direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Kavels Villapark, hoek De Gasperilaan - Beyenlaan
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0632.BPkavelsvillapark-bVA1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het laatste deel van het Villapark Zuid gaat in de verkoop, onderdeel van de woonwijk "Waterrijk Woerden". Bij de invulling van de laatste kavels blijkt de huidige bestemmingsregeling te beperkend en niet aan te sluiten op de marktvraag. Op de onderhavige locatie mag een 3 onder 1 kap-woning worden gebouwd. In praktijk blijkt dat twee vrijstaande woningen beter aansluiten op de vraag uit de markt/wens van de consument. Op grond van de vigerende beheersverordening "Waterrijk Woerden", vastgesteld op 26 juni 2014, zijn twee vrijstaande woningen ter plaatse niet mogelijk. Er dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld om dit mogelijk te maken.

1.2 Doel

Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel om de bouw van twee vrijstaande woningen planologisch mogelijk te maken. Daarnaast is de vigerende beheersverordening niet geheel conform de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) opgesteld, wat verplicht is op grond van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (artikel 2, lid 1 en sub a). Het voorliggende bestemmingsplan is wel conform deze standaard opgesteld.

1.3 Geldende beheersverordening

De locatie is gelegen binnen het plangebied van de beheersverordening “Waterrijk Woerden”, vastgesteld op 26 juni 2014 en heeft daarbinnen de bestemming “Wonen, villakavels 2” met aanduiding “aaneengesloten”.

1.4 Plangebied

De locatie is gelegen binnen de woonwijk "Waterrijk Woerden", in het zuidelijke deel van het Villapark. De kavels zijn gesitueerd op de hoek Beyenlaan en De Gasperilaan (afbeelding 1.1).

afbeelding "i_NL.IMRO.0632.BPkavelsvillapark-bVA1_0001.jpg"

Afbeelding 1.1: ligging plangebied, waarbij de plangrenzen zijn aangehouden.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Stedenbouwkundige hoofdopzet

De huidige beheersverordening voorziet in bouwregels die afgestemd zijn op de gewenste hoofdstructuur zoals beschreven in het masterplan "Waterrijk Woerden". In het masterplan worden twee woongebieden met elk een eigen karakter onderscheiden. Het westelijk woongebied betreft het deelplan Villapark waar circa 175 woningen op ruime kavels en één appartementengebouw zijn gebouwd. Het tweede gebied aan de oostzijde bestaat uit vier wooneilanden in een hogere dichtheid.
Het uitgangspunt voor het woongebied Villapark bestaat uit een open verkaveling met vrijstaande woningen en twee- en drie-onder-één-kapwoningen. De voorgenomen ontwikkeling is conform dit uitgangspunt. Zodoende blijft de stedenbouwkundige hoofdopzet behouden. Voor de twee kavels gelden ook stedenbouwkundige randvoorwaarden. De verkaveling gaat uit van:
- Een ruime hoekkavel.
- Een kavel voor een vrijstaande woning met de gebruikelijke 40% regeling. Daarbij wordt aan de straatzijde een smallere gevel gemaakt. Na 6 meter kan de gevel breder worden.

Hiertoe worden de regels aangehouden uit het postzegelbestemmingsplan "Waterrijk Woerden / Villapark Midden", waarin (onder meer) vijf vrijstaande woningen mogelijk worden gemaakt. In paragraaf 2.2 wordt dit verder toegelicht. De nieuwe verkaveling is in afbeelding 2.1 weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0632.BPkavelsvillapark-bVA1_0002.png"

Afbeelding 2.1: nieuwe verkaveling hoek Beyenlaan en De Gasperilaan

2.2 Vertaling in de regels

De basis voor de regels van het onderhavige bestemmingsplan zijn de regels uit het postzegelbestemmingsplan "Waterrijk Woerden / Villapark Midden", vastgesteld op 1 november 2012. Dit is één van de plannen die door de beheersverordening "Watterrijk Woerden" is vervangen. Genoemd postzegelbestemmingsplan is als basis genomen voor het onderhavige plan, aangezien het postzegelbestemmingsplan conform de SVBP2012 is opgesteld. De beheersverordening is niet geheel conform de SVBP2012 opgesteld.
De locatie in de beheersverordening heeft de bestemming "Wonen, villakavels 4" en vervangt de bestemming "Wonen, villakavels" uit het postzegelbestemmingsplan.

