| Plan: | Vroonlandseweg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.vroonlandseweg-VAST |
Parkeren basisscholen
Er is onderscheid gemaakt in de parkeervraag voor personeel en die voor het halen en brengen van leerlingen. De eerste groep parkeert gedurende dagperiode tussen circa 08.00 uur in de ochtend en 16.30 uur in de middag. Hiervoor zijn parkeernormen beschikbaar. Het parkeren ten behoeve van halen en brengen van leerlingen concentreert zich tussen veel kortere perioden. Hiervoor is een rekenmethode ontwikkeld waarbij rekening gehouden wordt met het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht, een korte parkeerduur (en dus een groot verloop) en de bezettingsgraad per auto.
Parkeervraag personeel
De parkeernorm voor basisonderwijs bedraagt voor het genoemde gebiedstype 0,5 tot 1,0 parkeerplaatsen per leslokaal. In het 'Visiedocument Brede School Kapelle' (ImagoGroep, 2009) is een totaal van 22 leslokalen opgenomen voor beide basisscholen (12 voor Christelijke basisschool 't Honk en 10 voor Openbare basisschool De Moolhoek). Op basis van deze gegevens bedraagt de parkeervraag voor personeel van de beide basisscholen 11,0 tot 22,0 parkeerplaatsen.
Parkeervraag halen en brengen van leerlingen
Binnen de rekenmethodiek wordt onderscheid gemaakt naar leerlingen in de onderbouw (klassen 1 t/m 3) en leerlingen in de bovenbouw (klassen 4 t/m 8). Van de 22 beschikbare leslokalen zijn er 7 bestemd voor de onderbouw en 15 voor de bovenbouw. Het totaal aantal leerlingen dat les zal krijgen op de nieuwe schoollocatie is nog niet bekend. Als uitgangspunt voor de berekening geldt een aantal leerlingen van 25 per leslokaal. Dit leidt tot een aantal van 175 leerlingen in de onderbouw en 375 in de bovenbouw. De parkeervraag wordt berekend door het aantal leerlingen te vermenigvuldigen met het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht, een reductiefactor voor de korte parkeerduur en een reductiefactor voor het aantal kinderen per auto. In onderstaande tabel zijn voor de onderbouw en bovenbouw de verschillende factoren gekwantificeerd is voor beiden de parkeervraag berekend.
Tabel B1.1. Parkeervraag halen en brengen basisscholen
| totaal aantal leerlingen | % leerlingen met de auto gebracht | reductiefactor parkeerduur | reductiefactor bezettingsgraad | parkeervraag | |
| onderbouw | 175 | 30%-60% | 0,5 | 0,75 | 19,7 à 39,4 plaatsen |
| bovenbouw | 375 | 5%-40% | 0,25 | 0,85 | 4,0 à 31,9 plaatsen |
| totaal | 23,7 à 71,3 plaatsen | ||||
Parkeren kinderdagverblijf
Ook bij het berekenen van de parkeervraag voor het kinderdagverblijf wordt onderscheid gemaakt tussen personeel en het halen en brengen van kinderen door ouders.
Parkeervraag personeel
De parkeernorm voor kinderdagverblijven bedraagt voor het genoemde gebiedstype 1,3 tot 1,5 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. Het vloeroppervlak van het kinderdagverblijf bedraagt 454 m². Op basis van deze gegevens bedraagt de parkeervraag voor personeel van het kinderdagverblijf 5,9 tot 6,8 parkeerplaatsen.
Parkeervraag halen en brengen van kinderen
In het 'Visiedocument Brede School Kapelle' (ImagoGroep, 2009) is opgenomen dat binnen het kinderdagverblijf vier groepen aanwezig zullen zijn (2 groepen kinderdagverblijf en 2 groepen peuterspeelzaal). Gemiddeld bestaat een groep uit 17,5 kinderen. Dit levert een totaal op van 70 kinderen. De berekening van de parkeervraag is gelijk aan de methodiek voor het halen en brengen van leerlingen naar de basisschool. De tabel geeft verschillende factoren en de berekende parkeervraag weer.
