Artikel 3 Waarde - Archeologie
3.2 Wijziging sublid 13.3.2
Sublid 13.3.2 wordt ingetrokken en opnieuw vastgesteld, luidende als volgt:
"13.3.2 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van overige aldaar geldende
besluit(sub)vlakken
-
a. Ter plaatse van het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 1' mag ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende besluit(sub)vlakken niet worden gebouwd, indien het te verstoren oppervlak van de betrokken locatie groter is dan 500 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 1 meter beneden het maaiveld plaatsvinden;
-
b. Ter plaatse van het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 2' mag ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende besluit(sub)vlakken mag niet worden gebouwd, indien het te verstoren oppervlak van de betrokken locatie groter is dan 100 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 0,5 meter beneden het maaiveld plaatsvinden;
-
c. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. "
3.3 Wijziging sublid 13.4.1
Sublid 13.4.1 wordt ingetrokken en opnieuw vastgesteld, luidende als volgt:
"13.4.1 Algemene afwijking
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
-
a. lid 13.3.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 500 m² en dieper dan 1 meter
-
b. lid 13.3.2 sub b ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 100 m² en dieper dan 0,5 meter,
indien de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veilig gesteld."
3.4 Wijziging subleden 13.5.1 en 13.5.2.
De subleden 13.5.1 en 13.5.2. worden ingetrokken en opnieuw vastgesteld, luidende als volgt:
"13.5.1 Vergunningvereiste
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
-
a. ter plaatse van de gronden met het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 1':
-
1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 1 meter, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
-
2. het ophogen van de bodem met meer dan 2 meter;
-
3. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 1 meter beneden het maaiveld;
-
4. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 1 meter bedraagt;
-
5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 1 meter;
-
6. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft;
-
7. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 1 meter;
-
8. het omzetten van grasland in bouwland;
-
9. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 1,0 meter;
-
b. ter plaatse van de gronden met het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 2':
-
1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 meter, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
-
2. het ophogen van de bodem met meer dan 2 meter;
-
3. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 0,5 meter beneden het maaiveld;
-
4. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 0,5 meter bedraagt;
-
5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 0,5 meter;
-
6. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft;
-
7. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 0,5 meter;
-
8. het omzetten van grasland in bouwland;
-
9. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 0,5 meter.
13.5.2 Uitzonderingsregel
Het in lid 13.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
-
a. ter plaatse van:
-
1. het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie -1' een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m² of indien de werken en werkzaamheden een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m², waarbij de grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 1,0 meter beneden het maaiveld plaatsvinden;
-
2. het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 2' een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 100 m² of indien de werken en werkzaamheden een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m², waarbij de grond-of graafwerkzaamheden dieper dan 0,5 meter beneden het maaiveld plaatsvinden;
-
b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
-
c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
-
d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd."
3.5 Wijziging sublid 13.6.2.
Sublid 13.6.2 wordt ingetrokken en opnieuw vastgesteld, luidende als volgt:
13.6.2 Uitzonderingsregel
Het verbod als bedoeld in artikel 13.6.1 is niet van toepassing indien de sloopwerkzaamheden:
-
a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 13.3.2 sub c in acht is genomen;
-
b. een verstoring van het verordeningsgebied betreft kleiner dan:
-
1. 500 m² en/of grondlagen ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld ter plaatse van het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 1';
-
2. 100 m² en/of grondlagen ondieper dan 0,5 m beneden het maaiveld ter plaatse van het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 2';
-
c. reeds vergund zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. "
3.6 Wijziging lid 13.6.4
Sublid 13.6.4 wordt ingetrokken en opnieuw vastgesteld, luidende als volgt:
"13.6.4 Te verbinden regel
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.6.1 kan het bevoegd gezag de regel verbinden dat de sloopwerken vanaf het maaiveld en dieper worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige, indien de latere verstoringsoppervlakte groter is dan:
-
a. 500 m² en/of grondlagen ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld ter plaatse van het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 1';
-
b. 100 m² en/of grondlagen ondieper dan 0,5 m beneden het maaiveld ter plaatse van het besluitsubvlak 'Waarde - Archeologie - 2'."