximaal toelaatbare oppervlakte aan bijgebouwen met 30 m2 tot een maximum van 90 m2;
  6. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
 
3 Algemene regels
   
Artikel 7 Normadressaat
 
Diegene die de activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit hoofdstuk anders is bepaald.
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing.
 
Artikel 9 Algemene gebruiksregels
 
De algemene gebruiksregels luiden als volgt:
 
  1. het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven functie, de functieomschrijving, gebruiksregels en de overige regels.
  2. het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde onder a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.
  
Artikel 10 Parkeren
 
Omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan worden alleen verleend als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien zoals opgenomen in de 'Parkeernota Terneuzen 2023-2033' of diens rechtsopvolger.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht
 
11.1 Overgangsrecht bouwwerken en gebruik
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-Omgevingsplan aanwezig is op de locatie mag blijven bestaan.
  2. Lid 11.1, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.