Tabel B1.2. Parkeervraag halen en brengen kinderdagverblijf
| totaal aantal kinderen | % leerlingen gebracht met de auto |
reductie- factor parkeerduur |
reductiefactor bezettings- graad | parkeervraag | |
| kinderdag- verblijf | 70 | 50%-80% | 0,25 | 0,75 | 6,6 à 10,5 plaatsen |
Parkeren bibliotheek
De parkeervraag ten behoeve van de bibliotheek is berekend aan de hand van het parkeerkencijfer voor het eerdere vastgestelde gebiedstype. Deze bedraagt 0,9 tot 1,4 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. In het programma is een vloeroppervlak opgenomen van 427 m². Op basis van deze gegevens bedraagt de parkeervraag voor de bibliotheek 3,8 tot 6,0 parkeerplaatsen.
Parkeren zorgfunctie
Binnen het pand wordt een aantal verschillende zorgfuncties mogelijk gemaakt, zoals een ruimte voor de GGD, een ruimte voor fysiotherapie en een ruimte voor logopedie. Op basis van deze gegevens is aangesloten bij de parkeernorm voor gezondheidscentra. Deze bedraagt voor het betreffende gebiedstype 2,2 tot 2,7 parkeerplaatsen per behandelkamer. Er worden 5 behandelkamers mogelijk gemaakt. Dit levert een parkeervraag op van 11 tot 14 parkeerplaatsen.
Parkeren woningen
Ten noorden van de Brede School, wordt parallel aan de Vroonlandseweg, de bouw van vijf vrijstaande grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt in het noordwestelijke deel van het plangebied, binnen de bestemming 'woongebied', de bouw van zes extra woningen mogelijk gemaakt. Voor vrijstaande woningen geldt, binnen het gebiedstype 'rest bebouwde kom' in een weinig stedelijke omgeving, een parkeernorm van minimaal 1,9 en maximaal 2,7 parkeerplaatsen per woning. Ten behoeve van de woningen dient daarom te worden voorzien in een parkeervraag van 21 tot 30 parkeerplaatsen. Hiervoor is in de directe omgeving van de woningen of op de percelen voldoende ruimte.
Parkeren gemengde bestemming
Aan de oostzijde van het plangebied, net ten zuiden van de bestemming 'Woongebied', is een gemengde bestemming opgenomen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat binnen deze bestemming binnensport en aan sport gerelateerde medische en maatschappelijke functies zoals een sportschool, een fitnesscentrum en fysiotherapie gerealiseerd kunnen worden.
Voor deze functies zijn op basis van de parkeerkencijfers zoals vastgelegd in de CROW-publicatie 317 de volgende (in tabel B1.3) parkeernormen van toepassing.
Tabel B1.3. Parkeernormen mogelijke functies binnen gemengde bestemming
| functie | minimale parkeernorm | maximale parkeernorm |
| sporthal, sportzaal/gymzaal | 1,9 per 100 m² bvo | 2,4 per 100 m² bvo |
| aan sport gerelateerde medische en maatschappelijke functies zoals een sportschool, een fitnesscentrum en fysiotherapie | 4,0 per 100 m² bvo | 5,0 per 100² bvo |
Deze aan de functie gerelateerde parkeernormen dienen als uitgangspunt voor ontwikkeling (en bepalen daarmee mede de omvang van de bebouwing). Voorts wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de parkeerbehoefte van deze voorziening op het eigen bij deze voorziening behorende terrein dient te worden opgevangen. Ter waarborging hiervan zijn deze parkeernormen en de benodigde opvang van de parkeerbehoefte op het eigen terrein dan ook specifiek in de regels van dit bestemmingsplan vastgelegd. De daadwerkelijke functie invulling en omvang van de accommodatie is thans nog niet bekend. Maar op deze wijze is op afdoende wijze realisering van voldoende parkeerplaatsen gewaarborgd.
Wanneer bijvoorbeeld wordt uitgegaan van een invulling met een functie met de grootste parkeerbehoefte en verkeersgeneratie (een zogenaamde worstcasesituatie) dan betekent dit het volgende:
In het bestemmingsplan is binnen de gemengde bestemming een bouwvlak opgenomen van 1.520 m2 bruto vloeroppervlak. Voor een accommodatie met de hoogste parkeernorm (zoals bijvoorbeeld een fitnesscentrum), geldt een minimale parkeernorm van 4,0 en maximaal 5,0 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. Voor deze berekening is uitgegaan van de maximale norm van 5,0 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. Bij een volledige bebouwing bedraagt de parkeervraag 76 parkeerplaatsen.
De RMD heeft onderzoek verricht naar de geluidsbelasting van het zwembad voor de omgeving.
