| Plan: | Triangel plan 4 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | uitwerkingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0627.Uptriangelplan4-0401 |
Het plangebied voor deze opgave maakt deel uit van de nieuwe woonwijk Park Triangel aan de zuidzijde van Waddinxveen. Hiervoor is door de gemeente een masterplan opgesteld, waarin de stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van de wijk zijn verwoord. De gemeente Waddinxveen heeft op 24 september 2008 het uit te werken bestemmingsplan Triangel vastgesteld, om de ontwikkeling van Park Triangel in lijn met dit masterplan juridisch-planologisch te borgen. Dit houdt in dat door middel van uitwerkingsplannen ex artikel 3.6 Wro ontwikkelingen gefaseerd mogelijk worden gemaakt. Inmiddels zijn al diverse uitwerkingsplannen vastgesteld in het gebied.
Inmiddels zijn de plannen voor deelgebieden E1, E2, D, F en B2 uitgekristalliseerd. De volgende ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt:
In het voorliggende uitwerkingsplan worden de genoemde ontwikkelingen mogelijk gemaakt.
Park Triangel ligt aan de zuidzijde van Waddinxveen, ingesloten tussen de spoorlijn Alphen-Gouda en de Beijerincklaan. De ligging van de wijk is in de navolgende afbeelding weergegeven.
Afbeelding - Ligging Park Triangel in Waddinxveen
In de onderstaande afbeelding zijn de globale locaties van de deelgebieden weergegeven, waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden.
Afbeelding - Locaties geplande ontwikkelingen
In de onderstaande afbeelding zijn de locaties van de deelgebieden E1, E2, D, B2 en F terug te vinden.
Afbeelding - Deelgebieden Park Triangel
Vanaf het begin heeft de gemeente Waddinxveen een hoog ambitieniveau nagestreefd voor de ontwikkeling van Park Triangel. Daarnaast zijn er enkele uitdagende ruimtelijke aspecten die beperkingen opleggen aan de stedenbouwkundige ontwikkelingen in het plangebied. Bovendien heeft de gemeente vanaf het begin gezocht naar een breed draagvlak voor de ontwikkeling van Park Triangel.
Het bestemmingsplan Triangel (vastgesteld in september 2008) is één van de vijf onderdelen van het IOP. De opgave van het bestemmingsplan Triangel is om de ontwikkeling van Park Triangel juridisch-planologisch mogelijk te maken. Daartoe is de bestemming van de gronden omgezet naar een bestemming die woningbouw mogelijk maakt. Er is gewerkt met uit te werken bestemmingen.
Voor het opstellen van het bestemmingsplan Triangel is een m.e.r.-procedure doorlopen en er zijn bij het opstellen van het bestemmingsplan verschillende aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Hiermee is de haalbaarheid van de nieuwe ontwikkelingen aangetoond.
Voor dit uitwerkingsplan zal ook daar waar mogelijk terug worden gegrepen naar de reeds uitgevoerde onderzoeken en het beschreven beleidskader. Daar waar nodig zijn gegevens geactualiseerd.
In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader kort beschreven. In hoofdstuk 3 worden de stedenbouwkundige uitgangspunten voor Park Triangel toegelicht. In hoofdstuk 4 is de huidige situatie en de geplande ontwikkeling nader beschreven.
De planologische en milieutechnische randvoorwaarden zijn beschreven in hoofdstuk 5 en in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de juridische bestemmingsregeling.
Hoofdstuk 7 en 8 behandelen achtereenvolgens de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan Triangel. Het plangebied is voorzien van uit te werken bestemmingen. De beleidsmatige afweging met betrekking tot de inrichting van Park Triangel is reeds gemaakt in het kader van het moederplan. Daarom wordt in dit uitwerkingsplan kort stilgestaan bij recent provinciaal/regionaal en gemeentelijk beleid. Voor de bredere beleidscontext wordt verwezen naar het moederplan.
Visie Ruimte en mobiliteit
De Visie Ruimte en mobiliteit (in werking op 1 augustus 2014, laatste wijziging op 15 juli 2016) is de provinciale Structuurvisie van Zuid-Holland zoals in de Wet ruimtelijke ordening is voorgeschreven. De Visie ruimte en mobiliteit biedt geen vast omlijnd ruimtelijk eindbeeld, maar wel een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van Zuid-Holland als geheel. De visie geeft zekerheid over een mobiliteitsnetwerk dat op orde is en de reiziger en de vervoerder keuzevrijheid biedt, en bevat voldoende flexibiliteit om in de ruimtelijke ontwikkeling te reageren op maatschappelijke initiatieven.
In de Visie zijn vier rode draden genoemd die richting geven aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie:
Het 'Programma ruimte' is een uitwerking van de Visie. Het programma beschrijft de operationele doelen en geeft aan welke instrumenten (realisatiemix) worden ingezet om die doelen te bereiken. Ook wordt ingegaan op de rolverdeling en afspraken tussen gemeenten, regio’s en provincie. De realisatiemix uit het programma ruimte bestaat uit juridische, financiële en bestuurlijke instrumenten en nader uit te werken beleid. In de praktijk worden deze vrijwel altijd gecombineerd ingezet.
Verordening ruimte
Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan een verordening er één is. De Verordening ruimte 2014 stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen.
Niet alle onderwerpen zijn geschikt voor opname in een verordening. In het algemeen lenen vooral onderwerpen met heldere criteria en/of spelregels en een zwaarwegend provinciaal belang zich hiervoor. De provincie heeft in de Verordening ruimte 2014 daarom onder meer regels opgenomen over kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouw, boom- en sierteelt, bollenteelt, ruimtelijke kwaliteit, agrarische bedrijven, waterkeringen, provinciale vaarwegen, recreatieve vaarwegen, windenergie, archeologie en molen - en landgoedbiotopen.
Daarnaast is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening van het Rijk van belang. Hierin zijn regels opgenomen waaraan provinciale verordeningen moeten voldoen. Een voor dit plangebied belangrijk onderwerp is de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
Ladder voor duurzame verstedelijking
Een belangrijk instrument dat de provincie hanteert, en die van belang is voor Park Triangel, is de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is onderdeel van het aantonen van een goede ruimtelijke ordening. De provincie Zuid-Holland heeft de ladder voor duurzame ontwikkeling opgenomen in haar Verordening ruimte als een instrument dat ingezet wordt voor zorgvuldig ruimtegebruik en om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie ook de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie.
Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen het BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD, maar dit moet wel goed onderzocht en gemotiveerd worden.
