Recreatiepark Braakmankreek
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.0715.BPBRM01-VG99 |
| Plantype: | gemeentelijke overheid/bestemmingsplan |
Inhoudsopgave
Artikel 9 Algemene aanduidingsregels
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Bijlage 1: Staat van Horeca - Activiteiten
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
plan:
het bestemmingsplan 'Recreatiepark Braakmankreek' met identificatienummer NL.IMRO.0715.BPBRM01-VG99 van de gemeente Terneuzen.
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
arbeidsmigrant:
economisch actieve migrant wiens doel het is arbeid en inkomen te verwerven in een immigratieland.
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts bedoeld is voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
bijgebouw:
gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op het zelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel.
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
brutovloeroppervlakte:
het oppervlak gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen. Dit is met inbegrip van ruimten zoals keukens, toiletten, bergruimten en dergelijke.
centrale voorziening:
voorzieningen ten dienste van en ondergeschikt aan de recreatieve functie, zoals een ontvangstkantoor/receptie, kampeerwinkel, ruimtes voor vermaak, sport- en speelvoorzieningen, een zwembad, of horeca.
dagrecreatie:
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten;
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen/huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
extensieve dagrecreatie:
recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen, survivaltochten, picknicken, natuurgerichte recreatie en daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden.
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
groepsaccommodatie:
verblijfsrecreatieve voorziening waarbij overwegend logies verstrekt wordt aan personen in groepsverband.
hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden en bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is.
horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren alsmede het bieden van de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten alsmede de mogelijkheid tot sport, spel en vermaak.
kantoor:
een ruimte welke door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve, medische en/of ontwerptechnische arbeid.
mantelzorg:
het langdurig en op vrijwillige basis bieden van zorg aan eenieder die door een zorgdeskundige aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, buiten organisatorisch verband.
mobiel kampeermiddel:
toeristische kampeermiddelen zoals tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
ondergronds bouwen:
het beneden de aardoppervlakte, onder peil, realiseren van een bouwwerk.
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
peil:
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg.
bij ligging in het water: het Normaal Amsterdams Peil (NAP)
in andere gevallen en voor bouwwerken geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld
permanente bewoning:
bewoning als eerste woning binnen de vaste woonplaats.
permanent kampeermiddel:
een onderkomen voor recreatief nachtverblijf, zoals een stacaravan, chalet, comforthome of mobilhome, dat door zijn afmetingen, constructie en/of wijze van plaatsen niet (gemakkelijk) opneembaar of verplaatsbaar is;
recreatief nachtverblijf:
nachtverblijf buiten het hoofd(woon)verblijf waarbij ten minste één overnachting wordt gemaakt, met uitzondering van overnachtingen bij familie, kennissen in een woning.
recreatieve voorziening:
voorzieningen bedoeld voor recreatief gebruik zoals, spel- en sportvoorzieningen, sportterreinen, dierenparken, openluchttheaters, kinderboerderijen, mobiele en permanente kampeermiddelen en groepsaccommodaties.
recreatiewoning:
een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar wordt gebruikt.
ruimtelijke eenheid:
complex van bij elkaar behorende bouwwerken.
sanitaire voorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van de persoonlijke verzorging, zoals toilet, wastafels en douches.
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichtingen worden in ieder geval verstaan: een (raam-)prostitutiebedrijf, een seksclub, een privé-huis, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
speelvoorziening:
voorzieningen, die er op gericht zijn speel- en recreatiemogelijkheden te bieden.
standplaats (voor een kampeermiddel):
een afgescheiden, gemarkeerde of anderszins aangegeven plaats op een kampeerterrein voor het tijdelijk plaatsen of geplaatst houden van een mobiel kampeermiddel, waarbij een bijzettentje niet als afzonderlijk kampeermiddel wordt aangemerkt.
standplaatsvoorziening:
een kleinschalige gebouwde voorziening met sanitair, nutsvoorzieningen en/of berging ten behoeve van een standplaats.
verblijfsrecreatie:
het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten de (hoofd)woning, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen.
voorgevellijn:
de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
werk:
een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk.
het bebouwingspercentage:
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Indien een bouwwerk met betrekking tot deze constructiedelen over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten:
indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde;
indien zich – in geval van een lessenaarsdak – aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte.
