| Plan: | TAM-omgevingsplan Havenoordseweg 3b |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0703.06Havenoordsew3bT-va01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie Havenoordseweg 3b in Waarde en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Reimerswaal. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Reimerswaal.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22b gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage
22b bij het omgevingsplan van de gemeente Reimerswaal.
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
het omgevingsplan van de gemeente Reimerswaal.
het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Havenoordseweg 3b' met identificatienummer NL.IMRO.0703.06Havenoordsew3bT-va01.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten.
één of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen.
de oppervlakte op vloerniveau van een kantoor, winkel of bedrijf volgens NEN 2580, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor een huishouden, waarvan huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.
de grens van een bestemmingsvlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
werken en werkzaamheden, waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.
een dienst, bedrijf of instelling, erkend door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake milieu.
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.'
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of "uitstraling" als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
een wintergroene haag is een haag met de volgende eigenschappen:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en / of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580, gelegen binnen de buitenste/ scheidende muren inclusief dragende en niet-dragende binnenmuren.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn
overeenkomstig van toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de in Hoofdstuk 2 aan een locatie toegedeelde functies danwel toegestane activiteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Agrarisch'
Op de voor Agrarisch aangewezen gronden zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd en de technische uitrusting van wegen, water en groen, met dien verstande dat:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
De maximale inhoud van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van de verkeersveiligheid.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een tijdelijke woongelegenheid te plaatsen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.5.1 wordt slechts verleend indien en voor zover:
Op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - spuiten' is het bespuiten van gewassen met chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.
Op de voor Wonen aangewezen gronden zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten diensten van de bestemming alsmede aan- en / of uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd en de technische uitrusting van wegen, water en groen.
Er is één woning per bouwvlak toegestaan, tenzij met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels voor het bouwen binnen een bouwvlak:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels voor het bouwen buiten een bouwvlak:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van de verkeersveiligheid.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een tijdelijke woongelegenheid te plaatsen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.8.1 wordt slechts verleend indien en voor zover:
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 8.1 opgenomen gebruiksregels zonder de aanleg en instandhouding van een Wintergroene windhaag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - windhaag' met een hoogte van ten minste 2 meter en een breedte van ten minste 0,80 meter.
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 8.1 opgenomen gebruiksregels zonder de aanleg en instandhouding van de natuur- en landschapswaarden conform het in Bijlage 1 opgenomen landschapsplan.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor aan-huis-gebonden en / of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten binnen het bouwvlak is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels:
Detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en opstallen te gebruiken of te laten gebruiken voor logies met ontbijt en/of kleinschalige recreatieve/horeca-activiteiten.
De omgevingsvergunning ten behoeve van logies met ontbijt zoals bedoeld in artikel 8.10.1 wordt slechts verleend indien en voor zover:
De omgevingsvergunning ten behoeve van kleinschalige recreatieve/horeca-activiteiten zoals bedoeld in artikel 8.10.1 wordt slechts verleend indien en voor zover:
Het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor een minicamping is toegestaan, mits:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.
De voor ' Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende functies - mede bestemd voor het behoud van het ter plaatse aanwezige archeologisch waardevol gebied, voor zover deze betrekking heeft op de beleidscategorie 4, hoge verwachting.
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van 9.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
De werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden, zoals in lid 9.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waterstaat - waterkering'.
De voor 'Waterstaat-Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar geldende functies - mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen met dien verstande dat de regels van de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’ prevaleren boven de regels die gelden ingevolge de andere daar voorkomende bestemmingen.
met dien verstande dat:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 10.3, wordt slechts verleend indien en voor zover:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Leiding - Gas'.
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende functies - mede bestemd voor een aardgastransportleiding, met daaraan ondergeschikt bij deze functie behorende voorzieningen.
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend:
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van 11.5.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 11.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet wordt geschaad. Alvorens te beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en het behoud en / of herstel van de aanwezige landschappelijke en / of cultuurhistorische waarden van een molen.
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' mag de bouwhoogte van nieuw op te richten bouwwerken in aanvulling op, danwel in afwijking van, hetgeen in Hoofdstuk 2, voor het bouwen is bepaald:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de in artikel 13.1.2 aangegeven maten ten aanzien van bouwhoogten te overschrijden teneinde hogere bouwwerken op te richten overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 13.1.3 wordt slechts verleend indien en voor zover de bouw en situering van de desbetreffende bebouwing, dan wel de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, niet in strijd zijn met het plan. Met betrekking tot de belangen van de molen, de windvang en de cultuurhistorische waarde, dient tevoren advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke terzake deskundige.
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - radar' (met nummer) geldt teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen een bouwverbod voor bouwwerken met een grotere bouwhoogte dan:
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: