| Plan: | Kapelle Biezelinge, woning Noordstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.kapbiezHz003-VAST |
Aan de Noordstraat in Kapelle-Biezelinge ligt een perceel van de protestantse gemeente Kapelle-Biezelinge-Eversdijk. Het betreft een groot perceel (ruim 2.000 m2) waarop op de noordzijde een woning is gelegen (Noordstraat 23). Het zuidelijk deel van het perceel is in gebruik als volkstuin.
Om de financiering van de uitbreiding van het kerkgebouw aan de Noordstraat 4 rond te krijgen heeft de kerkelijke gemeente het plan opgevat om het zuidelijk deel van het perceel te verkopen als bouwkavel voor een vrijstaande woning.
De onderhavige gronden zijn bestemd voor wonen met tuin. Omdat de gronden niet zijn voorzien van een bouwvlak, is het oprichten van een woning op het perceel niet mogelijk.
De locatie ligt in een woonlint aan de Noordstraat in het oosten van Biezelinge. Het plangebied betreft het zuidelijk deel van het perceel Noordstraat 23 te Kapelle. De ligging van het plangebied is op een luchtfoto weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1. De ligging van het plangebied
Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Kapelle-Biezelinge (vastgesteld 2010). Hierin is het bestemd als "Wonen" en als "Tuin". Het bouwen van woningen is binnen de bestemming "Wonen" uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. Omdat op het zuidelijk deel van het perceel geen bouwvlak ligt, is de verkoop van de gronden als bouwkavel niet mogelijk.
Eveneens zijn op het perceel deels de bestemming "Waarde - Archeologie" van toepassing. Binnen deze bestemmingen worden eventuele archeologische waarden beschermd.
De gemeente staat positief tegenover het initiatief. Nu binnen het geldende plan geen mogelijkheden zijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning, wordt een afzonderlijk plan opgesteld. Bij dit plan wordt aangesloten op het bestemmingsplan van Kapelle-Biezelinge.
Het doel van het plan is het toevoegen van een bouwvlak voor de bouw van één vrijstaande woning. Het bouwvlak heeft een afmeting van 10 meter breed en 12 meter diep. De planregels van het geldende bestemmingsplan blijven ongewijzigd.
Het plangebied is gelegen aan de Noordstraat. Dit betreft een woonstraat met een divers bebouwingsbeeld. De bebouwing bestaat overwegend uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen, opgebouwd uit één of twee bouwlagen met kap. De nokrichting is afwisselt haaks of evenwijdig aan de weg. Rondom het plangebied liggen uitsluitend woonpercelen. Richting het zuiden, ter hoogte van de Schelpenweg, zijn enkele centrumfuncties aanwezig.
Het plangebied maakt onderdeel uit van een woonperceel. Het is echter in gebruik als volkstuin. Op een kleine kas na is in het plangebied geen bebouwing aanwezig. Een aanzicht op het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2. Aanzicht op het plangebied
Binnen het plangebied wordt een vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Omdat het initiatief het verkopen van de locatie als bouwkavel betreft, is voor de woning nog geen bouwplan opgesteld. De bouwmogelijkheden voor de woning zijn afgestemd op de bouwmogelijkheden voor de naastgelegen woningen. Dit betekent een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter.
Voor de woning wordt een bouwvlak van 10 bij 12 meter gelegd. Vanwege de omvang van het perceel (meer dan 800 m2) is hierbij een oppervlakte van 75 m2 aan bijgebouwen mogelijk. Deze 75 m2 aan bijgebouwen is exclusief de mogelijkheid tot afwijken van de bouwregels en wat er vergunningsvrij gebouwd kan worden.
De indicatieve inrichting van het perceel, uitgaande van de maximale invulling van de bouwmogelijkheden, is weergegeven in figuur 1.3.
Figuur 1.3. Indicatieve inrichting plangebied
De woning wordt ingepast in een woonlint. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de bestaande woningen in het lint. Daarmee is gewaarborgd dat de woning qua formaat in de omgeving past.
Aan de Noordstraat is geen sprake van een duidelijke rooilijn. De voorste bouwgrens voor de nieuwe woning schaart zich tussen de noordelijk en zuidelijk gelegen woning. De welstandstoetsing zal waarborgen dat een aanvaardbare beeldkwaliteit wordt bereikt. De welstandsnota spreekt voor de Noordstraat een voorkeur uit voor een zadeldak in de langsrichting.
Met betrekking tot parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen erf moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hiervoor is op het perceel voldoende ruimte aanwezig.
De ontwikkeling is beoordeeld op basis van het geldende beleidskader en sectorale aspecten. Een verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2. Hieruit blijkt dat er geen beleidsmatige, milieuhygiënische en andere belemmeringen voor de locatie gelden.
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken voor het bestemmingsplan. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de regels en het renvooi.
Op de gemeentelijke website of www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen de digitale bestemmingsplannen worden bekeken. Bij raadpleging van het digitale bestemmingsplan wordt de gebruiker bij het aanklikken van de percelen op een beeldscherm vanzelf naar de relevante delen van het bestemmingsplan "doorverwezen".
Ondergrond
Op de verbeelding is in de ondergrond de bestaande situatie (bebouwing en kadastrale eigendomsgrenzen) weergegeven. Daarbij is gebruikgemaakt van een zo actueel mogelijk digitaal bestand.
Bestemmingen
Op de ondergrond zijn vlakken getekend waarin door middel van hoofdletters is aangegeven welke bestemming ter plaatse zal gaan gelden. De "bestemmingen" corresponderen met afzonderlijke artikelen in (Bestemmingsregels). In het renvooi is daarbij dezelfde volgorde aangehouden als in het betreffende hoofdstuk.
Aanduidingen en renvooi
De beoogde goot- en bouwhoogte is in de regels opgenomen. De betekenis van alle aanduidingen (cijfers en letters) wordt verklaard in het renvooi, een overzicht met verklaring van de aanduidingen op de verbeelding. Dit renvooi is voor zover nodig en wat betreft de aanduidingen opgesplitst in bouwaanduidingen, bouwvlak en maatvoeringsaanduidingen.
Voor een beoordeling van alle bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van een perceel dient derhalve de op de verbeelding aangebrachte aanduiding te worden bekeken, het renvooi te worden geraadpleegd voor het kiezen van het juiste bestemmingsartikel in de regels, waarna het bijbehorende artikel dient te worden gelezen. Deze volgorde is de meest doelmatige om inzicht te krijgen in de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor het gebruik van en bebouwing op een perceel.
De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of nog op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in de volgende hoofdstukken.
In de inleidende regels zijn de Begrippen en Wijze van meten opgenomen. De begrippen en de wijze van meten zijn overgenomen uit Kapelle-Biezelinge. Hieruit zijn alleen de voor dit plan relevante onderdelen overgenomen.
In het hoofdstuk Bestemmingsregels zijn regels opgenomen betreffende de bestemmingen en de aanduidingen. Bij de opzet van deze regels is een alfabetische volgorde gehanteerd alsmede een standaardvolgorde zoals opgenomen in SVBP2008.
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:
Tuin
De wijze van bestemmen is afgestemd op het geldende bestemmingsplan. Daarin heeft het voorste deel van het perceel (vanaf drie meter achter de voorste bouwgrens van de woning) de bestemming 'Tuin'. Binnen deze bestemming is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.
Wonen
Ook de bestemming 'Wonen' is afgestemd op het geldende bestemmingsplan. De woning moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. De aanduiding 'vrijstaand' geeft aan dat er alleen een vrijstaande woning is toegestaan.
De goothoogte is gelijk aan die van de naastgelegen woningen, namelijk 6 meter. De nokhoogte mag 4 meter hoger liggen, dus op 10 meter.
De maximale oppervlakte aan bijgebouwen is gerelateerd aan de oppervlakte van het perceel. Het perceel heeft een oppervlakte van ruim 1.000 m2. Op een dergelijk groot perceel mag een gezamenlijke oppervlakte van 75 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd. Dit is exclusief de mogelijkheid tot afwijken van de bouwregels en wat er vergunningsvrij gebouwd kan worden.
Voor bijgebouwen geldt een maximale goot- en nokhoogte van respectievelijk 3,5 en 7 meter, waarmee deze ondergeschikt blijven aan de woning.
Naast het wonen wordt voorzien in aan-huis-gebonden beroepen. Bij afwijking en onder voorwaarden zijn logies en ontbijt, mantelzorg en kleinschalige bedrijfsfuncties mogelijk.
Waarde - Archeologie 2
Op een deel van de gronden zijn bepaalde archeologische waarden gevonden (zie ook de tabel in bijlage Bijlage 2 en bijlage 3). Om deze reden is aan de gronden een dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1 toegekend.
Ter plaatse van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1 geldt bij een bodemverstoring van meer dan 50 m² en dieper dan 40 cm een onderzoeksplicht. Hiermee wordt het archeologisch belang veilig gesteld.
Uitgangspunt van deze regeling is dat voor projecten groter dan de vrijgestelde oppervlaktematen en verstoringsdiepte een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig is.
Anti-dubbeltelregel
Artikel 6 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaar wisselen.
Algemene afwijkingsregels
Voor een aantal, ondergeschikte, afwijkingen van bouwen en / of gebruik ten opzichte van de planregels kan het bevoegd gezag met dit artikel afwijken van de bouwregels. Dit is opgenomen in Artikel 7.
In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling.
In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Voor dit bestemmingsplan is een dergelijk bouwplan aan de orde. Het is daarom in beginsel verplicht om een grondexploitatieplan op te stellen. Van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit geval is het kostenverhaal verzekerd middels een planschadeovereenkomst en een exploitatieovereenkomst. Van het opstellen van een grondexploitatieplan wordt daarom afgezien.
Conform artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Uit een summier exploitatie overzicht is gebleken dat het plan economisch uitvoerbaar is.
In het kader van het aantonen van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt de, in de wet vastgelegde, bestemmingsplanprocedure doorlopen.
Over het voorontwerpbestemmingsplan wordt, conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), vooroverleg gevoerd met de Provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de veiligheidsregio Zeeland.
Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen.
| overheid | beoordelingsaspect | afweging |
| Rijk | Nationale belangen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) | In het plangebied worden geen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR geraakt. |
| Provincie Zeeland | Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 (2012) | In het Omgevingsplan is ingezet op een goed woonklimaat en een goed werkende woningmarkt, zowel in steden, dorpen en op het platteland. Ook is ingezet op voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik staan voorop. In onderhavig plan is sprake van een inbreidingslocatie. Daarmee wordt voldaan aan het beginsel 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid. |
| Verordening ruimte provincie Zeeland (2012) | De verordening stelt regels aan ruimtelijke plannen. Deze regels vloeien voort uit het Omgevingsplan. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de regels uit de verordening. | |
| Gemeente Kapelle | Woonvisie (2008) | De Woonvisie gaat uit van een uitbreidingsbehoefte in de gemeente Kapelle van zo'n 50 woningen per jaar ofwel 400 woningen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2015. Deze uitbreidingsbehoefte vloeit voor ongeveer twee derde voort uit de natuurlijke groei (geboorteoverschot). Ook het door vergrijzing en individualisering toenemend aantal huishoudens (dat leidt tot een daling van de gemiddelde woningbezetting) speelt een belangrijke rol. Daling van het aantal inwoners en het aantal huishoudens wordt door de provincie voor de gemeente pas op langere termijn voorzien. Binnen het woningbouwprogramma van de gemeente is ruimte voor het toevoegen van één woning. Aan de Hoofdstraat is een woning gesloopt ten behoeve van de uitbreiding van een parkeerterrein. De bouwmogelijkheid voor een woning op deze locatie komt hiermee te vervallen. Hierdoor is per saldo geen sprake van een toevoeging van een woning. |
| aspect/kader | beoordelingsaspect | afweging |
| Bodemkwaliteit | ||
| Besluit Bodemkwaliteit | Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit | Het plangebied is momenteel bestemd voor wonen en wordt gebruikt als volkstuin. Ook zijn er geen verdachte activiteiten in het verleden bekend. Het is niet aannemelijk dat er ernstige verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn. Aangenomen wordt dat de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik. In het kader van de vergunningverlening dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd, waarmee wordt aangetoond dat er geen risico's voor de volksgezondheid bestaan. |
| Archeologie | ||