Normering
Voor de toetsing aan het aspect 'goede ruimtelijke ordening' wordt aangesloten bij het omgevingstype 'gemengd gebied', waarvoor ingevolge de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering de volgende richtwaarden gelden:
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau:
Maximaal geluidsniveau:
Onderzoek
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor het aspect geluid onderzoek gedaan naar stemgeluid. Indien aan de hiervoor genoemde normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau voldaan wordt kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Conform opgave van de gemeente Kapelle is er vanuit gegaan dat het zwembad alleen in de dagperiode (07.00 tot 19.00 uur) geopend is. Incidenteel, minder dan 12 maal per jaar is het zwembad ook gedurende de avondperiode geopend. Gezien het incidentele karakter van de avondactiviteiten maakt dit geen onderdeel uit van het akoestisch onderzoek.
In het akoestisch onderzoek is daarom alleen de geluidbelasting beoordeeld op 1,5 meter hoogte.
Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting in de dagperiode maximaal 50 dB(A) betreft op 1,5 meter hoogte. In onderstaande afbeelding is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau weergegeven in het plangebied.
Het maximale geluidniveau betreft maximaal 70 dB(A).
Aan de normen voor het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt voldaan, er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Conclusie
Het (stem) geluid ten gevolge van het zwembad vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemminsgplan.
| aspect/kader | beoordelingsaspect | afweging |
| Bodemkwaliteit | ||
| Besluit Bodemkwaliteit | Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit. | Voor de nieuwe ontwikkelingen is bodemonderzoek verricht. Dit is weergegeven in paragraaf 3.6 Bodem. Gelet op het tweede doel van voorliggend bestemmingsplan, primair actualisering voor de overige delen, is geen bodemonderzoek verricht. Van belang daarbij is dat het bestemmingsplan geen functiewijziging mogelijk maakt en dat in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning aangetoond dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan, rekening houdend met de vervolgstappen zoals vermeld in paragraaf 3.6 Bodem. |
| Archeologie | ||
| Archeologiebeleid gemeente Kapelle | Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden? |
Analyse
Het plangebied is op basis van de maatregelenkaart in lagen, kaartlaag 1 (Walcheren) gelegen binnen een gebied met de aanduiding maatregelencategorie 4, voor zover gelegen buiten de locatie van kasteel Poucques. Binnen deze maatregelencategorie zijn bouwwerken en werkzaamheden tot 250 m² en maximaal 40 cm diepte vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Voor het kasteel Poucques is de zwaardere maatregelencategorie van toepassing. Toetsing en onderzoek Overleg met het SCEZ heeft uitgewezen dat de buiten de locatie van kasteel Poucques gelegen delen van het plangebied kunnen worden vrijgegeven van verder archeologisch onderzoek, aangezien hier geen aanwijzingen zijn aangetroffen voor archeologische waarden. Hiervoor kan afgezien worden van een archeologische dubbelbestemming. Wel worden oppervlaktevondsten verwacht die verband zullen houden met het kasteelterrein en blijft de archeologische meldingsplicht van toepassing. Conclusie Voor het kasteelterrein is de bestemming Waarde - Archeologie - 1 opgenomen. Voor de overige plandelen blijft alleen de archeologische meldingsplicht van toepassing. |
| Cultuurhistorie | ||
| Zijn er cultuurhistorische waarden? | In het plangebied zijn buiten het kasteelterrein geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Het betreft een eigentijds sportcomplex. De boomgaard betreft een agrarische enclave in een stedelijk gebied. De locatie van kasteel Poucques heeft een belangrijke cultuurhistorische waarde. In paragraaf 3.1 is hiervan een beschrijving opgenomen. Dit gebied zal ook als zodanig worden beschermd. Conclusie Er is ten aanzien van het aspect cultuurhistorie geen specifieke regeling nodig in het voorliggende bestemmingsplan, met uitzondering van het kasteelterrein. |
|
| Kabels en leidingen | ||
| Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig? | In het gebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. Rekening wordt gehouden met de solitaire leidingen tussen het parkeerterrein en de locatie voor de Brede School. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. |
|
| Ecologie | ||
| Natuurbeschermingswet 1998 | Is er sprake van significant negatieve effecten? |
De locatie vormt geen onderdeel van een beschermd natuurgebied, zoals bedoeld in de Natuurbeschermingswet 1998. Ook ontbreken provinciale ecologische verbindingszones en andere onderdelen van de provinciale ecologische hoofdstructuur op de locatie. Conclusie De aanvraag van een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet is niet aan de orde. |
| Flora- en faunawet |
Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen? |
Het plangebied is nu in gebruik als sportcomplex. Op grond van een veldbezoek in 2012 door ir. J.J. van den Berg, wordt het volgende geconcludeerd. Er zijn geen beschermde planten aanwezig, wel broedvogels, kleine zoogdieren en in de groenstroken algemene soorten amfibieën. De voorgenomen grondwerkzaamheden en het (ver)plaatsen van (nieuwe) lichtmasten, leiden mogelijk tot verstoring en/of aantasting van beschermde soorten zoals de kleine zoogdieren, amfibieën en broedvogels. De zoogdieren en amfibieën die in het plangebied voorkomen zijn algemene soorten, die staan vermeld op tabel 1 van de Flora- en faunawet. Voor deze soorten geldt een vrijstelling. Broedvogels mogen niet worden verstoord. Dit kan door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (broedseizoen is van 15 maart t/m 15 juli) op te starten of door minimaal 20 m rond een nest geen werkzaamheden uit te voeren. Conclusie Voor de ontwikkeling is geen ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet vereist. |
| Water | ||
| Watertoets | Wateroverlast: Voldoende ruimte voor vasthouden/bergen/afvoeren van water. Per m² verharding 75 mm berging. |
Er zal worden voldaan aan de vereiste waterbergingsopgave. Hiervoor is in het terrein voldoende ruimte beschikbaar. De water(bergings)opgave zal in samenwerking met het Waterschap worden beoordeeld, en worden ingevuld zodat uiteindelijk voldoende waterberging wordt gerealiseerd. |
| Riolering: Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor. |
Het huidige systeem wordt uitgebreid met nieuwe watergangen en rioleringsstelsel. Dit zal worden uitgewerkt in overleg met het waterschap. | |
| Volksgezondheid: - Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via onder andere de daarvoor benodigde ruimte. - Geen gebruik uitlogende materialen. |
Er is oppervlaktewater aanwezig op het perceel. Voor zover nodig worden maatregelen getroffen. Er wordt geen gebruikgemaakt van uitlogende materialen. |
|
| Bodemdaling: Voorkómen van maatregelen die (extra) maaivelddalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
Het huidige systeem wordt niet aangepast. Mogelijk vindt wel ophoging plaats. | |
| Oppervlaktewaterkwaliteit: Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. |
Het huidige systeem wordt aangepast door uitbreiding met wateroppervlakten. De veerkracht van het watersysteem wordt zo mogelijk vergroot. | |
| Onderhoud waterlopen: Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren. |
Er zijn enkele waterlopen aanwezig in het plangebied. Met het waterschap zal overleg plaatsvinden over onderhoud en beheer. | |
| Wateradvies | Het wateradvies wordt opgenomen in de bijlagen | |
| Externe veiligheid | ||
| Bevi-inrichtingen Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor, buisleiding en en water. |
Zijn er Bevi-inrichtingen in de directe omgeving, wordt voldaan aan normen plaatsgebonden risico en groepsrisico en liggen er relevante leidingstroken in het plangebied? | Er zijn geen buisleidingen voor transport van risicovolle stoffen nabij het plangebied. Ten noorden van het sportcomplex ligt het zwembad. Dit zwembad beschikt over een ammoniakopslag. De spoorlijn Roosendaal - Vlissingen bevindt zich op circa 300 m. De locatie ligt buiten relevante zones. Er is derhalve geen sprake van een toename van het groepsrisico. Op basis van de risicokaart en overleg met de veilgheidsregio is gebleken dat aangaande bovengenoemde aspecten geen risico's voor de in het plangebied voorgenomen ontwikkelingen. Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering. |
| Wegverkeerslawaai | ||
| Wet geluidhinder | Bedraagt de geluidsbelasting op de gevels minder dan 48 dB? Wordt bij een eventuele overschrijding de uiterste grenswaarde van 63 dB overschreden. |
De Vroonlandseweg is als 30 km/h-weg ingericht. In een eerder stadium heeft akoestisch onderzoek uitgewezen dat met het aanhouden van een afstand van 15 tot 20 m uit de wegas, voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De woningen worden op een iets grotere afstand geprojecteerd. Conclusie De Wet geluidhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. |
| Luchtkwaliteit | ||
| Wet Luchtkwaliteit | Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet luchtkwaliteit? | Geconcludeerd wordt dat in niet betekende mate (nibm) wordt bijgedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Voldaan wordt aan de Wet luchtkwaliteit. |