direct naar inhoud van Artikel 16 Wonen
Plan: Oranjeplaat
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0687.BPORP-OH99

Artikel 16 Wonen

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' (W) aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen met bijbehorende erven, tuinen en ontsluitingspaden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' (lw): tuinen met landschappelijke waarden alsmede het behoud van de openheid van de oevers;
  • c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water.
16.2 Bouwregels
16.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden worden gebouwd:
    • 1. binnen het bouwvlak:
      • hoofdgebouwen;
      • aan- en uitbouwen;
      • bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
    • 2. buiten het bouwvlak:
      • bijgebouwen;
      • overkappingen;
      • bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' geen gebouwen en andere bouwwerken zijn toegestaan.

  • b. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen bedraagt ten minste 1 m;
  • c. woningen mogen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd;
  • d. het bestaande aantal woningen mag niet worden vergroot;
  • e. per woning zijn ten hoogste 3 vrijstaande bijgebouwen toegestaan.
  • f. de afstand tussen de gevel van een gebouw of overkapping en de zijdelingse perceelsgrens dient aan een zijde ten minste 5 m te bedragen en aan de andere zijde ten minste 3 m te bedragen;
  • g. de afstand tussen de voorgevel van een bijgebouw en de grens met de bestemming Verkeer dient ten minste 3 m te bedragen met dien verstande dat de afstand tussen de voorgevel van een garage en de grens met de bestemming Verkeer ten minste 5 m dient te bedragen;
  • h. van niet aaneengebouwde gebouwen dient de onderlinge afstand ten minste 1 m te bedragen.

16.2.2 Maatvoering

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:

  bouwwerk   goothoogte   bouwhoogte   oppervlakte / inhoud  
a.   hoofdgebouwen   zie maatvoeringsaanduiding   zie maatvoeringsaanduiding   -  
b.   aan- en uitbouwen en bijgebouwen
 
3 m   4,5 m   per bouwperceel buiten het bouwvlak 40% en 40 m²  
c.   erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied   -   1 m   -  
d.   overige erfafscheidingen   -   2 m   -  
e.   lichtmasten   -   9 m    
f.   bouwwerken, geen gebouwen zijnde   -   3 m   -  

16.3 Nadere eisen
16.3.1 Bijgebouwen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de situering en de goothoogte van een bijgebouw, indien de afstand tot de perceelsgrens over een lengte van meer dan 2 m minder dan 1 m bedraagt, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodig nadelige veranderingen teweeg brengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en / of in de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende bebouwing, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. het stellen van nadere eisen mag er niet toe leiden dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad;
  • b. het stellen van nadere eisen mag er niet toe leiden dat de goothoogte van (delen van) gebouwen minder dan 2 m zou moeten bedragen.
16.3.2 Kapvormen en dakkapellen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de kapvorm en situering en vorm van dakkapellen teneinde een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld te behouden, met inachtneming van de volgende regels;

  • a. het stellen van nadere eisen mag er niet toe leiden dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad;
  • b. bij (grotendeels) plat afgedekte woningen mag de nadere eis worden gesteld dat de bestaande kapvorm / afdekking wordt behouden;
  • c. nadere eisen mogen worden gesteld om te voorkomen dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld niet wordt aangetast;
  • d. nadere eisen mogen worden gesteld om het behoud van de hoofdvormen van kapvormen, zoals een lessenaarsdak, zadeldak of asymmetrisch dak te waarborgen.
16.4 Afwijken van de bouwregels
16.4.1 Dakopbouwen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de in lid 16.2.2 onder a bedoelde goothoogte en / of bouwhoogte, teneinde dakopbouwen te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de hoofdvorm van de dakopbouwen komt overeen met de hoofdvorm van dakopbouwen in de woonbuurt;
  • b. in geval in de woonbuurt nog geen dakopbouwen zijn geplaatst, is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan alleen toegestaan indien het woningtype, de inrichting en / of de omvang hier aanleiding toe geven;
  • c. situering van een dakopbouw leidt niet tot een extra bouwlaag;
  • d. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
16.4.2 Bouwhoogte bijgebouwen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2.2 onder b inzake de bouwhoogte, teneinde hogere bijgebouwen te kunnen toestaan, met inachtneming van de volgende bepalingen;

  • a. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • b. de bevoegdheid tot afwijken brengt geen relevante veranderingen teweeg in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en / of in de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende bebouwing;
  • c. bevoegdheid tot afwijken wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
16.5 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden met de bestemming 'Wonen' is – in samenhang daarmee – ook het gebruik toegestaan van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief aan- en uitbouwen, voor vrije beroepen, voor zover:
    • 1. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
    • 2. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
    • 3. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer danwel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
    • 4. er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met het beroep of bedrijf aan huis;
    • 5. ten hoogste 30% van het vloeroppervlak, met een maximum van 50 m², van de woning inclusief aan en uitbouwen ten behoeve van een vrij beroep in gebruik zal zijn;
    • 6. het bedrijvigheid betreft die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt;
    • 7. het beroep niet wordt beoefend in een vrijstaand bijgebouw;
  • b. op de gronden met de bestemming 'Wonen' zijn een bedrijf aan huis en logies niet toegestaan.
16.6 Afwijken van de specifieke gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.5 onder b ten uiteinde ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Wonen' - in samenhang daarmee - ook het gebruik toestaan van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief aan- en uitbouwen, voor een bedrijf aan huis en bed en breakfast, voor zover:

  • 1. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • 2. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • 3. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
  • 4. er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met het bedrijf aan huis;
  • 5. ten hoogste 30% van het vloeroppervlak, met een maximum van 50 m², van de woning inclusief aan en uitbouwen ten behoeve van het bedrijf aan huis of een bed en breakfast in gebruik zal zijn;
  • 6. het bedrijvigheid betreft die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt;
  • 7. het beroep niet wordt beoefend in een vrijstaand bijgebouw.