direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wemeldinge 3e herziening (Chezeeweg 16B)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ003-VAST

Toelichting

Hoofdstuk 1 Het plan

1.1 Aanleiding en doel

De initaitiefnemer wil aan de Chezeeweg in de kern Wemeldinge een woning bouwen. Het initiatief bestaat uit het bouwen van een Zeeuwse schuur met daarin een woning, op de plaats waar in 2003 een monumentale schuur is afgebrand.

Het plangebied van voorliggende herziening van het bestemmingsplan, heeft betrekking op het kadastrale perceel 4094 (zie figuur 1.1). Samen met de percelen 3856 en 4095 is het complex aangemerkt als gemeentelijk monument. Het complex bestaat uit een woonhuis (op perceel 4095), een schuur (op perceel 4094) en een wagenschuur (op perceel 3856). In oktober 2003 is de monumentale schuur afgebrand. Binnen het plangebied bevinden zich een oude schuur, een paardenbak en een poel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ003-VAST_0001.jpg"

Figuur 1.1 Uitsnede uit de kadastrale kaart (Bron: Kadaster)

De ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan "Kom Wemeldinge". Door middel van voorliggende herziening van het bestemmingsplan wordt de realisatie van de Zeeuwse schuur met daarin een woning mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de rand van de kern Wemeldinge in een rustige woonwijk met voornamelijk vrijstaande woningen (zie figuur 1.2). Aan de overkant van de Chezeeweg ligt een autobedrijf, ten zuiden van het perceel liggen enkele agrarische bedrijven en een sportcomplex van 'Voetbalvereniging Wemeldinge'. Het gebied wordt ontsloten door de Chezeeweg. In noordelijke richting voert deze rechtstreeks naar het dorpscentrum van Wemeldinge, in zuidelijke richting naar het buitengebied. Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling geldt voor de Chezeeweg een maximum snelheid van 30 km/uur.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ003-VAST_0002.png"

Figuur 1.2. Ligging plangebied (Bron: Google Earth)

1.3 Geldend bestemmingsplan

Het perceel maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' van de gemeente Kapelle, vastgesteld op 01-11-2010. Op de betreffende gronden is de bestemming "Wonen" van toepassing maar er is geen bouwvlak ter plaatse van de boogde ontwikkeling aanwezig (zie figuur 1.3). Het realiseren van een woning ter plaatse van de afgebrande schuur is op basis van het huidige bestemmingsplan dan ook niet toegestaan. In het geldende bestemmingsplan is ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' van toepassing voor het plangebied. Ingevolge de bouwregels van deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksverplichting wanneer de bodemverstoring meer bedraagt dan 100 m² of dieper dan 30 cm. Deze normen dateren nog van voor het gemeentelijke archeologiebeleid. Volgens dat beleid geldt in het plangebied een hoge archeologische verwachting in kaartlaag 1 (Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd). Bij die verwachting gelden als vrijstellingsnormen een diepte van 40 cm en een oppervlak van 250 m2. Op dit aspect wordt verder ingegaan in Hoofdstuk 3.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ003-VAST_0003.jpg"

Figuur 1.3 Geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 Beoogde ontwikkeling

De initaitiefnemer wil een Zeeuwse schuur met daarin de woning, bouwen op de plaats waar in oktober 2003 een monumentale Zeeuwse schuur is afgebrand. De afgebrande schuur had samen met de woning op het adres Chezeeweg 18 en de wagenschuur op het adres Chezeeweg 16a de status van gemeentelijk monument. Na herbouw van de schuur behoudt het complex deze status. Vanwege de monumentenstatus wordt het bouwplan beoordeeld door de welstand- en monumentencommissie. Voor de terreininrichting geldt dat het oude boerderijcomplex als referentiekader dient.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ003-VAST_0004.jpg"

Figuur 1.4 Situatie planlocatie vóór 2003 (Bron: Geoloket provincie Zeeland)

De oude schuur vormt wat betreft de bouwlocatie, maatvoering en vormgeving het uitgangspunt. De maximum goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 5 en 10 meter. Kenmerken voor de vormgeving van een Zeeuwse schuur zijn de afmeting (groot), materiaalgebruik (geteerde houten wanden) en kleurgebruik (witte kozijnen en deurposten). Deze aspecten zijn in het ontwerp van de nieuwe Zeeuwse schuur verwerkt (zie figuur 1.5).

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ003-VAST_0005.jpg"

Figuur 1.5 Beoogde bouwplan (Bron: RoosRos)

Voor de woning wordt middels voorliggende herziening een bouwvlak van 36 bij 11 meter opgenomen op de verbeelding. Vanwege de omvang van het perceel (meer dan 800 m2) is hierbij een oppervlakte van 75 m2 aan bijgebouwen mogelijk.

In verband met de aanwezigheid (en bereikbaarheid) van een belangrijk kabeltracé van KPN zal ter plaatse van de nieuwe inrit geen asfalt worden gelegd.

1.5 Planologische afweging

De woning wordt ingepast in een bestaand woongebied. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de maatvoering van de afgebrande monumentale schuur. Daarmee is gewaarborgd dat de woning qua formaat in de omgeving past.

Aan dit deel van de de Chezeeweg is geen sprake van een duidelijke rooilijn. De voorste bouwgrens voor de nieuwe woning schaart zich tussen de noordelijk en zuidelijk gelegen woning. Vanwege de status van gemeentelijk monument zal het bouwplan door de welstand- en monumentencommissie worden beoordeeld.

Met betrekking tot parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen erf moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Aangezien op het perceel voldoende ruimte is zal de benodigde parkeergelegenheid op eigen terrein worden gerealiseerd.

1.6 Afweging beleid en sectorale aspecten

De ontwikkeling is beoordeeld op basis van het geldende beleidskader en sectorale aspecten. Een verslag hiervan is opgenomen in Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 4. Hieruit blijkt dat er geen beleidsmatige, milieuhygiënische en andere belemmeringen voor de locatie gelden.

Hoofdstuk 2 Toelichting op de bestemmingsregeling

2.1 Inleiding

2.1.1 Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken voor het bestemmingsplan. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de regels en het renvooi.

2.1.2 Digitaal

Op de gemeentelijke website of www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen de digitale bestemmingsplannen worden bekeken. Bij raadpleging van het digitale bestemmingsplan wordt de gebruiker bij het aanklikken van de percelen op een beeldscherm vanzelf naar de relevante delen van het bestemmingsplan "doorverwezen".

2.1.3 Analoog

Ondergrond

Op de verbeelding is in de ondergrond de bestaande situatie (bebouwing en kadastrale eigendomsgrenzen) weergegeven. Daarbij is gebruikgemaakt van een zo actueel mogelijk digitaal bestand.

Bestemmingen

Op de ondergrond zijn vlakken getekend waarin door middel van hoofdletters is aangegeven welke bestemming ter plaatse zal gaan gelden. De "bestemmingen" corresponderen met afzonderlijke artikelen in (Bestemmingsregels). In het renvooi is daarbij dezelfde volgorde aangehouden als in het betreffende hoofdstuk.

Aanduidingen en renvooi

De beoogde goothoogte is op de verbeelding opgenomen. De betekenis van alle aanduidingen (cijfers en letters) wordt verklaard in het renvooi, een overzicht met verklaring van de aanduidingen op de verbeelding. Dit renvooi is voor zover nodig en wat betreft de aanduidingen opgesplitst in bouwaanduidingen, bouwvlak en maatvoeringsaanduidingen.

2.1.4 Leeswijzer

Voor een beoordeling van alle bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van een perceel dient derhalve de op de verbeelding aangebrachte aanduiding te worden bekeken, het renvooi te worden geraadpleegd voor het kiezen van het juiste bestemmingsartikel in de regels, waarna het bijbehorende artikel dient te worden gelezen. Deze volgorde is de meest doelmatige om inzicht te krijgen in de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor het gebruik van en bebouwing op een perceel.

2.2 Gehanteerde bestemmingen

De regels bevatten bepalingen omtrent het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of nog op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in de volgende hoofdstukken.

2.2.1 Inleidende regels

In de inleidende regels zijn de Bgrippen en Wijze van meten opgenomen. De begrippen en de wijze van meten zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge'. Hieruit zijn alleen de voor dit plan relevante onderdelen overgenomen.

2.2.2 Bestemmingsregels

In het hoofdstuk Bestemmingsregels zijn regels opgenomen betreffende de bestemmingen en de aanduidingen. Bij de opzet van deze regels is een alfabetische volgorde gehanteerd alsmede een standaardvolgorde zoals opgenomen in SVBP2012.

In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:

Tuin

De wijze van bestemmen is afgestemd op het geldende bestemmingsplan. Daarin heeft het voorste en achterste deel van het perceel de bestemming 'Tuin'. Binnen deze bestemming is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.

Wonen

Ook de bestemming 'Wonen' is afgestemd op het geldende bestemmingsplan. De woning moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. De aanduiding 'vrijstaand' geeft aan dat er alleen een vrijstaande woning is toegestaan.

De maximum goothoogte is 5 meter. De nokhoogte bedraagt 10 meter.

