1.2 Bestemmingsplan
het bestemmingsplan “Recreatiepark Stelleplas 2010 ” van de gemeente Borsele bestaande uit een toelichting, een verbeelding (plankaart) en een set regels;
1.3 Aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4 Aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5 Aan- of uitbouw
een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht, ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve en als onderdeel van het hoofdgebouw;
1.6 Afgewerkt bouwterrein
de hoogte van de gebouwen en andere bouwwerken omringende grond; bij hellende terreinen: het hoogste punt van de gebouwen en andere bouwwerken omringende grond;
1.7 Appartement
een permanent ter plaatse aanwezige recreatiewoning waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
1.8 Awb
de Algemene wet bestuursrecht; zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
1.9 Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.10 Bebouwingsgrens
een op de verbeelding aangegeven lijn die niet door gebouwen mag worden overschreden, tenzij in de regels anders is bepaald;
1.11 Bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
1.12 Bedrijfsdoeleinden
een bedrijfsmatige activiteiten uitsluitend of overwegend gericht op de uitoefening van industriële, ambachtelijke, distributie-, groothandelsactiviteiten en/of het leveren van diensten;
1.13 Bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten;
1.14 Bedrijfsvloeroppervlakte horecavoorzieningen
de gezamenlijke vloeroppervlakte van terrassen, verkoopruimten, magazijnen, bergingen, kantoren en verblijfsruimten en de overige voor de bedrijfsvoering benodigde vloeroppervlakte;
1.15 Bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die dient voor de huisvesting van (één huishouden) van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk worden geacht;
1.16 Bestaand
ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
1.17 Bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
1.18 Bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.19 Bijgebouw
een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn gebruiksfunctie, ligging, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.20 Bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.21 Bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
1.22 Bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.23 Bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel;
1.24 Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.25 Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.26 Cultuurhistorische waarde
de aan een (bouw)werk of gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
1.27 Dagrecreatie
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten;
1.28 Dagrecreatieve voorziening
speciaal aangelegde accommodatie al dan niet overdekt ten behoeve van dagrecreatie;
1.29 Dakvoet
de snijlijn tussen bovenkant dakbeschot en buitenkant gevel, waaronder hellende dakvlakken met daarbij behorende topgevels (ondergeschikte) dakkapellen en liftopbouwen niet worden begrepen;
1.30 Detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen wen/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteiten;
1.31 Erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
1.32 Gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.33 Gevellijn
denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de perceelgrenzen;
1.34 Hoofgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
1.35 Hoofd(woon)verblijf
de plaats waar een persoon gedurende een jaar de meeste nachten doorbrengt in combinatie met de plaats waar het sociale leven van de persoon zich afspeelt;
1.36 Horecabedrijf
een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereidde en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of op het verstrekken van logies en/of op het exploiteren van zaalaccommodaties;
1.37 Jaarstandplaats
een standplaats voor het plaatsen van een kampeermiddel gedurende een heel jaar;
1.38 Kampeerchalet
een eenvoudig gebouw van lichte constructie van maximaal 1 bouwlaag dat qua omvang is afgestemd op de recreatieve functie;
1.39 Kampeermiddel
een tent, tentwagen, kampeerchalet, trekkershut, kampeerauto of (sta)caravan, bestemd om uitsluitend door een persoon, een gezin of een daarmee gelijk te stellen groep van personen (dat – respectievelijk die – zijn hoofdverblijf elders heeft) gedurende een gedeelte van het kalenderjaar te worden gebruikt c.q. bewoond voor recreatieve doeleinden;
1.40 Landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijk deskundige of commissie van deskundigen inzake landschap en natuur;
1.41 Landschapswaarden
de aan een gebied toegekende waarde, wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;
1.42 Natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
1.43 Nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbaar of collectief nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, etc;
1.44 Overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak en maximaal één gesloten zijde;
1.45 Peil
de kruin van de dichtsbijgelegen weg (met uitzondering van de kruin van een weg gelegen op een dijk) of het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water (bij ligging in het water) of de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;
1.46 Perceelsgrens
de grens van een bouwperceel;
1.47 Permanente bewoning
als een recreatiewoning of kampeermiddel niet - conform de recreatieve bestemming - voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt, maar als hoofd(woon-)verblijf;
1.48 Recreatiewoning
een gebouw – geen kampeermiddel zijnde – of een gedeelte van een gebouw, bestemd om uitsluitend door een persoon, een gezin of daarmee gelijk te stellen groep van personen (dat – respectievelijk die – zijn hoofdverblijf elders heeft) gedurende een gedeelte van het kalenderjaar te worden gebruikt c.q. bewoond voor recreatieve doeleinden;
1.49 Standplaats
een ruimte voor het plaatsen van een kampeermiddel;
1.50 Twee-aan-een
een blok van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen;
1.51 Verblijfsrecreatie
vorm van recreatie waarbij recreatief nachtverblijf (minimaal 1 overnachting) onderdeel uitmaakt van de activiteiten (bijv. kampeerterreinen of bungalowparken);
1.52 Voorgevel van een hoofdgebouw
het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw;
1.53 Vrijstaand
een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw;
1.54 WED
de Wet op de Economische Delicten, zoals die luidde ten tijde van de inwerkintreding van het bestemmingsplan;
1.55 Woning
een voor bewoning bestemd gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen.