direct naar inhoud van Artikel 17 Verkeer- Railverkeer
Plan: Oostelijke Kanaaloever
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BVOKO-VG99

Artikel 17 Verkeer- Railverkeer

17.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak Verkeer- Railverkeer gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

17.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
17.2.1 Besluitsubvlak 'Verkeer - Railverkeer'

In aanvulling op het bepaalde in lid 17.1 is het toegestaan gronden te gebruiken voor:

  • a. spoorwegen en de daarbij behorende bermen, taluds en spoorwegovergangen;
  • b. wegen, straten en paden;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. bij deze functie behorende voorzieningen, zoals:
    • 1. geluidswerende voorzieningen;
    • 2. ondergrondse faunapassages en de daarbij behorende voorzieningen,
    • 3. bruggen en viaducten,
    • 4. parkeervoorzieningen,
    • 5. nutsvoorzieningen,
    • 6. verkeersgeleiding en signalering,
    • 7. informatievoorziening en reclame-uitingen.
  • g. risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van:
    • 1. risicovolle inrichtingen die worden aangemerkt als bestaand gebruik zoals bedoeld in lid 17.1;
    • 2. bestaande risicovolle inrichtingen ter plaatse van een besluitsubvlak 'verkeer - railverkeer risicovolle inrichting'.

17.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
17.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 17.1 is het toegestaan om gebouwen, nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 15 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 9 m;
  • d. de oppervlakte van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 15 m²;
  • e. de bouwhoogte van een nutsvoorziening mag niet meer bedragen dan 3 m.

17.4 Afwijken ten aanzien van het GEBRUIK

n.v.t.

17.5 Afwijken ten aanzien van het BOUWEN

n.v.t.