| Plan: | Bedrijventerrein Koegorsstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0715.BPKGP03-VG99 |
In deze paragraaf worden deze bestemmingen in alfabetische volgorde toegelicht conform de voorgeschreven volgorde op het renvooi van de plankaart.
Bedrijventerrein (B) (artikel 3)
Toelaatbaar gebruik
In de regels is vastgelegd dat op het terrein bedrijven van categorie 2 tot en met 4.2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, met uitzondering van risicovolle inrichtingen en Wet geluidhinder-inrichtingen. Wat onder dergelijke inrichtingen wordt verstaan, is verklaard in de begripsbepalingen. De brandweerkazerne, de gemeentelijke diensten en de regionale ambulancedienst en het oefencalamiteitencentrum komen niet voor binnen de Staat van Bedrijfsactiviteiten en behoeve een specifieke regeling.
Voor de brandweerkazerne, de gemeentelijke diensten en de regionale ambulancedienst is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 3' opgenomen en voor het oefencalamiteitencentrum 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1'.
De activiteiten van Sagro passen niet binnen de geformuleerde algemene toelatingsbeleid voor dit bedrijventerrein; deze vallen namelijk binnen categorie 5 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Omdat het gaat om bestaande activiteiten, waarvoor een milieuvergunning is verleend, zijn de activiteiten in voorliggend bestemmingsplan positief bestemd door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein – 2'.
De bestemming Bedrijventerrein omvat daarnaast bedrijfspercelen, inclusief alle bijbehorende (gebouwde en ongebouwde) voorzieningen, zoals interne ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen (al dan niet op eigen terrein), en bijbehorende (niet-structurele) groen- en watervoorzieningen.
In plangebied zijn verschillende windturbines gebouwd. Deze locaties zijn voorzien van aanduidingen 'windturbine' (wt). Daarbuiten zijn geen windturbines toegestaan. Om de windturbines met elkaar te verbinden en om de opgewekte energie te kunnen afvoeren naar het elektriciteitsnet zijn voorzieningen voor windturbines en nutsvoorzieningen mogelijk gemaakt
Omdat het indelen van bedrijven in categorieën niet zo genuanceerd kan gebeuren dat alle concrete vragen omtrent de toelaatbaarheid zijn opgelost, is in verband met de nodige flexibiliteit een bevoegdheid tot afwijken opgenomen waarmee bedrijven uit een hogere categorie (van 4 naar 5) kunnen worden toegelaten of bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor komen. Als voorwaarde geldt dan wel dat deze bedrijven gelet op de aard en invloed op de omgeving gelijk kunnen worden gesteld aan een bedrijf uit een rechtstreeks toelaatbare categorie.
Omdat Bedrijventerrein Koegorsstraat gedeeltelijk ligt binnen de 10-6 risicocontour van Yara Sluiskil B.V., zijn op dit bedrijventerrein geen kwetsbare objecten mogelijk gemaakt.
Beperkt kwetsbare objecten worden direct mogelijk gemaakt. De 10-6 risicocontour van BioFuelAdditive plant van Heros ligt buiten het plangebied.
Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de vestiging van risicovolle inrichtingen waarvan de 10-6-contour / veiligheidsafstand voor het plaatsgebonden risico binnen de grenzen van de inrichting ligt en het groepsrisico onder de oriënterende waarde.
Bedrijventerrein Koegorsstraat ligt buiten de 10-6 risicocontour van BioFuelAdditive plant van Heros.
Geluidsgevoelige objecten, waaronder bedrijfswoningen zijn vanuit milieuoogpunt niet toegestaan. Daarnaast kunnen bedrijfswoningen om vorenstaande redenen beperkingen opleggen aan de bedrijfsuitoefening van bedrijven, omdat bedrijfswoningen in het kader van milieuwetgeving worden aangemerkt als milieugevoelige functies.
Bouwregels
Binnen de bestemming "Bedrijventerrein" geldt een zo ruim mogelijk bouwregime. De maximum bouwhoogte van bouwwerken is vastgelegd op ten hoogste 25 meter. In verband met het initiatief voor het oefencalamiteitencentrum is voor een beperkte oppervlakte een hogere bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 35 meter mogelijk gemaakt. Voor windturbines geldt een maximale hoogte van 120 meter.
