direct naar inhoud van 2.2 Historische ontwikkeling
vastgesteld
NL.IMRO.0653.BVBAK13BAKHUIZENBV-VA01

2.2 Historische ontwikkeling

Bakhuizen is gelegen in een landschap dat overwegend zacht golvend van karakter is. Dit reliëf is waarschijnlijk het gevolg van bewegingen van het ijsfront gedurende de ijstijden. Door opstuwing van de ondergrond ontstonden voornamelijk aan de rand van het zogenaamde Gaasterlandse zandplateau, ruggen en gaasten (zandige hoogten). Het hoger gelegen zandplateau kenmerkt zich door een besloten bosrijk landschap, met afwisselend akkers en weilanden. Langs het open kustgebied ontbreken deze boscomplexen. Op de gaasten, langs de rand van het hoge plateau, ontstonden de nederzettingen, waaronder ook Bakhuizen.

Het merendeel van de dorpen in Gaasterland dateert van rond de 12e en 13e eeuw. Rond het begin van de 18e eeuw was Bakhuizen niet meer dan een buurtschap, waarvan de bewoners formeel behoorden tot Mirns. In de loop van de 18e eeuw ontwikkelde Bakhuizen een meer zelfstandige identiteit. Dit was in belangrijke mate te danken aan de stichting van een katholiek bedehuis en de vestiging van een priester van de katholieke gemeente van Zuidwest Friesland rond 1700. Vanaf die tijd was Bakhuizen duidelijk het centrum van de statie. De gelovigen hadden de neiging zich dichtbij het kerkhuis te vestigen, waardoor Bakhuizen langzamerhand het karakter kreeg van een dorp.

In 1783 verscheen het eerste gebouw (een schuurkerk) dat speciaal voor de katholieke eredienst werd gesticht. Het schuurkerkje maakte in 1857 plaats voor een echte kerk met een toren, de Sint Odulphuskerk. Vanwege onvoldoende ruimte werd in 1914 de huidige roomskatholieke kerk gebouwd. Het kerkhof dateert van 1900. Aan de achterzijde van de kerk werd een begraafplaats aangelegd. Tevens is in 1921 naast de kerk een roomskatholieke school opgericht. De oude kerk is later afgebroken.

Bakhuizen staat via de Bakhúster Feart in verbinding met De Morra, en had zo toegang tot de verkeerswegen over het water. De inwoners van het dorp waren hoofdzakelijk werkzaam in de landbouw.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het dorp geleidelijk aan verder uit, waarbij eerst de bestaande structuur dichter werd als gevolg van het verder invullen van open gebleven ruimten. Deze verdere verdichtingen rondom het centrum, kunnen als tweede deel van Bakhuizen worden onderscheiden. Nog later, in de jaren zestig, hebben enkele planmatige uitbreidingen plaatsgevonden, die ruimtelijk duidelijk delen aan het dorp toevoegden. De meest recente uitbreidingen hebben plaatsgevonden in het noordwestelijke deel, aan de Bakhúster Feart.