| Archeologiebeleid gemeente Kapelle | Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden? | Het plangebied ligt volgens de Maatregelenkaart in gebiedscategorie 3 (gewaardeerde stads-/dorpskern). De archeologische bestemmingen uit het geldende bestemmingsplan zijn niet in overeenstemming met het actuele archeologiebeleid. Omdat het archeologiebeleid later is vastgesteld, wordt dit aangehouden. Volgens het beleid geldt dat bij ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm onder maaiveld een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Indien bij de bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op basis van artikel 53 van de Monumentenwet een meldingsplicht. Het verkennend archeologisch onderzoek, in de vorm van een bureauonderzoek is samen met grondboringen is in februari 2013 uitgevoerd. Uit de rapportage blijkt dat een grote kans bestaat op het vinden van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd in het zuidoostelijk deel van het plangebied. Aansluitend is een archeologisch veldonderzoek door middel van een proefsleuf uitgevoerd. Bij deze proefsleuf zijn gevels van een woonhuis aangetroffen. Dit woonhuis dateert in ieder geval uit de 18de eeuw. De aangetroffen archeologische vondsten worden in het bestemmingsplan beschermd met de bestemming Waarde - Archeologie 2. |
| Cultuurhistorie | Zijn er cultuurhistorische waarden? | Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. In de directe omgeving is een rijksmonument aanwezig. Het betreft de kerk aan Noordstraat 4. Ook zijn twee gemeentelijke monumenten aanwezig op de adressen Noordstraat 3 en Nieuwe Kerkstraat 6. De afstand van het plangebied op de monumenten is voldoende en er zijn geen nadelige gevolgen. |
| Kabels en leidingen | Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig? | In of rondom het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. |
| Ecologie | ||
| Natuurbescherm- ingswet 1998 |
Is er sprake van significant negatieve effecten? |
Het plangebied ligt in binnenstedelijk gebied. Er is geen sprake van beschermde natuurwaarden in of rondom het plangebied. Voorts liggen er in de directe omgeving geen gebieden die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Er zijn dan ook geen significant negatieve effecten op natuurwaarden. |
| Flora- en faunawet | Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen? |
Het plangebied wordt momenteel intensief gebruikt als volkstuin. De locatie ligt in een stedelijke omgeving. Het is niet aannemelijk dat het terrein een habitat voor beschermde soorten vormt. Voor de uitvoering van het plan worden geen gebouwen gesloopt, bomen gekapt of sloten gedempt. Het plan veroorzaakt geen conflicten met de Flora en faunawet. Bij de uitvoering van het plan dient wel rekening te worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van broedvogels en met de algemene zorgplicht. |
| Water | ||
| Waterveiligheid Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte |
De ontwikkeling is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. De ontwikkeling vormt daarom geen belemmering voor de waterveiligheid. | |
| Watertoets | Wateroverlast: Voldoende ruimte voor vasthouden/bergen/afvoeren van water. Per m2 verharding 75 mm berging |
Naar verwachting zal de toename van het verhard oppervlak (dakvlak en bestrating) circa 200 m2 bedragen. Dan is een berging nodig van 15 m3. De compensatie van het toegevoegde verhard oppervlak kan worden gerealiseerd als volgt: Het dorp Biezelinge ligt op een kreekrug. De grondwaterstand is daar relatief laag. Er is geen sprake van grondwateroverlast. Ter oriëntatie: de gemiddelde grondwaterstand op de nabijgelegen begraafplaats is 1,36 m onder het maaiveld. Door de infiltratie is geen sprake van een negatieve beïnvloeding van de grondwaterkwaliteit. Het hemelwater van het verharde oppervlak wordt niet afgevoerd op het riool, maar via het perceel direct of indirect afgevoerd op het daarachter gelegen slootje. Dat slootje sluit aan op de duiker Ø 30 cm, die via het polderriool in de Nieuwe Kerkstraat afwatert naar de sloot in noordelijke richting achter Nieuwe Kerkstraat 61A. Vandaar wordt het water afgevoerd naar de spoorsloot. Deze verbinding is enige jaren geleden hersteld bij de rioolvervanging en reconstructie van de Nieuwe Kerkstraat. De spoorsloot wordt qua bergend vermogen in 2014 vergroot met circa 900 m2, omdat de duiker ter hoogte van het trafostation wordt vervangen door een doortrekking van de bestaande spoorsloot. |
| Grondwaterkwantiteit en verdroging Tegengaan / verhelpen van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en benutten van infiltratiemogelijkheden. |
De ontwikkeling voorziet niet in het oppompen van grondwater. Tevens beschikt de ontwikkellocatie niet over infiltratiemogelijkheden. Daarom is infiltratie ook niet mogelijk. Ten opzichte van de huidige situatie zal er geen (negatief) effect optreden. | |
| Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. |
