direct naar inhoud van Bijlage 2 Toetsing aan sectorale aspecten
Plan: Kapelle-Biezelinge, 2e herziening
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0678.kapbiezHZ002-VAST

Bijlage 2 Toetsing aan sectorale aspecten

aspect/kader   beoordelingsaspect   afweging  
Bodemkwaliteit  
Besluit Bodemkwaliteit   Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit   Het plangebied is in het verleden gebruik voor wonen. Het is niet aannemelijk dat als gevolg hiervan ernstige verontreinigingen in de bodem zijn ontstaan. Aangenomen wordt dat de bodem geschikt is voor het gebruik als parkeerterrein. Er treden op dit punt geen risico's voor de volksgezondheid op. Bij grondverzet dient mogelijk een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Tevens is voor de sloop van de woning een asbestinventarisatie noodzakelijk. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan komt hierdoor niet in het geding.  
Archeologie  
Archeologiebeleid gemeente Kapelle   Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden?   Het plangebied ligt volgens de Maatregelenkaart in gebiedscategorie 3 (gewaardeerde stads-/dorpskern).

In het geldende bestemmingsplan is een afwijkende regeling opgenomen, waarin op het plangebied twee verschillende dubbelbestemmingen ter bescherming van archeologische waarden van toepassing zijn. Omdat het archeologiebeleid later is vastgesteld, wordt dit aangehouden.

Volgens het beleid geldt dat bij ingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 40 cm onder maaiveld een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. In dit geval worden geen nieuwe ingrepen dieper dan 40 cm voorgesteld. Bovendien is de grond door eerdere bouwwerkzaamheden (van de woning) al geroerd. Het is daarom niet noodzakelijk om een archeologisch onderzoek uit te voeren. Indien bij de bodemingrepen toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op basis van artikel 53 van de Monumentenwet een meldingsplicht.

De waardering uit het archeologiebeleid is in dit bestemmingsplan vertaald naar de bestemming "Waarde - Archeologie 1". Hiermee zijn de eventuele archeologische waarden voldoende beschermd en is het bestemmingsplan uitvoerbaar.  
Cultuurhistorie   Zijn er cultuurhistorische waarden?   Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Ook heeft het plan geen negatieve gevolgen voor eventuele waarden in de omgeving.  
Kabels en leidingen   Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?   In of rondom het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen.  
Ecologie  
Natuurbescherm-
ingswet 1998  
Is er sprake van significant negatieve
effecten?  
Het plangebied ligt in binnenstedelijk gebied. Er is geen sprake van beschermde natuurwaarden in of rondom het plangebied. Voorts liggen er in de directe omgeving geen gebieden die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Er zijn dan ook geen significant negatieve effecten op natuurwaarden.  
Flora- en faunawet   Is er sprake van aantasting,
verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten,
hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen?  
Het plangebied betreft een woonhuis met bijbehorend terrein (tuin). De locatie ligt in een stedelijke omgeving, direct aangrenzend aan een relatief drukke centrumvoorziening. Het is niet aannemelijk dat het terrein een habitat voor beschermde soorten vormt. Wel is het mogelijk dat in de woning verblijfplaatsen van bijvoorbeeld vleermuizen zitten.
ZIE ECOLOGISCHE BUREAUSTUDIE, BIJLAGE 3
De sloopmelding voor de woning is gedaan en door de gemeente akkoord bevonden. De sloper zal hierbij voldoen aan de wettelijk geldende voorschriften onder andere uit de flora- en faunawet.  
Water  
Watertoets   Wateroverlast:
Voldoende ruimte voor vasthouden/bergen/afvoeren van water. Per m2 verharding 75 mm berging  

Er is op het perceel geen ruimte om te voorzien in waterberging. De toename aan verharding is dusdanig beperkt (circa 100 à 150 m2) dat deze niet zal leiden tot wateroverlast.  
  Riolering:
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor.  

Binnen het plangebied zal geen sprake (meer) zijn van afvalwater. Schoon hemelwater afkomstig van de verhardingen zal worden afgevoerd op de bestaande voorzieningen.
 
