| Plan: | Kapelle-Biezelinge 5e herziening (Weststraat 2) |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.kapbiezHZ005-VAST |
EMTÉ is voornemens de supermarkt aan de Weststraat 2 te Kapelle uit te breiden ten behoeve van een efficiëntere inrichting van de winkel en een inrichting die beter aansluit bij de supermarktformule Emté. De supermarkt wordt aan twee zijden van het bestaande pand uitgebreid. Van de totale uitbreiding van circa 214 m² bvo wordt circa 100 m² bvo aan de noordzijde gerealiseerd en het pand wordt aan de zuidwestzijde, door middel van het 'opvullen' van de hoek, met circa 114 m² bvo uitgebreid.
Het plangebied heeft in het bestemmingsplan Kapelle-Biezelinge de bestemming 'Centrum', 'Verkeer' en 'Groen'. Het bestaande pand van de supermarkt is bestemd als 'Centrum'. De uitbreiding vindt hoofdzakelijk plaats binnen de bestemming 'Verkeer' en voor een klein deel in 'Groen'. De uitbreiding van de supermarkt is niet toegestaan binnen de bestemming 'Verkeer' en 'Groen'.
Om het plan toch mogelijk te maken wordt door middel van onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan de bestemming gewijzigd zodat de supermarkt gerealiseerd kan worden.
Daarnaast is de parkeerplaats ten noorden van de supermarkt abusievelijk bestemd als 'Groen' in plaats van als 'Verkeer'. Deze omissie wordt in het onderhavige bestemmingsplan hersteld.
Het plangebied betreft de EMTÉ-vestiging, gelegen aan Weststraat 2 te Kapelle. Kadastraal bekend: gemeente Kapelle, sectie U, nr. 839. De EMTÉ-supermarkt ligt aan de westzijde (achterzijde) van het gemeentehuis en wordt begrensd door parkeerplaatsen (zuid- en oostzijde), park (noordzijde), parkeerplaatsen met aan de overzijde woningen (westzijde) en woningen (zuidwestzijde). Figuur 1.1 geeft de ligging en begrenzing weer.
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Kapelle-Biezelinge'. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Centrum', 'Verkeer' en 'Groen'. Het bestaande pand van de supermarkt is bestemd als 'Centrum'. De uitbreiding vindt hoofdzakelijk plaats binnen de bestemming 'Verkeer' en voor een klein deel in 'Groen'.
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bermen en bermsloten, fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, speelvoorzieningen, wegen en bij de bestemming behorende voorzieningen. Aan bebouwing zijn ter plaatse uitsluitend toegestaan: bushokjes, nutsgebouwen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bos, extensief recreatief medegebruik, nutsvoorzieningen, plantsoen, speelvoorzieningen, wandel- en fietspaden en water. Ter plaatse is aan bebouwing uitsluitend toegestaan: nutsgebouwen en ontmoetingsplaatsen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De uitbreiding is derhalve zowel in ruimtelijk als in functioneel opzicht strijdig met het geldende bestemmingsplan.
Bovendien heeft het plangebied op kaartbeeld 7 van het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hiermee wordt in onderhavig bestemmingsplan rekening gehouden (zie paragraaf archeologie).
De gronden ten noord-westen van de supermarkt, welke in gebruik zijn als parkeerplaats onder andere ten behoeve van bezoekers van de supermarkt, hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Groen'. Omdat binnen deze bestemming geen parkeervoorzieningen zjin toegestaan, zijn deze eveneens strijdig met de bestemming.
In de huidige situatie bestaat het plangebied uit de bestaande EMTÉ-supermarkt met een totale omvang van circa 1.470 m² waarvan circa 900 m² winkelvloeroppervlak. Overige ruimten betreffen kantine, kantoor en magazijn. De supermarkt betreft een vrijwel rechthoekig gebouw, voornamelijk bestaande uit éénlaag, met een opbouw (tweede bouwlaag van circa 8,1 meter hoog) aan de zijde van het gemeentehuis en een uitsparing aan de westzijde waar in de huidige situatie het laden en lossen plaatsvindt.
Naast de supermarkt bestaat het plangebied uit een parkeerplaats en een strook van het bestaande park aan de noordzijde van de supermarkt. De parkeerplaats wordt gecombineerd met het parkeren ten behoeve van het gemeentehuis. In de directe omgeving van de supermarkt zijn in totaal 115 parkeerplaatsen aanwezig (waarvan 27 pp aan de noordwestzijde, 41 pp op het plein aan de zuidzijde en 16 in de vorm van langsparkeerplaatsen langs de Weststraat (zuidzijde). Aan de oostzijde zijn eveneens parkeerplaatsen aanwezig (31 pp). Deze plaatsen zijn echter ook in gebruik ten behoeve van het gemeentehuis.
Aan de zuidwestzijde is de laad- en loslocatie gelegen in de open hoek van het winkelpand.
Figuur 2.1 geeft een impressie weer van de supermarkt vanaf de Weststraat en de daarvoor gelegen parkeerplaats en winkelruimten met bovenwoningen.
In Kapelle zijn meerdere supermarkten gelegen, waaronder de centrumsupermarkten EMTÉ en C1000. Deze hebben beide een omvang van circa 900 m² winkelvloeroppervlak (wvo). De EMTÉ wil de supermarkt aan de Weststraat 2 uitbreiden ten behoeve van een meer efficiënte inrichting van de winkel. De nieuwe inrichting van de winkel zal beter recht doen aan de formule voor inrichting van de supermarkten zoals EMTÉ die voorstaat. Tot het najaar van 2010 was een Golf-formule gevestigd in het pand van de huidige EMTÉ. Middels de ombouw van Golf naar EMTÉ is de supermarkt gemoderniseerd. Dit is echter niet gepaard gegaan met een uitbreiding van het winkeloppervlak. EMTÉ kan haar assortiment in de winkel met een omvang van 900 m² wvo niet presenteren zoals gebruikelijk is voor deze formule. Er is momenteel te weinig ruimte om de EMTÉ-formule volledig tot haar recht te laten komen. De supermarkt mist bijvoorbeeld een versplein door het ruimtegebrek.
|
| Figuur 2.2 Plattegrond huidige situatie |
EMTÉ heeft nu plannen ontwikkeld waarbij de winkel met ca. 214 m² bvo wordt uitgebreid. In werkelijkheid beslaat de uitbreiding aan de noordzijde circa 100 m² bruto vloeroppervlak (bvo), 88 m² netto vloeroppervlak (nvo) en 80 m² wvo. Aan de zuidwestzijde beslaat de uitbreiding 114 bvo en 100 m² nvo. Het magazijn van de huidige winkel is nu te klein en kan gelijktijdig met de winkeluitbreiding worden vergroot (zie figuur 2.3).
|
| Figuur 2.3 Plattegrond toekomstige situatie, voorlopige indeling |
Parkeren
Uit de parkeerberekening in paragraaf 4.8 blijkt dat er ten behoeve van de uitbreiding 6 parkeerplaatsen extra aangelegd moeten worden. Het plan voorziet in de aanleg van 7 nieuwe parkeerplaatsen, er wordt dus 1 parkeerplaats meer aangelegd dan nodig is.
Omgevingsplan 2012-2018
Voor een krachtig Zeeland zijn economische groei, ontwikkeling en innovatie nodig. De Provincie Zeeland draagt daar als regionaal bestuur met eigen taken en verantwoordelijkheden actief aan bij. De Provincie zet in op een sterke economie, een goed woon- en werkklimaat en kwaliteit van water en landelijk gebied. In het Omgevingsplan 2012-2018 beschrijft de Provincie wat zij de komende jaren zal doen om Zeeland op deze punten vooruit te helpen. Dit Omgevingsplan is onder andere gebaseerd op het overleg dat in 2010 en 2011 met inwoners, bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties heeft plaatsgevonden. Van 29 maart 2012 tot en met 9 mei 2012 heeft het plan ter inzage gelegen. Ruim tachtig personen, bedrijven en organisaties hebben met hun zienswijze bijgedragen aan het plan. Ook bij de uitvoering van het Omgevingsplan is een goede samenwerking onmisbaar.
Het Omgevingsplan is het provinciaal beleidsplan voor ruimte, milieu, water en natuur en heeft een wettelijke basis in de Wet ruimtelijke ordening (art. 2.2), Wet Milieubeheer (art. 4.9) en Waterwet (art. 4.4). Daarnaast ondersteunt het plan economische, sociale en mobiliteitsdoelen, maar het beleid en de financiering voor die onderwerpen worden ook uitgewerkt in de aparte beleidsplannen- en agenda's. In het Omgevingsplan wordt daarom op onderdelen verwezen naar de Economische Agenda, de nota Leefbaarheid en het Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (PVVP).
Voorzieningenstructuur
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale voorzieningen. Op bovengemeentelijk niveau draagt een adequaat voorzieningenpatroon bij aan de leefbaarheid en aan de aantrekkelijkheid van een regio. De Provincie vraagt daarom gemeenten in regioverband een masterplanvoorziening op te stellen. Hierin worden de demografische ontwikkelingen en de te verwachten vraag in beeld gebracht en kunnen gemeenten -in overleg met maatschappelijke organisaties en burgers- gezamenlijk beleid voor de lange termijn ontwikkelen. Via het leefbaarheidsbeleid wordt het huidig voorzieningenbestand geïnventariseerd en het antwoord gegeven op de vraag hoe een kwalitatief en toekomstbestendig voorzieningenniveau er uit ziet.
Conclusie
Het onderhavige plan, de uitbreiding van een supermarkt, betreft een lokale voorziening. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale voorzieningen. Door het onderhavige plan wordt de bestaande supermarkt weer concurerrend en kan het beter aan de wensen van de klant voldoen. Het onderhavige plan wordt derhalve conform het provinciaal beleid gerealiseerd.
Provinciale ruimtelijke verordening Zeeland (PrvZ)
Voor de beoogde uitbreiding van de supermarkt is de Provinciale ruimtelijke verordening Zeeland niet relevant.
Structuurvisie 2012-2030
De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle.
Kapelle is een bloeiende gemeente en dit wil het gemeentebestuur zo houden. Kapelle is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. De opgaven en kansen liggen daarom vooral in het onderhouden en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarnaast verdienen de ruimtelijke kwaliteit, het functioneren van de bedrijventerreinen en de voorzieningen en de kansen in de recreatie nadrukkelijk de aandacht om deze toekomstgericht te maken en te houden.
De gemeentelijke ambities zijn daarom gericht op:
Voorzieningen
De omvang van de supermarkten in Kapelle bedraagt ruim 900 m² wvo. Deze omvang ligt onder het landelijk gemiddelde van 1.200 m² wvo per winkel. De huidige omvang per winkel is op zich voldoende voor het economisch duurzaam functioneren, maar in de toekomst kan daarvoor uitbreiding nodig zijn.
Conclusie
De omvang van de supermarkten kan in Kapelle nog uitbreiden. Het onderhavige plan voorziet in een deel van deze uitbreiding. Het plan is derhalve conform het gemeentelijk beleid.
De gemeente Kapelle heeft - na vaststelling van het vigerende bestemmingsplan - archeologiebeleid vastgesteld. Het plangebied ligt volgens de Maatregelenkaart van dit beleid in gebiedscategorie 3 (gewaardeerde stads-/dorpskern). De archeologische bestemmingen uit het geldende bestemmingsplan zijn niet in overeenstemming met het actuele archeologiebeleid. Omdat het archeologiebeleid later is vastgesteld, wordt dit aangehouden.
Volgens het beleid geldt dat bij ingrepen groter dan 50 m² en dieper dan 40 cm onder maaiveld een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Indien bij de bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op basis van artikel 53 van de Monumentenwet een meldingsplicht.
Archeologische onderzoek
Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd, dit is als bijlage bij de toelichting toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied grofweg in twee delen kan worden opgedeeld.
Het noordelijke deel (zone groen, figuur 4.1) loopt langs de huidige gevel van de bestaande bebouwing en het westelijke deel. Het noordelijke deel is op basis van de boringen diepgaand verstoord. Voor het westelijke gedeelte (zone rood, figuur 4.1) geldt dat er aanwijzingen zijn aangetroffen voor een potentieel interessant archeologisch niveau. Er is niet inzichtelijk geworden wat het verstoringsniveau ter plaatse van de ontwikkeling is. Middels extrapolatie kan wel worden gesuggereerd dat ook hier een archeologisch potentieel aanwezig is. Om deze reden wordt de hoge verwachting gehandhaafd.