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
de lengte en/of breedte en/of diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenzijde van de gevels, draagconstructies of het hart van de scheidsmuren, met dien verstande, dat wanneer de (zij)gevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste lengte, breedte en/of diepte.
de ondergrondse diepte van een bouwwerk:
vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor:
(afschermende en hoogopgaande) groenvoorzieningen;
een calamateitenontsluiting;
speelvoorzieningen;
voet- en fietspaden;
watervoorzieningen;
andere tot de recreatie behorende groenvoorzieningen.
3.2 Bouwregels
Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwd worden en gelden de volgende regels:
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Groen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen van gronden;
het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties;
het aanleggen van schoeiingen.
3.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 3.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
3.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, en/ of landschapswaarden:
niet worden aangetast of;
niet significant worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien nodig mitigerende en zonodig compenserende maatregelen worden getroffen.
3.3.4 Advisering
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 3.3.3 wordt voldaan.
Artikel 4 Horeca
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor:
horecabedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van horeca- activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 met bijbehorende terrassen;
bedrijfswoningen;
ondergeschikte kantoren;
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 1.290 m2.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 m.
De bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 8 m, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 15 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m, uitgezonderd licht- en vlaggenmasten waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m.
4.2.3 Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 1.
De inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 750 m3.
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m.
4.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
De gezamenlijke oppervlakte per woning mag niet meer bedragen dan 60 m2.
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
Bijgebouwen dienen achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet minder mag bedragen dan 5 m.
De afstand tot de bedrijfswoning mag niet meer dan 15 m bedragen.
4.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder c voor het vergroten van de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten tot 10 m, mits er geen sprake is van onevenredige aantasting van de ruimtelijke en / of landschappelijke kwaliteit.
Artikel 5 Natuur
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor:
behoud, herstel en ontwikkeling van aanwezige en potentiële natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden;
extensieve dagrecreatie met bijbehorende voorzieningen;
water en bijbehorende voorzieningen;
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals fiets- en wandelpaden, bermen en bermsloten, waterpartijen, kleinschalige nutsvoorzieningen, bruggetjes en duikers.
5.2 Bouwregels
Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwd worden en gelden de volgende regels:
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd;
de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen, overkappingen of erfafscheidingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen van gronden;
het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties;
het omzetten van grasland in bouwland;
het aanleggen van dammen, kades, duikers, vlonders of schoeiingen
5.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 5.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
5.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschaps- en/of cultuurhistorische waarden:
niet worden aangetast of;
niet significant worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien nodig mitigerende en zonodig compenserende maatregelen worden getroffen.
5.3.4 Advisering
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 5.3.3 wordt voldaan.
Artikel 6 Recreatie
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Recreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor:
recreatieve voorzieningen in de vorm van:
recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning';
permanente kampeermiddelen met bijbehorende standplaatsvoorzieningen;
mobiele kampeermiddelen;
groepsaccommodaties;
bedrijfswoningen;
ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen -1’ en ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen -2’ tevens centrale voorzieningen;
ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' tevens een jachthaven met bijbehorende voorzieningen;
een (binnen)zwembad;
dagrecreatieve voorzieningen;
sanitaire voorzieningen;
wegen en paden met bijbehorende voorzieningen, waaronder buiten de hoofdontsluiting minstens één andere calamiteitenontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenontsluiting';
parkeervoorzieningen;
speel- en sportvoorzieningen;
groenvoorzieningen;
nutsvoorzieningen;
water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
behoud en herstel van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Centrale voorzieningen
Voor het bouwen van centrale voorzieningen gelden de volgende bepalingen:
Bouwwerken ten behoeve van centrale voorzieningen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 1’, en ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 2’.
De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van centrale voorzieningen mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 1’ niet meer bedragen dan 2.570 m2.
De bouwhoogte van centrale voorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 1’ mag niet meer bedragen dan 8 m.
