direct naar inhoud van 3.3 Milieuaspecten
Plan: Breeweg - 't Zand
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0687.BPBRE-OH99

3.3 Milieuaspecten

3.3.1 Milieuaspecten gevestigde bedrijven

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten van de in het plangebied aanwezige bedrijven. Onderscheid wordt gemaakt in:

  • bedrijven;
  • horeca;
  • agrarische en overige bedrijvigheid.

Bedrijven

Aanbod en situering

In paragraaf 2.1 is reeds aangegeven dat zich in het plangebied een beperkt aantal niet-agrarische bedrijven te midden of op korte afstand van woonbebouwing bevindt.

Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging"

Voor de milieuzonering en bestemmingregeling van bedrijfslocaties hanteert de gemeente een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Gelet op het karakter van de wijk 't Zand, voornamelijk een woongebied met op enkele plaatsen enige vorm van kleinschalige of ambachtelijke bedrijvigheid, is gekozen voor de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" november 2007 (voor een nadere toelichting op deze staat wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze plantoelichting). De Staat van Bedrijfsactiviteiten zelf is opgenomen in bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan.

Deze staat is gekoppeld aan de planregels van bestemmingsplannen en is een eerste globaal toetsingskader voor de toelaatbaarheid van bedrijven. In een concrete situatie is milieuwetgeving bepalend. Omdat het plangebied grotendeels woongebied is, worden in het bestemmingsplan stringente eisen gesteld aan de toelaatbaarheid van bedrijven.

Inschaling van bedrijven

De thans gevestigde bedrijven zijn geïnventariseerd en ingeschaald in de desbetreffende milieucategorieën van de staat. Uit de inschaling in bijlage 1 blijkt dat de drie bedrijven in categorie B1 vallen. Categorie B1-bedrijven kunnen direct naast of beneden in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging worden toegestaan. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn.

Milieuzonering

Om milieuhygiënische redenen kunnen in het plangebied niet alle denkbare bedrijfsactiviteiten worden toegelaten. In verband hiermee is een milieuzonering gewenst, waarbij wordt aangegeven welke categorieën van bedrijfsactiviteiten uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten "functiemenging" vanuit milieuoogpunt waar toelaatbaar zijn. Op de bedrijfspercelen in het plangebied, worden gegeven de ligging te midden van woonbebouwing, bedrijven tot en met categorie B1 toelaatbaar geacht. Van belang hierbij is dat de huidige bedrijven reeds lange tijd in het plangebied gevestigd zijn. Vestiging van nieuwe bedrijfslocaties zijn in het plangebied niet mogelijk.

Klachten over bedrijven

Bij de gemeente zijn geen klachten van omwonenden bekend.

Horeca

Aanbod en situering

Binnen het plangebied bevinden zich twee horecagelegenheden, namelijk restaurant Nazar (Langevieleweg 52) en cafetaria Lammers (Banckertstraat 2). De horecavestigingen vallen in categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten.

Staat van Horeca-activiteiten

Voor het reguleren van horecabedrijven is een Staat van Horeca-activiteiten beschikbaar. In dit bestemmingsplan wordt hiervan ten dele gebruikgemaakt.

Vergelijkbaar met de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden bij de uitwerking van een ruimtelijk beleid voor hinderlijke horeca-activiteiten drie stappen onderscheiden:

  • indelen van activiteiten in ruimtelijk relevante hindercategorieën;
  • onderscheiden van gebiedstypen met een verschillende hindergevoeligheid;
  • uitwerken van een beleid in hoofdlijnen: in welke gebieden zijn welke categorieën in het algemeen toelaatbaar.

Mede op grond van bovengenoemde criteria worden in de Staat van Horeca-activiteiten drie hindercategorieën onderscheiden (waarvan één categorie met drie subcategorieën): lichte, middelzware en zware horeca. Voor een uitgebreide toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten wordt verwezen naar bijlage 3.

Inschaling en toelaatbaarheid

Uit milieuhygiënisch oogpunt worden in het plangebied horeca-activiteiten uit maximaal categorie 1b rechtstreeks toelaatbaar geacht. Dit zijn lichte horecabedrijven die over het algemeen slechts beperkt hinder veroorzaken voor omwonenden. De gevestigde bedrijven passen in deze inschaling.

Klachten over horecabedrijven

Voor zover bij de gemeente bekend veroorzaken de horecabedrijven geen geluid-, geur en / of parkeerhinder.