De maximale oppervlakte aan bijgebouwen is gerelateerd aan de oppervlakte van het zogenoemde bouwperceel. Het bouwperceel heeft een oppervlakte van ruim 2.000 m2. Op een dergelijk groot perceel mag een gezamenlijke oppervlakte van 75 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd. Dit is exclusief de mogelijkheid tot afwijken van de bouwregels en wat er vergunningsvrij gebouwd kan worden.

Voor bijgebouwen geldt een maximale goot- en nokhoogte van respectievelijk 3,5 en 7 meter, waarmee deze ondergeschikt blijven aan de woning.

Naast het wonen wordt voorzien in aan-huis-gebonden beroepen. Bij afwijking en onder voorwaarden zijn logies en ontbijt en kleinschalige bedrijfsfuncties mogelijk.

Waarde - Archeologie

Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek bestaat binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting. Om deze reden is aan de gronden een dubbelbestemming Waarde - Archeologie toegekend.

Ter plaatse van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie geldt bij een bodemverstoring van meer dan 250 m² of dieper dan 40 cm een onderzoeksplicht. Hiermee wordt het archeologisch belang veilig gesteld.

Uitgangspunt van deze regeling is dat voor projecten groter dan de vrijgestelde oppervlaktematen en verstoringsdiepte een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig is.

2.2.3 Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Artikel 6 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaar wisselen.

Algemene afwijkingsregels

Voor een aantal, ondergeschikte, afwijkingen van bouwen en / of gebruik ten opzichte van de planregels kan het bevoegd gezag met dit artikel afwijken van de bouwregels. Dit is opgenomen in artikel 7.

2.2.4 Overgangs- en slotregels

Dit bestemmingsplan wordt als genoemd in dit Hoofdstuk aangehaald.

Hoofdstuk 3 Toetsing aan beleidskader

overheid   beoordelingsaspect   afweging  
Rijk   Nationale belangen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)   In het plangebied worden geen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR geraakt.  
Provincie Zeeland   Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 (2012)   In het Omgevingsplan is ingezet op een goed woonklimaat en een goed werkende woningmarkt, zowel in steden, dorpen en op het platteland. Ook is ingezet op voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik staan voorop.
In onderhavig plan is sprake van een inbreidingslocatie. Daarmee wordt voldaan aan het beginsel 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.  
  Verordening ruimte provincie Zeeland (2012)   De verordening stelt regels aan ruimtelijke plannen. Deze regels vloeien voort uit het Omgevingsplan. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de regels uit de verordening. Wat betreft de duurzaamheidsladder geldt dat uit recente uitspraken van de Raad van State is gebleken dat bij kleinschalige ontwikkelingen (zoals de bouw van één woning) geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dus toetsing aan de duurzaamheidsladder niet noodzakelijk is.  
Gemeente Kapelle   Woonvisie (2008)   De Woonvisie gaat uit van een uitbreidingsbehoefte in de gemeente Kapelle. Deze uitbreidingsbehoefte vloeit voor een groot deel voort uit de natuurlijke groei (geboorteoverschot). Ook het door vergrijzing en individualisering toenemend aantal huishoudens (dat leidt tot een daling van de gemiddelde woningbezetting) speelt een belangrijke rol. Daling van het aantal inwoners en het aantal huishoudens wordt door de provincie voor de gemeente pas op langere termijn voorzien.

Binnen het woningbouwprogramma van de gemeente Kapelle voor de kern Wemeldinge is ruimte voor het toevoegen van één woning.
 

Hoofdstuk 4 Toetsing planologische uitvoerbaarheid

 

4.1 Toetsing aan milieu- en omgevingsaspecten

Om te beoordelen of de ontwikkeling op deze locatie uitvoerbaar is, is deze in dit hoofdstuk getoetst aan de wetgeving op het gebied van milieu- en omgevingsaspecten. Hierop is een scala van sectorale wetgeving van toepassing.

aspect/kader   beoordelingsaspect   afweging  
Bodemkwaliteit  
Besluit Bodemkwaliteit   Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit   Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor bouwen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage ). Dit onderzoek bestaat uit het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en het chemisch-analytisch onderzoek.
Uit de onderzoeken blijkt dat er op een aantal plaatsen weliswaar sprake is van een overschrijding is van de achtergrond- en streefwaarde maar dat er nergens sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. Het aspect bodem staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.  
Archeologie  
Archeologiebeleid gemeente Kapelle   Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden?   Het archeologisch bureau- en booronderzoek (zie ) wijst uit dat het plangebied ter hoogte van een kreekinversierug ligt. De oorspronkelijke kreek heeft de ondergrond tot op grote diepte uitgesleten en daarmee alle mogelijk aanwezig archeologische resten daterend van voor de Late-Middeleeuwen verwijderd. Volgens historische kaarten is bewoning aanwijsbaar aanwezig binnen het plangebied vanaf de 18de eeuw. Mogelijk gaat het om bewoning die samenhangt met de huidige bebouwing. Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek bestaat een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd voor het plangebied.