Toelichting plan
Het plangebied van plan 4 valt onder de totale opgave van de nieuwe woonwijk Park Triangel aan de zuidzijde van Waddinxveen. De gemeente heeft een masterplan opgesteld waarin stedenbouwkundige randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van de wijk zijn verwoord. Op 24 september 2008 is het uit te werken bestemmingsplan Triangel vastgesteld, waarin de ontwikkeling van Park Triangel in de lijn met dit masterplan juridisch-planologisch mogelijk wordt gemaakt. Er is in nagenoeg het gehele plangebied sprake van uit te werken bestemmingen. Op basis van nieuwe inzichten is het oorspronkelijke plan voor dit deelgebied aangepast, waarbij in een deel van het plangebied in plaats van uit te werken bedrijven woningen worden gebouwd. In deze notitie wordt een melding gemaakt van de uitwerking van dit plangebied.
| Plaats: | Waddinxveen |
| Woonmilieu: | kleinstedelijk |
| Stedenbaan: | Ja, de wijk Park Triangel ligt binnen de invloedsfeer van twee stedenbaanstations: Waddinxveen en Waddinxveen Triangel |
| Type plan: | Geheel liggend binnen het Bestaand Stedelijk en Dorpsgebied (BSD) |
| Bestemmingsplan: | Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingplan "Triangel". |
| Aantal woningen: | Maximaal 424 woningen Maximaal 4 woonwagenwoningen |
| Type woningen: | Dorps milieu, divers programma, hoofdzakelijk grondgebonden woningen. Het programma omvat in ieder geval sociale huurwoningen en woonwagenwoningen. Daarnaast zal sprake zijn van woningen in het goedkope, middeldure en dure segment. Onder de goedkope woningen worden ook koopwoningen voor starters (KoopStart-woningen) voorzien. |
Woningbehoefte
Kwantitatieve behoefte
De woningbouwprogrammering van Waddinxveen gaat uit boven de Woningbehoefteraming van 2013 (WBR) en uiteindelijk ook boven de Bevolkingsprognose (BP). Dit is het geval wanneer alle plannen die op de projectenlijst ook daadwerkelijk voor 2024 worden gerealiseerd. De ervaring leert dat een deel van de geplande woningbouw niet doorgaat of vertraagt (planuitval). Dit heeft onder andere te maken met het feit dat er pas gebouwd wordt als er voldoende afgezet is. Er wordt immers niet gebouwd voor leegstand. Er wordt daarom verwacht dat de uiteindelijke productie lager uitvalt dan de nu geplande woningen. Dit is nu niet verwerkt in de cijfers voor de Regionale Agenda Wonen (2014). Jaarlijks stelt de gemeente haar prognoses bij. De afgelopen jaren is er in Waddinxveen fors meer gebouwd dan waar volgens de WBR behoefte aan zou zijn. Uit het feit dat er meer is gebouwd en ook afgezet volgt dat er in ieder geval in die jaren meer behoefte is dan de WBR aangeeft. Dit blijkt ook uit het feit dat de WBR 2013 voor Waddinxveen hoger is dan de WBR 2010 was.
De WBR/BP 2016 komt weer hoger uit, zeker voor de korte termijn. De WBR 2016 gaat uit van 859 woningen, waar de WBR 2013 uitgaat van 568. De BP 2016 gaat voor de periode van 2015 tot 2019 uit van 1066 woningen, waar de BP 2013 voor diezelfde periode uitging van 586 woningen. Om deze woningen te realiseren, zal de gemeente plannen moeten aannemen, versnellen of bijstellen.
Kwalitatieve behoefte
De Woonvisie Waddinxveen 2012 geeft richting en kaders aan het beleid rondom het wonen en de woningmarkt. De woningvoorraad moet zo goed mogelijk aansluiten bij de markt (vraag) en mensen die hulp nodig hebben bij het vinden van passende woonruimte worden ondersteund. De gemeente wil kwaliteit en diversiteit bieden. Het programma voor nieuwbouw wordt afgestemd op de ontwikkelingen in de vraag. De ontwikkeling van de bevolking heeft effect op de aantallen benodigde woningen, maar ook op het soort woningen en de woonmilieus.
De opgave in het kort
Waddinxveen heeft relatief veel huishoudens in de hoogste inkomensgroepen. Deze mensen willen graag verhuizen naar een relatief grote / dure woning (Kernrapport Cita Vista gemeente Waddinxveen, 2015). Er zijn thans weinig alternatieven in de bestaande woningvoorraad beschikbaar voor deze mensen. Hierdoor is de doorstroming op de Waddinxveense woningmarkt laag. Dit is vooral goed te merken in de huursector. In Waddinxveen wordt relatief veel goedkoop scheef gewoond. Een groot deel van de sociale huurwoningen wordt bewoond door mensen met een te hoog inkomen voor deze woningen (waarstaatjegemeente.nl, Lokale Monitor Wonen november 2016). In de Woonvisie Waddinxveen wordt daarom ingezet op doorstroming. Om die doorstroming te bereiken worden eengezinswoningen toegevoegd aan de voorraad en wordt ingezet op huur net boven de liberaliseringsgrens. In Waddinxveen is een klein aanbod aan huurwoningen net boven de liberaliseringsgrens, terwijl hier wel vraag naar is. Ditzelfde geldt voor de kleinere appartementen in de sociale huur en de bereikbare koop. Deze woningen zijn bedoeld voor de kleinere huishoudens. Deze doelgroep neemt in aantallen toe, waardoor ook de vraag naar woningen voor deze doelgroep toeneemt. Plan 4 voorziet in woningen in deze categorieën. Er komt meer beweging op de woningmarkt. Het programma sluit hierdoor goed aan bij de lokale woningbehoefte en daardoor ook bij de regionale behoefte.
De ontwikkeling van Park Triangel verloopt volgens verwachting en voorspoedig. De gemeente meent dat ook dit deelplan van Park Triangel afgezet kan worden. Daarnaast werkt de nabijheid van voorzieningen en een goede ontsluiting voor openbaar vervoer en de auto positief op de afzet van de woningen.
Concurrentie met andere plannen
In de gemeente Waddinxveen heeft het bestemmingsplan Plan 4 een kleinstedelijk woonmilieu. Op basis hiervan wordt bekeken of het plan concurrerend kan zijn met de gemeenten waarmee Waddinxveen een significante verhuisrelatie heeft. Binnen de regio zijn dit Gouda, Zuidplas en Bodegraven-Reeuwijk.
Gouda heeft een stedelijk woonmilieu. Zuidplas en Bodegraven-Reeuwijk hebben allebei een centrumdorps woonmilieu. Gezien de ligging van Waddinxveen ten opzichte van de buurgemeenten zijn de verschillen tussen de diverse woonmilieus in werkelijkheid niet zo scherp als het ABF-model veronderstelt. Door te kiezen voor productmarktcombinaties die aansluiten op de behoefte van de eigen inwoners in Waddinxveen (wonen aan de rand van de grote steden, in de nabijheid van een stedelijke omgevingen) worden eventuele negatieve effecten op woningbouwplannen in de buurgemeenten beperkt.
Daarnaast is uit het rapport 'Bevolkingsontwikkeling en woningbouw tot 2040' op te maken dat er de komende 10 jaar tussen de 85.000 en 95.000 woningen moeten worden gebouwd om de bevolkingsgroei te kunnen huisvesten. Deze bouwopgave kan niet alleen binnenstedelijk worden uitgevoerd. Er moeten dus in snel tempo nieuwe bouwlocaties worden aangewezen om te voorkomen, dat de huizengekte van eind jaren negentig en vlak voor de crisis terugkeert.
Regionale afstemming:
Het gaat om een bestemmingsplan binnen de grenzen van het moederplan van Park Triangel. Dit moederplan is geheel opgenomen in blok 1 van de Regionale Agenda Wonen. De plannen en in blok 1 zijn plannen, waarover al afstemming is binnen de regio. Ook wanneer er sprake is van wijziging van de plannen, worden deze geacht te zijn afgestemd, zolang de plannen binnen de aantallen van het moederplan blijven. Dat is hier het geval.
Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers.
Het algemeen bestuur van het HHSK heeft op 29 juni 2016 het Waterbeheerplan 2016-2021 'Met mensen en water' (WBP) vastgesteld.
Het WBP geeft de visie en ambities weer op het waterbeheer voor de lange termijn. Het plan bepaalt de koers: het geeft richting aan het handelen van het HHSK en biedt burgers, bedrijven, partners en andere betrokkenen zicht op wat zij van het Hoogheemraadschap kunnen verwachten.