Uitzonderingen op de hoofdregel

De regels uit het postzegelbestemmingsplan zijn in beginsel overgenomen. Er zijn hierop enkele uitzonderingen gemaakt:

  • 1. de parkeernorm uit het postzegelbestemmingsplan wordt niet overgenomen. Recent is het paraplubestemmingsplan "Parapluherziening Parkeernormen Woerden" vastgesteld (namelijk op: 24 mei 2017). De regels uit dat plan hebben betrekking op parkeren en gelden voor de hele gemeente. Om aan te sluiten bij onderhavige ontwikkeling, worden de regels uit het paraplubestemmingsplan redactioneel aangepast. In aanvulling op dit paraplubestemmingsplan dienen per kavel 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd te worden.
  • 2. Overbodige bepalingen geschrapt om beter aan te sluiten op de onderhavige ontwikkeling.
  • 3. In de regels zijn enkele begrippen geactualiseerd.

Hoofdstuk 3 Toetsing ruimtelijk relevante aspecten

In dit hoofdstuk wordt nagegaan of er vanuit ruimtelijk relevant beleid en wetgeving aanleiding is
af te wijken van de regels uit het postzegelbestemmingsplan "Waterrijk Woerden / Villapark Midden".

3.1 Ruimtelijk beleid

Er is geen nieuw ruimtelijk Rijks - en provinciaal beleid beschikbaar gekomen na de vaststelling van de beheersverordening dat reden geeft tot afwijking van de regels uit het postzegelbestemmingsplan.

3.2 Verkeer

In de huidige situatie kunnen er twee vrijstaande woningen gebouwd worden in plaats van een 3 onder 1 kap-woning. Er zullen zodoende minder verkeersbewegingen zijn. Het aspect "Verkeer" leidt niet tot belemmeringen.

Zoals in hoofdstuk 2 is opgemerkt is er voor gekozen om de regels uit het recente paraplubestemmingsplan "Parapluherziening Parkeernormen Woerden" over te nomen (vastgesteld op 24 mei 2017) voor wat betreft parkeren.

3.3 Wegverkeerslawaai

De planlocatie ligt niet in de zone van een gezoneerde weg. Toetsing aan de Wet geluidhinder is daarom wettelijk gezien niet nodig. Vanuit een goede ruimtelijke ordening moet ook rekening worden gehouden met 30 km/uur wegen. Echter, aangezien de wegen rondom het plangebied een lage verkeersintensiteit hebben wordt geen hoge geluidbelasting door deze wegen verwacht.

Het aspect wegverkeerslawaai vormt daarom geen belemmering voor de bouw van twee vrijstaande woningen in het plangebied en verder akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels is niet nodig.

Ondanks dat het bouwplan buiten de zone ligt van de A12 blijkt uit de praktijk dat er toch sprake kan zijn van geluidhinder vanwege deze weg. De geluidsbelasting rondom de woning bedraagt volgens het gemeentelijk rekenmodel 56 dB. Een goed woon- en leefklimaat van 33 dB binnen de woningen is niet per definitie geborgd en daarom wordt geadviseerd niet uit te gaan van de minimale eis uit het Bouwbesluit van 20 dB voor gevelwering, maar uit te gaan van een geluidwering van 23 dB, zodat een geluidsniveau van 33 dB binnen kan worden gerealiseerd.

3.4 Milieuaspecten en natuur

3.4.1 Wet natuurbescherming

Soortenbescherming

Algemeen

Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk:

  • vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn);
  • overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen);
  • nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).

Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1.

Vrijstelling binnen provincie Utrecht

Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Utrecht worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. (bron: Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017, d.d. 30 december 2016). Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten.

Voorzorgsmaatregelen

Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding).

Ontheffingsplicht

Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen.

Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (in deze de provincie Utrecht). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria:

  • Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bijv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)?
  • Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk?
  • Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

Gebiedenbescherming

Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep in of nabij Natura 2000-gebieden geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben, dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied, is een vergunningaanvraag noodzakelijk.

Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS).

3.4.2 Onderzoek

In de vorige plannen zijn de milieuaspecten en natuur al verantwoord en akkoord bevonden. Daarnaast blijkt niet uit nieuw onderzoek dat deze aspecten tot belemmeringen leiden. Er is geen reden om de regels uit het postzegelbestemmingsplan aan te passen ten behoeve van deze aspecten.
Verder is een Quickscan Wet natuurbescherming ten behoeve van onderhavige ontwikkeling uitgevoerd (d.d. 5 oktober 2017; zie: Bijlage 1). Met betrekking tot de soortenbescherming en gebiedsbescherming is daarin het volgende geconcludeerd en aanbevolen:

Soortenbescherming:

Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord:

S1. Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie?

Vleermuizen (niet-essentieel foerageergebied).

S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten?

Foeragerende vleermuizen kunnen bij uitvoering van de werkzaamheden verstoord worden.