In aanvulling op de het bepaalde onder b en c is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 1’ van de entree één markering toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 m.
De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van centrale voorzieningen mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 2’ niet meer bedragen dan 4.465 m2.
De bouwhoogte van centrale voorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 2’ mag niet meer bedragen dan 12 m.
6.2.2 Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 2.
De inhoud van een bedrijfswoning, inclusief bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 750 m3.
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m.
6.2.3 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
De gezamenlijke oppervlakte per woning mag niet meer bedragen dan 60 m2.
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
Bijgebouwen dienen achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet minder mag bedragen dan 5 m.
De afstand tot de bedrijfswoning mag niet meer dan 15 m bedragen.
6.2.4 Recreatiewoningen
Voor het bouwen van recreatiewoningen gelden de volgende bepalingen:
Recreatiewoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'.
Het aantal recreatiewoningen mag niet meer bedragen dan 84.
De oppervlakte van een recreatiewoning bedraagt ten hoogste 75 m².
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
6.2.5 Kampeermiddelen
Voor het bouwen van permanente en mobiele kampeermiddelen en groepsaccommodaties gelden de volgende bepalingen:
Het aantal permanente en mobiele kampeermiddelen tesamen mag niet meer bedragen dan 1512.
Het is toegestaan meerdere permanente kampeermiddelen samen te voegen tot een groepsaccomodatie.
De oppervlakte van een permanent kampeermiddel mag niet meer bedragen dan 70 m².
In afwijking van het bepaalde onder c mag de oppervlakte van tot groepsaccommodatie samengevoegde permanente kampeermiddelen niet meer bedragen dan 210 m2.
De bouwhoogte van een permanent kampeermiddel mag niet meer bedragen dan 5 m.
6.2.6 Algemene sanitaire voorzieningen en standplaatsvoorzieningen
Voor het bouwen van gebouwen voor sanitaire voorzieningen en standplaatsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen:
De totale oppervlakte aan sanitaire voorzieningen en standplaatsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 1.330 m².
De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 5 m.
6.2.7 Zwembad
In aanvulling op het bepaalde in 6.2.1 is ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 2’ een zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden:
De oppervlakte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 1.000 m².
De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m.
6.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m.
De bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 8 m, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 15 m.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen 1' is één reclamemast toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 m.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m, uitgezonderd licht- en vlaggenmasten waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m.
6.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen aan de plaats, vorm en de afmeting de bebouwing:
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
ter waarborging van de verkeersveiligheid;
ter waarborging van de ongestoorde ligging van kabels en leidingen.
6.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
6.2.1 onder f voor het vergroten van de bouwhoogte tot 15 m, onder de volgende voorwaarden:
afwijking is milieuhygiënisch inpasbaar;
er is geen sprake van onevenredige aantasting van de ruimtelijke en / of landschappelijke kwaliteit;
afwijking is noodzakelijk in het kader van een doeltmatige bedrijfsvoering;
de intrinsieke waarde van de Braakmankreek wordt niet onevenredig aangetast;
indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt, wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt.
6.2.1 onder d voor het vergroten van de bouwhoogte tot 16 m, onder de volgende voorwaarden:
afwijking is milieuhygiënisch inpasbaar;
er is geen sprake van onevenredige aantasting van de ruimtelijke en / of landschappelijke kwaliteit;
afwijking is noodzakelijk in het kader van een doeltmatige bedrijfsvoering;
de intrinsieke waarde van de Braakmankreek wordt niet onevenredig aangetast;
indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt, wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt.
6.2.8 onder c voor het vergroten van de bouwhoogte tot 17 m, onder de volgende voorwaarden:
afwijking is milieuhygiënisch inpasbaar;
er is geen sprake van onevenredige aantasting van de ruimtelijke en / of landschappelijke kwaliteit;
afwijking is noodzakelijk in het kader van een doeltmatige bedrijfsvoering;
de intrinsieke waarde van de Braakmankreek wordt niet onevenredig aangetast;
indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt.
6.2.8 onder d tot 12 m, mits er geen sprake is van onevenredige aantasting van de ruimtelijke en / of landschappelijke kwaliteit.