Het hoogheemraadschap staat voor een doelmatig en duurzaam waterbeheer in directe verbinding met de omgeving. HHSK streeft er naar haar taken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten uit te voeren, bij te dragen aan de leefbaarheid van het gebied en de toekomstbestendigheid en duurzaamheid van het watersysteem te vergroten. Zo benoemt het waterbeheerplan concrete doelen om de impact van klimaatverandering (adaptatie) en de omvang van de klimaatverandering (mitigatie) te beperken. Een mogelijke aanscherping van doelen zal binnen de planperiode plaatsvinden.
Het HHSK gaat actief in gesprek met de omgeving en staat open voor initiatieven van burgers, bedrijven en partners.
Het streven is het watersysteem zo goed mogelijk geschikt te houden voor alle functies. Daarnaast is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van het woon- en leefgebied voor alle gebruikers. Ambities zijn uitgewerkt binnen verschillende thema's:
In het kader van het bestemmingsplan Triangel is uitgebreid aandacht besteed aan water. Ook in de toelichting van het voorliggende uitwerkingsplan wordt aangegeven op welke wijze met de waterafspraken (zie paragraaf 4.3) wordt omgegaan.
In de Structuurvisie "Waddinxveen 2030, positief en realistisch naar 2030" (vastgesteld 3 oktober 2012) is opgenomen dat Waddinxveen zich moet profileren als een vitale gemeente met een sterke identiteit op de overgang tussen stad en Groene Hart. De diversiteit en dorpse kwaliteiten moeten behouden worden. In deze structuurvisie worden de ambities uit de Structuurvisie 2006 en de wijze waarop deze worden gerealiseerd geactualiseerd. Er is opnieuw gekeken naar de kansen en mogelijkheden die Waddinxveen heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Waddinxveen heeft daardoor opnieuw een duidelijk kader voor toekomstige ontwikkelingen tot 2030.
De gemeente Waddinxveen beoogt met de structuurvisie verscheidene doelen te bereiken:
Het plangebied is gelegen in Park Triangel, dat in de Structuurvisie is aangeduid als nieuw woongebied en prioriteit heeft gekregen voor haar ontwikkeling.
De Woonvisie schetst het beleid van de gemeente Waddinxveen op het gebied van het wonen voor de korte en lange termijn. Voor het woongebied zijn twee hoofdopgaven geformuleerd:
In de Woonvisie wordt ingezet op de ontwikkeling van Park Triangel.
Het Mobiliteitsplan 2013-2020 is op 26 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Het mobiliteitsplan vervangt de verkeersvisie uit 2006. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. Tijdens het opstellen van het mobiliteitsplan is veelvuldig gebruik gemaakt van kennis en kunde van inwoners, het bedrijfsleven en diverse maatschappelijke organisaties van Waddinxveen. Het mobiliteitsplan is een sectorale uitwerking van de voornoemde “Structuurvisie Waddinxveen 2030”. In het mobiliteitsplan staan geen detailuitwerkingen. Hiervoor worden, waar relevant, aparte plannen gemaakt.
In het Mobiliteitsplan is rekening gehouden met de nieuwe woonwijk Park Triangel.
Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in het Waterplan Boskoop en Waddinxveen (februari 2010). Dit Waterplan is gezamenlijk door de gemeenten Waddinxveen en Boskoop, het hoogheemraadschap van Rijnland en het HHSK opgesteld om knelpunten in het watersysteem aan te pakken en kansen op verbeteringen te benutten. Een opgave voor het Waterplan is te voorzien in de lokale implementatie van het nieuwe waterbeleid (Kaderrichtlijn Water, Nationaal Bestuursakkoord Water). Ook willen de gemeenten en de hoogheemraadschappen zorgen voor een optimale, gezamenlijke aanpak van de wateropgaven. Het waterplan focust op de maatregelen in het bebouwde gebied.
Het waterplan heeft tot doel een integrale visie op te stellen over alle aspecten van het water (met uitzondering van drinkwater en zwembaden) en het implementeren van duurzaam waterbeleid in het bebouwd gebied van beide gemeenten. Het waterplan resulteert uiteindelijk in een maatregelenpakket om te komen tot:
In het kader van het bestemmingsplan Triangel is uitgebreid aandacht besteed aan water. Ook in de toelichting van het voorliggend uitwerkingsplan wordt aangegeven op welke wijze met de waterafspraken (zie paragraaf 4.3) wordt omgegaan.
In het Masterplan zijn de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van het gebied aangegeven. Na het Masterplan zijn diverse uitwerkingen opgesteld, zoals visies en ontwikkelingsprogramma's waaronder het IOP.
In februari 2010 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen het IOP voor Park Triangel vastgesteld. Dit plan bestaat uit vijf onderdelen:
Op 22 januari 2014 heeft de gemeenteraad het IOP bevestigd.
Het gemeentelijk archeologiebeleid dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 14 november 2012 voldoet aan de uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988. Ook voor het gemeentelijk archeologiebeleid van Waddinxveen gelden daarom de volgende uitgangspunten:
Het archeologiebeleid is opgebouwd uit vier documenten:
De archeologische waarden- en verwachtingenkaart geeft inzicht in de (opbouw) van het bodemarchief. Op welke plaatsen in de gemeente Waddinxveen zijn er (zo goed als zeker) archeologische sporen aan te treffen, op welke plaatsen zijn er mogelijk archeologische sporen te verwachten, en waar ook zo goed als zeker niet. De archeologische beleidskaart geeft inzicht in de wijze waarop de gemeente met deze waarden en verwachtingen in het kader van haar ro-beleid om wil gaan: waar geldt wel en waar geldt geen archeologische onderzoeksplicht voor vergunningaanvragers. De bronnen en de argumentatie op basis waarvan de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en de beleidskaart tot stand zijn gekomen zijn vermeld in de 'Toelichting op de archeologische beleidskaart Waddinxveen'. De beleidsnota geeft inzicht in de beleidsmatige, juridische en financiële aspecten. Het geeft een overzicht van de vrijstellingsgrenzen die Hazenberg Archeologie adviseert, welke taken er uit het vastgestelde beleid (kunnen) voortvloeien, welke mogelijkheid de gemeente heeft archeologiekosten te verrekenen, bijvoorbeeld via een aanpassing van de legesverordening, en welke planregels de gemeente kan opnemen in haar nieuwe bestemmingsplannen.
De essentie van het archeologiebeleid van de gemeente Waddinxveen bestaat uit het 'archeologieproof' maken van nieuwe bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Daartoe bevat dit plan voorbeelden van archeologische planregels. De archeologische beleidskaart kan gebruikt worden om de dubbelbestemming 'archeologie' in de verbeelding van de nieuw op te stellen bestemmingsplannen en beheersverordeningen op te nemen.
De archeologische beleidskaart van de gemeente Waddinxveen is op 31 oktober 2016 geactualiseerd. De aanpassingen voor Waddinxveen zijn tweeledig:
In paragraaf 4.1 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
De gemeente Waddinxveen heeft op 3 oktober 2012 de Beleidsnota externe veiligheid vastgesteld. In de beleidsnota zijn de volgende veiligheidsambities geformuleerd:
Voor de uitvoering van deze ambities zijn planologische kaders opgenomen, waaraan bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan worden getoetst. Om de uitvoering te borgen wordt deze beleidsnota externe veiligheid gekoppeld aan de nieuwe Structuurvisie Waddinxveen 2030 (zie paragraaf 2.2.1) en wordt bij het opstellen van bestemmingsplan rekening gehouden met de geformuleerde ambities.