Gezien het bovenstaande kan niet worden uitgesloten dat ook in de noordelijke zone nog vindplaatsen in situ en in context aanwezig zijn. Daarom wordt er vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een archeologische begeleiding voor het hele plangebied.
Tot slot wordt aangegeven dat door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet worden uitgesloten dat er (diepere) archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de monumentenwet van 1988, artikel 53, verplicht dat deze resten bij het Rijk worden gemeld.
|
| Figuur 4.1 Overzicht zones met vervolgstappen |
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel zal de uitvoering van voorgenomen bodemingreep in beide deelgebieden onder archeologische begeleiding moeten plaats vinden. Bij de toetsing aan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' kan het uitgevoerde archeologisch onderzoek worden gebruikt.
Bij de verkenning van de mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In 1999 is in opdracht van Prisma Vastgoed BV ten behoeve van het verlenen van een bouwvergunning op het gehele terrein rond de winkel (ook ter plaatse van de voorgenomen uitbreidingen) een verkennend bodemonderzoek1 uitgevoerd. Er zijn geringe gehalten aan bodemverontreiniging aangetroffen. Het perceel werd geschikt geacht voor het toekomstig gebruik en was destijds geen belemmering voor afgeven bouwvergunning. Het onderzoek is opgenomen als bijlage.
In de tussentijd hebben in de omgeving geen vervuilende activiteiten plaatsgevonden. Het is derhalve niet waarschijnlijk dat door gebruik van de locatie in de tussentijd er meer bodemverontreiniging is opgetreden die de bouw zou kunnen belemmeren. Daarnaast is vrijwel het gehele terrein thans reeds verhard. Er is derhalve besloten dat, ondanks het verouderde onderzoek, het niet zinvol is nogmaals bodemonderzoek uit te laten voeren, maar uit te gaan van het reeds uitgevoerde bodemonderzoek waaruit bleek dat er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van de supermarkt.
Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. De realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling mag namelijk geen schade aanbrengen aan het leefgebied van beschermde flora en fauna. In het onderhavige plan wordt een supermarkt in het centrum van Kapelle aan twee zijden beperkt uitgebreid. Het plangebied ter plaatse van deze uitbreidingen bestaat uit parkeerplaats, een looppad en een smalle strook gras. Het plangebied is derhalve niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten en het is niet waarschijnlijk dat door het onderhavige plan leefgebied van beschermde dieren verloren gaat. Bovendien is het plangebied niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. De beperkte uitbreiding van de supermarkt heeft derhalve geen invloed op beschermde gebieden. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
Voor ruimtelijke plannen is de watertoets verplicht. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer.
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer.
Oppervlakte water
De kern Kapelle ligt in het afwateringsgebied van het gemaal Postweg. Er is in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. In het park aansluitend aan het plangebied is wel een brede sloot aanwezig. Er zijn ter plaatse geen problemen ten aanzien van wateroverlast bekend.
Hemelwater en vuilwater afvoer
In het onderhavige plan wordt de bestaande supermarkt met 214 m² bvo uitgebreid. Deze uitbreiding vindt plaats op locaties die reeds (nagenoeg) geheel zijn verhard. De uitbreiding aan de zuidwestzijde wordt op de bestaande parkeerplaats gerealiseerd. De uitbreiding aan de noordzijde wordt gedeeltelijk op de bestaande parkeerplaats gerealiseerd en gedeeltelijk op een bestaand pad dat om de supermarkt is gelegen. Dit pad wordt verlegd. Slechts maximaal een strook van 1 meter wordt buiten het verharde oppervlak gerealiseerd. Het verharde oppervlak neemt derhalve nagenoeg niet toe.
In het onderhavige plan wordt geen waterberging gerealiseerd. Hemelwater wordt net als in de huidige situatie op het bestaande gemengde rioleringstelsel van de woonkern van Kapelle afgekoppeld. Het rioleringstelsel heeft voldoende capaciteit om de zeer beperkte toename van het afgekoppelde oppervlak te verwerken.
Er is een gescheiden rioolstelsel aanwezig, dus vuil- en hemelwater wordt apart verwerkt. De gemeente heeft aangegeven dat het gescheiden rioolstelsel moet worden aangesloten.
In de Wet geluidhinder is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van:
In het onderhavige plan worden geen gevoelige objecten in de zin van de wet geluidhinder gerealiseerd. Het aspect 'akoestiek, spoor- en wegverkeer' vormt derhalve geen belemmering.