De ontwikkeling zorgt niet voor (negatieve) effecten op de in de nabije omgeving aanwezige natte natuur. | |
| Riolering: Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor. |
Het nieuwe woonhuis wordt aangesloten op de bestaande rioleringsvoorzieningen in de omgeving. Schoon hemelwater afkomstig van de verhardingen kan worden afgekoppeld en afgevoerd naar de watergang. |
|
| Volksgezondheid: Voorkomen van verdrinkingsgevaar; Geen gebruik uitlogende materialen. |
Bij de uitvoering van het plan zal rekening worden gehouden met het realiseren van een veilige situatie ter plaatse van de watergang. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. |
|
| Bodemdaling: Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
Er is geen aanpassing waterpeil of drainage nodig. |
|
| Oppervlaktewaterkwaliteit: Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. |
Het bestemmingsplan stelt geen activiteiten voor die negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit hebben. De watergang achter het perceel blijft ongewijzigd. |
|
| Onderhoud waterlopen: Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren. |
De watergang achterop het perceel zal bereikbaar blijven. |
|
| Wateradvies | Over het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg met het waterschap Scheldestromen afgestemd. De waterparagraaf is hierop aangevuld. | |
| Milieuzonering | ||
| Bedrijfs- milieuzonering VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009 |
Is er sprake voor hinder of belemmeringen van functies in de omgeving van de ontwikkeling? |
Het plangebied ligt in een rustige woonomgeving. De nieuwe woning wordt niet voorgesteld in de milieuzones van bedrijven. Bovendien is de locatie reeds bestemd voor woningen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verantwoorde milieuzonering. |
| Parkeren | Is er voldoende parkeergelegenheid (aanbod) in de omgeving? | Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te voorzien in de twee parkeerplaatsen op grond van de CROW parkeernormen nodig zijn bij een duurdere woning. |
| Externe veiligheid | ||
| Bevi-inrichtingen Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor, buisleiding en en water. |
Ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van risicobronnen? | De dichtstbijzijnde risicobron betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. De betreffende spoorlijn ligt op ruime afstand, circa 200 meter, vanaf het plangebied. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de spoorlijn. Externe veiligheid vormt dus geen belemmering voor het plan. |
| Wegverkeerslawaai | ||
| Wet geluidhinder | Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een weg voorgesteld? | De bebouwde kom van Kapelle-Biezelinge is aangewezen als 30-km/uur zone. Dergelijke wegen hebben op grond van de Wgh geen geluidszone. De dichtstbijzijnde zoneplichtige weg betreft het Jufferswegje. Deze weg ligt op minimaal 90 meter vanaf het plangebied. Dit ligt daarmee binnen de geluidszone. In beginsel dient daarom een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Echter, het plangebied ligt in een woonwijk. Tussen de weg en de geprojecteerde woning zijn meerdere bebouwingslinten aanwezig. Hierdoor zal de geluidsbelasting op de woning als gevolg van wegverkeer op het Jufferswegje beperkt zijn. Er kan daarom worden afgezien van het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Het bouwbesluit waarborgt dat een maximaal binnenniveau van 33 dB wordt voldaan. |
| Spoorweglawaai | ||
| Wet geluidhinder | Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een spoorweg voorgesteld? | Op ruim 200 meter afstand ten noorden van het plangebied ligt een spoorlijn. Deze spoorlijn heeft op grond van de zonekaart van het Ministerie van VROM een zonebreedte van 500 meter. In beginsel dient daarom een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Om dezelfde reden als voor wegverkeerslawaai kan hiervan worden afgezien. Tussen de woning in het plangebied en de spoorlijn is diverse bebouwing aanwezig. Er zal daardoor geen sprake zijn van een overschrijding van de geluidsnormen. |
| Industrielawaai | ||
| Wet geluidhinder | Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone voor industrielawaai voorgesteld? | Het plangebied ligt buiten de geluidszone van bedrijventerrein Smokkelhoek. |
| Luchtkwaliteit | ||
| Wet milieubeheer | Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet milieubeheer? |
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 19,7 ug/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13,7. Deze waarden liggen onder de helft van de normen. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden. Kleine woningbouwlocaties (tot 3.000 woningen) vallen onder het besluit 'Niet in betekende mate bijdragen' (NIBM). Het toevoegen van één woning zal niet tot een overschrijding van de normen leiden. |