In paragraaf 4.1 wordt nader op dit onderwerp ingegaan.
Het bestemmingsplan Triangel maakt de bouw mogelijk van circa 2.900 woningen en kent een doorlooptijd van 15 jaar. Deze lange doorlooptijd vraagt om een planconcept met een heldere structuur waarbinnen de nodige flexibiliteit mogelijk is. Ten behoeve van een flexibele ontwikkeling is voor de woonvlekken een zogenaamde uitwerkingsplicht opgenomen. Dit houdt in dat er een bouwverbod op de gronden rust, totdat de definitieve inrichting – in de vorm van een uitwerkingsplan – is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
Na vaststelling van het onderhavige uitwerkingsplan maakt deze integraal onderdeel uit van het bestemmingsplan Triangel. In de uitwerkingsregeling van het bestemmingsplan zijn de randvoorwaarden opgenomen waaraan de uitwerkingsplannen moeten voldoen. Hiermee wordt zeker gesteld dat het uitwerkingsplan voldoet aan de stedenbouwkundige en milieutechnische eisen voor de ontwikkeling van Triangel, waarbij de flexibiliteit met name wordt gevonden in de detailinvullingen van de woongebieden.
Uitgangspunt voor de hele wijk Park Triangel is een wijk met een duidelijk herkenbaar beeldmerk. De reden voor het hanteren van een duidelijk beeldmerk is dat dit een identiteitsdrager is voor de gehele wijk en dat hiermee een samenhang op wijkniveau ontstaat.
Een beeldmerk wordt vertaald naar een aantal hoofdregels dat geldt voor alle buurten in de wijk. Per buurt kan een verbijzondering of aanvulling worden verkregen waardoor binnen de totale kwaliteit een identiteit per buurt ontstaat. De beeldkwaliteit wordt per deelplan vastgesteld door de gemeenteraad en zal dienen als toetsingskader van het Q-team. Het gaat om een geheel met daarbinnen ruimte voor nuances. De wijk kenmerkt zich door een vormgegeven openbare ruimte en stedenbouw tot een compositorisch geheel.
Het landschap is een drager voor het planontwerp voor de wijk Park Triangel. Oriëntatie, herkenning en identiteit zijn belangrijke uitgangspunten. Verschillende buurten rondom een centraal park waarin de voorzieningen liggen, dat is in essentie het voorstel voor Park Triangel.
De buurten verschillen in afmetingen, maar passen allen qua maat goed in de stedenbouwkundige opbouw van Waddinxveen en Park Triangel in het bijzonder.
De hoofdplanstructuur bestaat uit royale bomenlanen die alle buurten met elkaar verbinden. De lanen vormen de hoofdinfrastructuur van het plan. Dit maakt dat er een goede oriëntatie in het plan is. De rechtlijnigheid van de polder is voor een deel terug te vinden in de verkaveling van de buurten, met zijn rechte buurtstraten. De straten zijn niet lang, zodat een dorps karakter ontstaat. In het plan is ingezet op een goede en gevarieerde parkeeroplossing, parkeren in parkeerpockets omgeven door hagen, afgewisseld met parkeren op verschillende manieren in de straat. In de straten wordt bij voorkeur langsparkeren toegepast en geen haaks parkeren. Het buurtgroen wordt gethematiseerd per buurt. Vanuit de woning kunnen kinderen de speelplek altijd op een veilige manier bereiken binnen een beperkte loopafstand.
Uitgangspunt voor het beeldmerk is een mengvorm van Cottage en Tuindorp. De cottagestijl was als stedenbouwkundige stijl benoemt in het IOP, het is een landelijke stijl die goed aansluit bij de wens een bijzonder beeldmerk voor de gehele wijk neer te zetten. De cottagestijl is vanoudsher niet toegepast voor grote wijken maar meer toegepast voor kleinschalige ontwikkeling. Het tuindorp sluit qua landelijk karakter goed aan bij de cottagestijl, maar is beter toepasbaar op een grotere wijk. Het tuindorp is niet organisch gegroeid maar kenmerkt zich juist door een vormgegeven openbare ruimte en stedenbouw tot een compositorisch geheel.
Er liggen nog geen definitieve bouwplannen voor het plangebied van dit uitwerkingsplan. Binnen de in dit uitwerkingsplan gestelde kaders en binnen de kaders van het Beeldmerk kunnen verdere stedenbouwkundige plannen worden opgesteld.
In onderstaande zijn de hoofduitgangspunten per buurt opgesomd. In de verdere uitwerking (stedenbouwkindig plan, beeldkwaliteitsplan etc.) worden deze verder verfijnd.
Deelplan E1
Deelplan E1 vormt het meest noordelijk deel van Park Triangel. Uitgangspunt voor E1 is dat geen woonwagenwoningen op de koppen aan beide rotondes worden gesitueerd. Daarom bestaat dit deel uit twee woonbuurten met respectievelijk 10 en 12 woningen met daartussen in maximaal 4 woonwagenwoningen. Nadere uitgangspunten zijn niet aan de orde voor het bestemmingsplan.
De woningen hebben een maximale bouwhoogte van 12 meter. Hierdoor kunnen eventueel ook woningen in gestapelde vorm worden gebouwd (duplexwoningen). Voor de woonwagenwoningen geldt een maximale bouwhoogte van 7 meter. De woningen worden ontsloten op de door te trekken Tweede Bloksweg, welke parallel loopt aan de Verlengde Dreef tot aan de Polderlaan.
Deelplan E2
Deelplan E2 ligt ten zuiden van Deelplan E1 en achter de eerstelijns bebouwing aan de Tweede Bloksweg. In deze buurt worden maximaal 52 woningen gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 7 en 12 meter. Hier zijn met name vrijstaande en twee onder één kapwoningen voorzien. Gestapelde woningen zijn in een zone direct achter de bestaande woningen aan de Tweede Bloksweg uitgesloten.
De buurt wordt ontsloten op de Polderlaan, de hoofdontsluiting van Park Triangel.
Deelplan D
Deelplan D ligt in de noordoosthoek van Park Triangel en wordt begrensd door de Polderlaan, deelplan 2, de Dreef en de spoorlijn.
In deze buurt worden maximaal 140 woningen mogelijk gemaakt. De overwegende goot- bouwhoogte is 7 en 12 meter. Alleen in een zone langs de Dreef en de spoorlijn is hogere bebouwing in de vorm van appartementen toegestaan. Gestapelde woningen zijn in een zone direct achter de bestaande woningen aan de Tuinbouwweg uitgesloten.
De buurt zal worden ontsloten op de Polderlaan.
Deelplan F
Deelplan F ligt aan de zuidwestzijde van Park Triangel en bevindt zich tussen de eerstelijns bebouwing aan de Tweede Bloksweg en het nieuw aangelegd centrale park in. In deze buurt worden maximaal 170 woningen mogelijk gemaakt waarbij het accent ligt op laagbouw. In een zone direct achter de woningen aan de Tweede Bloksweg zijn gestapelde woningen uitgesloten en de woningen die grenzen aan het water van het centrale park mogen uitsluitend in vrijstaande woningen of als twee onder één kap woningen worden gerealiseerd. De buurt wordt ontsloten op de Parklaan.
