direct naar inhoud van 3.3 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Nieuw Middelburg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0687.BPNWM-VG99

3.3 Cultuurhistorie en archeologie

Behoud en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied worden van belang geacht. Essentiële cultuurhistorische gegevens en kwaliteiten worden daarom zoveel mogelijk vastgelegd in het bestemmingsplan.

Voor het woongebied Nieuw Middelburg is in dit verband het behouden van het archeologisch erfgoed, het beschermd Stadsgezicht Middelburg en het waarborgen van windvang van de molen van belang.

Rekening houden met archeologische waarden

In aansluiting op het Verdrag van Valletta (Malta, 1992) en het provinciaal archeologiebeleid en overeenkomstig het gemeentelijk archeologie beleid (zie bijlage 1) wordt in dit bestemmingsplan de bescherming van het archeologisch erfgoed vastgelegd.

In delen van het plangebied is juridisch-planologische bescherming van eventueel aanwezige archeologisch waarden (waarmee bij ruimtelijke afwegingen moet rekening worden gehouden) aan de orde. Daarbij wordt opgemerkt dat binnen de IKAW-gebieden conform de Nota Archeologische Monumentenzorg Walcheren in vergelijking met de Wet Archeologische Monumentenzorg minder strengere ontheffingsregels gelden gezien het indicatieve karakter van de IKAW.

Het hele plangebied is aangegeven als zone met middel- tot hoge archeologische verwachtingswaarden. In de bestemmingsregeling is hiervoor dan ook een bescherming opgenomen.

Beschermd Stadsgezicht Middelburg

Het beschermd Stadsgezicht Middelburg omvat in grote lijnen de middeleeuwse binnenstad en de laat 16e eeuwse uitleg daar omheen. Dit geheel wordt globaal omgrensd door de huidige buitenvestinggracht (Veersesingel) en het Kanaal door Walcheren. Het beschermd Stadsgezicht Middelburg lag voor een klein deel in het plangebied. Ter plaatse zijn geen te beschermen waarden aanwezig. Hierdoor is er voor gekozen om dit gedeelte uit het Beschermd Stadsgezicht Middelburg te halen en niet op te nemen in het voorliggende bestemmingsplan. De Rijksdienst heeft ingestemd met de wijziging van de begrenzing van het beschermd stadsgezicht.

Waarborgen windvang molen

De stellingmolen "De Koning" is een Rijksmonument. Bescherming van deze molen vindt plaats via het monumentenbeleid. Aanvullend op de bescherming via het monumentenbeleid is het van belang dat de molen kan blijven functioneren. Hiervoor is een onbelemmerde windtoetreding nodig. Bebouwing en begroeiing in de nabijheid van een molen veroorzaken windbelemmeringen, waardoor rendementsverlies ontstaat. Daarnaast kunnen bebouwing en begroeiing leiden tot windturbulenties en tot wisselende windkrachten op het wiekenkruis en askop, waardoor schade kan ontstaan aan het mechaniek van de molen (wanneer deze in bedrijf is).

Dit betekent dat in de omgeving van een molen beperkingen (moeten) worden gesteld aan de hoogte van obstakels. Het gebied waarbinnen deze hoogtebeperkingen gelden, wordt de molenbiotoop c.q. een molenbeschermingszone genoemd.

De molenbiotoop van "De Koning" ligt gedeeltelijk over het plangebied. In bijlage 2 wordt nader ingegaan op de molenbiotoop en de bouwbeperkingen die gelden. De gemeente beschouwt de toegelaten hoogtematen op basis van de biotoopformule zoals opgenomen in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) niet als dwingende hoogte maten, maar als richtlijn.

De provinciale Ruimtelijke Verordening geeft ook aan dat rekening moet worden gehouden met bestaande situaties en rechten. Het provinciaal beleid wordt in deze vorm in voorliggend bestemmingsplan gecontinueerd: de bestaande situatie hoeft niet aangepast te worden, maar bij eventuele nieuwe ontwikkelingen dient wel rekening te worden gehouden met de molenbiotoop. Onder de bestaande situatie worden conform PRV, ook de bestaande rechten uit het voorgaande bestemmingsplan verstaan. De bouwmogelijkheden in het voorliggende bestemmingsplan zijn gebaseerd op de mogelijkheden uit het voorgaande bestemmingsplan en op een inventarisatie van de bestaande situatie. Dit is vertaald in de regeling.

In het geldende plan is geen regeling opgenomen voor beplanting. Erfbeplanting en beplantingen in de openbare ruimte zijn of worden doorgaans niet hoger dan de bestaande bebouwing. Gelet op de vigerende rechten, de eerbiedigende werking van de PRV en de plaatselijke situatie is er geen aanleiding voor een aanlegvergunningstelsel.