| Plan: | Golsteinseweg 6 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0687.BPBGMGOL-VG99 |
Rijksbeleid: Nota Ruimte
Met betrekking tot het nationaal beleid is de Nota Ruimte van belang. De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen voor de komende decennia. In de nota worden vier algemene doelen geformuleerd: versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland; bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland; borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden; en borging van de veiligheid.
Economische vitaliteit is in de Nota Ruimte als belangrijk speerpunt opgenomen. Vitaliteit van het platteland moet worden versterkt door ruimte te geven aan het hergebruik van bebouwing en nieuwbouw in het buitengebied. Het rijksbeleid richt zich voorts op de ontwikkeling van voldoende geschikte vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen in iedere regio.
Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor een voldoende en tijdige beschikbaarheid van ruimte voor wonen, werken en daarbij behorende voorzieningen. Daarnaast vormt ook verhoging van de kwaliteit een hoofdpunt van beleid: voldaan moet worden aan de veranderende vraag naar woningen en woonomgevingen. Revitaliserings-, herstructurerings- en transformatieopgaven moeten in beleid en uitvoering krachtig ter hand worden genomen. De verantwoordelijkheid voor de basiskwaliteit van het landschap ligt bij provincies en gemeenten. "Ontwikkelen met kwaliteit" is voor ruimtelijke plannen één van de doelen. Walcheren is in de Nota Ruimte aangegeven als onderdeel van het Nationaal Landschap Zuidwest Zeeland.
Provinciaal beleid: Omgevingsplan Zeeland
Ontwikkelingsstrategie
De provincie Zeeland kiest, in navolging van het rijksbeleid zoals dat is neergelegd in de Nota Ruimte, voor een ontwikkelingsgerichte benadering. Dat biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, maar wel met strenge kwaliteitseisen. Daarvoor geeft het omgevingsplan de kaders en randvoorwaarden.
| Ontwikkelingsfilosofie provincie "Faciliteren van nieuwe ontwikkelingen, en daarmee het genereren van nieuwe dynamiek, vormt één van de hoofddoelstellingen van het Omgevingsplan. Nieuwe initiatieven doen zich voor in zeer verschillende vormen en maten. Daarom is het niet logisch te kiezen voor een plan dat exact aangeeft wat op welke plaats wel en niet kan. Flexibiliteit is noodzakelijk om op nieuwe ontwikkelingen vanuit de maatschappij te kunnen inspelen. Tegelijkertijd geldt dat die nieuwe initiatieven niet ten koste mogen gaan van de waardevolle omgeving. Daarom is in dit plan gekozen voor een afwegingskader waarin de omgevingskwaliteiten expliciet worden benoemd en op basis van die kwaliteiten richting wordt gegeven aan de inpasbaarheid van nieuwe ontwikkelingen." (Omgevingsplan Zeeland, paragraaf 4.2.1.). |
Het Omgevingsplan biedt voor het buitengebied twee strategieën:
De projectlocatie bevindt zich in een gebied waarin de provincie ruimte aanwezig acht voor een nadere afweging. Binnen de strategie 'Ruimte voor nadere afweging' is sprake van "onderhandelbare schaarste": afhankelijk van de omgevingskwaliteiten is de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen kleiner of groter. In alle gevallen worden creatieve oplossingen gevraagd.
Voor de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen worden in het Omgevingsplan de volgende aspecten genoemd:
Het provinciale beleid gaat uit van een integrale afweging van alle genoemde aspecten en de aan de orde zijnde omgevingskwaliteiten. Een initiatief kan niet alleen op grond van één aspect zonder meer worden afgewezen.
Nieuwe Economische Dragers
Het provinciaal beleid biedt mogelijkheden voor Nieuwe Economische Dragers (NED) in het buitengebied c.q. mogelijkheden voor hergebruik van voormalige agrarische bebouwing voor niet-agrarische functies. Het is aan de gemeente om te besluiten welke functies hieronder kunnen vallen en welke oppervlakte benut mag worden.
Verevening
Verevening geeft een directe vertaling op individueel initiatiefniveau, op projectniveau en op gebiedsniveau van de in dit plan uitgewerkte dubbeldoelstelling: zowel investeren in dynamiek als in kwaliteit. Het principe van verevening wil zeggen dat een "rode" ontwikkeling gepaard dient te gaan met een gelijktijdige investering in de omgevingskwaliteiten, publieke voorzieningen of de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet het in alle gevallen gaan om een fysiekruimtelijke ontwikkeling die aantoonbaar zoveel mogelijk een directe relatie heeft met initiatief of project. Deze relatie kan gelegd worden op individueel initiatiefniveau (bijvoorbeeld bij nieuwe economische dragers), op projectniveau en of op gebiedsniveau (bijvoorbeeld in een gebiedsvisie, gebiedsprogramma). Doel en motivatie voor toepassen van het principe is meer ontwikkelingsmogelijkheden te creëren voor initiatiefnemers. De gelijktijdige investering in de omgevingskwaliteit of de ruimtelijke kwaliteit is voorwaarde voor het bieden van de gewenste ontwikkelingsmogelijkheden. Verevening is aanvullend op het in het plan geschetste afwegingskader voor inpasbaarheid van nieuwe ontwikkelingen. Het is dus niet zo dat "alles kan" als maar verevend wordt.
Op basis van het Omgevingsplan wordt, afhankelijk van de omvang van het initiatief en de impact ervan op het landschap, een vereveningsbijdrage gevraagd.
De voor voorliggende planontwikkeling overeengekomen vereveningsbijdrage betreft de gewenste sloop van de landschappelijke detonerende rode damwandloods. In een separaat opgesteld vereveningsplan is deze vereveningsopgave nader uitgewerkt en bepaald op € 12.500,- (inclusief de kosten voor het verwijderen van de asbest-beplating). Het vereveningplan is in een privaatrechtelijk contract tussen de gemeente en de initiatiefnemer vastgelegd.
Beleidsafweging en conclusie gemeente
De gemeente acht de realisering van voorliggend initiatief beleidsmatig verantwoord.