Deelplan B2
Deelplan B2 vormt het centrale voorzieningencluster van Park Triangel. Met een ligging midden in de wijk, aan de Polderlaan en nabij het treinstation is de bereikbaarheid van dit cluster optimaal. Binnen dit cluster worden de maatschappelijke voorzieningen van de wijk gegroepeerd. Het gaat hierbij om functies als een basisschool, kinderopvang, een zorgcentrum, scoutinggebouw, ondersteunende voorzieningen en woningen. De voorzieningen zijn allen vanaf de begane grond bereikbaar, de woningen worden boven de voorzieningen gebouwd. Aangezien de invulling van dit gebied nog niet vast ligt is in dit uitwerkingsplan gewerkt met een flexibele regeling ten aanzien van het maximale aantal vierkante meters aan voorzieningen. In zijn algemeenheid is hier een bouwhoogte van 16 m toegestaan.
Fietsenstalling station Waddinxveen-Zuid
Aan de zuidoostzijde van deelgebied B2 wordt een nieuw treinstation (station Waddinxveen-Zuid) en bijbehorend stationsplein gerealiseerd. Deze ontwikkeling is juridisch-planologisch geborgd in het uitwerkingsplan De Triangel plan 3. In onderhavig uitwerkingsplan wordt de fietsenstalling behorende bij dit station mogelijk gemaakt aangezien ten tijde van het opstellen van het eerder genoemde uitwerkingsplan hierover nog geen duidelijkheid was.
Het milieubeleid is primair bedoeld om een optimale leefomgeving te realiseren. Dit kan er soms toe leiden dat beperkingen worden opgelegd aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan verschillende milieuaspecten.
Ten behoeve van dit uitwerkingsplan is door de Omgevingsdienst Midden-Holland een milieuonderzoek uitgevoerd. Het rapport is toegevoegd in bijlage 1. In het advies zijn randvoorwaarden en aandachtspunten opgesteld voor de milieuaspecten archeologie, bedrijven en milieuzonering, bodem, externe veiligheid, flora en fauna, geluid, luchtkwaliteit en de m.e.r.
In dit hoofdstuk worden de conclusies voor de verschillende aspecten beschreven. Vervolgens is dit hoofdstuk beoordeeld door de omgevingsdienst. Hun advies is bijgevoegd in bijlage . De aanbevelingen zijn in dit hoofdstuk verwerkt.
De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) heeft een milieuparagraaf opgesteld ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling. Dit milieukundig advies richt zich op de milieuaspecten geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, bodem, archeologie, ecologie, slagschaduw en Mer. De milieuparagraaf is opgenomen in bijlage 1 In de milieuparagraaf zijn ook de percelen Tweede Bloksweg 36 en Tweede Bloksweg 42/42a beschreven. Deze percelen maken echter geen deel uit van onderhavig uitwerkingsplan.
Op basis van het advies is geconcludeerd dat de ontwikkeling van de deelgebieden B2, D, E1, E2 en F in Park Triangel vanuit het oogpunt van geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, bodem, archeologie en ecologie zonder meer toelaatbaar zijn.
Gemaal
Aan de Tweede Bloksweg staat een gemaal van Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen zijn er geluidsmetingen uitgevoerd aan het gemaal vanwege de geplande woningbouw in de buurt. De metingen zijn uitgevoerd om de bronsterkte te bepalen van het gemaal tijdens een representatieve bedrijfssituatie. Aan de hand van de bepaalde bronsterkte is de geluidsbelasting ten gevolge van het gemaal inzichtelijk gemaakt binnen het plan de Triangel en de Wijsmanlocatie te Waddinxveen. Navolgende figuur geeft een overzicht van de situatie.
Afbeelding - geluiduitstraling gemaal
In bovenstaande afbeelding is het woongebied van Plan 4 geprojecteerd samen met de contouren die zijn berekend (nadat maatwerkvoorschriften zijn gesteld) voor het gemaal. Zoals te zien is, ligt het woongebied buiten de contouren van het gemaal. Het gemaal levert dan ook geen belemmeringen op voor de woningbouw in dit uitwerkingsplan.
Bereikbaarheid brandweer
De veiligheidsregio Holland-Midden heeft een zienswijze ingediend ten aanzien van de bereikbaarheid van het plangebied voor de brandweer.
De ligging van het voorzieningencluster (bestemming Gemengd) in Park Triangel valt buiten de wettelijke normen van de opkomsttijd, zie artikel 14 en 18 van de Wet Veiligheidsregio's (WvR).
De norm in een opkomsttijd bedraagt 8 minuten voor het eerste blusvoertuig (brandweer). Voor een functie met zorg (verminderd zelfredzamen) geldt op grond van de WvR zelfs een opkomsttijd van maximaal 6 minuten. De gemiddelde opkomsttijd vanuit de bestaande brandweerkazerne is op circa 12 tot 14 minuten berekend.
De gemeente kan bestuurlijk afwijken van de opkomsttijden, met motivering van de keuze van de locatie, de mate van afwijking, de aanwezige risico's en de eventuele alternatieven. De gemeente kan ook aanvullende brandveiligheidsmaatregelen in het bestemmingsplan opnemen (voorschrijven), waarmee eenzelfde mate van veiligheid wordt behaald. In dit uitwerkingsplan zijn de aanvullende maatregelen opgenomen in de regels.
Deze maatregelen richten zich op bouwkundige of installatietechnische brandveiligheidsvoorzieningen, waarmee een brand langer kan worden beheerst of iedereen langer in de gelegenheid wordt gesteld om zelfstandig te kunnen vluchten.
Voor de maatschappelijke doeleinden (verminderd zelfredzamen) in Park Triangel is de gemiddelde opkomsttijd circa 10 - 15 minuten langer dan de eis beschreven in de Wet Veiligheidsregio's (WvR).
Een gelijkwaardige uitwerking voor de locatie kan worden bereikt door de eis voor veilig vluchten en het uitbreiden of beperken van de brand uit het vigerende Bouwbesluit te verhogen met 15 minuten. Dit kan gevolgen hebben voor de WBDBO-eis tussen brandcompartimenten en/of de doorstroomsnelheid van de vluchtroute.
Vanwege het milieuaspect bodem is het plan toelaatbaar, maar geldt nog wel een aandachtspunt. Uit het onderzoek blijkt dat een aantal vervolgacties op het gebied van bodem voor de verschillende deelplangebieden dient te worden uitgevoerd. Het betreft de volgende vervolgacties:
In de milieuparagraaf is daarom geadviseerd om bovenstaande punten uit te voeren voordat de ruimtelijke procedure wordt ingezet. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op het uitgevoerde onderzoek.
Er is geen provinciaal milieubelang in het geding.
Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen.
Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb):
Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch-) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Deze bodemonderzoeken zijn ook noodzakelijk bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen.
Bij de realisatie van ruimtelijke plannen is vaak grondverzet noodzakelijk. Dit grondverzet is middels het Besluit bodemkwaliteit aan regels gebonden. De gemeente Waddinxveen beschikt over een vastgestelde bodemkwaliteitskaart en bijbehorende Nota Bodembeheer. Uitgangspunt is dat bij hergebruik van grond de kwaliteit moet aansluiten bij de functie ter plaatse. Nagenoeg alle grondverzet dient te worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit (www.meldgrond.nl).
Van de deelplangebieden B2, D, E1, E2 en F, gelegen binnen het plangebied Triangel, is met behulp van het bodeminformatiesysteem (BIS) alle bij de Omgevingsdienst Midden-Holland bekende informatie verzameld over de onderwerpen:
De beoordeling van de ruimtelijke deelplannen beperkt zich tot de bovengenoemde deelplangebieden en de ontwikkellocaties. Bij bodemonderzoek ten behoeve van ontwikkelingen dienen, conform NEN 5725, ook omliggende percelen te worden betrokken.