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'.
Richtafstandenlijsten
Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven in de VNG-publicatie. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Twee omgevingstypen
De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-publicatie zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.
Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. De aan te houden richtafstanden welke gelden voor een 'rustige woonwijk' mogen in een gemengd gebied - in de meeste gevallen - met 1 stap worden verkleind.
Het plangebied bevindt zich in het centrum van Kapelle. In het centrum zijn verschillende functies gelegen zoals winkels, wonen en dienstverlening. Het gebied kan derhalve worden aangemerkt als gemengd gebied.
Doorwerking in het plangebied
In het onderhavige plan wordt een bestaande supermarkt beperkt uitgebreid. Bij een supermarkt behoort een richtafstand van 10 meter ten behoeve van geluid (sbi-2008 code: 471). Door de ligging in 'gemengd gebied' kan deze richtafstand worden verkleind tot 0 meter. De milieuzonering ligt derhalve niet over de in de omgeving liggende gevoelige objecten (woningen). De supermarkt zelf is geen gevoelig object in de zin van geluid. In de zin van geur en gevaar is een supermarkt wel een gevoelig object. In de omgeving zijn echter geen agrarische bedrijven gelegen en het aspect gevaar wordt in paragraaf 'externe veiligheid' behandeld.
Uit de toets bij bedrijven en milieuzonering is gebleken dat de voorliggende ontwikkeling past binnen een gemengd gebied. Er kan dan ook worden aangenomen dat het akoestisch klimaat bij de bestaande geluidsgevoelige bestemming(en) voldoende is. Zeker aangezien deze geluidsgevoelige bestemmingen op een afstand van circa 10 meter (of meer) liggen. De ontwikkeling (inclusief uitbreiding van de supermarkt) kan plaats vinden zonder vergaande voorschriften in het milieuspoor (vergunning of maatwerk in het Activiteitenbesluit). Dit geldt ook ten aanzien van geluid van technische installaties of winkelwagentjes.
De haalbaarheid van de ontwikkeling op het aspect bedrijven en milieuzonering is hiermee aangetoond. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning en/of een aanvraag in het kader van het Activiteitenbesluit kan (indien nodig) een toets of onderzoek worden uitgevoerd, dat specifiek is gericht op akoestische inrichtingen.
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
In het onderhavige plan wordt de bestemming 'Centrum' uitgebreid. Deze bestemming wordt aangewend voor de uitbreiding van een supermarkt. Binnen de bestemming zijn alle centrum voorzieningen toegestaan. Ondanks deze uitgebreide mogelijkheden binnen de bestemming richt onderhavig DPO zich uitsluitend op de uitbreiding van de supermarkt. Door de uitbreiding van de supermarkt mag de aanwezige winkelstructuur in Kapelle en omgeving namelijk niet worden ontwricht. In deze paragraaf is uitsluitend de conclusie van het distributie planologisch onderzoek opgenomen. De gehele rapportage is als bijlage opgenomen.
Conclusie2
Navolgend worden de verschillende punten ter onderbouwing van de beoogde uitbreiding kort opgesomd:
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een gewijzigde verkeers- en parkeersituatie tot gevolg hebben. De toegenomen verkeersgeneratie mag echter niet leiden tot significant negatieve gevolgen voor de omliggende wegen. Het omliggende wegennetwerk moet het extra verkeer zonder problemen kunnen verwerken. Bovendien mag de omgeving geen onevenredige overlast ervaren door een toegenomen verkeers- en parkeerdruk.
Parkeren
Bestaande situatie parkeerplaatsen
In de directe nabijheid van de supermarkt zijn 115 openbare parkeerplaatsen aanwezig, verdeeld over de volgende locaties:
Toekomstige situatie supermarkt
De supermarkt wordt in totaal met 214 m² bvo uitgebreid. Deze uitbreiding is echter niet volledig toe te schrijven aan regulier winkelvloer oppervlak. De uitbreiding in de zuidwesthoek bedraagt 114 m² bvo (100 nvo) en wordt volledig aangewend ten behoeve van magazijn. De uitbreiding aan de noordzijde wordt aangewend ten behoeve van winkelvloer oppervlak en een koelcel. Het oppervlak van de uitbreiding van de winkelvloer bedraagt circa 80 m² wvo (100 m² bvo).
