| Plan: | Rivierzone-Oost |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0622.bpRivoost2010-0131 |
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
| aanduiding | SBI-code 1993 | SBI-code 2008 | uit ten hoogste milieucategorie |
| specifieke vorm van bedrijf -1 | 6311.1 6311.2 |
52241 52242 |
5.3 5.2 |
| specifieke vorm van bedrijf - 2 | 1543 1542 6311.1 6311.2 |
1042 104101 52241 52242 |
4.2 4.1 5.1 4.2 |
| specifieke vorm van bedrijf - 3 | 267 372 |
237 383201 |
5.2 5.2 |
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
| van vrijstaande reclamezuilen | 2,5 m |
| van erfafscheidingen | 4 m |
| van lichtmasten | 35 m |
| van geluidsschermen | 16 m |
| van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie | 25 m |
| van antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes | 5 m |
| van (beeldende) kunstwerken | 15 m |
| van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 6 m |
| van linkspans | 20 m |
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.2.1 onder h en lid 3.2.2 onder g:
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.2.1 onder e, en gebouwen op een kleinere afstand dan 3 meter toestaan, mits dit toelaatbaar is vanuit het oogpunt van bereikbaarheid, veiligheid, parkeergelegenheid en stedenbouw.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder f en g, indien de karakteristieke waarde van het gebouw daardoor niet onevenredig wordt aangetast en daarover schriftelijk advies is ingewonnen bij de Commissie voor welstand en monumenten.
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.1:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.4 onder d, indien de infrastructuur in de omgeving dusdanig is gewijzigd dat er in het plangebied bedrijven met verkeersindex 3G kunnen worden toegestaan zonder dat daardoor problemen in de verkeersafwikkeling ontstaan.
Het bevoegd gezag kan tevens bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.4 onder d, indien het betrokken bedrijf gelet op de specifieke werkwijze qua verkeersaantrekkende werking gelijkgesteld kan worden met bedrijven met een andere verkeersindex dan 3G.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.4 onder c, indien sprake is van gewichtige redenen en het plaatsgebonden risico ter plaatse niet meer bedraagt dan 10-5.
Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden gebouwen te slopen.
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 3.6.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, onder de volgende voorwaarden:
Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning voor het slopen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Commissie voor welstand en monumenten.
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:
Burgemeester en wethouders kunnen de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 3' en/of de aanduiding 'risicovolle inrichting' verwijderen, indien de betreffende inrichting ter plaatse is opgeheven.
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' de aanduiding 'karakteristiek' toevoegen, indien dit pand alsnog door hen als beeldbepalend pand is aangemerkt.