direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: Rivierzone-Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.bpRivoost2010-0131

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 3.1': bedrijven uit ten hoogste categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 3.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 4.1': bedrijven uit ten hoogste categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 4.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 5.1': bedrijven uit ten hoogste categorie 5.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 5.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'';
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3': tevens bedrijfsactiviteiten met SBI-code zoals hierna in de tabel genoemd, uit ten hoogste de voor deze bedrijfsactiviteiten in de tabel aangegeven categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein':

aanduiding   SBI-code 1993   SBI-code 2008   uit ten hoogste milieucategorie  
specifieke vorm van bedrijf -1   6311.1
6311.2  
52241
52242  
5.3
5.2  
specifieke vorm van bedrijf - 2   1543
1542
6311.1
6311.2  
1042
104101
52241
52242  
4.2
4.1
5.1
4.2  
specifieke vorm van bedrijf - 3   267
372  
237
383201  
5.2
5.2  

  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting calamiteitenroute': tevens een ontsluiting ten behoeve van een calamiteitenroute;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'spoorweg': tevens een spoorweg;
  • k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' is tevens een zelfstandig kantoor toegestaan;
  • l. bijbehorende voorzieningen, zoals toegangswegen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en kantines.
3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

3.2.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen, geen kantoorgebouwen zijnde, en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • c. de bouwhoogte van kantoorgebouwen bedraagt ten hoogste 15 m, behoudens waar op de verbeelding met de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven dat de bouwhoogte 20 m mag bedragen;
  • d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen 80% van het bouwvlak van het bouwperceel;
  • e. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m;
  • f. in afwijking van en in aanvulling op het bepaalde onder b en c mag de bestaande goot- en bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' niet worden gewijzigd;
  • g. in aanvulling op het bovenstaande geldt ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dat de nokrichting, kapvorm en dakhelling van gebouwen niet mag worden gewijzigd;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' zijn nieuwe gebouwen niet toegestaan.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
  • a. de bouwhoogte van kranen bedraagt ten hoogste 50 meter;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 1' kranen toegestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 90 m;
  • c. ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 1' zijn tevens transportbanden en trechters toegestaan ten behoeve van het laden en lossen met een bouwhoogte van ten hoogste 30 m;
  • d. de bouwhoogte van silo's en tanks bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte silo's en tanks (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    van vrijstaande reclamezuilen   2,5 m  
    van erfafscheidingen   4 m  
    van lichtmasten   35 m  
    van geluidsschermen   16 m  
    van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie   25 m  
    van antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes   5 m  
    van (beeldende) kunstwerken   15 m  
    van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   6 m  
    van linkspans   20 m  
  • f. in afwijking van het bepaalde onder e is ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - 2' een reclamemast toegestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 35 m;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' zijn nieuwe bouwwerken niet toegestaan.
3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijken veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.2.1 onder h en lid 3.2.2 onder g:

  • a. om nieuwe bouwwerken toe te laten in het gebied tussen 40 en 65 m vanaf de kade, indien:
    • 1. er sprake is van een groot maatschappelijk of bedrijfseconomisch belang;
    • 2. de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond advies heeft uitgebracht;
  • b. om nieuwe bouwwerken toe te laten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de vaarweg of de haven, indien:
    • 1. de bereikbaarheid van de oever voor hulpverleningsdiensten en de mogelijkheden voor optreden van deze diensten hierdoor niet worden belemmerd;
    • 2. er voldoende vluchtmogelijkheden (van de risicobron af gericht) zijn;
    • 3. het scheepvaartverkeer niet wordt belemmerd (zichtlijnen, radarwerking etc.);
    • 4. de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en de beheerder van de vaarweg of haven advies hebben uitgebracht.

3.3.2 Afwijken afstand tussen gebouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.2.1 onder e, en gebouwen op een kleinere afstand dan 3 meter toestaan, mits dit toelaatbaar is vanuit het oogpunt van bereikbaarheid, veiligheid, parkeergelegenheid en stedenbouw.