S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk?

Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk.

S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde

soorten te voorkomen of te beperken?

  • Werken van één kant af om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten;
  • Werkzaamheden in de periode 1 april t/m 1 november dient men bij daglicht uit te voeren, dan wel de verlichting niet op hoog opgaande groenstructuren te richten. Dit aangezien vleermuizen in deze periode in de schemering en/of het donker actief zijn.

S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wet

natuurbescherming aan te vragen?

Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden.

Gebiedenbescherming

Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord:

G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN?

Nee.

G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten?

Ja, doordat de werkzaamheden zeer kleinschalig zijn er geen negatieve effecten als gevolg van externe werking te verwachten zijn.

G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk?

Nee.

3.4.3 Conclusie

Voor de bouw van de woningen zijn geen beperkingen. Wel is de aanbeveling om voor vleermuizen en rugstreeppad een voorwaarde in de omgevingsvergunning op te nemen.

Vleermuizen

Middels de voorzorgsmaatregel in paragraaf 4.2 van de quickscan wet natuurbescherming in Bijlage 1, te weten 'in de periode 1 april t/m 1 november enkel bij daglicht werken', kan overtreding van de Wet natuurbescherming worden voorkomen en kunnen de werkzaamheden doorgang vinden. Geadviseerd wordt om dit als voorwaarde in de omgevingsvergunning voor bouwen op te nemen.

Rugstreeppad

Om invulling te geven aan de zorgplicht en om te voorkomen dat er overtredingen van de Wet natuurbescherming vanwege kolonisatie door rugstreeppad ontstaan, wordt geadviseerd om voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor bouwen te verbinden.

Voor dit plan is het van belang om tijdens de voortplantingsperiode voor afscherming te zorgen zodat de padden het terrein niet gaan gebruiken voor als voortplantingsgebied, en de afscherming in stand te houden totdat de rugstreeppad weer in winterrust gaat (oktober), zodat de padden zicht niet op het bouwterrein ingraven in vergraafbaar zand. Geadviseerd wordt om dit als voorwaarde aan de omgevingsvergunning voor bouwen te verbinden.

3.5 Water

Het voorontwerpbestemmingsplan “Waterrijk Woerden” is ten behoeve van het wateradvies destijds toegezonden aan het HDSR. Uit de watertoets is gebleken dat er als gevolg van de aanleg van de wijk zoals voorzien in het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn. Geconcludeerd wordt dat Waterrijk Woerden (in combinatie met de plassen) een positieve bijdrage zal leveren aan de waterhuishouding in het gebied. Daarbij komt dat er door onderhavige ontwikkeling minder verhard oppervlak zal zijn in vergelijking met de situatie waarin er een 3 onder 1 kap-woning kon worden gebouwd.

3.6 Archeologie

In de beheersverordening is een dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" opgenomen. Op de bijbehorende verbeelding is te zien dat er geen archeologische waarden zijn op de onderhavige locatie. De gemeentelijke archeologische beleidskaart leidt ook niet tot andere inzichten. Zodoende is er geen reden om af te wijken van de regels van het postzegelbestemmingsplan door een dubbelbestemming ten behoeve van archeologische waarden in de regels te verankeren.

3.7 Externe veiligheid

Uit de toelichting bij de beheersverordening volgt dat er vanuit externe veiligheid geen belemmeringen gelden voor dat plangebied. Derhalve is dat ook niet het geval voor de onderhavige locatie. Er is geen nieuw onderzoek beschikbaar waaruit het tegendeel blijkt.

Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten

4.1 Algemeen

In hoofdstuk 1 is uiteengezet dat dit het laatste deel van het Villapark Zuid is dat in de verkoop gaat. Er is uiteengezet dat wordt verwacht dat twee vrijstaande kavels beter verkoopbaar zijn dan een 3 onder 1 kap-woning. Dit bestemmingsplan is zodoende economisch uitvoerbaar. Verder wijkt dit bestemmingsplan niet substantieel af van de beheersverordening. Er wordt daarom van afgezien om het voorontwerp ter inzage te leggen.

4.2 Overleg

Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.


In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de volgende instanties:

Provincie Utrecht

De provincie Utrecht heeft aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan geen aanleiding geeft opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang.

Hoogheemraadschap de Stichtste Rijnlanden

Het Waterschap (HDSR) heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het ontwerp bestemmingsplan.

4.3 Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan “Kavels Villapark, hoek De Gasperilaan – Beyenlaan” heeft van 21 december 2017 tot en met 31 januari 2018 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

De raad heeft het bestemmingsplan op 19 april 2018 vastgesteld.