| Plan: | Rivierzone-Oost |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0622.bpRivoost2010-0131 |
Milieusituatie en effecten
In dit hoofdstuk is de milieusituatie binnen het plangebied Rivierzone-Oost beschreven. Het bestemmingsplan is consoliderend van aard.
Milieuzonering
In het bestemmingsplan wordt gebruikgemaakt van een milieuzonering om milieuhinder al in het ruimtelijke spoor zo veel mogelijk te beperken. Bij de milieuzonering is rekening gehouden met bestaande woningen in de omgeving van het plangebied. Afhankelijk van de afstand van de bedrijfspercelen tot omliggende woningen zijn bedrijfsactiviteiten toelaatbaar uit minimaal categorie 3.1 (lichte bedrijvigheid) en maximaal categorie 5.2 (relatief zware bedrijvigheid). Bedrijven die potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken zijn in het bestemmingsplan in principe uitgesloten. Bestaande bedrijven die niet binnen de algemene toelaatbaarheid vallen worden mogelijk gemaakt met een specifieke maatbestemming.
Geluid
Het plangebied is onderdeel van het gezoneerde industrieterrein Vulcaanhaven. De begrenzing van het gezoneerde industrieterrein is opgenomen op de plankaart. Voor Klein Vettenoord en Vulcaanhaven samen is een geluidszone vastgesteld die ruim om het gezoneerde terrein ligt. Daarnaast ligt het plangebied binnen de geluidszone van omliggende industrieterreinen. Het bestemmingsplan maakt geen geluidsgevoelige objecten mogelijk. Ook zijn geen nieuwe wegen of wijzigingen aan bestaande wegen voorzien.
Luchtkwaliteit
Het bestemmingsplan maakt geen grootschalige uitbreidingen of functiewijzigingen mogelijk. Het plan zal dan ook geen relevante gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit. Omdat in het bestemmingsplan nieuwe bedrijven die potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken worden uitgesloten, kan het plan mogelijk zelfs een positief effect hebben op de concentraties langs de ontsluitingswegen. De Wlk staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Externe veiligheid
In en rondom het plangebied bevinden zich verschillende risicovolle inrichtingen. Daarnaast vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het water en door buisleidingen. In de paragraaf externe veiligheid is ingegaan op de risicosituatie rond deze risicobronnen. In het bestemmingsplan zijn waar nodig maatregelen getroffen om risico's te beperken. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met de regelgeving en het beleid over externe veiligheid. Het GR wordt aanvaardbaar geacht. Het bestemmingsplan staat vestiging van nieuwe Bevi-inrichtingen niet toe.
Bodem en water
Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande waterhuishoudkundige situatie en de bodemkwaliteit. Er wordt een dubbelbestemming Waterstaat opgenomen voor de gronden binnen de (binnenste) beschermingszone van de primaire waterkering.
Ecologie
Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000 en PEHS, kunnen worden uitgesloten. Gezien het consoliderende karakter van het bestemmingsplan, het feit dat geen sloop is voorzien van gebouwen, en het ontbreken van bodem en watergangen, staan de Natuurbeschermingswet 1998 en de Ffw de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
Archeologie en cultuurhistorie
In het bestemmingsplan is een beschrijving opgenomen van de archeologische en cultuurhistorische waarden in en rond het plangebied. Het gebieden met hoge dan wel middelhoge archeologische verwachting krijgen een toepasselijke dubbelbestemming. De beeldbepalende panden zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek'.
Conclusie
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de uitvoering van het bestemmingsplan Rivierzone-Oost mogelijk is binnen de geldende (milieu)wet- en regelgeving.