De uitbreiding van het winkelvloeroppervlak wordt hoofdzakelijk aangewend ten behoeve van 'herstructurering' van de winkelvloer zodat de inrichting van de winkel kan worden aangepast aan de winkelformule van EMTÉ supermarkten. De nieuwe winkel krijgt bijvoorbeeld een versplein dat met name een luxere uitstraling heeft dan de huidige winkel. Er is geen/nauwelijks sprake van uitbreiding van de supermarkt ten behoeve van het aanbieden van een ruimer assortiment. De winkeluitbreiding voorziet derhalve met name in meer comfort voor de consument met als doel meer omzet per klant te genereren. Er wordt geen klantengroei verwacht zoals deze normaal gepaard gaat met de nieuwvestiging van een supermarkt (per vierkante meter).
De ombouw van Golf naar EMTÉ zal in het verleden wel hebben geleid tot klantengroei. De externe presentatie van de winkel is destijds sterk verbeterd. De voorgenomen winkeluitbreiding aan de achterkant is voor consumenten straks niet direct zichtbaar en zal dan naar verwachting ook niet leiden tot meer klanten.
Gezien het bovenstaande is het legitiem dat in dit geval uitgegaan wordt van de minimale kencijfers vanuit de CROW.
Kencijfers parkeren
De kencijfers parkeren worden ontleend aan de CROW publicatie 317 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Conform deze kencijfers dient ten behoeve van een 'fullservice supermarkt' (laag en middellaag prijsniveau) in het centrumgebied van een 'weinig stedelijke omgeving' minimaal 2,6 parkeerplaatsen per 100 m² supermarkt te worden gerealiseerd. Ten behoeve van het onderhavige plan dienen derhalve afgerond 6 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd (uitbreiding vloeroppervlak met 2,14 x 2,6 = 5,56).
Toekomstige parkeerplaatsen
Ten behoeve van de uitbreiding zullen er 6 parkeerplaatsen moeten worden aangelegd. De initiatienemer is voornemens om 7 parkeerplaatsen aan te leggen. In de volgende figuur zijn deze 7 parkeerplaatsen omkaderd. Ter plaatse van het binnenterrein worden 3 parkeerplaatsen toegevoegd. Om de 2 parkeerplaatsen die naast elkaar (in het noordoosten) worden gerealiseerd moet een boom worden gekapt. Een vergelijkbare boom wordt teruggeplaatst, vlak naast de 2 parkeerplaatsen. Tussen deze 2 parkeerplaatsen en het gebouw van de supermarkt blijft ruimte voor een pad om via de oostzijde de parkeerplaatsen te kunne blijven bereiken. Ter plaatse van de toegangsweg naar het genoemde binnenterrein worden 4 parkeerplaatsen aangelegd. De toegangsweg blijft goed toegankelijk, zowel voor een vrachtwagen als voor het autoverkeer. Hiermee komt het totaal op 7 extra parkeerplaatsen waarmee wordt voldaan aan de parkeernormen en –behoefte.
|
| Figuur 4.2 Locatie nieuw aan te leggen parkeerplaatsen (nieuwe parkeerplaatsen rood omcirkeld) |
Verkeersgeneratie
Conform de CROW publicatie 317 (uitgaande van de kencijfers minimale verkeersgeneratie behorend bij een fullservice supermarkt (laag tot middellaag prijsniveau) in het centrum van een weinig stedelijke omgeving) genereert de supermarkt 53 motorvoertuigbewegingen per weekdag per 100 m². De onderhavige uitbreiding van 214 m2 genereert derhalve 113,4 motorvoertuigen per weekdag (2,14x53). De supermarkt wordt via de Weststraat en Elstarstraat ontsloten naar Goessestraatweg en (via Kerkplein) naar Ooststraat. Deze wegen betreffen de ontsluitingswegen van Kapelle naar de omgeving. Bovendien wordt een deel via andere wegen in de directe nabijheid (Elstarstraat, Dreef, Van der Biltlaan, etc.) ontsloten naar de rest van de woonkern van Kapelle. De toch al beperkte toename aan motorvoertuigbewegingen wordt derhalve verdeeld over meerdere wegen. Deze beperkte extra voertuigbewegingen hebben geen invloed op de verkeersafwikkelende werking van het omliggende wegennetwerk. Verkeerskundige maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.
Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden dat luchtkwaliteit 'niet in betekenende mate' aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM.
'Niet in betekenende mate'
De nieuwe regels maken onderscheid in projecten die wel en 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden.
Conclusie
Het onderhavige plan genereert 113 mvt per weekdag (incl. 1 % bevoorrading). De bovenstaande tabel bevat de uitkomst van de 'NIBM-tool' en geeft aan dat “de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie en vaststelling van het onderhavige plan.
Het beleid ten aanzien van externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's als gevolg van activiteiten (bedrijfsmatige activiteiten, opslag en transport) met gevaarlijke stoffen. Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is een van de peilers van het externe veiligheidsbeleid. Op basis van dit besluit dient in ruimtelijke besluitvorming rekening gehouden te worden met mogelijke risico's. De externe veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Plaatsgebonden risico (PR)
Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Het PR is de kans per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd op een plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een transportroute.
De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongevalscenario's. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan.
Groepsrisico (GR)
Het GR geeft de kans per jaar aan dat in één keer een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang die zich in de omgeving van een risicovolle activiteit bevindt, dodelijk door een ongeval met gevaarlijke stoffen worden getroffen. Bij het aangeven van representatieve hoeveelheden personen wordt gewerkt vanuit zowel kwetsbare als beperkt kwetsbare objecten. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt het plan afgezet tegen de oriëntatiewaarde.
In de omgeving van het plangebied zijn twee risicovolle bronnen gelegen. Het betreffen:
Doeland: voor de vuurwerkopslag geldt een veiligheidsafstand van 8 meter. Het plangebied ligt op een grotere afstand. De inrichting is daarmee niet relevant voor het plangebied.
Innoseeds: Uit de risicokaart blijkt dat de propaanopslag beoordeeld moet worden als een propaantank. De tank heeft een volume van 8m3 en valt daarmee onder het Activiteitenbesluit. Uit het activiteitenbesluit volgt een veiligheidsafstand van maximaal 25 meter. Het plangebied ligt op een grotere afstand. De inrichting is daarmee niet relevant voor het plangebied.
Spoorlijn Sloe - Roosendaal: Op een afstand van circa 500 meter ligt de spoorlijn Sloe – Roosendaal. Over deze spoorlijn vindt het transport van gevaarlijke stoffen plaats. Voor deze spoorlijn geldt dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een plaatsgebonden risico 10-6. Het invloedsgebied van de vervoerde toxische stoffen ligt over het plangebied. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied moet naar het groepsrisico gekeken worden. Uit de berekeningen van het groepsrisico voor het Basisnet spoor blijkt dat de hoogte van het groepsrisico onder 0,3 maal de oriëntatiewaarde ligt. Omdat de ontwikkeling op circa 500 meter van de spoorlijn ligt en relatief beperkt van omvang is, zal de ontwikkeling geen significante invloed op het groepsrisico hebben. Conform de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen hoeft de verantwoording van het groepsrisico niet ingevuld te worden.
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en plankaart vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De plankaart heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012.
Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht.
Begrippen
In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Wijze van meten
Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van bouwwerken te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.
In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit:
Bestemmingsomschrijving
De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
Bouwregels
In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de plankaart.
Afwijking van de bouwregels
Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid af te wijken van de bouwregels door middel van een omgevingsvergunning. Deze bevoegdheid is niet bedoeld voor afwijkingen van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze in (bijna) alle gevallen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan afgeweken wordt, de maximale afwijking die met de omgevingsvergunning tot afwijken kan worden toegestaan en eventueel de situaties of voorwaarden waaronder de vergunning wordt verleend. Het gaat hier om afwijkings- bevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (de algemene regels).
Specifieke gebruiksregels
In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden.
Het plan kent twee bestemmingen en één dubbelbestemming. Deze worden hieronder kort toegelicht.
Centrum (Artikel 3)
De winkels en andere voorzieningen in het centrum van Kapelle zijn voorzien van de bestemming Centrum. Er is gekozen voor een globale bestemming zodat binnen de aangegeven gebieden ruimte is voor uitwisseling van functies. Hoofdgebouwen worden gebouwd in het bouwvlak. Beperkingen zijn opgenomen inzake de aard van de toelaatbare horecavestigingen. Tevens is wonen op de begane grond niet toegestaan.
