direct naar inhoud van Artikel 3 Gebruikregels
vastgesteld
NL.IMRO.0653.BVBAK13BAKHUIZENBV-VA01

Artikel 3 Gebruikregels

3.1 Bestaand gebruik
  • a. De binnen het verordeningsgebied gelegen gronden en bestaande bouwwerken mogen worden gebruikt overeenkomstig het bestaand gebruik;
  • b. Onder bestaand gebruik voor wonen wordt tevens verstaan het gebruik van bedrijfswoningen en woonhuizen in combinatie met een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in Bijlage 1 tot een oppervlakte van niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw, inclusief aan- en uitbouwen op het bouwperceel tot een maximum van 50 m²;
  • c. Onder bestaand gebruik voor (agrarische) bedrijven, detailhandel, horeca, maatschappelijke doeleinden, wordt tevens het gebruik van de gronden voor 1 bedrijfswoning per bedrijf verstaan, met dien verstande dat:
    • 1. voor de bouw van nieuwe of de uitbreiding van bestaande bedrijfswoningen de regels van lid 4.2 van toepassing zijn;
    • 2. ter plaatse van besluitsubvlak 'geen bedrijfswoning' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    • 3. deze regeling niet geldt ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijventerrein', in die zin dat bedrijfswoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van het besluitsubvlak 'bedrijfswoning'.
3.2 Aanvullend gebruik
  • a. Ter plaatse van bestaande bedrijven mogen de gronden en bouwwerken ook worden gebruikt voor andere bedrijven genoemd in bijlage 2 onder de categoriën 1 en 2, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven.
  • b. Ter plaatse van besluitsubvlak 'bedrijventerrein' mogen bestaande bedrijven ook worden gebruikt voor andere bedrijven genoemd in bijlage 2 onder de categoriën 1 en 2 en 3, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven.
  • c. Ter plaatse van bestaande detailhandel mogen de gronden en bouwwerken ook worden gebruikt voor andere detailhandelsbedrijven.
  • d. Ter plaatse van bestaande horeca mogen de gronden en bouwwerken ook worden gebruikt voor andere horecabedrijven, genoemd in de categorieën 1 en 2;
  • e. Ter plaatse van bestaande maatschappelijke voorzieningen mogen de gronden en bouwwerken ook worden gebruikt voor andere maatschappelijke voorzieningen;
  • f. Ter plaatse van bestaande sportvoorzieningen mogen de gronden en bouwwerken ook worden gebruik voor andere sportvoorzieningen.
  • g. Ter plaatse van besluitsubvlak 'bedrijf' mogen de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen ook worden gebruikt voor:
  • h. Ter plaatse van besluitsubvlak 'agrarisch' mogen bestaande agrarische bedrijven ook worden gebruikt voor andere agrarische bedrijven met een in hoofdzaak grondgebonden bedrijfsvoering.
3.3 Openbare ruimte
  • a. In aanvulling op het bepaalde in lid 3.1 is het toegestaan om de openbare ruimte te gebruiken voor wegen, fiets- en wandelpaden, groen, parkeervoorzieningen, taluds en natuurvriendelijke oevers, fietsenstallingen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, water(berging) ten behoeve van de waterhuishouding, geluidwerende voorzieningen, kruisingen met water, reclame-uitingen en kunstwerken.
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a mag de openbare ruimte niet zodanig worden gewijzigd dat er sprake is van een reconstructie van wegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
3.4 Afwijkingsregels gebruik

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan een omgevingsvergunning worden verleend:

  • a. het bepaalde in lid 3.1 in die zin dat bij bedrijven productiegebonden detailhandel wordt toegestaan;
  • b. het bepaalde in lid 3.1 in die zin dat ter plaatse van besluitsubvlak 'gemengd' de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen ook mogen worden gebruikt voor:
  • c. het bepaalde in lid 3.2 sub a in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder categorieën 1 en/of 2, mits:
    • 1. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2 en qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd in bijlage 2 onder een hogere categorie dan 2, maar in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben;
    • 2. het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
  • d. het bepaalde in lid 3.2 sub b in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder categorieën 1, 2 en/of 3, mits:
    • 1. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2 en qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd in bijlage 2 onder een hogere categorie dan 3, maar in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben;
    • 2. het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
  • e. het bepaalde in lid 3.2 sub d in die zin dat tevens horecabedrijven categorie 3 en 4 worden gevestigd, mits er geen onevenredige abreuk wordt gedaan aan de milieusituatie;
  • f. het bepaalde in lid 3.2 sub h in die zin dat ter plaatse van besluitsubvlak 'agrarisch' de gronden tevens mogen worden gebruikt als standplaats voor kampeermiddelen, mits het aantal standplaatsen ten hoogste 15 zal bedragen.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden
3.5.1 Vergunningplicht waardevolle boombeplanting

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ter plaatse van besluitsubvlak 'waardevolle boombeplanting' een omgevingsvergunning vereist:

  • het verwijderen van boombeplanting.
3.5.2 Vergunningplicht bos

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • het verwijderen van bebossing en beplanting.
3.5.3 Vergunningplicht water

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • het verwijderen van walbeschoeiingen.
3.5.4 Uitzondering

Het bepaalde in de leden 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
3.5.5 Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning in de leden 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarde van de gronden.

3.6 Omgevingsvergunning voor het slopen
3.6.1 Sloopverbod

Voor het (gedeeltelijk) slopen van een gebouw ter plaatse van besluitsubvlak 'karakteristiek' is een omgevingsvergunning vereist.

3.6.2 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 3.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
3.6.3 Toetsingscriteria

De in lid 3.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm van de bebouwing;
  • b. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
  • c. de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is, gelet op de
  • d. het delen van een gebouw of bijbehorende bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.