  Volksgezondheid:
Voorkomen van verdrinkingsgevaar;
Geen gebruik uitlogende materialen.  

Er is geen oppervlaktewater aanwezig op het perceel.
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen.  
  Bodemdaling:
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken.  

Er is geen aanpassing waterpeil of drainage nodig.  
  Oppervlaktewaterkwaliteit:Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.  
Het bestemmingsplan stelt geen activiteiten voor die negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit hebben. Binnen het plangebied is verder geen sprake van oppervlaktewater.  
  Onderhoud waterlopen:
Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren.  
Er zijn geen waterlopen aanwezig in het plangebied.  
Wateradvies     Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg met het waterschap Scheldestromen gecommuniceerd. Een verslag hiervan wordt in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.  
Milieuzonering  
Bedrijfs-
milieuzonering
VNG-brochure
'Bedrijven en
Milieuzonering 2009  
Is er sprake voor hinder of belemmeringen van functies in de omgeving van de ontwikkeling?
 
Het plangebied ligt in een omgeving met functiemenging. Het vormt een deel van een parkeerterrein behorende bij een detailhandelsvoorzieningen. Een parkeerterrein is in de VNG-brochure aangewezen als functie uit milieucategorie 2. In een gemengd gebied geldt daarbij een richtafstand van 10 meter tot woningen. Aan deze afstand wordt niet voldaan.
Opgemerkt wordt dat er sprake is van functies die thuishoren in een centrumgebied. In bijlage 4 van de VNG-brochure zijn de functies gecategoriseerd die in een gemengde omgeving nabij woningen toelaatbaar zijn. Een parkeerterrein en ook de detailhandelsfuncties waarbij dit parkeerterrein hoort, zijn hierin aangewezen als categorie B activiteiten. Dit zijn activiteiten die toelaatbaar zijn, maar wel bouwkundig van woningen moeten worden gescheiden. Hiervan is in dit geval sprake. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verantwoorde milieuzonering.  
Parkeren   Is er voldoende parkeergelegenheid (aanbod) in de omgeving?   Dit bestemmingsplan voorziet in het aanleggen van extra parkeergelegenheid om een parkeerknelpunt op te lossen. Het parkeerterrein is primair bedoeld voor de detailhandelsfuncties, maar kan in voorkomende gevallen ook een functie voor andere centrumfuncties vervullen. Het bestemmingsplan voorziet dus in een verbetering van de parkeergelegenheid in de omgeving. Hiermee wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.  
Externe veiligheid  
Bevi-inrichtingen
Vervoer van
gevaarlijke
stoffen over de
weg, spoor,
buisleiding en
en water.  
Ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van risicobronnen?   De dichtstbijzijnde risicobron betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. De betreffende spoorlijn ligt op ruime afstand, circa 280 meter, vanaf het plangebied. Bovendien is een parkeerterrein geen kwetsbaar of risicovol object. Het aantal personen in de omgeving van de spoorlijn neemt als gevolg van de ontwikkeling niet toe. Externe veiligheid vormt dus geen belemmering voor het plan.  
Wegverkeerslawaai  
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een weg voorgesteld?   Binnen het bestemmingsplan worden geen geluidsgevoelige functies voorgesteld. De Wgh staat de beoogde ontwikkeling dus niet in de weg.  
Industrielawaai  
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone voor industrielawaai voorgesteld?   Binnen het bestemmingsplan worden geen geluidsgevoelige functies voorgesteld. De Wgh staat de beoogde ontwikkeling dus niet in de weg.  
Luchtkwaliteit  
Wet milieubeheer   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden
in de Wet milieubeheer?  
Luchtverontreiniging is veelal het gevolg van verkeersbewegingen in een gebied. Het parkeerterrein betreft een ondersteunende functie bij de reeds aanwezige detailhandelsfuncties. Het heeft op zichzelf geen verkeersaantrekkende werking en daarmee geen invloed op de luchtkwaliteit. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor het plan.