3.3.3 Afwijken karakteristieke gebouwen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder f en g, indien de karakteristieke waarde van het gebouw daardoor niet onevenredig wordt aangetast en daarover schriftelijk advies is ingewonnen bij de Commissie voor welstand en monumenten.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. Bevi-inrichtingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'risicovolle inrichting' en slechts voor zover de PR 10-6-contour of – indien van toepassing – de afstand zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Bevi in samenhang met artikel 2, eerste lid, van de Regeling externe veiligheid inrichtingen is gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone - bevi';
  • b. kwetsbare objecten zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi';
  • c. beperkt kwetsbare objecten zijn, met uitzondering van bestaande beperkt kwetsbare objecten, niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi';
  • d. bedrijven die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' zijn aangeduid met verkeersindex 3G zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3' en ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg';
  • e. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • f. op onbebouwde gronden is de opslag van goederen toegelaten met een maximale stapelhoogte gelijk aan de ter plaatse geldende maximale bouwhoogte voor gebouwen. Indien ter plaatse van de onbebouwde gronden geen maximale bouwhoogte voor gebouwen geldt, dan mag de maximale stapelhoogte niet meer bedragen dan de gemiddelde maximale bouwhoogte die geldt voor de gronden die direct grenzen aan de onbebouwde gronden;
  • g. opslag van hei- en funderingsmachines met een hoogte van meer dan 50 m is niet toegestaan;
  • h. per bedrijf is kantoorvloeroppervlak die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlak van meer dan 1.500 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan; in afwijking hiervan bedraagt de kantoorvloeroppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'risicovolle inrichting' ten hoogste 3.000 m2 per bedrijf;
  • i. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.1:

  • a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste twee categorieën hoger dan in lid 3.1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd;
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd.

3.5.2 Omgevingsvergunning bedrijven met verkeersindex 3G

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.4 onder d, indien de infrastructuur in de omgeving dusdanig is gewijzigd dat er in het plangebied bedrijven met verkeersindex 3G kunnen worden toegestaan zonder dat daardoor problemen in de verkeersafwikkeling ontstaan.

Het bevoegd gezag kan tevens bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.4 onder d, indien het betrokken bedrijf gelet op de specifieke werkwijze qua verkeersaantrekkende werking gelijkgesteld kan worden met bedrijven met een andere verkeersindex dan 3G.

3.5.3 Omgevingsvergunning beperkt kwetsbare objecten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.4 onder c, indien sprake is van gewichtige redenen en het plaatsgebonden risico ter plaatse niet meer bedraagt dan 10-5.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.6.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden

Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden gebouwen te slopen.

3.6.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 3.6.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, onder de volgende voorwaarden:

  • a. bij sloop van het gehele gebouw: indien dit gaat gepaard met herbouw van een vergelijkbaar gebouw;
  • b. bij sloop van een gedeelte van het gebouw: indien het te slopen gedeelte zelf niet beschermenswaardig is en de bescherming van het resterende gedeelte is gewaarborgd.

Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning voor het slopen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Commissie voor welstand en monumenten.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Wijzigingsbevoegdheid bestaande Bevi-inrichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

  • a. het verwijderen van de aanduiding 'risicovolle inrichting' en de bij de betreffende Bevi-inrichting behorende aanduiding 'veiligheidszone - bevi', indien de betreffende Bevi-inrichting ter plaatse is opgeheven;
  • b. het verkleinen van de aanduiding 'veiligheidzone - bevi', indien:
    • 1. een verkleinde PR 10-6-contour is opgenomen in een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het milieu voor de betreffende Bevi-inrichting; of
    • 2. door veranderingen in wet- en regelgeving de betreffende PR 10-6-contour kleiner is geworden;
  • c. het vergroten van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi', indien door veranderingen in wet- en regelgeving de betreffende PR 10-6-contour groter is geworden.

3.7.2 Verwijderen aanduidingen

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3' en/of de aanduiding 'risicovolle inrichting' verwijderen, indien de betreffende inrichting ter plaatse is opgeheven.

3.7.3 Toevoegen aanduiding 'karakteristiek'

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' de aanduiding 'karakteristiek' toevoegen, indien dit pand alsnog door hen als beeldbepalend pand is aangemerkt.