In deze paragraaf wordt de bekende bodeminformatie besproken. In bijlage 2 is de bij de Omgevingsdienst Midden-Holland bekende bodeminformatie van de deelplangebieden weergegeven.
Tanks
Uit het BIS blijkt dat er binnen de deelplangebieden geen tanks bekend zijn.
Voormalige bedrijven
Uit het voormalige bedrijfsbestand (HBB) van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er in het verleden binnen de deelplangebieden geen activiteiten aanwezig zijn geweest waar potentieel bodembedreigende activiteiten zijn uitgevoerd.
Huidige bedrijven
Uit de BIS-toets blijkt dat er binnen de deelplangebieden geen bedrijven zijn gevestigd. Huidige bedrijven vallen onder een melding of omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu, waarmee voorwaarden ten aanzien van voorkoming van bodemverontreiniging zijn vastgelegd. Voor meer informatie over de bedrijven zie hoofdstuk Bedrijven en milieuzonering.
Gedempte sloten
Uit de uitgevoerde BIS-toets blijkt dat er binnen de deelplangebieden geen slootdempingen bekend zijn bij de Omgevingsdienst Midden-Holland.
Bodemonderzoeken
Uit het BIS blijkt dat binnen of overlappend met de deelplangebieden meerdere bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Alle deellocaties die relevant zijn voor onderhavig uitwerkingsplan zijn voldoende onderzocht en geschikt voor wonen met tuin. Dit betekent niet dat ter plaatse van deze locaties geen onderzoek meer noodzakelijk is. Wanneer een onderzoek ouder is dan 5 jaar verliest deze zijn geldigheid. Hieronder is een overzicht gegeven van de diverse onderzoekslocaties en de ouderdom van de betreffende bodemonderzoeksgegevens.
| Deelgebied | Datum laatste bodemonderzoek |
| B2 | 15 november 2016 |
| D | 15 november 2016 |
| E1 | 16 juni 2016 |
| E2 | 15 november 2016 |
|
F:
- Tweede Bloksweg 38 - Tweede Bloksweg 40 - Tweede Bloksweg ten zuidwesten van 42 |
- 24 oktober 2016 - 15 november 2016 - 16 november 2015 (noordelijk deel), 15 november 2016 (zuidelijk deel) |
Uit bovenstaande tabel kan worden opgemaakt dat vanaf eind 2020 eventueel een actualisatie nodig is van de onderzoeksgegevens.
Grondverzet
De gemiddelde bodemkwaliteit op onverdachte percelen binnen de deelplangebieden is vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart. De deelplangebieden zijn gelegen in zone 7 (Recente uitbreidingen) en zone 15 (Bedrijven/kassen). Voor beide zones geldt dat de gemiddelde kwaliteit van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) voldoet aan de klasse Landbouw / Natuur. Dit betekent dat vrijkomende bovengrond van onverdachte locaties zonder keuring in de gehele regio Midden-Holland kan worden hergebruikt.
Voor het toepassen van grond van buiten het (deel)plangebied moet worden aangesloten bij de functie die het gebied heeft. Deze functies zijn aangegeven op de kaart met toepassingswaarden, zie bkk.odmh.nl. Nagenoeg al het grondverzet dient te worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit (www.meld).
Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat alle deelgebieden binnen onderhavig uitwerkingsplan geschikt zijn voor wonen met tuin. Zoals is beschreven is vanaf eind 2020 eventueel een actualisatie nodig van de onderzoeksgegevens.
Eventueel grondverzet dient plaats te vinden conform de Nota Bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart van de gemeente.
In het kader van het bestemmingsplan Triangel is uitvoerig op het thema water ingegaan en zijn ook afspraken gemaakt met de waterbeheerders over de omgang met dit thema, zoals waterberging, veiligheid en waterkwaliteit. Tevens heeft uitvoerig onderzoek plaatsgevonden.
In navolgende is de omgang met dit thema uit het bestemmingsplan Triangel overgenomen. Dit uitwerkingsplan zal voor toetsing aan de relevante waterpartners worden voorgelegd. Op basis van voorgaande uitwerkingsplannen voor Triangel zijn aandachtspunten naar voren gebracht door het hoogheemraadschap, die in de navolgende tekst zijn verwerkt.
Veiligheid en voorkomen van wateroverlast
Door de aanleg van Park Triangel treedt functieverandering op in de Zuidplaspolder. Daardoor neemt mogelijke schade bij een dijkdoorbraak toe. De vraag is dan of de schadeklasse van de boezemkades moet worden verhoogd. Maatgevend hierbij is een doorbraak van de waterkering langs de Gouwe. De boezemkade langs de Gouwe heeft als normering schadeklasse V. Dit is de zwaarste klasse. Het verzwaren van de boezemkades is dan ook voor Park Triangel niet relevant.
In december 2005 is in opdracht van de provincie een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van een overstroming voor de Zuidplaspolder. Onder andere voor plangebied Park Triangel zijn de maximaal optredende waterstanden berekend. Deze waterstand ligt 15 cm lager dan het beoogde vloerpeil van toekomstige woningen (dit was aanvankelijk NAP -5,05 m en voor nieuwe woningen recentelijk verhoogd naar NAP -4,85 m). Deze waterstand treedt op bij een dijkdoorbraak langs de Gouwe tussen Waddinxveen en de A12. Door provincie en het Hoogheemraadschap is geconcludeerd dat gezien de geringe waterdiepte, de verwaarloosbare stroomsnelheden van het water en de beschikbare evacuatietijd geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
Het bruto oppervlak van de ontwikkeling bedraagt 106 ha. Wanneer er vanuit wordt gegaan dat 50% van het gebied verhard wordt dan moet voor 53 ha. waterberging gecompenseerd worden. Binnen het gebied is al 15 ha. verhard, waardoor de waterbergingsopgave geldt voor 53-15 = 38 ha. Voor dit oppervlak geldt dat conform de eisen van het hoogheemraadschap waterberging gerealiseerd moet worden. De te realiseren waterberging bedraagt dan 19.400 m3 . Deze bergingshoeveelheid dient gevonden te worden tussen het peil van -5.92 m. NAP en -6.25 m. NAP (toetshoogte voor grasland). Het benodigde wateroppervlak voor waterberging bedraagt dan 5,9 ha. Wanneer de hoeveelheid vermeerderd wordt met de hoeveelheid bestaand open water dan bedraagt het te realiseren wateroppervlak in totaal 14,5 ha.
Voorkomen van grondwateroverlast
In het plangebied zullen de bestaande zomer- en winterpeilen gehandhaafd worden. Het toekomstige wegpeil in het plangebied wordt dusdanig gekozen dat de minimale drooglegging is gewaarborgd. De drooglegging, het verschil tussen het wegpeil en het waterpeil, voor het waterrijke plangebied met zettingsgevoelige bodem die is overeengekomen met Hoogheemraadschap en gemeente bedraagt 0,9 m. Hiermee wordt de nodige veiligheid geboden tegen grondwateroverlast.
Doordat de landbouw binnen de Zuidplaspolder in de toekomst minder belangrijk wordt, streeft het Hoogheemraadschap op termijn naar het realiseren van een flexibel peilbeheer waarbij de waterstand zich bevindt binnen een marge van NAP -6,15 m tot NAP -6,3 m.
Het watersysteem van Park Triangel zal zo worden ingericht dat het geen belemmering vormt voor het in de toekomst instellen van het genoemde peil in het gehele peilgebied waarbinnen Park Triangel valt. Dit betekent dat er bij het bepalen van de drooglegging en aanleghoogtes al rekening wordt gehouden met een peil van NAP -6,15 m. Vooralsnog zal echter worden aangesloten bij het huidige zomer- en winterpeil in het betreffende peilgebied, zijnde NAP -6,32/-6,42 m (peilbesluit Hoogheemraadschap Van Schieland en Krimpenerwaard, 4 december 2012).