6.5 Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Strijdig gebruik
In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en opstallen:
voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen;
voor permanente bewoning van mobiele en permanente kampeermiddelen en recreatiewoningen;
(vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en ten behoeve van mantelzorg;
voor een seksinrichting;
de huisvesting van arbeidsmigranten;
opslag van propaan in meer dan twee bovengrondse opslagtanks, dan wel in een bovengrondse opslagtank met een capaciteit van meer dan 13 m3.
6.5.2 Specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 1
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 1’ mogen de gronden en gebouwen naast het bepaalde in lid 6.1 onder a en onder f tot en met m, tevens gebruikt worden ten behoeve van de volgende functies:
horecavoorzieningen met bijbehorende terrassen;
kinderboerderij;
kantoren;
receptie;
markering van de entree ;
opslag en werkplaats;
wasserette;
sanitaire voorzieningen;
detailhandel.
6.5.3 Specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 2
Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen - 2’ mogen de gronden en gebouwen naast het bepaalde in lid 6.1 onder a en onder e tot en met m, tevens gebruikt worden ten behoeve van de volgende functies:
horecavoorzieningen met bijbehorende terrassen;
sport- en recreatievoorzieningen;
berging en opslag;
detailhandel;
receptie;
kantoren.
6.5.4 Jachthaven
Het aantal ligplaatsen ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' mag niet meer bedragen dan 260.
Ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' mogen de gronden en gebouwen tevens gebruikt worden ten behoeve van een botenberging en een clubgebouw.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 Algemene bouwregels
8.1 Bestaande afwijkende maatvoering
In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebou-wingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, voor in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
8.2 Ondergronds bouwen
Ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het zwembad, met dien verstande dat de bouwdiepte niet meer mag bedragen dan 4 m.
Artikel 9 Algemene aanduidingsregels
9.1 Overige zone - waardevolle houtopstanden
9.1.1 Aanduidingsomschrijving
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waardevolle houtopstanden' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van waardevolle houtopstanden.
9.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Werken en werkzaamheden
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op of in de als 'overige zone - waardevolle houtopstanden' aangeduide gronden, de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren:
het vellen en/of rooien van bos of andere houtgewassen of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging.
Uitzonderingen
Het bepaalde als bedoeld onder a is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken:
het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, kabels en leidingen, bestratingen en beplantingen;
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan;
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.
Toelaatbaarheid
Het bevoegd gezag verleent de vergunning, indien er geen waardevolle houtopstanden worden of kunnen worden geschaad dan wel schade door werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld onder a wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan deze voorwaarden wordt voldaan.
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen en maten worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, met maximaal 10%.
de bestemmingsregels en toestaan dat kleine, niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, waaronder wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, transformatorhuisjes, gasdrukregel- en meetstations, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits:
de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 40 m3;
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m;
de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 15 m.
Artikel 11 Overige regels
11.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan.
11.2 Parkeervoorzieningen
Er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
12.3 Persoonsgebonden overgangsrecht
12.3.1 Voortzetting permanent wonen
In afwijking van de overige bepalingen in dit hoofdstuk en het bepaalde in 6.5.1 mag op de in dit lid aangegeven adressen het bestaande gebruik voor permanente bewoning van gronden en bouwwerken uitsluitend door de meerderjarige personen die op 1 januari 2013 zijn vermeld in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) onbeperkt worden voortgezet:
Fazantenlaan 69
Gruttolaan 30
Gruttolaan 31
Gruttolaan 35
Gruttolaan 40
Gruttolaan 43
Gruttolaan 50
Gruttolaan 52
Gruttolaan 62
Gruttolaan 63
Konijnenlaan 2
Wulpenlaan 10
Wulpenlaan 15
Wulpenlaan 16
Wulpenlaan 18
Wulpenlaan 19
12.3.2 Uitzondering persoonsgebonden overgangsrecht
Het overgangsrecht als bedoeld in lid 12.3.1 geldt niet voor de rechtsopvolger onder algemene of bijzondere titel.
Artikel 13 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan 'Recreatieterrein Braakmankreek'.
Vastgesteld: 1 juli 2014