direct naar inhoud van Regels
Plan: Krabbendijke 1e herziening
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0703.02KrBPKom1H-va01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het Bestemmingsplan Krabbendijke 1e herziening van de gemeente Reimerswaal.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0703.02KrBPKom1H-va01 met de bijbehorende regels en bijlagen.

De overige regels van het bestemmingsplan Krabbendijke zijn onverkort van toepassing.

Artikel 2 Wijze van meten

De regels van het bestemmingsplan Krabbendijke zijn onverkort van toepassing.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

De regels van het bestemmingsplan Krabbendijke zijn onverkort van toepassing, met uitzondering van het volgende.

Artikel 5 Bedrijf

In artikel 5 'Bedrijf', wordt lid 5.1 als volgt herzien.

  • A. Aan het artikel Bedrijf worden in lid 5.1 twee nieuwe subleden toegevoegd, luidende als volgt:

r.   ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijven tot en met categorie b1': bedrijven uit ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging';  
s.   ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijven tot en met categorie b2': bedrijven uit ten hoogste categorie B2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'.  

Artikel 8 Gemengd

In artikel 8 'Gemengd' wordt het lid 8.2 Bouwregels als volgt herzien.

  • A. Toegevoegd wordt een nieuw sublid 8.2.1 Binnen het bouwvlak, luidende als volgt:

'8.2.1 Binnen het bouwvlak

Voor het bouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende regels:

  • a. toegestaan zijn:
    • 1. hoofdgebouwen;
    • 2. aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen;
    • 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. de goothoogte en/of boeibordhoogte bedraagt niet meer dan:
    • 1. hoofdgebouwen: de aangegeven goothoogte;
    • 2. aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen: 4 m;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan:
    • 1. hoofdgebouwen: de aangegeven bouwhoogte;
    • 2. aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen: 7 m;
    • 3. erf- en terreinafscheidingen: 2 m;
    • 4. vrijstaande antennes: 10 m;
    • 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m;
  • d. de afstand van overkappingen tot de voorgevel van hoofdgebouwen bedraagt ten minste 1 m;
  • e. de afstand van een bijgebouw tot het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 m;
  • f. indien gebouwen niet aaneen worden gebouwd, bedraagt de onderlinge afstand ten minste 1 m;
  • g. indien gebouwen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1 m;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan het aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak van het betreffende bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak van het betreffende bouwperceel.'

  • A. De regeling voor het bouwen buiten het bouwvlak wordt ondergebracht in een nieuw sublid 8.2.2 Buiten het bouwvlak. De volgende zinsnede wordt toegevoegd, voorafgaand aan de zin 'Voor het bouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels:':

'8.2.2 Buiten het bouwvlak'

Artikel 13 Recreatie

  • A. In artikel 13 'Recreatie' lid 13.1 wordt een nieuw sublid c opgenomen luidende als volgt:

'c.   ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': tevens voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden;'  

  • B. Als gevolg van het invoegen van een nieuw sublid 13.2.1 c wordt het bestaande sublid 13.2.1 'c' vernummerd tot 13.2.1 'd.'.

  • C. Artikel 13 'Recreatie' lid 13.2 Bouwregels, sublid 13.2.1 Binnen het bouwvlak wordt aangevuld met een nieuw sublid h, luidende als volgt:

'h.   ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' kunnen gebouwen op onderdelen worden vernieuwd of veranderd en voor zover toelaatbaar binnen de bestemmingsgrenzen en de regels worden uitgebreid, mits het betrokken bouwplan mede strekt tot behoud van het uitwendige karakter van het gebouw in bestaande toestand.'  

Artikel 19 Wonen

  • A. In artikel 19 'Wonen' lid 19.2.1 wordt lid b aangevuld met een sublid '5' luidende als volgt:

'5.   ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': vrijstaand of twee aaneen;'  

  • B. In artikel 19 'Wonen' lid 19.2.1 wordt lid 'c' geschrapt. Als gevolg van het schrappen van lid 19.2.1 'c' worden de bestaande subleden als volgt vernummerd:

bestaande nummering   nieuwe nummering  
19.2.1 d   19.2.1. c  
19.2.1. e   19.2.1. d  
19.2.1. f   19.2.1. e  
19.2.1. g   19.2.1. f  

  • C. In artikel 19 'Wonen' lid 19.2.1 onder f. wordt de inhoud van het sublid vervangen door het volgende.

'f.   de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste:
1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': 3 m;
2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen: 3 m;'  

  • D. De bestaande subleden 19.2.1 h t/m 19.2.1. k worden als volgt vernummerd:

bestaande nummering   nieuwe nummering  
19.2.1. h   19.2.1. i  
19.2.1. i   19.2.1. j  
19.2.1.j   19.2.1. k  
19.2.1.k   19.2.1. l  

  • E. De regels in lid 19.2.1 worden aangevuld met een nieuw sublid h.

'h.   de afstand van een aan- en/of uitbouw en bijgebouw tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' ten minste 3 m;'  

Hoofdstuk 3 Algemene regels

  • A. De regels van het bestemmingsplan Krabbendijke zijn onverkort van toepassing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 3 Overgangsrecht

3.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  • b. het bevoegd gezag mag eenmalig in afwijking van lid 3.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
  • c. lid 3.1 onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
3.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 3.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in lid 3.2 onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. lid 3.2 onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 4 Slotregel

Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Krabbendijke 1e herziening'.