Verkeer (Artikel 4)
De bestemming Verkeer is opgenomen voor de wegen, parkeervoorzieningen, langzaamverkeersroutes en bermen, maar ook nagenoeg alle (kleinschalige) groenstroken. Hiermee is ondergeschikte herinrichting van de openbare ruimte mogelijk zonder dat onnodig, gedetailleerde bepalingen van het bestemmingsplan dergelijke ontwikkelingen in de weg staan en planherziening nodig zou zijn.
Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming, Artikel 5)
De bestemming Waarde - Archeologie - 2 betreft een zogenoemde dubbelbestemming. De dubbelbestemming is overeenkomstig de aanbeveling in SVBP2012 met een arcering op de plankaart weergegeven. De bestemming valt samen met de bestemming 'Centrum' en 'Verkeer'. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem.
Voordat van een samenvallende bestemming bouwvergunning kan worden verleend, moet eerst worden nagegaan of daardoor geen onevenredige schade aan de archeologische waarden wordt toegebracht. Om deze afweging mogelijk te maken is het bouwen van de uitkomst van archeologisch onderzoek afhankelijk gemaakt. Voor andere werkzaamheden dan bouwen (bijvoorbeeld graven) is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Een aanlegvergunning wordt niet verleend indien daardoor in onevenredige mate schade aan de archeologische waarde wordt of kan worden toegebracht. Slechts onder bepaalde voorwaarden is geen ontheffing of aanlegvergunning noodzakelijk. Bij het artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het gebied met archeologische waarden te wijzigen of te laten vervallen wanneer uit onderzoek blijkt dat geen archeologische waarden zijn aangetroffen. Een andere mogelijkheid van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid is dat uit onderzoek blijkt dat bescherming en veiligstelling van archeologische waarden niet meer noodzakelijk is.
Anti-dubbeltelregel
Deze regel is verplicht overgenomen uit het Bro (art. 3.2.4.) en is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels
Deze bepaling bevat een algemene regeling ten aanzien van het overschrijden van het bouw- en bestemmingsvlak door ondergeschikte bouwdelen. Verder is wordt er een regeling getroffen voor ondergronds bouwen en is er een bepaling opgenomen over bestaande maten en afstanden voor de bestaande bebouwing indien deze afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2.
Algemene afwijkingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan een omgevingsvergunning tot afwijken kan worden verleend. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.
Algemene wijzigingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarbij een wijzigingsbevoegdheid kan worden toegepast. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.
Overgangsrecht
De overgangsregeling is overgenomen uit het Bro (art. 3.2.1 en 3.2.2). Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend.
Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet.
Slotregel
Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de uitkomsten van inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 Bro.
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Overleg is nodig om te komen tot goede bestemmingsplannen en om een goede afstemming tussen het beleid van de verschillende overheden te bewerkstelligen. De overheden zijn vrij in de vormgeving van dit overleg. Overheden kunnen hierover onderling afspraken maken. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het overleg. Doelstelling van de wetgever is om het overleg zo soepel en vlot mogelijk te laten verlopen. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om dit overleg te voeren.
Het overleg wordt gevoerd met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn (artikel 3.1.1 Bro).
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan is vanaf donderdag 29 mei 2014 voor een periode van 6 weken ter visie gelegd. Belanghebbenden zijn hiermee in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.
Met de invoering van de Grondexploitatiewet als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is het verhaal van kosten verplicht. De wetgever acht het wenselijk dat de gemeente en ontwikkelaar het onderling eens worden over het kostenverhaal (zoals bepaalt in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening). Voor vaststelling van het – daarvoor in aanmerking komende – planologische besluit dient vast te liggen op welke wijze het kostenverhaal wordt gedekt.
In artikel 6.2.1 Bro zijn ontwikkelingen opgenomen waarvoor de gemeente het kostenverhaal dient te verzekeren. Voorliggende ontwikkeling is een dergelijke ontwikkeling. Tussen de ontwikkelende partij en de gemeente wordt een anterieure overeenkomst afgesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd, zoals bedoeld in artikel 6.12.2 sub a Wet ruimtelijke ordening. Dit betekent dus dat de gemeente geen kosten heeft aan het plan en de planvorming.