Verder zijn in de bouwregels minimumafstanden opgenomen van gebouwen, silo's, al dan niet gebouwen zijnde, en overkappingen tot perceelsgrenzen, hoofdontsluitingswegen en goederenspoorlijnen.
Voor het oefencalamiteitencentrum is in de bouwregels een minimale afstand opgenomen ten opzichte van de perceelsgrens. Hiervan kan worden afgeweken voor andere bedrijfsactiviteiten.
Groen (G) (artikel 4)
Groenvoorzieningen zijn binnen vrijwel alle bestemmingen mogelijk. Voor enkele gronden is het evenwel gewenst om geen ander gebruik dan groenvoorzieningen toe te staan. Dit betreft de gronden die samenvallen met de buisleidingenstrook aan de noordzijde.
Verkeer (V) (artikel 5)
De Koegorsstraat in het plangebied is als zodanig bestemd. Binnen deze bestemming zijn wegen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen mogelijk zonder dat de situering van genoemde elementen exact is vastgelegd.
Water (WA)(artikel 6)
De belangrijke (aan te leggen) waterpartijen in het gebied zijn voorzien van de bestemming Water.
Leiding – Gas (L-G)(artikel 7)
De planologisch relevante leidingen zijn als zodanig bestemd. Aangezien leidingen in alle gevallen samenvallen met andere bestemmingen, zijn deze bestemmingen als dubbelbestemming opgenomen. Ten behoeve van de dubbelbestemmingen Leiding-Gas mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Ten behoeve van de samenvallende bestemmingen dient het bouwen steeds aan het leidingenbelang te worden getoetst.
De breedte van de bestemming Leiding – Gas is opgebouwd uit het werkelijke ruimtebeslag (de breedte van de leiding) en de bijbehorende belaste stroken (of zakelijk rechtstroken). Deze stroken hebben in het plangebied een breedte van 4 en 5 meter aan weerszijden van de leidingen.
Binnen de dubbelbestemming is onderscheid gemaakt in twee soorten gasleidingen: de aardgasleiding en de etheen- en propeenleidingen. Dit is van belang in verband met risicowetgeving en -beleid. Het is niet nodig om binnen deze leidingen verder onderscheid te maken naar de druk en diameter omdat er geen kwetsbare bestemmingen in het plangebied mogelijk worden gemaakt.
Leiding – Leidingstrook (L-L) (artikel 8)
De reservering voor de provinciale buisleidingenstrook aan de noord- en oostzijde van het plangebied is bestemd voor Leiding – Leidingstrook. In beginsel dienen nieuwe hoofdtransportleidingen en andere planologisch relevante leidingen binnen deze strook te worden aangelegd. Binnen deze strook mag niet worden gebouwd ten behoeve van andere bestemmingen.
Leiding – Water (L-W) (artikel 9)
De voor Leiding – Water aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen(en) - mede bestemd voor een planologisch relevante ondergrondse leiding voor transport van water- of afvalwater.
Waarde - Archeologie (WR-A) (artikel 10)
De bestemming Waarde – Archeologie betreft een zogenoemde dubbelbestemming. De dubbelbestemming is met een arcering op de verbeelding weergegeven. De bestemming valt samen met een aantal andere bestemmingen. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem. voor de periodes steentijd, late IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen.
Voordat er ten behoeve van een samenvallende bestemming een omgevingsvergunning voor het bouwen of het slopen kan worden verleend, moet eerst worden nagegaan of daardoor geen onevenredige schade aan de archeologische waarden wordt toegebracht. Om deze afweging mogelijk te maken is het bouwen afhankelijk gemaakt van een een bevoegdheid tot afwijken.
Voor andere werkzaamheden dan bouwen (bijvoorbeeld graven) is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Deze omgevingsvergunning wordt niet verleend indien daardoor in onevenredige mate schade aan de archeologische waarde wordt of kan worden toegebracht. Slechts onder bepaalde voorwaarden is bij een omgevingsvergunning afwijken niet mogelijk.