NB: Op basis van de huidige inzichten wordt voor nieuw te bouwen woningen een
bouwpeil/aanleghoogte voor de begane grondvloer gehanteerd van NAP -4,85 m. Voor
de bestaande woningen die een lager vloerpeil hebben is bij verbouwing een
bouwpeil/aanleghoogte NAP -5,05 m mogelijk. Bij vervangende nieuwbouw moet de
aanleghoogte ook NAP -4,85 m worden. Dit wordt voor zo ver nodig opgenomen in de
planregels.
Tegengaan bodemdaling veengebied
Voorafgaand aan de bouw en bewoning (gebruiksfase) zal het plangebied bouwrijp gemaakt worden. Hierbij zal gedurende 8 maanden tot 3 jaar de bodemdaling (zetting) kunstmatig worden versneld (door bijvoorbeeld de toepassing van verticale drainage, eventueel in combinatie met een extra bovenbelasting bestaande uit een grondlichaam en/of het afgraven van zettingsgevoelige bodemlagen zoals klei en veen en het terugbrengen van zand) teneinde gedurende de gebruiksfase de bodemdaling te beperken tot acceptabele waarden (norm). De norm die hiervoor gehanteerd wordt is dat een restzetting van 10 cm wordt geaccepteerd ter plaatse van wegen en riolering. Ter plaatse van tuinen wordt voorzien in een restzetting van 0 cm. De nadere uitwerking hiervan, zoals de systeemkeuze van de versnelde consolidatie, dient in overleg met het Hoogheemraadschap tot stand te komen. Het Hoogheemraadschap spreekt haar bezorgdheid uit over een toename van kwel.
Riolering en waterkwaliteit
In het gebied wordt een verbeterd gescheiden stelsel aangelegd waarbij, waar mogelijk, afstromend hemelwater van schone oppervlakken direct wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het afkoppelen geschiedt met inachtneming van de daarvoor bij het Hoogheemraadschap geldende richtlijnen. Voorbeelden van oppervlakken die relatief schoon zijn, zijn onder andere daken en verkeersluwe wegen. Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater afgevoerd wordt naar de afvalwaterrioolzuiveringsinstallatie. Verder zal het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen toegepast worden, alsmede niet-uitlogende en milieuvriendelijke beschoeiing en betuining.
Hiermee wordt verontreiniging van het afstromende hemelwater beperkt. Omwille van de waterkwaliteit, worden in het plangebied geen doodlopende watergangen aangelegd, hetgeen de doorspoelbaarheid gunstig beïnvloedt.
Inrichting en ecologie
In het plangebied zullen de oevers ter plaatse van de openbare ruimte natuurvriendelijk worden ingericht. Het hoogheemraadschap stelt dat minimaal 50% van de totale oeverlengte op deze wijze wordt ingericht. Een natuurvriendelijke oeverinrichting bestaat uit oevers met een flauw talud, zodat de waterdiepte geleidelijk afneemt. Hiermee wordt een variatie aan vegetatietypen gestimuleerd. Door een inrichting van het watersysteem met een waterdiepte van minimaal 1 m wordt een robuust watersysteem gerealiseerd. De natuurvriendelijke oevers dragen bij aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Het plangebied is gesitueerd in een gebied met wateraanvoer waardoor de doorspoeling goed is. In combinatie met de aanstaande sanering van lozingen van de glastuinbouw zal de waterkwaliteit naar verwachting verbeteren.
Beheer en onderhoud
Alle hoofdwatergangen zijn in beheer en in onderhoud bij het hoogheemraadschap. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor het onderhoud van de overige watergangen en het beheer en onderhoud van de riolering en hemelwaterafvoer, alsmede de daarmee samenhangende kosten.
De gemeente en het hoogheemraadschap hebben echter de intentie uitgesproken dat het dagelijks en buitengewoon onderhoud van alle watergangen bij wijze van pilot zal worden uitgevoerd door het hoogheemraadschap. Voorwaarde hierbij is dat alle watergangen vanaf de kant bereikbaar dienen te zijn voor onderhoud en dat een obstakelvrije onderhoudsstrook (breedte 5 m) aanwezig is over de volle lengte van de watergangen. Daarnaast dienen de kruisingen met wegen doorvaarbaar te zijn voor varend onderhoudsmaterieel.
Tevens dienen de bewoners te worden ingelicht over de plichten, geboden en verboden met betrekking tot het onderhoud en activiteiten ter plaatse van het aangrenzende open water (de toepassing van geschikte bouwmaterialen, de eisen ten aanzien van bebouwing en steigers etc.). In dit opzicht is de aanwezigheid van bomen en grote struiken langs de oevers in algemene zin niet gewenst omdat dit leidt tot te veel beschaduwing en overmatige bladval in het water. Bouwen langs of in de hoofdwatergang is niet toegestaan omdat dan de bereikbaarheid voor het onderhoud wordt belemmerd. Daarnaast zal de benodigde transportcapaciteit van de hoofdwatergang ontoelaatbaar worden beperkt indien bebouwing plaatsvindt.
Opgemerkt wordt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem vergunning dient te worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap op grond van de "Keur" (ex artikel 77 en 80 van de Waterschapswet). In de keur is ook geregeld dat "beschermingszone" voor watergangen in acht dienen te worden genomen. Het komt erop neer dat binnen de beschermingszone vanaf de insteek van de watergang (bovenkant talud) enkele meters niets gebouwd en opgeslagen mag worden. De laatst genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd.
Voor het afkoppelen en direct lozen op het oppervlaktewater dient bij het Hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd in het kader van de Waterwet.
Advies Hoogheemraadschap
De waterparagraaf van dit uitwerkingsplan zal voor advies voorgelegd worden aan het hoogheemraadschap.
Uitgangspunt bij een uitwerkingsplan is dat dit juridisch bezien deel gaat uitmaken van het 'moederplan', in dit geval het bestemmingsplan Triangel. Ter plaatse van het uitwerkingsplan wordt de globale bestemming 'Uit te werken Woongebied (UW)' in het 'moederplan' vervangen door gedetailleerde bestemmingen, i.c. de bestemmingen 'Wonen' en 'Verkeer-Railverkeer; dit alles binnen het juridisch kader van het 'moederplan'.
In principe zijn de voorschriften van het bestemmingsplan Triangel, direct van toepassing op dit uitwerkingsplan. Met name het grootste deel van Hoofdstuk III Algemene bepalingen en de overgangsbepalingen in Hoofdstuk IV van de voorschriften van dat 'moederplan' gelden direct voor dit uitwerkingsplan. Die bepalingen worden dan ook niet meer opgenomen in de regels van dit uitwerkingsplan.
In dit uitwerkingsplan zijn alleen die regels opgenomen, die nodig of nuttig zijn voor de toepassing van de in dit plan opgenomen bestemmingen.
De regels van het onderhavige uitwerkingsplan zijn ingedeeld in vier hoofdstukken, conform de voorschriften in de SVBP2012 (Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012), te weten:
Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 Begrippen zijn de begrippen omschreven die worden gehanteerd in het plan en die een eenduidige omschrijving behoeven. Diverse begrippen, zoals 'plan' en 'bestemmingsplan', hebben de omschrijving gekregen die is voorgeschreven in de SVBP2012. In artikel 2 Wijze van meten is bepaald hoe de diverse maten, als bouwhoogte, goothoogte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden gemeten. Ook deze regels zijn voorgeschreven in de SVBP2012.
