direct naar inhoud van Artikel 12 Waterstaatwerken
Plan: Beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0715.BVIDM-VG99

Artikel 12 Waterstaatwerken

12.1 Bestaand gebruik en bestaande bouwwerken
  • a. de in het besluitvlak 'Waterstaatwerken' gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaande gebruik;
  • b. bestaande bouwwerken mogen worden vervangen door bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde locatie.

12.2 Aanvulling ten aanzien van het GEBRUIK
12.2.1 Besluitvlak 'Waterstaat - Waterkering'

In aanvulling op het bepaalde in lid 12.1 is het toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

  • a. bescherming en veiligstelling van de waterstaatkundige functie van de waterkering;
  • b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden;
  • c. natuurwaarden;
  • d. laad- en losvoorzieningen en leidingbruggen;
  • e. water en bijbehorende voorzieningen voor de waterhuishouding.

12.2.2 Besluitsubvlak 'Bedrijventerrein - Waterstaatswerken'

In aanvulling op het bepaalde in lid 12.1 is het ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijventerrein - waterstaatswerken' toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor:

  • a. haven- en afmeervoorzieningen ten behoeve van de in het gebied van de beheersverordening gevestigde bedrijven of bedrijfsactiviteiten;
  • b. ligplaatsen ten dienste van de beroepsvaart met alle daarbij behorende dienstverlening en beheersvoorzieningen, zoals:
    • 1. aanlegsteigers;
    • 2. botenliften;
    • 3. boothellingen;
    • 4. bootkranen;
    • 5. kaden;
    • 6. loopbruggen;
    • 7. reparatie- en servicevoorzieningen;
  • c. laad- en losvoorzieningen.

12.2.3 Besluitsubvlak 'Containerterminal'

In aanvulling op het bepaalde in lid 12.1 is het ter plaatse van het besluitsubvlak 'containerterminal' toegestaan gronden en gebouwen te gebruiken voor een overslaghaven voor containers met bijbehorende laad- en losfaciliteiten, een wasplaats voor containers, verkeers- en parkeervoorzieningen.

12.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
12.3.1 Toelaatbare bebouwing

In aanvulling op het bepaalde in lid 12.1 is het toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen waarbij de volgende bepalingen gelden:

  • a. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan:
    • 1. terreinafscheidingen: 3 m;
    • 2. de verkeers- of vaarwegaanduiding: 26 m;
    • 3. verlichtingsmasten en andere masten: 15 m;
    • 4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 m.
  • b. de oppervlakte van gebouwen bedraagt ter plaatse van het besluitsubvlak 'containerterminal' niet meer dan 500 m2, de hoogte van de gebouwen bedraagt maximaal 25 m;
  • c. ter plaatse van het besluitsubvlak 'containerterminal' zijn tevens kranen tot een hoogte van 30 meter toegestaan.

12.4 Afwijken ten aanzien van het GEBRUIK

n.v.t.

12.5 Afwijken ten aanzien van het BOUWEN
12.5.1 Hogere bouwwerken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.3.1 onder a ten behoeve van het bouwen van hogere bouwwerken, met inachtneming van het volgende:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 40 m;
  • b. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • c. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien het belang van de waterstaatskundige functie van de waterkering door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad;
  • d. alvorens omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de waterkering.