Conclusie
Op basis van bovenstaande informatie bestaat de mogelijkheid dat bij verstoringen dieper dan 0,5 meter (0,03 Meter +NAP) beneden het maaiveld, binnen het plangebied, archeologisch behoudenswaardige resten verloren zullen gaan. Daarom wordt geadviseerd geen graafwerkzaamheden dieper dan 50cm beneden het maaiveld uit te voeren. Indien wel tot beneden deze diepte verstoord zal worden dient aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de vorm van een Archeologische Begeleiding protocol opgraven.  
Cultuurhistorie   Zijn er cultuurhistorische waarden?   De gronden waar de herbouw van de schuur op plaats vindt maken (samen met naastgelegen percelen) deel uit van een gemeentelijk monument. Na de herbouw van de schuur behoudt het complex deze status. Monumenten worden niet beschermd middels het bestemmingsplan. Op grond van de Monumentenwet 1988 zijn monumenten al wettelijk beschermd. Vanwege de monumentenstatus wordt het bouwplan beoordeeld door een welstand- en monumentencommissie.

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie zijn er geen overige cultuurhistorische waarden van toepassing op het plangebied.  
Kabels en leidingen   Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?   In of rondom het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen.  
Ecologie  
Natuurbescherm-
ingswet 1998  
Is er sprake van significant negatieve
effecten?  
Het plangebied ligt in binnenstedelijk gebied. Er is geen sprake van beschermde natuurwaarden in of rondom het plangebied. Voorts liggen er in de directe omgeving geen gebieden die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Er zijn dan ook geen significant negatieve effecten op natuurwaarden.  
Flora- en faunawet   Is er sprake van aantasting,
verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten,
hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen?  
Het plangebied wordt momenteel gebruikt als tuin. De locatie ligt in een stedelijke omgeving. Het is niet aannemelijk dat het terrein een habitat voor beschermde soorten vormt. Voor de uitvoering van het plan worden enkele jonge bomen gekapt. In deze bomen bevinden zich geen nesten van vogels met een vaste verblijfplaats. Het plan veroorzaakt geen conflicten met de Flora en faunawet. Bij de uitvoering van het plan dient wel rekening te worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van broedvogels en met de algemene zorgplicht. Het aspect vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.  
Water  
  Waterveiligheid
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte  
De ontwikkeling is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. De ontwikkeling vormt daarom geen belemmering voor de waterveiligheid.  
Watertoets   Wateroverlast:
Voldoende ruimte voor vasthouden / bergen / afvoeren van water. Per m2 verharding 75 mm berging  
Ten opzichte van de historische situatie (2003) is er geen sprake van een toename in verharding. De ontwikkeling betreft de herbouw van een schuur die is afgebrand, maar reeds bestaand was. Daarom is er geen sprake van een toename van verharding, en dus geen noodzaak tot het treffen van watercompenserende maatregelen.  
  Grondwaterkwantiteit en verdroging
Tegengaan / verhelpen van grondwateroverlast
en -tekort. Rekening houden met de gevolgen
van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en benutten van infiltratiemogelijkheden.  
De ontwikkeling voorziet niet in het oppompen van grondwater. De bouwlocatie ligt op een kreekrug. Daarom is de ondergrond geschikt voor infiltratie.  
  Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.  
De ontwikkeling zorgt niet voor (negatieve) effecten op de in de nabije omgeving aanwezige natte natuur.  
  Riolering:
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor.  
Schoon hemelwater afkomstig van de verhardingen wordt afgekoppeld en afgevoerd naar het bestaande oppervlaktewater op het eigen perceel. De nieuwe schuur wordt aangesloten op de bestaande rioleringsvoorzieningen in de omgeving.
 
  Volksgezondheid:
Voorkomen van verdrinkingsgevaar;
Geen gebruik uitlogende materialen.  
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen.  
  Bodemdaling:
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken.  
Er is geen aanpassing waterpeil of drainage nodig.  
  Oppervlaktewaterkwaliteit: Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.   Het bestemmingsplan voorziet niet in activiteiten die negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit kunnen hebben.  
  Onderhoud waterlopen:
Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren.  
De watergang achterop het perceel en de poel zullen bereikbaar blijven.  
Wateradvies     Over het bestemmingsplan is telefonisch met het waterschap Scheldestromen afgestemd. De waterparagraaf is hierop aangevuld.  
Milieuzonering  
Bedrijfs-
milieuzonering
VNG-brochure
'Bedrijven en
Milieuzonering 2009  
Is er sprake voor hinder of belemmeringen van functies in de omgeving van de ontwikkeling?
 