In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied toegestane functies. Per bestemming zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder eventuele afwijkingsvergunningen of wijzigingen) toegestaan.
Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, goothoogte en dergelijke) en wordt gebouwd op de aangegeven plaats, kan hiervoor in de regel zonder meer omgevingsvergunning worden verleend.
In het geval van bijbehorende bouwwerken (vroeger: aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) kan ook zonder omgevingsvergunning worden gebouwd, mits gebleven wordt binnen de regels van het bestemmingsplan (zie artikel 3, Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht).
In dit hoofdstuk is de minimale aanleghoogte van de begane grondvloer van hoofdgebouwen (i.c. woningen) geregeld. Deze regel vloeit voort uit de waterparagraaf en is ter bevordering van de waterhuishouding en om problemen met grondwateroverlast problemen met grondwateroverlast te voorkomen.
Verder zijn bepalingen ten aanzien van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken opgenomen. Daarmee wordt onder meer de vestiging van seksinrichtingen in het plangebied voorkomen.
Dit hoofdstuk, waarvan de titel zo is voorgeschreven door de SVBP2012, bevat enkel de slotregel. Een uitwerkingsplan gaat juridisch deel uitmaken van het bestemmingsplan, waarvan het een uitwerking is, in dit geval het bestemmingsplan Triangel. Het overgangsrecht van dat bestemmingsplan blijft daarmee gelden voor dit uitwerkingsplan. Vandaar dat het uitwerkingsplan geen overgangsrecht bevat.
In de slotregel is bepaald wat de officiële naam van het uitwerkingsplan is.
In dit uitwerkingsplan is sprake van de volgende bestemmingen:
Gemengd
De bestemming 'Gemengd' geldt voor het toekomstige voorzieningencluster aan de zuidzijde van het plangebied van dit bestemmingsplan. Voor deze bestemming is gekozen aangezien hier in de toekomstige situatie sprake zal zijn van maatschappelijke voorzieningen zoals een basisschool, een zorgcentrum en woningen.
Aan de voorzieningen is een maximale bruto vloeroppervlakte gekoppeld en de bebouwing is in bouwhoogte gemaximaliseerd. Er is voor gekozen het bouwvlak samen te laten vallen met het bestemmingsvlak. Dit is gedaan om een flexibele inrichting van het perceel mogelijk te maken.
Groen
De groenstroken langs de hoofdinfrastructuur van de wijk en langs de spoorlijn hebben de bestemming 'Groen' gekregen. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, voetpaden, fietspaden en watergangen, speelvoorzieningen en water toegestaan.
Aansluitend aan de gemengde bestemming zal in in het groen een gebouw met scouting en buitenschoolse opvang worden gerealiseerd. Deze functies zijn op de verbeelding aangeduid als 'maatschappelijk'.
De gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, het herstel en de instandhouding van een hogedruk aardgastransportleiding. De bepalingen met betrekking tot de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing/toelaatbaar voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
Verkeer
De hoofdontsluiting inclusief fiets- en voetpaden, groenelementen, water en parkeerplaatsen, zijn als "Verkeer" bestemd. De bestemming heeft een globaal karakter en maakt de aanleg van deze wegen mogelijk.
Verkeer - Railverkeer
De bestemming Verkeer - Railverkeer is opgenomen voor de fietsenstalling behorende bij het nieuwe stationsgebied. Het gaat om een fietsenstalling met een oppervlakte van maximaal 500 m2 en een bouwhoogte van 9 m.
Woongebied
De bestemmings- en bouwregels zijn gebaseerd op de uitwerkingsregels in artikel 6, 'Uit te werken Woongebied (UW)', van het moederplan bestemmingsplan Triangel en op de regels van vergelijkbare recent opgestelde uitwerkingsplannen.
Op de verbeelding is middels een bouwvlak aangegeven binnen welke gebieden gebouwd mag worden. Binnen de bestemming zijn de goot- en bouwhoogtes opgenomen. Tevens is het maximum aantal woningen vastgelegd. Middels een aanduiding 'gestapeld uitgesloten' is vastgelegd dat ten opzichte van de bestaande bebouwing langs de Tweede Bloksweg en Tuinbouwweg geen gestapelde bouw is toegestaan. Middels de aanduidingen 'aaneengebouwd uitgesloten' en 'aaneengebouwd uitgesloten' is tevens vastgelegd dat de woningen langs het water in deelgebied F alleen in vrijstaande dan wel twee aan één vorm gebouwd mogen worden.
Middels een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - woonwagenwoning' is aangegeven waar de 4 woningen gebouwd gerealiseerd mogen worden. Voor deze woonwagenwoningen is een bouwhoogte opgenomen van 4 en 7 meter.
Binnen deze bestemmingsregels kunnen de voorziene ontwikkelingen plaatsvinden.
Naast een regeling voor hoofdgebouwen (de woningen) zijn tevens regels opgenomen ten aanzien van bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ook deze zijn zo veel mogelijk afgestemd op de eerder toegepaste regels voor bestemmingsplannen en uitwerkingsplannen voor Park Triangel.
Hetzelfde geldt voor de regels die zijn opgenomen ten aanzien van het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. In een woning en bijbehorende bouwwerken is de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit toegestaan. Daarbij is detailhandel expliciet uitgesloten. Internetwinkels, die wel detailhandel zijn, maar dan zonder de fysieke vorm of uitstraling van een winkel, zijn wél toegestaan. Van belang is dat geen sprake is van een afhaalfunctie en geen publieksfunctie. Deze functie levert een te grote belasting op voor de woonomgeving (parkeren, verkeersoverlast). Van het begrip 'internetwinkel' is een omschrijving opgenomen in artikel 1 van de regels.
Er zijn relatief weinig regels opgenomen ten aanzien van het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de achtertuinen. De reden daarvoor is, dat per 1 oktober 2010 de huidige regels voor vergunningvrij bouwen met de invoering van de Wabo (Wet algemene bepalingen overgangsrecht) en de Bor (Besluit omgevingsrecht) wordt verruimd. De regels van vergunningvrij bouwen gelden ongeacht de bouwregels in het bestemmingsplan.
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Ten behoeve van het veilig stellen van de onderhoudszone rondom hoofdwatergangen is aan weerszijden hiervan een zone van 5 meter opgenomen waar deze dubbelbestemming geldt. De breedte van de onderhoudsstrook geldt vanaf de boveninsteek van het talud, tenzij het talud dermate flauw is (1:7 of flauwer) dat onderhoudsmaterieel hierop kan rijden.
De gemeente heeft samen met BPD (voorheen Bouwfonds) een gemeenschappelijke exploitatie maatschappij (GEM) opgericht voor de ontwikkeling van Park Triangel. Voor deze ontwikkeling is een gezamenlijke grondexploitatie vastgesteld en zijn kredieten gereserveerd waaruit de realisatie van de nieuwe woonwijk grotendeels wordt betaald. Afspraken hierover zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
Het ontwerpuitwerkingsplan heeft met ingang van 16 februari tot en met 29 maart 2017 zes weken ter inzage gelegen.
Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpuitwerkingsplan zijn vier schriftelijke zienswijzen ontvangen (hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, provincie Zuid-Holland, Prorail en de veiligheidsregio. In de 'Nota van beantwoording zienswijzen' (zie bijlage 2) zijn de zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpuitwerkingsplan woordelijk weergegeven, opgedeeld in de aangegeven onderdelen en beantwoord.