Agrarische en overige bedrijvigheid

In het plangebied zijn geen agrarische bedrijven gesitueerd. Wel bevinden zich in het noorden enkele gronden die agrarisch worden gebruikt. Verder bevinden zich in 't Zand enkele scholen, kantoren en sportcomplexen.

Onderwijsvoorzieningen

De eerder genoemde VNG-publicatie geeft voor scholen voor voortgezet onderwijs (SBI-code 802) een richtafstand van 30 meter, vanwege het milieuaspect geluid. Met name op het schoolplein aanwezige kinderen kunnen hinder veroorzaken. Daarnaast gelden op grond van het eerder genoemde Activiteitenbesluit voorschriften om de milieuhygiënische situatie in de omgeving te waarborgen. Zo worden onder andere voorwaarden gesteld aan de toegestane maximale geluidsniveaus. De onderwijsvoorzieningen in het plangebied voldoen in de bestaande situatie niet geheel aan de richtafstanden. Dit is evenwel een historisch gegeven en hoeft daarom niet te worden aangepast, aangezien voorliggend plan niet in ontwikkelingen voorziet en er geen klachten bekend zijn.

Kantoren

In het plangebied zijn 2 kantoren gevestigd, namelijk W. de Graaf Holding B.V (De Ruyterstraat 24) en Corstanje Assurantiën (Karel Doormanplein 30). Op grond van de VNG-publicatie geldt voor zakelijke dienstverlenging (kantoren, SBI-code 74A) een richtafstand van 10 meter, vanwege geluid. De kantoren in het plangebied voldoen in de bestaande situatie hier niet geheel aan. Dit is evenwel een historisch gegeven en hoeft daarom niet te worden aangepast, aangezien voorliggend plan niet in ontwikkelingen voorziet en er geen klachten bekend zijn.

Sportcomplexen

Sportcomplex de Voorborch maakt deel uit van het plangebied. Het sportveldencomplex omvat enkele hockeyvelden, korfbalvelden en rugbyvelden. Verder is daar sporthal de Voorborch, een turnhal en een tafeltennishal aanwezig en zijn er parkeervoorzieningen. Ook beschikken de diverse sportverenigingen over een eigen kantine. Aan 't Zanddorp is daarnaast nog Tennispark De Veste gevestigd, met enkele tennisvelden.

Voor dergelijke inrichtingen is sinds januari 2008 het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, beter bekend als het Activiteitenbesluit, van kracht. Tevens dient op grond van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (2007) tussen tennisbanen of een veldsportcomplex (met verlichting) en nieuwe milieugevoelige functies (waaronder wonen) een richtafstand van circa 50 meter te worden aangehouden. Belangrijke milieuaspecten zijn geluid, verkeersaantrekkende werking en visuele hinder afkomstig van de lichtmasten.

De sportcomplexen in het plangebied voldoen in de bestaande situatie niet geheel aan de richtafstanden. Dit is evenwel een historisch gegeven en hoeft daarom niet te worden aangepast, aangezien voorliggend plan niet in ontwikkelingen voorziet en er geen klachten bekend zijn.

3.3.2 Externe veiligheid

Normstelling en beleid

In ruimtelijke projecten dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:

  • bedrijven waar opslag, gebruik en / of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt of waar zich installaties bevinden waaraan risico's zijn verbonden waardoor effecten van ongevallen buiten het terrein van de inrichting merkbaar zijn;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water of door leidingen.

Voor externe veiligheid zijn in het algemeen, zowel bij bedrijvigheid als bij het vervoer van gevaarlijke stoffen, twee aspecten belangrijk, te weten het plaatsgebonden risico (PR, voorheen individueel risico) en het groepsrisico (GR).

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien deze persoon zich onafgebroken1 en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur.

Voor het plaatsgebonden risico geldt in het algemeen een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten2. De grenswaarde en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico wordt voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gesteld op een niveau van 10-6 per jaar3. Binnen de 10-6-contour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour worden gerealiseerd.

Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde (inspanningsverplichting). Indien de oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt overschreden, legt dit in het algemeen ook ruimtelijke beperkingen op aan een gebied buiten de 10-6-contour (PR). Deze ruimtelijke beperkingen buiten de 10-6-contour gelden soms tot de 10-7- of 10-8-contour4.

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is op 27 oktober 2004 in werking getreden, inclusief de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen. Het besluit bevat normen voor het risico rondom inrichtingen die gevaar voor de omgeving met zich meebrengen. Binnen het plangebied liggen geen bedrijven die van invloed zijn op de situatie met betrekking tot externe veiligheid. Nieuwe risicovolle bedrijven zijn in het plangebied niet gewenst.

Sinds de inwerkingtreding van het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) vallen ook LPG-tankstations onder de werking van dit besluit. In of nabij het plangebied zijn deze echter niet aanwezig.

Vuurwerk

Op 1 maart 2002 is het Vuurwerkbesluit in werking getreden. Hierin zijn veiligheidsafstanden opgenomen, die moeten worden aangehouden tussen opslagplaatsen voor vuurwerk en kwetsbare objecten (zoals woningen, bedrijfsgebouwen, maar ook winkels, scholen en cafés). Bestaande vuurwerkbedrijven (inclusief detailhandel) kunnen positief worden bestemd, mits aan de veiligheidsafstanden ten opzichte van kwetsbare objecten wordt voldaan. Indien in een bestaande situatie niet wordt voldaan aan de geldende veiligheidsafstand, dient of een verandering in de inrichting te worden doorgevoerd waardoor wel aan de veiligheidsafstand wordt voldaan, of dient het bedrijf te worden verplaatst.

In het Vuurwerkbesluit wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik door particulieren (consumentenvuurwerk) en gebruik tijdens een evenement of voorstelling (professioneel vuurwerk).

Voor bedrijven waar niet meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, geldt een vaste afstand van 8 meter in voorwaartse richting vanaf de deuropening van de (buffer)bewaarplaats tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten. Indien (ook) sprake is van onverpakt vuurwerk, dient een grotere afstand te worden aangehouden, afhankelijk van de hoeveelheid vuurwerk in de bufferbewaarplaats (deze afstand kan oplopen tot 48 meter vanaf de deuropening van de (buffer)bewaarplaats voorwaarts).

Toetsing

Binnen het plangebied vindt opslag en verkoop van consumentenvuurwerk plaats aan de Breeweg. De rijwielhandel ter plaatse slaat uitsluitend verpakt consumentenvuurwerk op. De (buffer)bewaarplaats is ingericht voor opslag van consumentenvuurwerk tot 10.000 kg. Van opslag van professioneel vuurwerk is geen sprake. De (buffer)bewaarplaats is zo ingericht, dat voldaan wordt aan de geldende veiligheidsafstand van 8 meter. Voor het overige bevinden zich binnen en buiten het plangebied geen risicobronnen waarvan het invloedsgebied binnen het plangebied valt.

Conclusie

Aan de Breeweg vindt opslag plaats van verpakt consumentenvuurwerk. De (buffer)bewaarplaats is ingericht volgens de eisen van het Vuurwerkbesluit en voldoet aan de in het Vuurwerkbesluit gestelde veiligheidsafstand. De opslagplaats vormt derhalve geen risico voor de omgeving.

Vervoer gevaarlijke stoffen

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is in augustus 2004 de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen gepubliceerd. In deze circulaire is het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen opgenomen (plaatsgebonden risico en groepsrisico).

Langs het plangebied loopt een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om de Laan der Verenigde Naties die ten westen van het plangebied loopt.

Risico-evaluatie

De Laan der Verenigde Naties is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. In opdracht van de provincie Zeeland is een risico-inventarisatie voor het wegtransport van gevaarlijke stoffen in Zeeland5 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat dit transport in de huidige situatie geen aanleiding geeft tot risico-knelpunten. Op geen van de beschouwde wegvakken wordt voor het plaatsgebonden risico een niveau van 10-6per jaar bereikt. Bij geen enkele locatie langs de beschouwde wegen overschrijdt het berekende groepsrisico de oriënterende waarde. Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Het GR zal derhalve niet wijzigen.

Conclusie

Op basis van het vorenstaande vormt het aspect vervoer gevaarlijke stoffen geen risico voor het plangebied 't Zand.

3.3.3 Leidingen en telecommunicatieverbindingen

Uit informatie van het KLIC6-zuid (oriëntatiemelding) is gebleken dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen planologisch relevant aan te merken solitaire leidingen en geen leidingstroken, hoogspanningsverbindingen en optisch vrije paden voor telecommunicatieverbindingen aanwezig zijn. Dit houdt in dat er geen milieubelemmeringen voor de in het plangebied aanwezige functies aan de orde zijn.