Het plangebied ligt in een rustige woonomgeving. De nieuwe woning wordt niet voorgesteld in de milieuzones van bedrijven. Bovendien is de locatie reeds bestemd voor wonen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verantwoorde milieuzonering.  
Parkeren   Is er voldoende parkeergelegenheid (aanbod) in de omgeving?   Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te voorzien in de twee parkeerplaatsen op grond van de CROW parkeernormen nodig zijn bij een duurdere woning.  
Externe veiligheid  
Bevi-inrichtingen
Vervoer van
gevaarlijke
stoffen over de
weg, spoor,
buisleiding en
en water.  
Ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van risicobronnen?   De dichtstbijzijnde risicobron betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen over de vaarroute Kanaal door Zuid-Beveland. De betreffende vaarroute ligt op ruime afstand, circa 1000 meter, vanaf het plangebied. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van deze vaarroute. Externe veiligheid vormt dus geen belemmering voor het plan.  

Wegverkeerslawaai  
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een weg voorgesteld?   De dichtstbijzijnde zoneplichtige weg betreft de Zwaakseweg. Deze weg ligt op circa 250 meter vanaf het plangebied. Dit ligt daarmee buiten de geluidszone.

De projectlocatie ligt in een gebied, waar een maximum snelheid geldt van 30 km per uur. Er is in het kader van de Wgh geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Wel moet worden onderzocht of een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Ten behoeve van basisplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de 30 km/h wegen in de kern Wemeldinge. Uit dat onderzoek is gebleken dat de 48 dB-contour voor de Chezeeweg op maximaal 5 meter uit de wegas ligt. De beoogde woning staat op circa 25 meter van de wegas. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.  
Spoorweglawaai      
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een spoorweg voorgesteld?   Op circa 4,5 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied ligt een spoorlijn. Deze spoorlijn heeft op grond van de zonekaart van het Ministerie van VROM een zonebreedte van 500 meter. Daarmee ligt het plangebied buiten de geluidszone van deze spoorlijn.
 
Industrielawaai  
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone voor industrielawaai voorgesteld?   Het plangebied ligt buiten de geluidszone svan bedrijventerreinen Wemeldinge en Smokkelhoek.  
Luchtkwaliteit  
Wet milieubeheer   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden
in de Wet milieubeheer?  
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 19,7 ug/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13,7. Deze waarden liggen onder de helft van de normen. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden. Kleine woningbouwlocaties (tot 3.000 woningen) vallen onder het besluit 'Niet in betekende mate bijdragen' (NIBM). Het toevoegen van één woning zal niet tot een overschrijding van de normen leiden.  

4.2 Uitvoerbaarheid

4.2.1 Economische uitvoerbaarheid

Kader   Beoordelingsaspect   Afweging en conclusie  
Wet ruimtelijke ordening

Grondexploitatiewet (Grex-wet  
Aantonen financiële uitvoerbaarheid

Verplicht kostenverhaal door de gemeente. De gemeente legt dit vast in een exploitatieplan. Een exploitatieplan is niet nodig indien anderszins in het kostenverhaal wordt voorzien overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom).  
De grond waar het bestemmingsplan betrekking op heeft is volledig in eigendom bij de initiatiefnemer. De gemeente Kapelle zal in een anterieure overeenkomst de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan vastleggen.
De initiatiefnemer zal de ontwikkeling volledig bekostigen. Hiervoor zijn voldoende middelen beschikbaar.

In dit geval is geen sprake van een bouwplan zoals genoemd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Een exploitatieplan is niet nodig.
 

4.2.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Kader   Beoordelingsaspect   Afweging en conclusie  
artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening   De opsteller van het bestemmingsplan is volgens artikel 3.1.1 Bro verplicht overleg te voeren met besturen van betrokken gemeente, waterschappen en betrokken diensten van provincie en Rijk.   De afwijking van het vigerende plan die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt heeft een geringe ruimtelijke impact en is zeer locatiegebonden. Informeel vooroverleg heeft plaats gevonden met het waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland. Afgesproken is dat er geen vooroverleg noodzakelijk is.

Het ontwerp heeft van 22 september 2016 voor een periode van 6 weken op het gemeentehuis ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. De raad heeft in de openbare raadsvergadering van 20 december 2016 besloten het plan ongewijzigd vast te stellen.