4.2 Bouwregels
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, met inachtneming van de volgende regels:
4.2.1 Gebouwen
-
a. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
-
b. bouwvlakken mogen voor maximaal 70% worden bebouwd; uitgezonderd bouwvlakken ter plaatse van de aanduiding [sba-1] en ter plaatse van de aanduiding [sba-13] welke volledig mogen worden bebouwd;
-
c. de hoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan in onderstaande tabel is aangegeven (maten in m1):
code specifieke bouwaanduiding
|
maximum bouwhoogte
|
hogere maximum bouwhoogte
|
percentage (*)
|
| [sba-1]
|
9
|
12
|
50
|
| [sba-2]
|
9
|
12
|
50
|
| [sba-3]
|
9
|
12
|
50
|
| [sba-4]
|
9
|
12
|
50
|
| [sba-5]
|
12
|
18
|
70
|
| [sba-6]
|
12
|
12
|
100
|
| [sba-7]
|
9
|
9
|
100
|
| [sba-8]
|
6
|
6
|
100
|
| [sba-9]
|
6
|
9
|
50
|
| [sba-10]
|
9
|
12
|
50
|
| [sba-11]
|
7
|
7
|
100
|
| [sba-12]
|
9
|
9
|
100
|
| [sba-13]
|
5
|
5
|
100
|
(*) gedeelte van het (totale) grondvlak van de gebouwen (per bestemmingsvlak) waarover een hogere
maximum bouwhoogte is toegestaan, onverminderd het bepaalde in sub b.
-
d. in afwijking van het bepaalde in sub c geldt voor bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', dat de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte;
-
e. in aanvulling op het bepaalde in sub c geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-5' dat:
-
1. een bouwhoogte van meer dan 12 m is uitsluitend toegestaan voor een aaneengesloten bouwdeel waarvan de breedte maximaal 33% van de breedte van het bouwvlak bedraagt (breedte = noordoost-zuidwest);
-
2. de breedte van een bouwdeel hoger dan 12 m mag niet meer bedragen dan de breedte van het aansluitende (lagere) gedeelte.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
-
a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van:
-
1. maximaal 2 m voor erf- en terreinafscheidingen;
-
2. maximaal 10 m voor palen, masten, verkeerstekens en technische installaties;
-
3. minimaal 3,5 m ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', tenzij sprake is van een bestaand bouwwerk, in welk geval de bestaande bouwhoogte als minimum mag worden beschouwd;
-
4. maximaal 5 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
-
b. overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevel of het denkbeeldig verlengde daarvan.
4.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken, geen
gebouwen zijnde in verband met het ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid.
4.4 Specifieke gebruiksregels
-
a. Een inrichting als bedoeld in lid 4.1 ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone' mag uitsluitend in werking worden genomen of in werking zijn, indien en voor zover, met het oog op relevante wetgeving en/of vergunningen, in voldoende mate is voorzien in geluidsbeperkende dan wel geluidsafschermende maatregelen, hetzij via een geluidwerende voorziening ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', hetzij op andere, wettelijk toegelaten en/of vergunde wijze, waaronder begrepen handhaving van bestaande bebouwing.
-
b. Bij inrichtingen, te vestigen ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding [sba-9], de specifieke bouwaanduiding [sba-10] en specifieke bouwaanduiding [sba-12] geldt dat aan het bepaalde in sub a mag worden voldaan:
-
1. hetzij door middel van de realisering van een geluidwering met een hoogte van ten minste 3,5 m op de grens met de bestemming Wonen;
-
2. hetzij door te voldoen aan de milieukwaliteitseis inhoudende een beperking van het bronvermogen tot maximaal 51 dB(A)/m².
-
c. Onder bedrijven als bedoeld in lid 4.1 zijn niet begrepen:
-
1. detailhandelsbedrijven;
-
2. horecabedrijven;
-
3. maatschappelijke instellingen;
-
4. kantoren, behoudens daar waar deze op grond van deze regels zijn toegelaten;
indien en voor zover het zelfstandige vestigingen betreft. Indien behorend bij en ondergeschikt
aan toegelaten bedrijfsactiviteiten, zijn de in sub b onder 1 t/m 4 genoemde activiteiten wel
toegestaan.
4.7 Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1 Wro-zone - wijzigingsgebied 1
Burgemeester en wethouders zijn, met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 1' te wijzigen, door de aanduiding 'bedrijfswoning' te schrappen en/of door wijziging naar de bestemming Tuin-2, indien de woonfunctie van de betreffende bedrijfswoning duurzaam is beëindigd en niet zal worden hervat. Hierbij gelden de volgende regels:
-
a. de geluidafschermende functie van de huidige bebouwing moet worden gehandhaafd, hetzij door bestaande of nieuwe bebouwing, hetzij door (tijdelijke of permanente) geluidschermen. In alle gevallen moet naadloos worden aangesloten op de aangrenzende gevels of geluidschermen ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm';
-
b. de primaire ontsluiting van het gebied mag niet (langer) plaatsvinden via de aangrenzende bestemming Tuin-2, uitgezonderd ontsluitingen voor langzaam verkeer en/of ten behoeve van hulp- en nooddiensten.
4.7.2 Wro-zone - wijzigingsgebied 2
Burgemeester en wethouders zijn, met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 2' te wijzigen, door de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerfabriek' te schrappen en/of door wijziging naar de bestemming Tuin-2, indien de functie van timmerfabriek duurzaam is beëindigd en niet zal worden hervat. Hierbij gelden de volgende regels:
-
a. de geluidafschermende functie van de huidige bebouwing moet worden gehandhaafd, hetzij door bestaande of nieuwe bebouwing, hetzij door (tijdelijke of permanente) geluidschermen. In alle gevallen moet naadloos worden aangesloten op de aangrenzende gevels of geluidschermen ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm';
-
b. de primaire ontsluiting van het gebied mag niet (langer) plaatsvinden via de aangrenzende bestemming Tuin-2, uitgezonderd ontsluitingen voor langzaam verkeer en/of ten behoeve van hulp- en nooddiensten.
4.7.3 Wro-zone wijzigingsgebied 3
Burgemeester en wethouders zijn, met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 3' te wijzigen, door de aanduiding 'bedrijfswoning' te schrappen en/of door wijziging naar de bestemming Tuin-2, indien de woonfunctie van de betreffende bedrijfswoning duurzaam is beëindigd en niet zal worden hervat. Hierbij gelden de volgende regels:
-
a. de geluidafschermende functie van de huidige bebouwing moet worden gehandhaafd, hetzij door bestaande of nieuwe bebouwing, hetzij door (tijdelijke of permanente) geluidschermen. In alle gevallen moet naadloos worden aangesloten op de aangrenzende gevels of geluidschermen ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm';
-
b. de primaire ontsluiting van het gebied mag niet (langer) plaatsvinden via de aangrenzende bestemming Tuin-2, uitgezonderd ontsluitingen voor langzaam verkeer en/of ten behoeve van hulp- en nooddiensten.
4.7.4 Wijzigingsbevoegdheid kantoren
Burgemeester en wethouders zijn, met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd de bestemming ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding [sba-5] te wijzigen, in die zin dat ter plaatse tevens zelfstandige kantoren mogen worden toegestaan. Hierbij gelden de volgende regels:
-
a. de bruto vloeroppervlakte per bouwvlak mag maximaal 2.500 m² bedragen;
-
b. het mogelijk maken van zelfstandige kantoren moet worden getoetst aan het regionale kantorenbeleid Holland Rijnland;
-
c. er moet zijn aangetoond dat de parkeervraag op eigen terrein kan en zal worden opgelost.